Vier mousserende wijnen uit Malaga om op het nieuwe jaar te toosten

Hoewel deze bubbels onder geen enkele oorsprongsbenaming of wel Denominacion de Origen vallen, zoals de cavas uit Cataluña, zijn ze van zeer hoge kwaliteit.

In 1670 liet de benedictijner monnik Dom Pierre Pérignon de kurk van de eerste fles mousserende wijn knallen. Dat was in de Franse regio Champagne, direct bij de abdij van Hautvilliers.

Eigenlijk was het gewoon een wijn in een gesloten fles die samen met suiker en gisten, die een natuurlijke creatie van magische ´schuim´ veroorzaakte dat later in de mode raakte vanwege zijn elegantie en verfijning.

Dankzij deze mode en de innovatie van de laatste jaren van verschillende wijnhuizen in heel Spanje, zijn er ​​mousserende wijnen ontstaan, zowel droog als zoet, die dankzij hun kwaliteit en elegantie ideaal zijn om het hele jaar door te consumeren.

Ook Malaga heeft de laatste jaren mousserende wijnen ontwikkeld die er niet om liegen en een heel eigen accent hebben omdat ze gemaakt zijn van de moscateldruif die oorspronkelijk uit Alexandrië komt.

Ik zet mijn vier favorieten voor je op een rij:

Florestel Sparkling Dry, gebotteld in de Quitapenas bodega, op basis van druiven die geoogst worden in de Axarquía, 100%  variëteit Moscatel de Alexandría, in dit geval een droge mousserende die opvalt door zijn aangename kracht en geur van oranjebloesem bloemen en met een grote fruitige elegantie.

Prijs bij benadering: € 8,50

Droge mousserende Botani, een van de jongste bodega’s van Malaga, van Jorge Orontes-wijnmakerij uit de gemeente Almáchar in de Axarquía in Malaga. Deze wijn wordt gemaakt volgens de Charmat-methode en heeft een prachtige biznagabloem op het etiket. Het is een zoete mousserende wijn, die 100% wordt gemaakt door de magische Muscat van Alexandrië. Een suggestieve sprankeling door de neus, gevolgd op door zijn formidabele smaak in de mond.

Prijs bij benadering  € 12,50

Sweet Sparkling Apiane, uit de plaats Mollina door Tierras de Mollina bodega in het noorden van de provincie Malaga, 100% door de Moscatel Morisco-variëteit (met kleinere en strakkere trossen dan zijn zusje uit Alexandrië), onderscheidt zich als een zeer elegante wijn, met een aangename passage in de mond en een goede balans tussen zoet en zuur.

Prijs bij benadering  € 9,95

Botani Espumoso Dulce, de eerste zoete mousserende wijn uit de provincie Malaga, wordt ook 100% gemaakt op basis van de variëteit Moscatel de Alejandría volgens de Charmat-methode. Een authentieke en aangename ´explosie´ door de neus die je niet onverschillig laat door zijn verleidelijke bubbel en mondgevoel.

Prijs bij benadering € 11,50

Nog even voor de duidelijkheid; Champagne komt uit Frankrijk, Cava komt uit Cataluña uit de streek van Vilefranca de Penedés en de hierboven beschreven bubbels uit de provincie Malaga vind je in de winkel of op de kaart van een restaurant onder de naam Espumosos (mousserende wijnen).

Salud!

Spaans smullen in de 7 leukste restaurants van Sevilla

Sevilla is een wereldstad en biedt een ruim assortiment aan goede restaurants. Natuurlijk is tapas hier een begrip, maar ook de internationale keuken hoef je in deze mooie en gezellige stad niet te missen. In dit blog vindt je tips over de 7  beste en origineelste restaurant in Sevilla die ik deze zomer heb mogen bezoeken.

Sevilla staat bekend om haar gevarieerde keuken, de grote hoeveelheid restaurants, barretjes en kroegjes. De Sevillianen nemen echt de tijd voor eten en houden van een aperitief of tapa vooraf.

Opvallend is dat de Sevillianen bijna allemaal tussen twee en vier uur uit eten gaan en ook vaak samen met het gezin, familie, vrienden of collega’s. De gewoonte is om na het middageten even siësta te slapen, want in de zomer is het erg warm en kan die siësta wel duren tot een uur of zeven. Eerder gaat men echt de straat niet op. Om Sevilla optimaal te beleven, ga je gewoon mee in het ritme van de Sevillanen. Tijdens de siësta zijn de winkels gesloten en is het, zeker in de zomer te warm om de straat op te gaan, dus neem je net als de locals de tijd om uitgebreid te lunchen.

Maar waar moet je in Sevilla zijn voor een smakelijke trip als het in de hele stad wemelt van de restaurants? Mijn tip is om in verschillende zones uit eten te gaan. Bijvoorbeeld bij het grote plein Alameda de Hércules en een andere dag in de Trianawijk. Ook is het leuk om eens te eten langs de oever van de brede rivier die Sevilla in tweeën splitst. El barrio de Santa Cruz is ook gezellig, daar kun je ook ´s avonds nog van een cocktail genieten op een van de rooftopbars.

Mijn favoriete restaurants in de Andalusische hoofdstad Sevilla, heb ik voor je op een rij gezet. Ze zijn alle zeven totaal verschillend en hebben toch één ding gemeen: De gezellige Sevillaanse sfeer en vriendelijke bediening.

 

  1. Seis Bar Restaurante

Ik logeerde enkele dagen in het Hotel Inglaterra. Sinds vorig jaar is het hotel een samenwerking aangegaan met het naast gelegen vrij nieuwe restaurant. Er hangt een gezellige sfeer, soms een beetje te zuinig verlicht, maar dat maakt, zeker ´s avonds een etentje weer intiem. Ze bieden een bijzondere kaart met op originele wijze opgediende gerechten. Zo heb ik genoten van de carpaccio van gerookt rundvlees dat met rook en al wordt geserveerd. En de pulpo die ieders aandacht trekt op een knalrode inktvis van keramiek. Seis Bar Restaurante is een plek waar je er de tijd voor moet nemen om optimaal te genieten. In het weekend is er livemuziek.

       

  

 

2. La Cantaora

Eigenlijk is La Cantaora in de eerste plaats een kleine zaal waar een authentieke flamencoshow wordt gehouden. Wil je flamenco in Sevilla beleven, dan is dit te plek ´to  be´. Je beleeft hier een onvergetelijke show waar een danseres en flamencodanser vol passie optreden en de show stelen. Ze worden begeleid door hun zanger en gitarist die zichtbaar emoties en gevoel in de muziek leggen. Er zijn twee opties; Je kunt reserveren om alleen de show te bekijken, of je bestelt het complete arrangement met diner, waar je zeker geen spijt van zult krijgen. Na afloop van de show, als de flamencodansers zich hebben omgekleed, drinken ze vaak nog even iets aan de bar en hebben een persoonlijk gesprek met de cliënten. Het ligt overigens op 10 minuten loopafstand vanaf Hotel Inglaterra.

 

  1. Casa Robles

Dit restaurant dat zijn deuren opende in 1954, is een begrip In Sevilla. Traditioneel, stijlvol en hoog in het vaandel staande Andalusische gastronomie. Tafellinnen, prachtig servies en glaswerk en professionele bediening. Een plek om eens sjiek uit eten te gaan en te genieten van een innovatieve Andalusische keuken op basis van traditionele gerechten. Toen ik het restaurant bezocht werden de borden, servies en glazen door de camarero behandeld met een UV lamp in verband met Covid protocol op hygiëne in de horeca. Een subtiel detail.

                                                               

 

  1. Alfareria 21

Aan de overkant van de rivier, in de Trianawijk bevinden zich nog oude tegelfabriekjes. Het is sowieso leuk om door die wijk heen te slenteren en voor een frisse rebujito bij Alfareria 21 binnen te stappen. Dit gerestaureerde fabriekje is omgebouwd tot restaurant. Sevillaans tegelwerk  geeft het restaurant de sfeer van weleer. Maar de keuken daarentegen is supermodern. Wat je zeker moet proberen zijn de kaasplank met o.a truffelkaas en de huispaté die schitterend wordt opgediend. Ook de brandade van bacalao met graatappelpitten is een aanrader en verassende combinatie. Een opvallend nagerecht is de pina colada. Nee, niet het drankje. Het zijn ananasblokjes die op speciale wijze vacuüm bereid worden met een mix van rum, suiker, kaneel en nog een paar ingrediënten die de kok ons helaas niet wilde verklappen

                                                                           

 

  1. Sal Gorda

Dit is een typisch Sevillaanse bar. Robuuste houten tafels met houten klapstoeltjes, een plek in het centrum, niet ver van de kathedraal waar je makkelijk even naar binnen loopt. Hier raad ik je aan om louter voorgerechten te bestellen. Een beetje het idee van tapas, maar dan wel grotere porties van uiteraard de typische jamon serrano of kazen, maar ook huisgemaakte creaties met croquetas, eendenfoie, pulpo, sardienen en sint jacobsschelpen. Klap op de vuurpijl is het dessert. geserveerd kreeg ik een enorme cacaoboon van verhard glazuur die ik voorzichtig met mijn vork stuk moest tikken om binnenin de smakelijke en romige inhoud met nootjes en chocola te ontdekken. Je kunt bij Sal Gorda beneden, boven of buiten op het terras zitten.

                                                                              

 

  1. Restaurante Cotidiano

Eens strak trendy restaurant met industrieel interieur met veel hout en prettige bruin leren stoeltjes. Veel zachtblauw tinten en wit met bijpassend keramiek servies. Een eerlijke en heerlijke keuken waar je voortreffelijke kwaliteit rundvleesgerechten kunt bestellen. Maar ook hier raad ik je aan om verschillende kleine gerechten te bestellen die je kunt delen. Om zo de fusionkeuken te ontdekken tussen Spaanse en Latijns-Amerikaanse smaken. Leuke en vlotte bediening en intieme hoekjes waar je alle rust van je maaltijd kunt genieten.

                                                                           

  1. Hotel Cortijo Torre de la Reina

Deze cortijo waar je via reservering ook kunt eten, ligt niet in de stad Sevilla, maar ietsje erbuiten. Toch wil ik het graag noemen. De Cortijo uit 1500 is meerdere malen gerestaureerd en doet nu dienst als boetiekhotel met tien kamers. Het wordt door een grote familie gerund en de maaltijden die je ook kunt nuttigen als je niet in het hotel logeert worden geserveerd op de stijlvolle patio van deze oude Sevillaanse boerderij. Voordat je gaat eten kun je een wandeling maken door schitterende tuinen met uitbundig kletterende fonteinen of de kunstgalerie binnen bewonderen. Deze plek is een oase van rust die je de tijd volkomen laat vergeten. Ik at als voorgerecht een smakelijke koude salmorejo en als hoofdgerecht rape (zeeduivel). Het nagerecht wordt bereid naar grootmoeders recept, een leche frita die geflambeerd wordt opgediend en helemaal in de oud Spaanse sfeer op de intieme patio past.

De beste tip die ik je kan geven als je ´s avonds uit eten wilt gaan, is om niet te vroeg in de avond een restaurant te gaan bezoeken. Ook door de week gaan de Spanjaarden zelf niet voor 21.30 uur aan tafel. Dat is eigenlijk het tijdstip waarop je in Sevilla buiten de deur kunt gaan eten.

Buen Provecho!

 

Naar Spanje na de Covid, ontdek de natuur en het historisch erfgoed in Castilla y Leon

Voor het eerst in jaren is het rustig in de grote steden van Spanje. Nu de grenzen nog gesloten zijn heerst er een ongekende stilte.

Maar over een paar dagen is het gedaan met de rust en opent Spanje zijn grenzen weer voor toerisme. In eerste instantie zijn de Schengenlanden welkom. Er is ondertussen hard gewerkt om zo snel mogelijk het toerisme in Spanje weer op gang te brengen.

Maar wil Spanje wel terug naar hoe het ‘vroeger’ was? De toerist is zeker zeer welkom in de de binnenlanden, maar is hij nog welkom in aan de kust of in steden als Madrid of Barcelona? En wil de toerist daar op dit moment wel heen?

De periode na de crisis geeft ons een unieke mogelijkheid om na te denken waar we met het toerisme heen willen. Waar we vandaan kwamen is niet de weg waarop we willen terugkeren. Bepaalde gebieden hadden duidelijk te maken met overtoerisme en de bijbehorende randverschijnselen. Dat zet onze identiteit en de leefbaarheid onder druk. De kunst is om met zijn allen een nieuwe vorm van toerisme aan te boren waarbij erfgoed een belangrijke plek inneemt.

Ik denk dat het goed is dat de schoonheid van Spanje toeristen trekt. Dat de monumentale steden door zoveel buitenlanders worden bezocht is een teken dat al die cultuurhistorische waarde wordt gewaardeerd. Iets waar we vaker bij stil zouden moeten staan.  Dé regio als het om erfgoed van Spanje gaat, is zonder twijfel Castilla y Leon want daar ligt de bakermat. Bovendien biedt Castilla y Leon schitterende natuurgebieden.

Voor mensen die zin in Spanje hebben, maar absoluut geen behoefte aan massatoerisme hebben zet ik zeven superplekken in Castilla y Leon voor je op een rij. Kies je voor rust en ruimte en niet voor rijen wachtende mensen bij musea, zoek dan deze veelzijdige regio eens op. Castilla y Leon ligt central in Spanje en is met auto, trein of vliegtuig goed te bereiken. (klik op de titel om het gehele artikel te lezen)

1. De adembenemende schoonheid van de Sierra de Gredos

 

Ver weg van de Spaanse Costa´s ligt een groen gebied waar de tijd stil lijkt te staan. Nagenoeg in het midden van Spanje vind je een oase van authentieke Spaanse natuur, vol wonderbaarlijke landschappen waar de paden en de bomen de sfeer van vroeger fluisteren.

Op ongeveer een uur rijden van Madrid ligt de prachtige bergketen van de Sierra de Gredos. Hier komen natuurliefhebbers om te wandelen en te genieten van rust en stilte. Het gebergte is een regionaal park met als hoogste punt de Pico Almanzor van 2.592 meter hoog. De streek staat met name bekend om de mooie, glasheldere bergmeren en ruige kloven.

 

2. Eurovelo 1, de Atlantische kustroute op de fiets

 

Wat bezielt me om op weg te gaan? Deze vraag stel ik mezelf regelmatig. Weg uit je vertrouwde omgeving, los uit de dagelijkse sleur, andere mensen ontmoeten, genieten van de mooie natuur op een andere plek, andere landschappen ontdekken of nieuwe ideeën of inzichten opdoen.

Dit keer maak ik een fietstocht door het noorden van Spanje over de Eurovelo 1-route in Castilla y Leon en ga ik op zoek naar afwisselende landschappen onder de Spaanse zon. De Eurovelo 1 is officieel een route van ruim 9000 kilometer die loopt van Noord-Noorwegen naar Zuid-Portugal maar ik beperk me tot een paar dagen op het traject dat door Noord-Spanje loopt. Het startpunt is het dorpje Villafranca Montes de Oca. Van daaruit fiets ik over oude geitenpaden, langs riviertjes en watervallen en af en toe stop ik bij een kappelletje in een gehucht of dorp.

 

3. Mogarraz. Een verscholen bergdorp met eigen identiteit

 

Omringd door honderden portretten, waarvan de ogen mij aanstaren, drink ik een lokale sterke drank op het terras van de plaatselijke kroeg in het bergdorpje Mogarraz. Ik voel me nogal bekeken door de beeltenissen rondom mij waarmee ik geconfronteerd word.

4      10

Ik ben in dit dorp beland via een bergpad vanuit La Alberca, een plaatsje in het binnenland van Salamanca dat tegen de Sierra de Francia ligt aangeplakt. Op het eerste gezicht lijkt Mogarraz exact op de andere dorpjes die ik in de omgeving bezocht heb. Vakwerkhuizen met een paar verdiepingen, een oude kerk met een verlaten historisch plein en in de keienstraten de vriendelijke boerenbevolking bij wie je op de verweerde gezichten kan aflezen dat het bestaan in de Sierra, zelfs vandaag de dag,  niet gemakkelijk is.

 

4. Burgos; wandelen door duizenden jaren oude geschiedenis

 

Burgos staat onder andere bekend als stad waar veel pelgrims neerstrijken die de route naar Santiago de Compostela lopen. De boeiende stad ligt op 860 meter hoogte aan de rivier de Arlanzon. De hoofdbezienswaardigheid van Burgos is de grote Santa Mariakathedraal en dit is de voornaamste reden van mijn bezoek aan de stad. De Santa Maria staat als enige kathedraal van Spanje op de werelderfgoedlijst van Unesco en heeft grote gelijkenis met de Notre Dame in Parijs.

Tussen de 10e en 15e eeuw is Burgos de hoofdstad van het Koninkrijk van Castilla-Leon. Door de gunstige ligging aan de Camino, de weg naar Santiago de Compostella, en het monopolie op de handel in merinowol, ontwikkelt de stad zich in de middeleeuwen van militair gehucht naar een krachtige commerciële stad. In de stad is veel van de middeleeuwse pracht bewaard gebleven. Bijzondere gebouwen zijn onder andere de Mudejarboog van San Esteban en de gelijknamige gotische kerk.

Sinds 1984 staat de Kathedraal van Burgos op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
De Santa Mariakathedraal is gebouwd op de top van een Romaanse tempel naar het Normandisch Frans, gotisch model. De geschiedenis van de gotische kunst wordt in deze kathedraal samengevat in de architectuur en unieke collectie kunstwerken, waaronder de koepel met sterrenhemel, veel schilderijen en glas-in-loodramen. Onder het koepelgewelf ligt het grafmonument van de Spaanse ridder El Cid Campeador en zijn vrouw Doña Jimena. Aan de noordzijde van de kathedraal bevindt zich de escalada dorada, een gouden trap uit de renaissancetijd. Een ander historisch kunstwerk is de Papamoscas. Een beeld dat op elk uur zijn mond opent en zijn tong uitsteekt.

5. De mooiste 5 monumenten in Segovia

De Spaanse stad Segovia ligt op ongeveer anderhalf uur rijden ten noordwesten van Madrid. De hooggelegen stad behoort tot de autonome gemeenschap Castilla y León. Segovia is een wat minder bekende parel uit de geschiedenis, die in het jaar 1985 uitgeroepen werd tot werelderfgoed van Unesco. En dat is niet geheel onterecht. Zo bevindt zich hier de belangrijkste en tevens nog geheel complete Romeinse aquaduct van Spanje. Maar het compacte historische centrum heeft nog veel meer te bieden. Achter het sprookjesachtige Alcázar, de vele paleizen, kloosters en de kathedraal van Segovia gaan heel wat verhalen en legendes schuil.

IMG_1936

Het schitterende kasteel van Segovia lijkt erg veel op de sprookjesachtige kastelen in kinderboeken. En ook de geschiedenis en legendes doen er misschien niet voor onder. Het ‘Alcázar Real de Segovia’ aan de Plaza de la Reina Victoria Eugenia, is een erfenis uit de negentiende eeuw.

 

6. De Arribes del Duero, een verscholen juweel in de natuur.

 

Pepe neemt met zijn auto een scherpe bocht over het hobbelige keienpad. Met rode wangen, het is 35 graden en Pepe heeft geen airco, geniet ik van het woeste landschap. Toch ben ik blij als ik weer uit mag stappen bij de Mirador Picon de Felipe, want de auto heeft namelijk ook geen schokbrekers…

20160608_154019

Wat ik te zien krijg is de moeite waard. Als ik naar beneden kijk in een duizelingwekkend ruim 500 meter diep ravijn, zie ik tussen de ruige bergen de rivier de Duero stromen. De Duero is de belangrijkste rivier in het noordwesten van het Iberisch Schiereiland. Hij ontspringt in Spanje in de provincie Soria op 2000 meter hoogte en loopt over een lengte van bijna 900 kilometer naar het Portugese Oporto waar hij in de Atlantische Oceaan uitmondt. Over een lengte van 112 kilometer vormt de Duero de grens tussen Spanje en Portugal.

 

7. Goede wijn behoeft geen krans; La Rueda

 

Als er ooit een druif is geweest die het moet hebben van geavanceerde technologie, dan is het wel de Verdejo, die voornamelijk in en rond het plaatsje La Rueda, ten noordwesten van Madrid, geoogst wordt.

Laatst was ik op bezoek bij de familie Yllera die gedurende de afgelopen twintig jaar een groot aantal kleine oude bodega´s in Rueda van de ondergang hebben kunnen redden. Een bijzonder project heeft er voor gezorgd dat Grupo Yllera de diverse kelders van deze bodega´s met elkaar in verbinding hebben gesteld en zo is er een ondergronds labyrint van oude wijnkelders ontstaan dat je kunt bezoeken. Het labyrint ligt twintig meter onder de grond en is bijna een kilometer lang.

3 9

Het labyrint is genoemd naar een verhaal uit de legende uit de Griekse Mythologie waar ´De draad van Ariadne´ centraal staat. Ariadne zou de held Theseus geholpen hebben te ontsnappen uit het labyrint waar een Minotauro woonde. Ze gaf Theseus een zwaard en een kluwen wol (De draad van Ariadne). De wollen draad moest hij afwikkelen terwijl hij het labyrint in ging. Ariadne was namelijk bereid om Theseus te helpen op voorwaarde dat hij met haar zou trouwen, zodra hij de uitweg uit het labyrint gevonden zou hebben. Theseus doodde met het zwaard de Minotaurus die in het labyrint huisde en vond dankzij ´De draad van Ariadne´ de uitgang terug.

De ondankbare Theseus liet Ariadne kort daarna in de steek. Maar de god van de druiven en de wijn, Dionysus, onfermde zich over haar en maakte haar tot zijn vrouw.
Het wijnhuis Yllera heeft haar wijnen naar de personages van de legende genoemd; Ariadna, Dedalo, Teseo, Las Doncellas, El Minotauro, Dionisos etc. Iedere wijn heeft, afhankelijk van zijn karakter en leeftijd, een bijpassende naam uit de legende gekregen.

Voor een veilige vakantie en een rustig gevoel wat betreft afstand bewaren kun je uit deze 7 superplekken vast een keuze maken. Mijn advies is : doe ze gewoon allemaal en neem de tijd en voel, proef, ruik, hoor en observeer de schoonheid tijdens je ontdekkingstocht door het oude Spanje.

 

Acht supertips voor een Covid Safe vakantie in Andalusië

“Spanje wacht op jullie!” Als een van de laatste Zuid- Europeese landen in de rij nodigde premier Sánchez zaterdag toeristen uit om vooral de zomer door te brengen in zijn land.  De hoop op een mooie zomervakantie wordt alleen maar groter, nu ook Spanje zijn grenzen voor buitenlanders gaat openstellen

We garanderen dat toeristen geen risico zullen lopen, zegt premier Sanchez. Deze stap komt niet als verrassing; eerder in de week kondigde de minister van Transport al aan dat het buitenlandse toerisme vanaf eind juni weer op gang gebracht wordt. Volgens de minister wordt daarbij dan wel gekeken naar de gezondheidssituatie in het land waar mensen vandaan komen en waar de toeristen in Spanje naartoe willen. Hij zei ook dat de Spanjaarden en residenten dan weer buiten hun eigen provincie mogen reizen.

Kom jij naar Spanje of woon je in Spanje en zou je tijdens je vakantie massatoerisme en drukte willen vermijden? En zou je bovendien plekken willen bezoeken met rust en ruimte of fysiek bezig willen zijn? Dan geef ik vast 8 supertips!

 

Tien verborgen plekjes aan de Costa Tropical. Meer dan zon en zee…

 

20190315_104733

De Costa Tropical is het bescheiden buurmeisje van de Costa del Sol en bestrijkt de 73 kilometer lange kustlijn van de provincie Granada. Er zijn tientallen stranden en kleine baaien met kristalhelder water, meer dan 300 dagen zon per jaar en een gemiddelde temperatuur van 20 graden.

Aan de tropische kustlijn liggen 19 dorpen. De bekendste zijn Almuñécar, La Herradura, Motril en Salobreña. Naast deze stranden zijn er kleine en rustige baaien gelegen in Albuñol, Castell de Ferro, en Polopos.

Naast de tropische kust biedt dit gebied talloze culturele, sportieve en gastronomische mogelijkheden. En natuurlijk de prachtige natuur. In dit artikel beschrijf ik 10 verborgen plekjes met activiteiten die je het hele jaar door kunt ondernemen.

 

Castellar de la Frontera, van Moren tot Hippies

 

Het dorp Castellar de la Frontera ligt in de provincie Cádiz. Het is onderdeel van het achterland van el Campo de Gibraltar en grenst aan de gemeenten San Roque, Jimena de la Frontera, Los Barrios en Alcala de los Gazules, in het natuurpark Los Alcornocales. De uitgestrekte gemeente is opgesplitst in drie centra; Castellar Viejo, Castellar Nuevo en Almoraima.

Dit historische vestingdorp staat bekend om zijn kasteel, het woord ‘Castellar’ betekent letterlijk ‘ plaats van het kasteel’. Castellar de la Frontera Vieja ligt hoog op een heuveltop en heeft een indrukwekkend zicht over de provincies Cadiz en Malaga. Ooit was het een waar kunstenaarsdorp met een bijzondere aantrekkingskracht. Als je wandelt door de smalle kronkelige straatjes, die uit de islamitische periode stammen,  voelt het net of je even door de geschiedenis wandelt.

Een aantrekkelijke en rustige omgeving omringt door de dorpen van het Campo de Gibraltar gebied en het natuurpark Los Alcornocales.

 

Ubeda, werelderfgoedstad in één dag

 

Úbeda is een bestemming die je, als je in Andalusie bent, zeker moet bezoeken. Op mijn route door de provincie Jaén kon ik er niet omheen, Ubeda is samen met Baeza, een werelderfgoedstad. Het zijn twee dorpsnamen die onvermijdelijk samenvallen en door Spanjaarden in een adem genoemd worden als topexcursie. Waarom? Omwille van de prachtige renaissance stijl waarin deze dorpen, beide UNESCO Werelderfgoed, rijkelijk baden. Een stijl die vrij uniek is in Spanje!

Ook de gastronomie is er een bron van genot. Dit is de poort van Andalusië, waar een zee van olijfbomen je welkom heet voor je het verleden in deze dorpjes binnen treedt. Welkom in de provincia Jaen, gastvrij en zonnig! Met bovendien het grootste natuurpark van Andalusië, La Cazorla.

 

Roadtrip en fietsen door de Sierra Subbetica

 

Het natuurpark Sierra Subbetica ligt in Andalusië, op slechts een uurtje rijden van Cordoba of Malaga stad. Het is de thuishaven van één van de grootste kolonies griffioengieren van Spanje en sinds 1988 een erkend natuurpark. Het natuurpark heeft een oppervlak van 31.568 hectare en beslaat de witte dorpen Cabra, Carcabuey, Doña Mencía, Iznájar, Luque, Priego de Córdoba, Rute y Zuheros. De meest bezochte dorpen zijn: Cabra met de hermitage, Iznajar met het stuwmeer en Zuheros.

In het natuurgebied zijn negen bewegwijzerde wandelpaden. Daarnaast is de “Via Verde de Subbetica” een aanrader. Een traject dat vroeger dienst deed als spoorlijn en dat je langs prachtige plekken en via diverse tunnels en viaducten voert. Hoe kun je deze mooie plekken combineren en plan je je je bezoek om de dorpen en de omgeving goed te leren kennen? Ik raad je aan om er drie dagen voor uit te trekken en twee overnachtingen te reserveren.

 

Walvissen en dolfijnen spotten vanuit Tarifa

 

Tijdens de warme zomerse dagen in Andalusië is het heerlijk vertoeven op het water. De Straat van Gibraltar, de zeestraat tussen Zuid-Spanje en Marokko, is een van de beste plekken in Europa om dolfijnen, orka’s en walvissen te spotten. Het voedselrijke water van de Straat van Gibraltar is het leefgebied van verschillende soorten walvissen en dolfijnen. Van april tot oktober vertrekken er vanuit Tarifa dagelijks whale watching tours, waarbij je de indrukwekkende zeezoogdieren van dichtbij kunt bekijken.

Er komen zeven soorten walvissen en dolfijnen voor in de Straat van Gibraltar. Vier daarvan verblijven er het hele jaar: de gewone dolfijn, de griend walvis, de tuimelaar en de gestreepte dolfijn. De Orka’s komen in juli en augustus naar de Straat van Gibraltar om de blauwvintonijnen op te wachten die dan terugkeren uit de Middellandse Zee. Potvissen zijn van maart tot juli te spotten. Zij jagen in die periode op diepte op de reuzeninktvis. En vinvissen passeren de zeestraat tussen mei en juli op doortocht van de Atlantische Oceaan naar de Middellandse Zee.

 

Zomerochtend in Cádiz.

 

El Lorenzo, zoals de zon in Spanje ook wel genoemd wordt, straalt aan de azuurblauwe hemel. Ik heb zojuist de honderddrieënzeventig traptreden van de Torre Tavira beklommen en sta op het vijfenveertig meter hoge dak dat uitkijkt over de oudste stad van Europa. Torre Tavira bestaat uit twee verdiepingen met daarop nog een torentje. Via een stalen deur kom ik de Camera Oscura binnen. Mijn ogen moeten even wennen aan de duistere ruimte, maar al snel zie ik de schim van gids Ramon die begint uit te leggen hoe de Camera Oscura werkt.

De oudste en meest liberale stad van Europa in die tijd, ontwikkelde zich tot de belangrijkste havenstad van Spanje. Mannen van de zee, een en al zout en horizon, brachten de schepen over de Atlantische Oceaan naar de goudgebieden van andere continenten.
In de haven heerst nog altijd de sfeer van weleer. In gedachten zie ik een excentrieke dame in een robijnrode jurk voet aan wal zetten en in een rijtuig stappen. Ze laat zich rijden naar het chique Balneario aan de Playa la Caleta waar ze het rijtuig verlaat en de koetsier, die haar hutkoffer aflaadt, wat munten in de hand stopt.

 

Alcala La Real en La Fortaleza de la Mota

 

Hoe vaak ben ik er niet voorbij gereden op een tocht van Granada naar Cordoba: ´La Fortaleza de la Mota´ in Alcala la Real, een majesteus fort dat hoog vanaf een berg over de olijfvelden uitkijkt. Het sprookjesachtige beeld intrigeert me al jaren. Hoog tijd voor een bezoek dus.

Alcala is het Moorse woord voor fort en het zijn dan ook de Moren die in 713 de berg veroveren en er als eerste een enorme moskee bouwen. De stad die rond de moskee ontstaat, heet in die tijd Qul´at en is het bezit van de Banu Said familie. De roemruchte burcht neemt een bijzondere plaats in als het gaat om de bescherming van het Alhambra in Granada en is vanaf dat moment een gewild strategisch punt waar flink om wordt gestredenEeuwenlang ligt Alcalá la Real in het grensgebied van het Arabische en Christelijke Spanje, het deel van Andalusië dat overheerst werd door de Arabieren en dat deel wat op hen heroverd was.

Overigens kun je in de binnenlanden van Andalusië ook een kastelentocht maken.

 

Sherry proef je in Jerez

 

Er is maar één manier om sherry echt te proeven: onder de strakblauwe hemel van Andalusië, met je voeten op de kalkhoudende aarde, met tapas en ritmische gitaarklanken erbij. Sherry, de drank die voor de Britten zo belangrijk werd, wordt gemaakt van Palominadruiven uit het bijzondere kalkwitte gebied in het puntje van Andalusië, Jerez.  De driehonderd dagen zonneschijn per jaar geven een gemiddelde temperatuur van bijna 20 graden. Je vraagt je af hoe er daar een druif kan groeien, maar dat komt onder andere door de invloed van de Atlantische Oceaan die er voor zorgt dat er tussen oktober en februari zo’n 600 millimeter aan water valt.

Hoofdstad van de sherry is Jerez de la Frontera, een levendige stad midden in Andalusië waar de wijngaarden zich rondom uitstrekken. Alle grote en bekende sherrybodega’s zoals Osborne, Sandeman, Gonzalez Byass zijn hier gevestigd. Het oude centrum is Spaanser dan Spaans met zijn tapasbarretjes, pleinen en patio’s, flamenco, smalle straatjes, kleurige bougainville, witte muren en Mariabeeldjes. De prachtige architectuur en een geschiedenis van drieduizend jaar wijnhandel maken Jerez tot een aantrekkelijke plek voor wijnliefhebbers.

Jerez is een uitstekende uitvalsbasis voor wijnroutes door Malaga en Cadiz. Bovendien kun je in de stad Jerez de Koninklijke paardrijschool bezoeken en de Andalusische danspaarden zien optreden.

 

Met deze tips kun je er zeker van zijn om in alle rust de mooiste plekjes van Andalusië te ontdekken. Wandelen, fietsen, wijn en olijven proeven, dolfijnen spotten, openluchtmusea en schitterende natuurparken. Er zit vast iets voor je bij.

Nu nog wachten tot we mogen…

En in de tussentijd…Andalusië wacht op je!

 

 

 

De adembenemende schoonheid van de Sierra de Gredos

Ver weg van de Spaanse Costa´s ligt een groen gebied waar de tijd stil lijkt te staan. Nagenoeg in het midden van Spanje vind je een oase van authentieke Spaanse natuur, vol wonderbaarlijke landschappen waar de paden en de bomen de sfeer van vroeger fluisteren.

Op ongeveer een uur rijden van Madrid ligt de prachtige bergketen van de Sierra de Gredos. Hier komen natuurliefhebbers om te wandelen en te genieten van rust en stilte. Het gebergte is een regionaal park met als hoogste punt de Pico Almanzor van 2.592 meter hoog. De streek staat met name bekend om de mooie, glasheldere bergmeren en ruige kloven.

Spaanse steenbokken en reeën worden hier regelmatig gespot en vogelaars kunnen op zoek naar de steenarend, Spaanse keizerarend, monniksgier en vale gier. Ik rij door het imposante bergebied en val van de ene verbazing in de andere. Wat een uitzichten, wat een ongekende schoonheid, en wat een rust! Ik krijg onmiddellijk zin om de wandelschoenen aan te trekken en parkeer de wagen bij een gemarkeerd landweggetje.

In dit droomgebied voor wandelaars zijn de paden, die verzorgd worden door de parkwachten, uitstekend begaanbaar. Ik hoef geen professionele klimmer of bergwandelaar te zijn om vlak bij de toppen te komen. Vanaf het Plataforma de Gredos zijn er goed begaanbare wandelroutes te ontdekken. Voor vandaag heb ik gekozen om te wandelen aan de zuidzijde van de bergen die uitkijken op de regio Extremadura.

De uitdagende bergpaden slingeren boven indrukwekkende valleien. Er liggen kleine dorpjes, die via smalle asfaltweggetjes met elkaar zijn verbonden. Kenmerkend voor de zuidelijke Gredos-hellingen is het zachte microklimaat. Daarentegen heb ik gehoord dat het op de noordhellingen soms wel tien graden kouder kan zijn en blijft de winterse sneeuw liggen tot in april of mei.

Zo hoog in de bergen is de lucht schitterend blauw. En bijna altijd komt de zon hier in volle glorie op. Niet altijd, maar zo rond 300 dagen per jaar is er licht. Puur zonlicht en zuivere lucht. Is dat niet geweldig? Het voorjaar is misschien wel de mooiste tijd om in de Sierra de Gredos te bezoeken.

Alles is dan groen, fris en fruitig en de temperatuur is zacht. Qua klimaat is het heerlijk, al koelen de nachten behoorlijk af. Deze tijd van het jaar is ideaal om op verkenning te gaan naar dorpjes en stadjes en naar de diversiteit binnen het gebied. Maar ook ´s winters kun je er terecht, dan wordt er veel getoerskied en gewandeld op sneeuwschoenen.

Het wonderlijke is dat ik me op het ene moment bevind in een lieflijke vallei met meren en het volgende moment in een granieten landschap met ruige pieken tot bijna 2600 m. Het ongerept natuurgebied van ongeveer honderd kilometer lang is uitgeroepen tot een beschermd natuurpark, waar veel wild leeft.

De Sierra kent een rijke geschiedenis en is bekleed met talrijke fraaie dorpjes met kleine huizen, waar je nog kan genieten van eenvoud, stilte en streekgerechten. Toeristen kom je hier vrijwel niet tegen.

Na mijn eerste wandeldag logeer ik in het Parador Hotel Gredos, de eerste Parador hotel dat in 1928 in Spanje is gebouwd.  Oorspronkelijk was deze Parador bedoeld als jachtpaviljoen voor koning Alfonso VII, vandaar de zeer rustieke inrichting in warme groene en rode tinten met talrijke jachtmotieven en jachttrofeeën.

In het restaurant geniet ik van een heerlijke maaltijd van streekgerechten, waaronder een flink stuk vlees van de zwarte Avileense koe. Voor gastronomie zit je in Castilla y Leon natuurlijk altijd goed.

Na de maaltijd ben ik uitgenodigd in het observatorium van het hotel om een Starlite experience mee te maken. Door de heldere nacht is het een ideale plek om sterren te kijken terwijl ik uitleg krijg van een astronoom en de deken die het hotel voor me heeft klaargelegd, om me heen sla.

De volgende dag rij ik naar het bezoekerscentrum aan de noordkant van de Gredos. In het Casa del Parque vertelt de gids me van alles uit over het ontstaan van de het gebergte en over de natuur. In het centrum biedt men de gelegenheid om gratis een E-bike te gebruiken, een initiatief van het door de Europese Unie gesubsidieerde Moveletur.

Wat mij betreft is het ideaal om de omgeving op een elektrische fiets te ontdekken want aan deze kant van de bergketen liggen uitdagend slingerende maar vooral steile bergpaden die boven indrukwekkende valleien slingeren. Zonder veel inspanning te verrichten glij ik langs het landschap met veel zwartharig rundvee dat vrij rondloopt en in de lager gelegen gebieden bezoek ik dorpjes die leven van de amandeloogst, bijenteelt en wijnbouw.

Na de fietstocht eet ik mijn picknick in de schaduw van de bomen en kan ik genieten van de veelzijdigheid aan vogels die in het gebied leven en gretig van mijn overgebleven stukje stokbrood pikken. Dan pak ik de auto en na een tijdje rijden, parkeer ik bij het uitzichtspunt Puerto del Pico.

Van hieruit loopt een oud romaans pad, La Calzada Romana, dat uitkomt bij het dorpje Cuevas del Valle. Als de stenen van dit vijf kilometer lange pad konden spreken, dan zouden ze me vertellen over de Romeinen die het pad hebben aangelegd.

Eenmaal in het dorp aangekomen, neem ik plaats op een terrasje langs de rivier en bestel ik een glaasje lokale wijn. De waard van het lokaal vraagt of ik Spaans spreek. Hij heeft niet veel te doen en komt even bij met zitten. Zo kom ik te weten dat de wijnbouw in de Gredos is al eeuwenoud is en gemaakt wordt van de Albillo Real, een inheemse druivensoort.

De wijn heeft de naam Cebreros gekregen en is daarmee vernoemd naar één van de wijndorpen in het gebied. Een dorp met een bijzondere geschiedenis, want Adolfo Suarez, de eerste democratisch gekozen president van Spanje na de dictatuur van Franco, komt er vandaan.

De oude coöperatief in Cebreros is in handen van een Spaanse wijnmaker die het potentieel van de wijnen in deze regio al vroeg zag. Hij brengt met zijn wijn Transicion een prachtig eerbetoon aan de geschiedenis van Cebreros door met deze naam te verwijzen naar de transitieperiode van dictatuur naar democratie, onder leiding van president Suarez.

Terwijl we in de zon wat zitten te babbelen, zet mijn gesprekspartner nog een glaasje wijn neer en trakteert hij me op een schaaltje gezouten amandelen van eigen oogst. Hij legt me uit dat via het oude romeinenpad ieder jaar in juni de Transhumancia wordt gehouden.

Dan wordt het vee dat in de winter in lager gelegen gebieden wordt ondergebracht naar de hoge bergen wordt geleid waar velden met fris sappig gras op hun komst wachten. Het schijnt een hele belevenis te zijn waar veel nationale toeristen op af komen.

De Transhumancia valt net niet samen met La Fiesta del Piorno, Het feest van de brem, eind mei/ begin juni. De Gredos schijnt in die periode te schitteren van goudgele bremstruiken. Ik kijk er van op als ik hoor dat op La Fiesta del Piorno tijdens het muziekfestival zelfs internationale artiesten hebben opgetreden zoals Sting, Bob Dylan en Rod Stewart.

De Sierra de Gredos is een ruig en onherbergzaam gebied met prachtige beekjes, grillige bergtoppen, kronkelende bergpaden en machtige rotsformaties. Een prachtig decor voor een heerlijke vakantie. In dit gebied in de provincie Avila (Castilla y Leon) kun je behalve genieten van de omgeving en van de gastronomie, je sportieve hart volledig ophalen.

Uiteraard heb ik ook meteen een bezoek gebracht aan Avila, de hoofdstad van de gelijknamige provincie. Het is op een hoogte van ruim 1100 meter de hoogste provinciehoofdstad van Spanje. Avila is beroemd vanwege zijn muur, niet voor niets Unesco Werelderfgoed, die de hele binnenstad omringt met de 2.5 km lange stadswal uit de Middeleeuwen, met 88 torens en 9 toegangspoorten.

Ik breng de laatste nacht door in het monumentale historische centrum van de stad, geheel in historische sfeer, in het Parador Raimundo de Borgoña, een paleis uit de zestiende eeuw. Zonder een moment te twijfelen kies ik ervoor om te dineren in het stijlvolle restaurant van het hotel dat uitkijkt op de paleistuin en de stadswallen.

Ik bestel de beroemde pucherete teresiano, een stoofpot van varkensvlees en groenten typisch voor Ávila en als dessert, de beroemde yemas de Santa Teresa, een gesuikerd gerechtje op basis van eigeel dat net als het hoofdgerecht genoemd is naar Santa Teresa de Jesus, de beschermheilige van de stad.

De Sierra de Gredos in Avila kun je per auto bereiken via Madrid, Salamanca of via de Zilverroute vanaf Extremadura.

(Met dank voor de trip aan het Spaans Verkeersbureau in Den Haag en Fundacion Siglo in Castilla y Leon)

 

 

 

 

 

97 unieke ervaringen in Paradores de Turismo

Logeren in de Paradores van Avila

Afgelopen maand kreeg ik opnieuw de kans om in twee spookjesachtige Paradores te mogen logeren. Dit keer in de provincie Avila. De eerste twee nachten logeerde ik in het Parador in de stad Avila en had ik de mogelijkheid om de Unescostad in alle rust te bezoeken. Vervolgens maakte ik een roadtrip door de Sierra de Gredos en sliep ik twee nachten in het oudste Parador van Spanje, midden in het indrukwekkende natuurgebied Gredos.

Paradores zijn unieke plekken om te logeren. De Spaanse hotelketen bestaat momenteel uit 97 accommodaties, gelegen door het hele land. Overnachten in deze vaak historische bouwwerken, betekent een reis terug in de tijd, met vanzelfsprekend modern comfort. Een verblijf in een Parador is de ideale basis voor een verkenningstocht door het mooie Spanje.

 

Overnachten in kastelen, kloosters en andere historische gebouwen.

De meeste Paradores zijn gevestigd in gerestaureerde kastelen, kloosters en andere historische gebouwen of liggen in een historisch uiterst interessante omgeving. Door hun kleinschaligheid ben je verzekerd van Spaanse gastvrijheid en persoonlijke service. Naast die prachtige setting, bieden de hotels goede  faciliteiten, van gerenommeerde golfbanen tot moderne spa’s en niet te vergeten: alle comfort die je je wensen kunt. In de eersteklas restaurants van de Paradores kunt u kennismaken met de voortreffelijke regionale gerechten. Haute cuisine in een unieke omgeving!

Routes en voordelen! 

Een verblijf in een Parador is een fantastische manier om kennis te maken met de rijke cultuur, de tradities en levensstijl van de Spanjaarden. Je hebt een grote keuze uit unieke locaties; van het groene bergachtige noorden tot de schitterende kustlijn van Andalusië in het zuiden.

Er zitten grote verschillen tussen de Paradores, zo kun je kiezen tussen bepaalde stijlen, regio’s of segmenten. En wat dacht je ervan om eens een Parador route te maken? Ook tijdens de routes kun je kiezen tussen verschillende thema-routes. Zo zijn er wijnroutes, de natuurroutes en bijvoorbeeld de mediterrane route.

Om volop van de bestemming te genieten zijn de “Paradores experiences” gecreëerd. Die de mogelijkheid bieden om unieke verblijven te combineren met  culturele, historische, gastronomische en welnesservaringen. Op de website staan diverse routes en unieke pakketten om uit te kiezen. Kies de ervaring die je het meest aanspreekt  en ontdek Spanje, de gastronomie, de cultuur, de natuur en de Spaanse hartelijkheid.

De 100e Parador

Het Paradorconcept blijft in beweging. Op dit moment staat gepland dat in 2020 de 98e Parador zal worden geopend. In de provincie A Coruña aan de Costa de la Muerte in Muxa. Ook zijn de restaurantiewerkzaamheden in gang gezet van het Monasterio de Veruela in de provincia Zaragoza. Daarna zal  er ook op Ibiza, Morella en Molina de Aragon aan uitbreiding gewerkt worden. In 2018 vierde de Pardores dat het concept 90 jaar bestond en zoals het er nu uit ziet hebben Paradores binnen een jaar of twee opnieuw reden tot een feestje. Als de 100e Parador zal worden geopend.

Bestaat er een top 5 van Paradores?

Op de ochtend van mijn vertrek uit de Sierra de Gredos, ontbijt ik met Alejandro Nedstrom, de International Area Sales Manager. Hij is al bijna dertig jaar werkzaam bij Paradores. Als ik hem vraag welke zijn favoriete Parador is moet hij glimlachen. ´Van de 97 Paradores die er bestaan, hoef ik er nog maar 4 de ontdekken. Iedere keer als ik een van onze hotels bezoek, ben ik weer verbaast. Want iedere ervaring is anders. Het is onmogelijk een top 5 samen te stellen. Zelfs als je me naar een top 10 of top 20 zou vragen, zou ik nog je geen antwoord kunnen geven. Iedere Pardor heeft iets speciaals dat aanspreekt. Hotels die de geschiedenis doen herleven, hotels die de natuur ons geeft, hotels die ons een unieke ervaring bieden, de kwaliteit van alles. Er is éen ding dat ze allemaal gemeen hebben: Dat is de warme uitsraling van het personeel.´

Ik heb zelf nog heel wat Paradores te ontdekken. Mijn top 10 kun je vinden op een eerder geschreven blog. Tijdens mijn ontbijt met Alejandro hoor ik dat in een van de Paradores op mijn favoriete lijstje zich ook spoken herbergen. De directeur en het personeel durven daar´s nachts niet alleen in de receptie of in het restaurant te zijn. Over unieke ervaring gesproken… Wil je weten welke Parador dat is? Ik geef je één tip. Het staat in mijn top 10 en ligt in Andalusië… Maar eigenlijk raad ik je aan gewoon alle Paradores die je op je route tegenkomt uit te proberen.

 

 

 

 

 

Cigales, wijngebied van pittige rosados in Noord Spanje

Ik wist dat hij bestond, de Denominacion de Origen van Cigales, ergens in Noord Spanje, maar had ´m nog nooit geproefd. Op mijn tocht door het noorden van Castilla y Leon had ik eindelijk de kans. Ik bezocht het wijnplaatsje Cigales, dat tussen Burgos en Valladolid ligt en liet me door Enrique gidsen, door het dorp, langs het het consejo regulador, dat gehuisvest is in een gerenoveerd klooster en vervolgens door zijn wijngaard iets buiten het dorp waar de wijnstokken in mei voorzichtig hun eeste blaadjes tonen. Een fris gebied dus, maar gelijk ook met hete zomers, waar de Castilla y Leonstreek bekend om staat.

In een landschap waar stevige rode wijnen van de D.O Ribera de Duero en D.O Toro en één van de beste witte wijnen, de D.O Rueda de boventoon voeren, is het verbazingwekkend dat Cigales vooral bekend is om zijn rosados. Wijn die komt van de tinto de pais druif ofwel tempranillo druif. Het is vooral Cigales, een deel van Cataluña en de comunidad Navarra die zich in Spanje op rosado-wijnen richten, allemaal noordelijke streken.

 

Het Cigalesgebied wordt bevloeid door de rivier de Pisguera. De grond is voornamelijk kalksteen en de wijnstokken staan gemiddeld op een hoogte van 500 meter. Het wijndorp is omgeven door wat op het eerste gezicht op enorme termietheuvels lijken en ongeveer een of twee meter boven de grond uitsteken. Dit zijn de luceras, die fungeren als luchtgaten waardoor er frisse lucht in de wijnkelders komt, die soms wel tot tien meter onder de grond liggen zodat de temperatuur van de kelder zowel zomers als in de winter vrijwel gelijk is.

Het familiebedrijf dat ik bezoek heeft in het oude Santa Maria de Retuertaklooster een kleinschalige accommodatie en een restaurant gevestigd. Het klooster werd door de Tempeliers in de 15e eeuw gebouwd en doordat het gehele gebouw authentiek gerstaureerd is, ademt het nog steeds historsische sfeer van tijd van de Orde van Calatrava  uit. Enrique en zijn partner Olga zijn ondernemers in hart en nieren en runnen behalve de accomodatie én het restaurant, ook hun eigen bodega waar ik kan deelnemen aan een proeverij.

Als eerste proeven we de Carredueñas dulce, die naar mijn smaak iets te zoet is. Vervolgens wordt de Carredueñas rosado geschonken met een fruitig aroma en stevige afdronk. Als laatste proef ik de Carredueñas rosado fermentado die vier maanden op Amerikaans eiken heeft gelegen. Ik vind hem te droog. In de warme zomermaanden in Spanje ben ik best fan van een fruitige rosado, en mijn voorkeur gaat uit naar de rosado die ik als tweede heb geproefd.

Bodega Consejo ligt midden in de wijngaard en het proeflokaal is omgeven door grote ramen waardoor je tijdens het proeven het gevoel hebt dat je de wijn drinkt tussen de wijnstokken en opgaat in het landschap.

Met een flesje Carredueñas rosado in mijn rugzak vervolg ik mijn tocht naar de stad Valladolid. Het was een aangename kennismaking met een wijnstreek die al lang op mijn lijstje stond. Maar diezelfde avond in een tapabar in de hoofdstad kies ik toch weer voor mijn grote favoriet; een vlezige Ribera de Duero.

Voor meer informatie over Cigaleswijnen kijk je op de pagina van Cigales Consjeo Regular

Voor meer informatie over de bodega, restaurant of accomodatie Consejo, kijk je op de site van Consejo Bodegas