Cultuurtuin Finca el Porton in Alhaurin de la Torre

Finca El Portón is een schitterende tuin aan de rand van Alhaurin de la Torre (Malaga).

Het heeft een eigen geschiedenis, die dateert uit de 19e eeuw.

De bijbehorende cortijo werd geopend en tijdelijk gebruikt door de aartsbisschop van Granada, maar later werd het privé-eigendom van verschillende rijke en adellijke families. In 1991 werd het voor culturele en sociale doeleinden aan de gemeente van Alhaurin de la Torre nagelaten.

Momenteel doet het dienst als het hoofdkantoor van de afdeling Cultuur en van de gemeente. Het heeft twee tentoonstellingszalen waar kunstexposities en lezingen worden gehouden, en een openluchtauditorium dat wordt gebruikt als decor voor concerten en uitvoeringen.

Ook is er een stijlvolle overdekte patio, El Templete, die gebruikt wordt voor huwelijksceremoniën, boekpresentatie en activiteiten als yoga in de openlucht.  Ik heb daar de boekpresentaties van mijn boek Wind en Water in 2015 én de roman Pilaar van mijn Leven in 2020 mogen houden.

In het amfitheater in de openlucht wordt het hele jaar door concerten en theater aangeboden. Je kunt het gevarieerde programma volgen via een Spaanstalige Facebook én een Nederlandstalige Facebook.

El Porton is in heel Andalusië bekend om twee bijzondere festivals. Allereerst Torre del Cante, een meerdaagse flamenco evenement in de maand juni. (Voor dit jaar al uitverkocht)

En vervolgens el Porton del Jazz. Iedere zomerse vrijdagavond in juli treden er nationale en internationale jazzartiesten op. Als je van jazz houdt, zorg dan dat je bijtijds kaartjes (a 20 euro p.p) reserveert, want dit festival is bekend en erg geliefd. Het is heerlijk om op een zomerse zwoele avond in een tuin muziek te luisteren. Ik heb mijn entreekaartjes al binnen!

Bovendien is de tuin van de Finca een heerlijke plek om doorheen te wandelen of op een bankje van de rust en het groen te genieten. Het heeft een grote verscheidenheid aan plantensoorten en andere vegetatie die deze oase van rust tot een van de meest unieke tuinen van de omgeving maakt.

Openingstijden van de tuin en expositieruimten :

10.00 – 13.30 uur en 17.00 – 20.00 uur maandag t / m vrijdag.

11.00 tot 14.00 uur zaterdag ( zondag gesloten)

Finca El Porton neemt het Covid Protocol in acht en staat voor #culturasegura

Olvera, een wit dorpje, hoog op de berg, met historische architectuur

Afgelopen voorjaar waren via het digitale platform Escapada Rural tien Spaanse dorpen genomineerd die gekozen konden worden tot beste rurale toeristische bestemming. Het Andalusische bergdorp Olvera in de provincie Cadiz kwam dit jaar als winnaar uit de bus.

Er hadden zich 247 Spaanse dorpen aangemeld om op te stemmen. De voorwaarden zijn dat het voorgedragen dorp niet meer dan 10 duizend inwoners heeft, bereid is tot het creëren van hoogwaardige toeristische faciliteiten en niet eerder aan de wedstrijd heeft meegedaan.

De oorsprong van de huidige stad Olvera ligt rond het Moorse kasteel uit de Nasrid periode van de 12e eeuw. Van hieruit krijg je een mooi overzicht over de massa witte huizen en smalle straatjes, die deel uitmaken van de architectuur met islamitische wortels waar deze streek om bekend staat.

Het kasteel maakte deel uit van de verdedigingsgordel voor het Moorse koninkrijk Granada, zo´n 623m boven de zeespiegel. Het is een schitterend neoklassiek bouwwerk uit de late 18e eeuw dat gebouwd is in opdracht van de hertogen van Osuna op over de fundaties van een oude Arabische. De imposante kerk boven op de heuvel nodigt uit om van dichtbij te gaan bekijken, evenals de toren die duidelijk bij een kasteel behoorde. 

De naam van dit witte dorpje is waarschijnlijk afkomstig van het woord Ulva of van Olivera omdat er zoveel olijven in deze regio groeien. De Romeinen werden verjaagd door de Visigoten welke op hun beurt weer verjaagd werden door de Invasie van de Berbers uit het Noorden van Afrika. In die Moorse tijd werd het dorp Wubira genoemd.

Veel later viel het dorp onder het gezag van de bekende familie Guzman en later de hertogen van het nabij gelegen Osuna. Doordat er een verbinding bestond met de nieuwe wereld ging het goed in Olvera, dit doordat de veroveraar van het huidige Peru uit Olvera kwam. Toen dit wegviel ging het bergafwaarts met het plaatsje. Zeker toen ook nog eens de Fransen Spanje bezetten. Het dorp is absoluut een bezoekje waard, al we wel al direct waarschuwen….. het hele dorp is één grote klimpartij…!

Op twee kilometer van het centrum kun je ook het heiligdom Nuestra Señora de los Remedios bezoeken. Een sober 18e eeuws pand, gelegen tussen de olijfbomen en rotsen waar de patroonheilige van Olvera, de Virgen de los Remedios, wordt vereerd. Al sinds 1917 wordt er op iedere tweede maandag na Paaszondag  een populaire bedevaart gevierd.

En last but not least vind je in deze groene omgeving ook de Via Verde de la Sierra, een 36 kilometer lang wandel en fietspad. Deze groene route gaat over de oude spoorlijn die begin 20e eeuw is aangelegd tussen het welvarende Jerez de la Frontera en Almargen, tussen de provincies Cadiz en Sevilla. Het traject loopt van Olvera tot Puerto Serrano enpasseertde plaatsen Coripe, Montellano en Pruna. 

De Via Verde kan te voet, per fiets of te paard worden gevolgd. Bijzonder is dat deze spoorlijn nooit in gebruik is genomen. Na de start van de bouw begon de Spaanse burgeroorlog en daarna de economische crisis. De tunnels, viaducten, stations waren allemaal al aangelegd maar toen werd in één klap alles stopgezet.

Langs dit pad bevindt zich ook een van de hoogtepunten van de tocht: het Natuurpark Peñón de Zaframagón. Een spectaculaire rots met een kolonie van meer dan 200 vale gieren, één van de grootste kolonieën van Europa.

Wandel mee door de straten van Olvera

Fiets mee over de Via Verde

Meer informatie over de Via Verde de la Sierra in het Engels

El Altiplano de Granada; het Cappadocië van Spanje

Wist je dat er in Spanje net zo´n gebied als Cappadocië bestaat? Een soort maanlandschap met duizenden grotwoningen. Het gaat om de Altiplano van Granada, met een landschap dat me enorm heeft verrast. Het is een weinig bekend en ongelooflijk mooi gebied, speciaal op geologisch niveau.

Badlands, duinen en maanlandschap

De Altiplano is een dun bevolkt gebied in het noorden van de provincie Granada dat weinig bekend is. Het is een zeer uitgestrekt gebied, dat een vlakte vormt met woestijnlandschappen en badlands omgeven door de verschillende bergketens van Baza, Castril, Sagra en Orce. De omgeving is bezaaid met kleine steden met veel historisch erfgoed en charmante dorpjes. Het ligt op 900 meter hoogte en was heel vroeger een immens meer.

Als er iets heel merkwaardigs is aan de Altiplano van Granada, dan is het wel dat er overal grotten zijn! Het hele gebied is maar voor 1 % bevolkt, het regent er bijna nooit. Vroeger kwam hier de grootste productie van rieten matten vandaan, die nog steeds gemaakt worden van esparto, een soort helmgras waar een groot deel van het landschap door gekenmerkt wordt.

.Overnachten in een grot

Tegenwoordig zijn de grotwoningen nog steeds in gebruik als woning en veel ervan zijn omgebouwd tot toeristische accommodatie, wat betekent dat je in een grotwoning kunt slapen! Hoe rustiek het ook mag lijken, de waarheid is dat ze perfect geschikt zijn voor het moderne leven en zowel in de winter als in de zomer een ideale temperatuur behouden.

Opvallend is dat de woningen alleen één deur hebben. Er zijn geen ramen en de kamers worden halfronde openingen waar dikke gordijnen voor hangen. In het landschap worden de grotwoningen gekenmerkt door de schoorstenen die boven het land uit steken.

Ontdek de plaats Castril

Een van de mooiste steden in de Altiplano van Granada is Castril, aan de voet van de gelijknamige bergketen. De witte huizen zijn gebouwd met materialen van het land en de geplaveide straten leiden ons naar het kasteel.

Het dateert uit de 12e eeuw en is een Almohad-fort. Tegenwoordig is het een ruïne, maar je kunt het bezoeken vanuit het Castril Tourist Office. Je kunt over een deel van de toegangshelling naar het oorspronkelijke 14e-eeuwse kasteel. Het uitzicht vanaf de top van het kasteel is prachtig.

Ook is het leuk om het pad van de Cerrada de Castril te lopen. Het is een kleine route die via houten platforms over de rivier Castril loopt, de grootste van de provincie Granada. Het is een gemakkelijk pad, waar je kunt genieten van de landschappen die de rivier heeft gevormd, die zich een weg baant tussen de rotswanden van het gebied.

Bewonder het Secuoya-woud van La Losa

Van de ene bergketen naar de andere, La Sagra in dit geval. Daar vind je een van de meest merkwaardige uithoeken van heel Andalusië, en wist je dat er een sequoiabos is? Deze bomen komen oorspronkelijk uit Noord-Amerika, maar kwamen hier aan het einde van de 19e eeuw aan, toen landeigenaar en graaf Rafael de Bustos, verschillende zaden van deze exotische soort plantte.

Hij plantte ze op zijn boerderij, bekend als La Losa, en tegenwoordig zijn er verschillende bosjes met sequoia’s verspreid over het gebied. De meest indrukwekkende zijn meer dan 60 meter hoog en bevinden zich in de buurt van de boerderij, op eigen grond, en zijn omheind. Om ze te bezoeken, kun je bellen naar 687 44 70 09.

Verwonder je bij  de archeologische vindplaats Castellón Alto

Naast Galera, een andere stad op de Altiplano van Granada, ligt een van de belangrijkste archeologische vindplaatsen in het zuiden van het schiereiland. Het gaat over Castellón Alto, een stad van de Argarische cultuur die deze omgeving ongeveer 4000 jaar geleden, in de bronstijd, bewoonde. En daarmee een van de eerst bewoonde nederzettingen van Europa was.

De bewoners bouwden hun huizen op de rots van de berg, hoog in de lucht, met uitzicht op de vallei die gevormd was door de rivier de Galera. Binnen de stad was er een hiërarchie, de belangrijkste mensen woonden in het hoogste deel. Dankzij de opgravingen kunnen we vandaag weten hoe ze leefden, door steen, hout en esparto (helmgras) te gebruiken voor hun huizen en gebruiksvoorwerpen in het dagelijkse leven.

Opvallend is de manier waarop ze hun doden hebben begraven, omdat ze het in hun eigen huizen deden. De doden werden begraven in een foetushouding en met een uitzet. Bij een van de graven werd iets unieks gevonden: de gedeeltelijk gemummificeerde lichamen van een 28-jarige volwassene en een 4-jarig kind samen. Het is de oudste mummie van het Iberisch schiereiland en is te zien in het Galera Museum. Het bezoek aan de stad Castellón Alto kun je doen met een rondleiding en kun je reserveren bij het Galera-museum of door te bellen. Het kost 2 euro per persoon.

Een bezoek van de necropolis van Tututgi, aan de rand van Galera,  is ook een uitstekende manier om de Iberische cultuur (500 voor Christus) te ontdekken.

Ben je een liefhebber van archeologie? Wandel of fiets dan de Gran Senda de los primeros poblados. Een tocht van 143 kilometer door een bijzonder gebied waar de eerste bewoonde nederzettingen op jouw bezoek wachten en waar je archeologische juweeltjes kunt bewonderen, zoals La Dama de Baza en El Hombre de Orce.

Geniet van de gastronomie in Collados de La Sagra

Niet ver van de secuoyas van Finca La Losa ligt nog een spectaculaire plek; Collados de La Sagra, een familiebedrijfje met accommodatie en restaurant midden in de natuur, omgeven door bergen. Ik heb er twee avonden heerlijk geslapen en me laten verwennen in hun moderne restaurant.

Ze hebben ook een kaaswinkel, en het is mogelijk om eerst de kazen te proberen in het restaurant.

De kenmerkende keuken is rijk aan lokale en seizoensgebonden producten en de specialiteit van het huis is lamsvlees van Segureño. Het was erg lekker, evenals het voorgerecht Remojón de San Antón met een salmorejo-basis, de patrijzenpaté en het amandelbroodjes dessert van moeder-overste met witte chocolade.

Vanuit de ontbijtkamer kijk je op de hoogste berg van de Altiplano, El Pico del Sagra met 2300 meter.

Fiets of wandel door het karstgebergte

De Altiplano valt binnen het gebied dat in 2020 door Unesco is uitgeroepen tot Geoparque de Granada. Het is één van de beste en meest spectaculaire voorbeelden van karst-relief in heel Europa. Het enorme kalkstenen plateau is door water en wind al meer dan 200 miljoen jaar geleden geërodeerd en heeft surrealistische vormen aangenomen. De zeldzaamheid en pracht van zijn vreemde formaties biedt een indrukwekkend maanlandschap dat uniek in de wereld wordt beschouwd. Onderweg zie je duizend aan een gekoppelde heuvels en bergen van rond de 250 meter hoogte.

Er zijn uitstekende paden voor tochten te voet, op de fiets of met een 4×4. Ook een nachtwandeling schijnt prachtig te zijn omdat de miljoenen schitterende glasstukjes van het karst, die door het maanlicht worden beschenen, je het gevoel geven dat je je in een sprookjeslandsschap bevindt.

Kijk naar de sterren en doe een wens

Wat is een betere manier om een bezoek aan de Altiplano van Granada af te sluiten door naar de sterren te kijken? Dit gebied heeft een van de schoonste luchten van Europa, dus het is perfect om, zodra de avond valt, de sterrenhemel te observeren bij het Observatorio de la Sagra.

Ik kreeg de kans om een ​​sterrenworkshop te doen. Tijdens de workshop heb ik verschillende astronomische objecten kunnen observeren, zoals planeten, nevels of zelfs een melkwegstelsel.

Wist je ook dat er elk moment vallende sterren zijn? Normaal zien we ze niet, maar ze vallen constant, en dit is iets dat je pas beseft als je in totale duisternis naar de lucht kijkt. Overigens worden ze geen vallende sterren genoemd, maar meteoren. Hou er rekening mee dat het op deze hoogte ´s nachts erg koud kan zijn. Zelfs zomers!

Hoe kom je bij de Altiplano van Granada

De Altiplano, dat letterlijk hoogvlakte betekent ligt in het noorden van de provincie Granada.

Als je vanuit Spanje naar de Altiplano gaat, is mijn aanbeveling om eerst naar Granada te gaan en dan van daaruit het gebied te gaan bezoeken. Granada heeft een nationale luchthaven en een hogesnelheidstreinverbinding met Madrid. Kom je van buiten Spanje dan is de beste optie om naar Malaga te vliegen en vanuit daar naar Granada te reizen

De beste manier om door de Altiplano van Granada te reizen is met de auto. Op die manier heb je de vrijheid om van de ene plaats naar de andere te gaan en alle plekken die je wilt bezoeken gemakkelijk te bereiken. Als je niet met uw eigen auto reist, kun je een auto huren in de hoofdstad van Granada en van daaruit door het hele gebied reizen.

Wat denk je, word je al nieuwsgierig naar de Altiplano van Granada? Zoals ik hierboven al zei, dit gebied is immens en ik kan niet alles weten. Ik ga er zeker nog een naar terug want ik heb nog lang niet alles gezien. Het is een reis door het verleden, het heden en de toekomst. Toch hoop ik dat dit bericht je helpt bij het voorbereiden van je reis en ik kan alleen maar wensen dat je ervan geniet, want het is een spectaculaire regio.

Bekijk hier een video van El Altiplano de Granada

Met dank aan Turismo Andaluz

Covid veilige vakantie op de Spaanse Vias Verdes

Sinds de uitbraak van het coronavirus was het advies van de overheid om zo veel mogelijk binnen te blijven. De nadruk wordt vooral gelegd op het vermijden van drukke plekken. Het is voorjaar en iedereen begint zo langzamerhand vakantiekriebels te krijgen. Dus wat dacht je van een fiets of wandelvakantie in Spanje? Heerlijk in de openlucht, duurzaam toerisme en bovendien super Covid-veilig.

Bewegen is gezond en de buitenlucht doet een mens goed. De fiets is voor veel Nederlanders een belangrijk vervoersmiddel, waardoor het bijna niet mogelijk is deze weg te denken uit ons beeld. Veel Nederlanders zullen gaan kiezen voor een actieve vakantie in de buitenlucht en willen wandelen of nemen de fiets mee, of zullen ter plekke fietsen huren.

Ik help je op weg om een zorgeloze fiets of wandelvakantie in Spanje te plannen.

1. Zorgeloos plannen

Op de webpage www.viasverdesfietsenwandel.nl vindt je alle informatie en routekaarten over de Vias Verdes in Spanje.  Hiermee kun je zorgeloos een fiets of wandelvakantie organiseren en plannen maken voor de zomer van 2021.

2. Veiligheid op de bestemming

Ik fiets deze routes regelmatig zelf en heb nauw contact met alle betrokken organisaties. Daardoor kan ik je alles vertellen over de veiligheid met betrekking tot Covid en de regels ter plaatse. Zo ga je onbezorgd en goed voorbereid je vakantie tegemoet. Alle Vias Verdes zijn open en onderweg hangen borden met duidelijke zaken, waar gevraagd wordt je aan te houden en wat wordt aangeraden.

3. Wat wordt er van je gevraagd?

– Voordat je je route start was je goed je handen.

– Het is verplicht een gezichtsmasker te dragen.

– Vermijdt direct contact met anderen en houdt afstand

– Vermijdt het aanraken van tastbare zaken onderweg zoals borden, planten, relingen etc.

– Gebruik de vuilnisbakken onderweg voor het wegwerpen van vuilnis, papier en gebruikte mondmaskers, lege flessen etc

– Neem voor de zekerheid een reservegezichtsmasker en een flesje desinfecterende gel mee.

4. Mag ik vliegen naar Spanje?

Over een paar maanden kunnen we weer met het vliegtuig naar Spanje. Vlieg je van de zomer naar Spanje? Houd je dan wel strikt aan de instructies en regels van de luchtvaartmaatschappij waarmee je vliegt. Deze kunnen verschillen per luchtvaartmaatschappij en luchthaven.

5. Wanneer weet ik zeker of ik kan gaan?

Na een maandenlange lockdown, stelde Spanje begin juli vorig jaar de grenzen weer open voor buitenlandse toeristen. Helaas werd door corona-uitbraken in de zomervakantie het reisadvies voor Spanje weer verscherpt van geel naar oranje. Inmiddels gaat het met de cijfers de goede kant op en zien we steeds meer Nederlandse reizigers naar Spanje komen. Hotels, restaurants, terrasjes en winkels zijn geopend.

Raadpleeg op de website van Nederland Wereldwijd het actuele reisadvies voor Spanje, want dit kan per dag veranderen. Maar je kunt natuurlijk wel vast plannen maken, want voorpret is ook een bijzonder onderdeel van je vakantie!

6.  Hoe zit het met de hotels en restaurants?

Raak zo weinig mogelijk aan

Ook in hotels zijn er strikte protocollen van kracht om de veiligheid van reizigers te garanderen. ‘Travel Safe’ adviseert om deze maatregelen na te kijken alvorens te boeken. Respecteer het maximaal aantal personen in de receptieruimte en raak daar zo weinig mogelijk objecten aan. Betaal bij voorkeur contactloos. In een aantal hotels kan je de kamerdeur met een gsm openen, om een sleutel of toegangskaart overbodig te maken. Door de coronacrisis bieden de meeste restaurants in hotels geen buffetformules aan, maar worden die vervangen door individuele porties. 

Beperk het gezelschap op restaurant

Naar Spanje op reis gaan betekent ook genieten van de lokale keuken. De restaurants nemen ook maatregelen om het risico op besmetting te minimaliseren. ‘Travel Safe’ raadt aan om het mondmasker enkel af te doen tijdens het eten. Op het terras of buiten eten vermindert de kans op infectie. Bekijk ook steeds het aantal toegelaten gasten per tafel. Op dit moment is het vier aan tafel binnen en met 6 aan tafel buiten, maar dit kan per regio veranderen. Met een kleinere groep uit eten gaan is sowieso veiliger.

Gebruik technologie

Op restaurant kan je dikwijls via een QR-code de menu raadplegen. Zo hoef je geen fysieke menukaart te gebruiken. Er zijn nog andere manieren waarop je technologie kan inzetten in het kader van veiligheid. Bijvoorbeeld: koop en download tickets online via je gsm. Zo vermijd je druktes in wachtrijen in de luchthaven, het station, musea. Via mobiele apps blijf je op de hoogte of je mogelijk met een besmet persoon in contact bent geweest. In Spanje heet deze applicatie ‘Radar Covid’.

7. Nagloeien van een mooie reis

De kans dat je op een Via Verde besmet raakt is bijzonder klein. Het is op de Vias Verdes zo rustig dat het makkelijk is om afstand te houden. Bovendien ben je de hele dag in de buitenlucht en werk je tegelijk aan je conditie.

Voor meer informatie: www.viasverdesfietsenwandel.com

Een bezoek aan het grottendorp Guadix

Guadix is een grottendorp gelegen in de Spaanse provincie Granada in de regio Andalusië. Met ongeveer 2000 grotbewoners is dit het grootste nog bewoonde grottengebied in Europa. Guadix ligt op iets meer dan een half uur rijden van de Spaanse stad Granada en is de perfecte stop wanneer je op doorreis bent door Andalusië. Een aantal jaar terug toen ik als reisleidster aan de Costa de Almería werkte, heb ik samen met mijn collega dit grottendorp bezocht. In dit artikel vertel ik je alles wat je moet weten over de grotten in Guadix.

Het ontstaan van de grotwoningen in Guadix

Alhoewel de stad Guadix al bestaat sinds de Romeinse tijd, gaat de geschiedenis van de grotwoningen terug naar het jaar 1452. Volgens verhalen vluchtten de Moren tijden de Reconquista naar de grottenstelsels aan de voet van de Sierra Nevada om zich daar te verstoppen. De Moren maakten van de grottenstelsels grotwoningen. Op dit moment wonen er nog steeds zo’n 2000 mensen in de grotwoningen in Guadix. In het Spaans staat de wijk bekend als Barrio de las Cuevas, of  Barrio de Santiago.

Een kijkje in een grotwoning

Wanneer je in Guadix bent, is er natuurlijk niks leuker dan een grotwoning van binnen te bekijken. Mijn collega had wat connecties in Guadix dus wij hadden het geluk dat wij zomaar bij iemand binnen mochten kijken. Wil jij nou ook een woning van binnen bezichtigen? Dan raad ik je aan om niet zomaar aan te kloppen, maar dit doormiddel van een rondleiding via het museum te doen. Daarover later meer.

Wij bezochten Guadix in de zomer. Het was toen aardig warm. Het eerste wat mij opviel toen wij de woning binnenstapten, was dat het lekker koel was. Dit komt door de dikke muren van de huizen, die zorgen voor een contante temperatuur in de woning. Een verwarming in de winter of airconditioning in de zomer zijn hier niet nodig. Nog iets opvallends is dat de woningen binnen geen deuren hebben. Er wordt gebruik gemaakt van gordijnen om de kamers af te scheiden.

Het grottenmuseum

Als je meer te weten wilt komen over het leven in de grotten dan raad ik je aan een bezoek te brengen aan het grottenmuseum: Centro de interpretación Cuevas de Guadix (http://mcicuevasdeguadix.blogspot.com/). Doormiddel van touchscreens krijg je informatie over de geschiedenis en evolutie van de grotwoningen. Daarnaast heeft het museum ook tijdelijke tentoonstellingen waarin zij aandacht schenken aan ambachtslieden. Een bezoek aan het museum kost €2,60. Elke 45 minuten is het mogelijk om deel te nemen aan een rondleiding.

Andere bezienswaardigheden in Guadix

Wanneer je in Guadix bent, raad ik je zeker aan om ook de volgende bezienswaardigheden te bezoeken:

  • De kathedraal ‘Catedral de la Encarnación’: het meest bekende monument van Guadix is de kathedraal. De kathedraal heeft verschillende bouwstijlen en is gebouwd op de ruïnes van een moskee.
  • Het Alcazaba van Guadix: het Alcabaza is gebouwd in de 11 eeuw als verdedigingsgebouw. Vanaf hier heb je een prachtig uitzicht op de stad en de Sierra Nevada.
  • Het plein ‘Plaza de la Constitución’: dit plein is het hart van het Guadix. Je vindt hier het stadhuis met een opvallende zuilengalerij waarin zich cafeetjes, barretjes en winkels bevinden.
  • Romeins theater: dit theater werd gebouwd in het jaar 25 en werd gebruikt tot het jaar 300. Het grappige is dat dit Romeins theater per toeval werd ontdekt in 2008.

Beste reistijd Guadix

Eigenlijk is het het hele jaar door heerlijk vertoeven in Guadix, maar de maanden juni t/m september worden toch wel gezien als de beste reistijd voor dit gebied. Guadix kent een mediterraan klimaat met warme droge zomers en zachte winters. De gemiddelde jaartemperatuur is 20°C.

Dit gastblog is geschreven door Raïssa van: www.nieuweplekkenontdekken.nl

Dank je Raïssa !

Soria en de legende van de zwarte lagune

De meest bezochte bezienswaardigheid van de provincie Soria in Castilia y Léon is de Laguna Negra. Dit prachtige meer ligt hoog in het Picos de Urbion gebergte in de buurt van het dorp Vinuesa. Het meer is bijzonder door de mooie steile wanden waardoor het geflankeerd wordt. En in regen- en smeltwaterseizoen wordt het nog mooier door een prachtige waterval die naast het meer begint.

Ik heb twee jaar geleden de Laguna Negra bezocht in de eerste week van mei, en ik werd aangenaam verrast omdat er nog sneeuw lag en de waterval half bevroren was. En dat terwijl het in het dal zo’n 18 graden was. Maar de lagune ligt wel op 1753 meter…

Hoe dichtbij je met de auto bij Laguna Negra kunt komen, is afhankelijk van de weersomstandigheden en het seizoen. Er is een parkeerplaats op 300 meter van het meer en één op 1800 meter. De parkeerplaats vlak bij het meer is kleiner en kan in het voorjaar en in de winter nog bedekt zijn met sneeuw. Vanaf die parkeerplaats bij het meer is het 300 meter omhoog naar de rand van het meer. Hier liggen houten vlonders die langs de oever van het meer voeren. Je kunt na deze houten vlonders kiezen een van de wandelpaden te nemen of via de Retorno het meer weer te verlaten. Vanaf de parkeerplaats op 1800 meter van het meer, loop je naar de dichtstbijzijnde parkeerplaats via de weg omhoog en daarna volg je het 300 meter lange pad omhoog naar de rand van het meer.

Je kunt vanaf het meer helemaal naar de Picos de Urbion wandelen. Daarnaast voert een korte wandeling naar de waterval. In de zomermaanden staat de waterval droog, maar in de winter en lente en een deel van de herfst is de kans groot dat deze wel stroomt.

De bekende Sevillaanse dichter die een groot deel van zijn leven in Soria heeft gewoond, schreef in 1912 een gedicht over deze Lagune. Het is een legende over een vader en zijn drie zonen; La leyenda de la tierra de Alvargonzález:

Er was eens een familie die in een dorp vlakbij de Zwarte Lagune leefde: een vader, een moeder en drie zonen. De oudste zoon, Juan, was niet erg knap. Hij had maar één wenkbrauw. Zijn vader dacht: laten we hem op het veld aan het werk zetten. De tweede zoon, Martín, was ook niet zo knap. Hij keek scheel. Zijn vader dacht: hij kan de schapen hoeden. De derde zoon, Miguel, was wel knap. ‘Hij moet priester worden,’ zei de vader. Hij stuurde de jongen naar een priesterschool. Daarbij gaf hij hem zijn deel van de erfenis mee, want het was zeer goed mogelijk dat ze elkaar nooit meer zouden terugzien.

Op een dag was de vader vlakbij de Zwarte Lagune. Hij was moe van het vele werk op het veld en besloot om even te gaan liggen. Al snel viel hij in een diepe slaap en had een vreemde droom. In die droom verschenen drie jonge kinderen voor hem. Boven twee van hen cirkelde een zwarte kraai. Het derde kind, het jongste, had geen kraai boven zijn hoofd, maar een soort van helder licht dat om hem scheen. De vader nam het jongste kind in zijn armen en zei: ‘Ook al ben je de jongste van mijn zonen, van jou houd ik het meest.’ Terwijl hij dat zei, keken de twee andere kinderen jaloers toe. Boven hun hoofden zag hij toen plots een ijzeren bijl verschijnen. Vervolgens zag hij hoe hij in zijn droom door deze twee kinderen werd gedood.

De vader werd wakker uit zijn droom. Hij opende de ogen, en wat zag hij? Zijn twee oudste zonen stonden voor hem. Voor hij goed en wel besefte wat hem overkwam, sloegen ze hem met een bijl het hoofd in. Ze waren jaloers op hun jongere broer en wilden ook hun deel van de erfenis krijgen. Daarom doodden ze hun vader. De twee zonen gooiden zijn lijk in de Zwarte Lagune. Die was zo diep dat niemand er ooit bij zou kunnen. Vervolgens beschuldigden ze een arme man uit het dorp ervan hun vader te hebben vermoord.

Hun moeder stierf enkele maanden later van verdriet. De twee zonen erfden het veld en de schapen. In het begin ging alles goed. Maar na een jaar was het land niet meer vruchtbaar. Niets groeide nog, de oogst mislukte en de schapen werden ziek. Alles ging fout. De twee zonen werden erg arm. Op een koude winternacht, verkleumd door de kou, stelden ze vast dat er bijna geen hout meer was om vuur te maken. De wind was zo hevig dat de deur ervan openvloog en tegen hen aan sloeg. Ze waren bang om dood te vriezen en raakten in paniek.

De tweede zoon zei: ‘We zijn heel erg fout geweest tegenover onze vader. Nu betalen we er vast de rekening voor.’ ‘Vergeet het,’ zei de oudste zoon. ‘Wat gebeurd is, is gebeurd.’

Het was nog steeds winter en zeer koud toen op een dag een reiziger in het dorp aankwam. Hij was groot en knap. Alles aan hem was zwart: hij had zwarte haren, zwarte ogen, en was helemaal in het zwart gekleed. Hij ging meteen naar het huis van de twee zonen. De man in het zwart bleek de jongste zoon te zijn. Hij vertelde over zijn leven aan zijn twee broers. Nadat hij was gestopt met zijn priesteropleiding, was hij naar Amerika getrokken. Hij had daar enkele jaren doorgebracht, en nu was hij naar huis teruggekeerd. Hij was geschokt omdat hij gehoord had dat zijn vader was vermoord en zijn moeder van verdriet was overleden.

Met het geld dat hij in Amerika had verdiend, kocht hij een stuk grond van zijn twee broers. Op een dag ging hij wandelen in het bos. Daar hoorde hij stemmen. Het was alsof er mensen aan het zingen waren. Het lied ging over iemand wiens graf niet onder de grond was, maar ergens anders. Het ging over een lichaam dat in de Zwarte Lagune was gegooid.

Enkele dagen later waren zijn twee broers op het land met hun schapen. In de verte zagen ze opeens een man met wit haar. Hij was het land aan het bewerken. ‘Het lijkt wel onze vader,’ zeiden ze. ‘Maar dat kan toch niet!’ Ze wilden zeker zijn van hun zaak. Daarom gingen naar de Zwarte Lagune. Ze keken gespannen naar de diepte beneden hen. ‘Vader, vader!’ riepen ze. ‘Ben jij daar?’

Om beter te kunnen zien, bogen ze zo ver over de rand dat ze hun evenwicht verloren en in het water vielen, hun vader achterna. Niemand weet hoe diep de Zwarte Lagune precies is. In elk geval is ze heel diep, want terwijl ze naar beneden vielen, echoden de woorden ‘Vader, vader!’ van de twee broers door de vallei en kon men de stemmen tot in Soria horen. Ze zijn allebei verdronken.

Ook vandaag de dag zijn de mensen uit de streek nog bang om in de buurt van de Zwarte Lagune te komen. Niemand komt er echt graag en je zult er nooit iemand zien zwemmen. Er zijn daar tenslotte drie mensen gestorven. En van zo’n plek kun je dus maar beter wegblijven.

Route en parkeren bij de Laguna Negra:

De gemakkelijkste ingang is via het dorp Vinuesa. Vanaf dit dorp voert een weg omhoog door de dennenbossen helemaal naar de parkeerplaatsen. De weg naar Laguna Negra wordt goed aangegeven. Er zijn twee parkeerplaatsen. Eén op 300 meter van het meer en één op 1,8 kilometer van het meer.

In het hoogseizoen en feestdagen mag je alleen parkeren (tegen betaling) op de parkeerplaats op 1,8 kilometer van het meer. Vanaf 1 juli tot begin september rijdt er een bus omhoog die je voor een klein bedrag naar het startpunt van de wandeling rijdt.

Wordt Altos del Guadalhorce het vijfde Geopark van Andalusië?

De autoriteiten van Malaga zetten momenteel alles op alles om te bereiken dit jaar een groot gebied van de Guadalhorcevallei tot Geoparque zal worden benoemd. Het zal de eerste in Malaga zijn en de vijfde in Andalusië.

Het gebied waar het over gaat bestaat uit Pizarra, Valle de Abdalajís, Carratraca, Álora, Casarabonela en Ardales, een zone met grote geologische diversiteit.

El Caminito del Rey, de oude nikkelchroommijn van Pozo de San Juan en de zwavelhoudende baden van Ardales en Carratraca zijn enkele van de waardevolle plekken die het Geopark met de naam Altos del Guadalhorce zal hebben.

Het voorstel, dat is gestart vanuit een privé-initiatief, heeft al de ondersteuning van het openbaar bestuur opgeleverd. Maar het is een lange weg tot de definitieve goedkeuring door Unesco, de internationale organisatie waarvan het afhankelijk is.

Malaga zal over ongeveer twee jaar officieel het vijfde Geopark in Andalusië en het zestiende in Spanje kunnen bieden. De gemeenten Ardales, Álora, Carratraca, Pizarra, Valle de Abdalajís en Casarabonela bestrijken drie verschillende regio’s ; Guadalteba, Valle del Guadalhorce en Sierra de las Nieves.

Het doel van Unesco is om dit geologisch gebied te beschermen want het is zowel historisch als botanisch en etnografisch erg belangrijk.

Met de 625 vierkante kilometer oppervlakte die het heeft, zal het een van de meest geconcentreerde geologische gebieden van Andalusië zijn, met een keur aan uitzichtspunten en meer dan dertig interessante plekken om te bezoeken.

Een aantal bedrijven en individuele intiatieven die de handen ineen hebben geslagen, zijn hard bezig de belangrijkheid van het gebied in kaart te brengen.

Vooral el Desfiladero de los Gaitanes en El Caminito del Rey worden benadrukt. Ook wijst geoloog Juan Carlos Romero, die het voorlopige startdocument voor dit initiatief heeft geschreven, op het zwavelhoudende water van de Ardales-baden. En zelfs op de fossiele resten van de Peña de Ardales, beschouwd als de oudste in de Betic Cordillera, met meer dan 440 miljoen jaar.

Volgens geoloog Romero, die technisch directeur is van de Malaga Geology Museum Classroom en coördinator van het Iberisch Netwerk van Geologische gebieden in Andalusië, voldoet het gebied aan alle eisen met betrekking tot van uniekheid en variëteit.

In het document worden drieëndertig geologische bezienswaardigheden vermeld, die de belangrijkste herkenningspunten van het park zullen zijn.

Echter zal men rekening moeten houden met de door Unesco gestelde deadlines voor het aanvragen van een Geopark.

Malaga, dat slechts een stap verwijderd is van de benoeming tot Nationaal Park van de Sierra de las Nieves, zou dan nog een nieuwe juweel toevoegen aan het aanbod van toerisme in het binnenland.

Als alles mee zit zal Altos del Guadalhorce dan aansluiten bij vier andere bestaande Andalusische Geoparken, zoals Cabo de Gata-Níjar (Almería), Sierra Norte de Sevilla ( Sevilla), Sierra Subbética (Córdoba) en het prachtige Altiplano met Guadix en Baza (Granada) dat in 2020 is toegevoegd.

Observeer de heldere hemel vanaf sterrenwacht Calar Alto in Almeria

Afgelopen zomer bezocht ik in de provincie Almeria het astronomisch centrum Calar Alto. Je kunt er met de auto komen maar ik wandelde met een gids via een stijl bergpad aan de zuidelijke kant van het gebergte dat ons naar de 2168 hoge top bracht.

Het is in de vooravond en onderweg schieten berggeiten voor ons langs en zie ik hier en daar zwijnen tussen de struiken snuffelen.

Wandelgids Carlos vertelt ondermeer dat er in de Sierra de Filabres meer dan 2000 plantensoorten te vinden zijn. Onderweg geniet ik van het uitzicht over spectaculaire ravijnen en canyons en een schitterende zonsondergang.

Als het bijna donker is, arriveren we op het hoogste punt waar een astronoom op ons staat te wachten. We zijn niet de enigen, want het is de nacht van de Perseïden en menigeen is naar de sterrenwacht gekomen om ´vallende sterren´ te zien en een wens te doen.

De gepassioneerde astronoom heeft al de gehele dag naar het moment uitgekeken dat de zon eindelijk achter de horizon verdween en is uitermate enthousiast omdat het een avond met wolkeloze heldere hemel is. Hij heeft zijn eigen veldtelescoop meegenomen. Een speelgoeddingetje vergeleken bij de enorme reuzen die ons omringen.


De Spaans-Duitse Sterrenwacht Calar Alto, genesteld onder de bevoorrechte hemel, op een hoogvlakte van 2168 m boven de zeespiegel, is de belangrijkste sterrenwacht van het Europese continent. Het bestaat iets meer dan veertig jaar en heeft flink bijgedragen tot de ontwikkeling van de astronomie in Spanje.

Het wordt gezamenlijk gebruikt met het Max-Planck Instituut voor Astronomie in Heidelberg en het Instituut voor Astrofysica van Andalusië, in Granada en staat digital in verbinding met universiteiten over de hele wereld.

De sterrenwacht geniet van het voordeel wat het klimaat van Almeria biedt, droge en onbewolkte hemels, wat het mogelijk maakt om meer dan 200 nachten per jaar observaties uit te voeren. De plaats van de sterrenwacht is ideaal voor nachtelijke observaties door de volledige duisternis.

Het is niet voor niets dat amateurs en professionele astronomen graag naar Calar Alto komen. De lucht boven het gebergte is zuiver en de nachten zijn donker. Dit grootste astronomische complex van Europa ligt ver van alle lichtvervuiling, en biedt het perfecte uitzicht om de majestueuze nachtelijke hemel vast te leggen.

´In de astronomie kijken we weg naar het verleden. We kunnen leren hoe sterrenstelsels zich in de vroege stadia van de universumgeschiedenis bevonden,´ vertelt de astronoom enthousiast. De luchtvochtigheid is laag in dit deel van Almeria en de nachten in de zomer relatief lang en donker.

En last but not least: Andalusië ligt voor een astronoom om de hoek in vergelijking met andere goede bestemmingen om de sterren te bekijken zoals Chili en Hawaï.

Als ik met de telelens naar de hemel kijk, zie ik de nevels van het Melkwegstelsel. Dat is op veel plekken onmogelijk.  Even later laat de astronoom ons zien waar Saturnus en Jupiter zich bevinden en haalt hij de planeten dichtbij door ons door de lens te laten kijken.

Ondertussen tel ik zestien vallende sterren! Dit is mijn gaafste indruk van hoe mooi de hemel kan zijn. Diep onder de indruk bestudeer ik het heldere universum. Wat voel ik me nietig. Even na middernacht dalen we af naar het hotel dat op een klein uurtje afstand in de bergen ligt.

Maar het is nog niet klaar want de volgende morgen gaan we opnieuw naar het centrum en bezoeken we de enorme telescopen. Caltar Alto beschikt over drie telescopen met openingen van 1.2m, 2.2m en 3.5m, de laatste van wel 45 meter hoog.

Terwijl ik over de winderige vlakte loop, voelt het of ik in een futuristische film ben beland.

Je kunt een rondleiding reserveren bij de organisatie Azimuth. Zij hebben professionele gidsen die diverse talen spreken. Tijdens de begeleide tour wordt er duidelijke uitleg gegeven over astronomie en wordt het interieur van de reusachtige telescopen bezocht.

Het Observatorium van Calar Alto ligt in de gemeente Gérgal 04550, op een uur rijden van Almeria.

Bekijk hier de video

Met dank aan Iñigo Pedrueza van El Giroscopo Viajero voor een deel van de fotos.

En dank aan Turismo Andaluz die dit bezoek voor me mogelijk heeft gemaakt.

De eerste Romeinse stad in Spanje; Italica

Itálica, vroeger Colonia Aelia Augusta Italicensium was de eerste Romeinse stad van Spanje en is gelegen in de gemeente Santiponce, op ongeveer vijftien autominuten vanaf Sevilla (15 km.). Het amfitheater is goed bewaard gebleven en spectaculair om te zien. Ook zijn er tientallen Romeinse mozaïeken te vinden. Als je een bezoek brengt aan Sevilla, dan mag je Itálica eigenlijk niet missen.

De Romeinse stad werd door Generaal Publio Cornelio Escipión opgericht in het jaar 206 voor Christus. De naam Italica stamt af van Italië omdat zowel de stichter, Escipión alsmede de eerste inwoners daar vandaan kwamen.

De vesting moest tijdens de tweede Punische oorlog (218-201 v. Chr.) dienen als opvangplek voor gewonde soldaten afkomstig uit het nabije Ilipa Magna (het huidige Alcala del Rio). Italica is de oudste Romeinse nederzetting op het Iberisch schiereiland.

Gedurende de daaropvolgende decennia groeide Itálica uit tot de belangrijkste stad in de provincie Baetica. Itálica leverde zelfs twee Romeinse keizers: Trajanus en Hadrianus. Hadrianus liet ook het nieuwe gedeelte van de stad bouwen. Helaas kwam na de bloeiperiode ook verval, door onder andere plunderingen door de Vandalen en de Moren. In de zeventiende eeuw werd dan het dorpje Santiponce gesticht, dat zich bevindt op de oudste delen van Itálica, dat veel uitgestrekter was dan Santiponce nu is.

Romeinse keizers
Itálica groeide uit tot een hele belangrijke stad voor Sevilla, het was dé plek waar de Romeinse  keizers Trajanus en Hadrianus uitbundig genoten van het leven. Dat kun je nog zien aan de redelijk bewaard gebleven bouwwerken. Zo was er een Romeins theater, een amfitheater met plaats voor 24.000 toeschouwers, thermale baden en grote luxe huizen.

Op de opgravingssite kan je heel wat bekijken. Zo is er een heuse woonwijk te bekijken uit de tijd van Hadrianus. Het interessantste zijn hier de prachtige mozaïeken die gewoon nog ter plaatse zijn. Het amfitheater is allicht het indrukwekkendste bouwwerk. Je kan in het centrum van het amfitheater lopen en je kan in een deel van de catacomben wandelen. Er was vroeger plaats voor zo’n 25000 bezoekers.

Er is ook een klein museum aan de opgravingssite verbonden. De interessantste voorwerpen die gevonden zijn, zijn echter overgebracht naar het archeologisch museum in Sevilla zelf.

Opgravingen
Het gebied bestaat uit een oud- en nieuw gedeelte, het oude werd gesticht door Escipión en het nieuwe (toegankelijk voor publiek) door Hadrianus (geboren in het jaar 76 na Christus). Helaas is slechts een deel van de stad opgegraven, het oude gedeelte ligt onder het dorp Santiponce en ook andere gedeeltes zijn nog niet uitgegraven, je kan hier dus makkelijk een echte Romeinse fossiel of steen vinden want de graafmachines gaan niet altijd nauwkeurig te werk.

Itálica is dus heel bijzonder omdat het laat zien hoe belangrijk Sevilla was in de Romeinse tijd, zo´n 2000 jaar geleden. Bij de entree kun je een video over de gebouwen in Italica bekijken, echter is deze alleen in het Spaans.

Hoe kom je in Itálica? 


Met de bus:

Er is een rechtstreekse buslijn naar Italica vanaf busstation Plaza de Armas.
Deze bussen rijden elk half uur (in het weekend om het uur). Bussen naar Plaza de Armas zijn: C1, C2, C3, C4 en 43.

Met de auto 

 Neem de ringweg SE-30 richting Mérida, A-66 en houd links aan richting A-49 Huelva, A-66 Mérida.
Blijf de Ruta de la Plata volgen en neem daarna de afslag Santiponce, Itálica.
Eenmaal in Santiponce volg je de borden, maar let erop dat het Romeinse theater op een afstand van het amfitheater en de ingang van Itálica ligt. Deze kun je beter op een ander moment bezoeken.

Openingstijden

Zomer (van 1 april tot en met 30 september): van dinsdag tot en met zaterdag 08.30 tot 21.00 uur.
Zon- en feestdagen van 09.00 tot 15.00 uur.

Winter (van 1 oktober tot en met 31 maart): van dinsdag tot en met zaterdag 9.00 tot 18.30 uur.
Zon- en feestdagen van 10.00 tot 16.00 uur.

Adres: Avenida Extremadura 2, Santiponce

 

500 jaar geleden startte vanuit Sevilla een reis die de wereld veranderde

Het zijn dwazen, gekken, avonturiers, gelukszoekers. Nee, het zijn ontdekkingsreizigers en helden!

Het is zeer waarschijnlijk dat dit de woorden waren die de achttien zeelieden hoorden toen ze na een tocht van ruim drie jaar de haven van Sevilla binnen voeren. Ze hadden de eerste zeilreis om de wereld voltooid, die bewees dat de wereld echt rond was. Alleen deze achttien mannen slaagden erin om na talloze tegenslagen en schipbreuken naar dezelfde haven terug te keren waar ze destijds begonnen waren.

Precies 501 jaar geleden vertrok de Portugees Ferdinand Magellaan met een Spaanse vloot voor een ontdekkingsreis die de eerste globalisering van de wereldeconomie een boost zou geven. Op 10 augustus 1519 vertrok de zogenoemde Armada en voer via de Canarische eilanden richting het zuiden. Met vijf zwart geteerde schepen, de Trinidad, San Antonio, Concepcion, Santiago en Victoria zeilde de vloot om bij vuureiland een doorvaart te vinden naar de Stille Oceaan.

Aan boord 250 bemanningsleden met hun hart vol illusie, of misschien angst of zelfs hebzucht. Magellaan was een Portugese vlootkapitein die in Spaanse dienst werkte. Zijn ambitieuze reis rond de wereld werd grotendeels gefinancierd door de Spaanse koning.

Tijdens mijn bezoek aan Sevilla monster ik aan op het schip Nao Victoria, het enige vaartuig dat de tocht overleefd heeft en heb ik een ontmoeting met de reïncarnatie van de stoere ontdekkingsreiziger Magellaan. Al snel stelt hij mij als matroos aan en nodigt me uit hem te vergezellen op zijn wereldreis. Aan boord echter, is het hard werken en het is flink wennen om te leven onder zware Spartaanse omstandigheden.

                                        Straat van Magellaan

Magellaan is een edelman met een grote staat van dienst. De mythische specerijeneilanden zijn zijn grote ambitie. Eenmaal op de eilanden vinden we dan ook nootmuskaat, kruidnagel en peper. De specerijen zijn niet goedkoop. Zodoende bedenkt de bevelgever onderweg het woord “peperduur”. Eigenlijk wil hij proberen om dit gebied in handen te krijgen, dat al jaren wordt gecontroleerd door de Portugezen. Magellaan leeft namelijk al jaren in onmin met de Portugese kroon omdat die zijn reis niet wilden financieren.

Maar gelukkig heeft hij in Spanje wel de kans gekregen om zijn grote plannen te realiseren. Tijdens onze tocht wil hij via een westelijke route een doorgang vinden naar Azië, want de Afrikaanse route langs Kaap de Goede Hoop wordt ook door de Portugezen gecontroleerd. We zeilen maandenlang langs de hele oostkust van Zuid-Amerika naar het zuiden.

Met vijf schepen zeilen we via Kaapverdië naar Brazilië. Daar gaan we op zoek naar een doorvaart om de Stille Oceaan te bereiken. Op dat moment weten we al van het bestaan van deze oceaan. Via een tocht over het land ter hoogte van Panama was dat ooit al aangetoond. Tussen Patagonië en Vuurland stuitten we op een spectaculaire doorgang die veel later bekend wordt als de Straat van Magellaan.

We zeilen met zijn vier boten, want er is inmiddels één schip verloren gegaan, door de smalle zeestraat, die tegenwoordig bekend staat als de Straat Magellaan. We krijgen het zwaar te verduren, want in de zeestraat worden we geteisterd door stormachtige winden. Met drie schepen realiseren we uiteindelijk de doortocht door de moeilijk te bevaren doorgang. De vierde keert namelijk halverwege terug.

Als we met de drie schepen de Grote Oceaan bereiken, hebben we wekenlang geen wind en drijven we doodstil op het water. Zes maanden lang dobberen we over de Stille Oceaan. Dan opeens bereiken ons de passaatwinden en gaat het relatief snel. Na weken alleen zee gezien te hebben bevind ik me op een dag in het kraaiennest. En ja hoor, Land in zicht! roep ik naar mijn kapitein. Uiteindelijk meren we aan in Guam en daarna de in de Filipijnen. Dankzij ruilhandel kunnen we de door ziekte en scheurbuik uitgedunde bemanning weer een beetje op de been helpen. Helaas vindt Magellaan de dood bij een van deze ontmoetingen. Hij wordt op 27 april 1521 met een speer gedood op het eiland Mactan.

Verder onder leiding van een nieuwe held

Samen met de overlevenden en onder bevel van Juan Sebastian Elcano trekken we verder en bereiken we de Molukken. Het rantsoen is schaars en we leven inmiddels op water en scheepsbeschuit. Ratten en ander ongedierte, dat aan boord is gekomen, houden me ´s nachts uit mijn slaap.

Na ruim drie jaar komen we met de Nao Victoria, het enige schip dat de tocht heeft overleefd en met 18 man aan boord, uiteindelijk terug in Sevilla. We worden de rivier de Guadalquivir opgesleept en naar de aanlegplaats tegenover de Trianawijk gebracht om aan te meren. Het schip is vernoemd naar de kerk Santa María de la Victoria de Triana, waar Ferdinand Magellaan voor vertrek zijn trouw zwoer aan keizer Karel V. Juan Sebastian Elcano overhandigt me mijn zeemansgage; een buidel met gouden dukaten en een leren zak met kruiden.

De rest van de bemanning haast zich naar de Kathedraal van Sevilla om te bidden bij de Virgen de la Antigua om te danken dat zij heeft gezorgd dat ze levend hebben mogen terugkeren. Drie jaar eerder, hebben de mannen de kerk ook bezocht en om een goede vaart gebeden. Ze zijn dankbaar dat de Virgen hun wens heeft verhoord. Antonio Pigafetta is een van de overlevenden van de Victoria. Dankzij zijn dagboeken is bekend wat er allemaal gebeurd is tijdens de ontdekkingsreis.

Ik neem afscheid van Elcano met wie ik een bijzondere band heb opgebouwd en beloof hem in de toekomst op te zoeken. Wie weet om dromen van heel andere diepten te verwezenlijken…

Ondanks dat Magellaan de reis niet voltooid heeft, zal de wereldreis altijd met hem verbonden blijven. Daar hebben mijn collega´s kroniekschrijvers voor gezorgd, die zijn heldhaftigheid beschreven. Magellaan was natuurlijk ook van adellijke afkomst en dat kon niet gezegd worden van de overlevende bemanningsleden. Na deze reis werden vele landkaarten, navigatiemappen en geografische boeken herschreven.

Terug in de tijd via theater aan boord.

Om de eerste reis rond de wereld mee te beleven kun je aan boord stappen van de replica van de Nao Victoria in Sevilla en genieten van een vrolijke getheatraliseerde rondleiding. De acteurs bezorgen hun publiek een spannende sprong in de tijd en je ontvangt spelenderwijs enorme veel informatie. Halverwege je reis stap je over naar het bezoekerscentrum dat tegenover het schip gelegen is om je te verdiepen in de details van de eerste wereldreis in de geschiedenis.

Het schip ligt aangemeerd in de Guadalquivir ter hoogte van de stierenvechtersarena. Er is iedere dag een rondleiding om: 10.00, 11.00, 12.00, 13.00, 17.00, 18.00, 19.00, 20.00, 21.00 uur

Prijs: Kinderen tot 11 jaar 3 euro, ouder dan 11 jaar 6 euro. Tickets zijn ook te reserveren bij www.espacioprimeravueltaalmundo.org

klik op deze foto om de reis van Magelaan mee te varen

Voor meer informatie over de eerste reis om de wereld: www.vcentenario.es