Flamenco, van puur, naar pop, naar jazz en fusión

Flamenco hoort bij het beeld dat we allemaal van Spanje hebben.

Deze zinderende samenvoeging van zang en dans is ontstaan halverwege de achttiende eeuw bij zigeunergezelschappen in Andalusië. Deze zigeunerstammen zijn vermoedelijk gevormd toen er eerdere zigeunerfamilies uit India, Egypte en Noord Afrika emigreerden. De huidige flamenco heeft zonder twijfel invloed van Noord Afrikaanse klanken.

De streek die het historische hart van de flamenco vormt, ligt in de driehoek Sevilla, Jerez en Cádiz. Van daaruit is het door heel Andalusië verspreidt. Ook Granada heeft een eigen flamenco tradities onder de zigeunerfamilies in Sacramonte. Als je naar Spanje gaat, moet je minstens één keer de sfeer van flamenco proeven. Het woord flamenco is niet alleen muziek of dans. Het verwijst naar een levensstijl of zelfs naar een persoon die ongebonden, emotioneel, onvoorspelbaar en anti-burgerlijk is. Een soort bohemien dus.

 

Stijlen

De basis van flamenco is een spontane uiting over de vreugde en het verdriet van alledag. Om een kenner van flamencomuziek te worden zou je je moeten verdiepen in de vele stijlen die zijn ontstaan. Zoals Martinetes die werden gezongen in de smederijen van de oude zigeunerwijk Triana in Sevilla. En bijvoorbeeld de bekende Bulleria of Alegria.

Op het gebied van zang zijn het de liederen, die vaak worden aangeduid als canto hondo, die het meeste aanzien genieten. Letterlijk betekent dit diep gezang en het is dan ook deze stijl waarin de meest diepe emoties naar boven komen. Het is het allerhoogste niveau wat een flamencozanger kan bereiken. Natuurlijk is het de bedoeling dat het publiek zo nu en dan Olé roept want Flamenco is een spontaan groepsgebeuren dat groeit naarmate de gevoelens sterker worden (en de drank rijkelijker vloeit…).

Menging met moderne muziek

In de pure flamenco zijn er twee artiesten die in de jaren zeventig de grondslag hebben gelegd voor een nieuwe, controverse flamingovorm. De briljante Paco de Lucia, bezat een onberispelijke techniek die hem in staat stelde de pure flamenco op eigen wijze te vernieuwen Hij vond inspiratie in een aantal Latijns-Amerikaanse ritmes, werkte samen met internationaal befaamde jazz musici en trad op over de hele wereld.

Voor de pure flamenco was de opkomst van, de uit Cádiz afkomstige jonge zigeuner en canto hondo zanger, Cameron echter nog belangrijker. Hij bouwde een reputatie op door zijn wilde levensstijl. In 1992 overleed de befaamde Cameron de la Isla (dat garnaal betekent omdat hij zo mager was) op 41-jarige leeftijd.

Bij menig internationaal liefhebber van Spaanse muziek en flamenco leven zowel de gitaarklanken van Paco de Lucia als de karakteristieke stem van Cameron voort op een playlist van Spotify of op de mobiele telefoon.

Veel tegenstrijdigheden.

Elke nieuwe uiting van flamenco, in combinatie met andere muziekstijlen, lokt iedere keer weer een storm van protesten uit bij de puristen. Flamencodanser Joaquin Cortes mag met zijn mengeling van flamenco en jazz en moderne dans dan veel publiek trekken in Spanje en ook in het buitenland, fanatieke flamencoliefhebbers omschrijven zijn optredens als onecht.

De laatste jaren zijn er steeds vaker experimenten met flamenco en rock gedaan die inmiddels ook een bloeiend bestaan leiden. Elke zomer worden overal in Zuid Spanje door de overheid gesubsidieerde flamencofestivals gehouden die een geestdriftig publiek trekken.

Ook zie je steeds vaker dat Andalusische zangers zich mengen met Marokkaanse groepen, zoals El Lebrijano met het orkest van Tanger. Jongere flamencoliefhebbers echter waarderen de tegenwoordige fusiongroepen die flamenco combineren met instrumenten als fluit, saxofoon en zelfs viool.

 

De mooiste flamenco uitvoeringen die bij mij persoonlijk een onuitwisbare indruk op hebben gemaakt zijn:

Het optreden van Paco de Lucia met Jan Akkerman in Nederland in de jaren zeventig

Een spontaan optreden van een flamencofamilie in een bar in Jerez de la Frontera, dat daar een dagelijks gebeuren is.

Een gepassioneerd optreden  in een grot van El Sacramonte in Granada, terwijl op de achtergrond het verlichte Alhambra schitterde.

En de kennismaking met de moderne flamenco fusion groep van Sergio de Lope uit Priego de Cordoba.

 

 

 

De bijna God van de Flamenco, Paco de Lucia

Het was in 1972. Mijn vader had kaartjes voor theater Carré. Over het algemeen konden onze muziekkeuzes het aardig met elkaar vinden. Zeventigerjaren rock en blues schalde dagelijks op vol volume bij ons thuis uit de geluidsboxen. Maar dit keer kon ik mijn vader niet helemaal volgen. Een concert van een voor mij onbekende Spaanse flamencogitarist? Wat moest ik daar nu mee? Ik had sowieso niets met Spanje.

Twee uur later was ik verkocht! Vanaf dat moment volgde ik El Maestro de Lucia op de voet. Paco de Lucía wordt de ‘profeet van de nieuwe flamenco’ genoemd. Hij fuseerde namelijk traditionele Andalusische flamenco met allerlei ingewikkelde harmonieën en razendsnelle toonladders. Zijn zeer virtuoze techniek heeft hem wereldbekend gemaakt. Niet voor niets noemde Eric Clapton hem ‘een titaan in de flamenco-wereld’.

 

De jonge Paquito

De gitarist werd in 1947 geboren als Francisco Sánchez Gómez, zoon van flamencogitarist Antonio Pecino Sánchez. Al in zijn vroege jeugd klonk het warme gitaargeluid van de nylonsnaren door de woonkamer.

Paco groeide op in een arme wijk van Algecíras. Zigeuners en arme Spanjaarden woonden naast elkaar en leefden veelal op straat. Om het leven draaglijk te maken werd er veel gedronken en gefeest. Op die feestjes zette De Lucía zijn eerste stappen als gitarist. Op zijn elfde had hij een optreden via de radio en ontving hij zijn eerste prijs. Al snel had hij een artiestennaam verzonnen. Paco was zijn roepnaam, dat is de afkorting voor Francisco. En hij was de zoon van Lucia. Francisco, die dan nog niet weet dat hij een gitaarlegende zal worden, komt de artiestenwereld binnen als Paco van Lucia.

Eind zestiger jaren ontmoette hij José Monje Cruz, bekend geworden onder de naam Cameron de la Isla. Met hem ging hij gedurende de jaren die volgden een zeer vruchtbare samenwerking aan, die leidde tot een nieuwe variant van de flamenco, de zogenaamde Flamenco Nuevo, een mix van contemporane en traditionele stijlen. De la Isla en De Lucía waren de gezichten van deze nieuwe stroming.
Van de twee virtuosen werden diverse elpees uitgebracht. Absolute meesterwerken en erg vernieuwend Maar ondertussen nam, vanwege het druggebruik van Camarón, na een aantal jaren de samenwerking af.

 

Flamenco in ontwikkeling

Paco´s grote doorbraak beleefde hij in 1976 toen hij de rumba Entre dos Aguas opnam. Zoiets was nooit eerder in de geschiedenis van de flamenco vertoond. Een rumba is een traditionele Afrikaans-Cubaanse volksdans en behoort dus niet tot de flamenco. Echter het nummer kwam direct in de Top 20 terecht, en bracht Paco de eerste internationale bekendheid. Entre dos Aguas werd een groot succes, maar authentieke flamencomuzikanten konden de frivole muzikale uitstap van De Lucía minder appreciëren. De Lucía verdedigde zijn keuze. “Ik zal altijd trouw blijven aan de traditionele vormen van flamenco, maar er moet plaats zijn voor ontwikkeling”, was zijn antwoord. Onder de authentieke flamencomuzikanten was het een wanklank dat Paco de Lucía, die overigens in die periode geen noten kon lezen, akkoorden, sequenties en toonladders begon te gebruiken, die gewoonlijk bij jazzmuziek horen.

( luister naar Entre dos Aguas door op de foto te klikken)

 

Ongehoord niveau

Tot grote ontsteltenis van de echte flamencopuristen, bleef de muzikant zijn grenzen verkennen. De Lucía, die op gehoor en gevoel speelde, zei hierover dat hij niet zomaar alles met flamenco deed wat hij zou willen, juist omdat het dan zijn eigen identiteit zou verliezen.

Zo geliefd als hij werd op internationaal gebied, zo minachtend sprak de flamencowereld in Spanje over hem. Maar hij had lak aan de kritiek en zei:
‘Flamenco wordt gemaakt door de mensen om je heen. Je leert het van je familie, je vrienden, tijdens feestjes vol drank. Pas daarna werk je aan je techniek. Flamencogitaristen hoeven niet te studeren. Het leven van een zigeuner is een leven vol anarchie, daarom is flamenco een stijl zonder discipline. Het belangrijkste in de muziek staat niet in de noten.’

De tweede keer dat ik Paco de Lucia in levende lijve zag was toen hij het jawoord gaf aan Casilda Varela Ampuero de dochter van een ex-Franco generaal. Omdat er tussen beide families in Spanje nogal wat consternatie was ontstaan, besloot het stel in Amsterdam voor de kerk te trouwen. De bedoeling was dat het geheim zou blijven, maar de Nederlandse pers had er lucht van gekregen en zodoende stond ik op die 27e januari in 1977 te koukleumen op het Begijnhof in de hoop een glimp op te vangen van de Spaanse gitaarvirtuoos.

Daarna heb ik De Lucia nog twee keer zien optreden. In Spanje, waar ik ondertussen woonde. Tijdens zijn carriëre werd hij bekroond met vele onderscheidingen waaronder de Latin Grammy Award voor beste flamencoalbum en El Premio del Principe de Asturias

 

paco5

 

Muziek is de moedertaal van het hart

De bijna-god van de flamenco stierf op 66-jarige leeftijd. Hij was met zijn kinderen op een strand in het Mexicaanse Cancun aan het spelen toen hij opeens onwel werd. Onderweg naar het ziekenhuis overleed hij aan de gevolgen van een hartinfarct. Hij ligt begraven op een oude begraafplaats in Algeciras.

 

Paco was een internationaal symbool voor vernieuwende flamenco, een bevlogen en zeer begaafd snarenwonder. In zijn muziek hoor je de klanken met ingetogen bezieling en uitbundige passie spreken. Het magische van zijn werk is, dat ik een gevoel van heimwee ervaar naar iets wat ik nooit heb gekend.