Wordt Altos del Guadalhorce het vijfde Geopark van Andalusië?

De autoriteiten van Malaga zetten momenteel alles op alles om te bereiken dit jaar een groot gebied van de Guadalhorcevallei tot Geoparque zal worden benoemd. Het zal de eerste in Malaga zijn en de vijfde in Andalusië.

Het gebied waar het over gaat bestaat uit Pizarra, Valle de Abdalajís, Carratraca, Álora, Casarabonela en Ardales, een zone met grote geologische diversiteit.

El Caminito del Rey, de oude nikkelchroommijn van Pozo de San Juan en de zwavelhoudende baden van Ardales en Carratraca zijn enkele van de waardevolle plekken die het Geopark met de naam Altos del Guadalhorce zal hebben.

Het voorstel, dat is gestart vanuit een privé-initiatief, heeft al de ondersteuning van het openbaar bestuur opgeleverd. Maar het is een lange weg tot de definitieve goedkeuring door Unesco, de internationale organisatie waarvan het afhankelijk is.

Malaga zal over ongeveer twee jaar officieel het vijfde Geopark in Andalusië en het zestiende in Spanje kunnen bieden. De gemeenten Ardales, Álora, Carratraca, Pizarra, Valle de Abdalajís en Casarabonela bestrijken drie verschillende regio’s ; Guadalteba, Valle del Guadalhorce en Sierra de las Nieves.

Het doel van Unesco is om dit geologisch gebied te beschermen want het is zowel historisch als botanisch en etnografisch erg belangrijk.

Met de 625 vierkante kilometer oppervlakte die het heeft, zal het een van de meest geconcentreerde geologische gebieden van Andalusië zijn, met een keur aan uitzichtspunten en meer dan dertig interessante plekken om te bezoeken.

Een aantal bedrijven en individuele intiatieven die de handen ineen hebben geslagen, zijn hard bezig de belangrijkheid van het gebied in kaart te brengen.

Vooral el Desfiladero de los Gaitanes en El Caminito del Rey worden benadrukt. Ook wijst geoloog Juan Carlos Romero, die het voorlopige startdocument voor dit initiatief heeft geschreven, op het zwavelhoudende water van de Ardales-baden. En zelfs op de fossiele resten van de Peña de Ardales, beschouwd als de oudste in de Betic Cordillera, met meer dan 440 miljoen jaar.

Volgens geoloog Romero, die technisch directeur is van de Malaga Geology Museum Classroom en coördinator van het Iberisch Netwerk van Geologische gebieden in Andalusië, voldoet het gebied aan alle eisen met betrekking tot van uniekheid en variëteit.

In het document worden drieëndertig geologische bezienswaardigheden vermeld, die de belangrijkste herkenningspunten van het park zullen zijn.

Echter zal men rekening moeten houden met de door Unesco gestelde deadlines voor het aanvragen van een Geopark.

Malaga, dat slechts een stap verwijderd is van de benoeming tot Nationaal Park van de Sierra de las Nieves, zou dan nog een nieuwe juweel toevoegen aan het aanbod van toerisme in het binnenland.

Als alles mee zit zal Altos del Guadalhorce dan aansluiten bij vier andere bestaande Andalusische Geoparken, zoals Cabo de Gata-Níjar (Almería), Sierra Norte de Sevilla ( Sevilla), Sierra Subbética (Córdoba) en het prachtige Altiplano met Guadix en Baza (Granada) dat in 2020 is toegevoegd.

Observeer de heldere hemel vanaf sterrenwacht Calar Alto in Almeria

Afgelopen zomer bezocht ik in de provincie Almeria het astronomisch centrum Calar Alto. Je kunt er met de auto komen maar ik wandelde met een gids via een stijl bergpad aan de zuidelijke kant van het gebergte dat ons naar de 2168 hoge top bracht.

Het is in de vooravond en onderweg schieten berggeiten voor ons langs en zie ik hier en daar zwijnen tussen de struiken snuffelen.

Wandelgids Carlos vertelt ondermeer dat er in de Sierra de Filabres meer dan 2000 plantensoorten te vinden zijn. Onderweg geniet ik van het uitzicht over spectaculaire ravijnen en canyons en een schitterende zonsondergang.

Als het bijna donker is, arriveren we op het hoogste punt waar een astronoom op ons staat te wachten. We zijn niet de enigen, want het is de nacht van de Perseïden en menigeen is naar de sterrenwacht gekomen om ´vallende sterren´ te zien en een wens te doen.

De gepassioneerde astronoom heeft al de gehele dag naar het moment uitgekeken dat de zon eindelijk achter de horizon verdween en is uitermate enthousiast omdat het een avond met wolkeloze heldere hemel is. Hij heeft zijn eigen veldtelescoop meegenomen. Een speelgoeddingetje vergeleken bij de enorme reuzen die ons omringen.


De Spaans-Duitse Sterrenwacht Calar Alto, genesteld onder de bevoorrechte hemel, op een hoogvlakte van 2168 m boven de zeespiegel, is de belangrijkste sterrenwacht van het Europese continent. Het bestaat iets meer dan veertig jaar en heeft flink bijgedragen tot de ontwikkeling van de astronomie in Spanje.

Het wordt gezamenlijk gebruikt met het Max-Planck Instituut voor Astronomie in Heidelberg en het Instituut voor Astrofysica van Andalusië, in Granada en staat digital in verbinding met universiteiten over de hele wereld.

De sterrenwacht geniet van het voordeel wat het klimaat van Almeria biedt, droge en onbewolkte hemels, wat het mogelijk maakt om meer dan 200 nachten per jaar observaties uit te voeren. De plaats van de sterrenwacht is ideaal voor nachtelijke observaties door de volledige duisternis.

Het is niet voor niets dat amateurs en professionele astronomen graag naar Calar Alto komen. De lucht boven het gebergte is zuiver en de nachten zijn donker. Dit grootste astronomische complex van Europa ligt ver van alle lichtvervuiling, en biedt het perfecte uitzicht om de majestueuze nachtelijke hemel vast te leggen.

´In de astronomie kijken we weg naar het verleden. We kunnen leren hoe sterrenstelsels zich in de vroege stadia van de universumgeschiedenis bevonden,´ vertelt de astronoom enthousiast. De luchtvochtigheid is laag in dit deel van Almeria en de nachten in de zomer relatief lang en donker.

En last but not least: Andalusië ligt voor een astronoom om de hoek in vergelijking met andere goede bestemmingen om de sterren te bekijken zoals Chili en Hawaï.

Als ik met de telelens naar de hemel kijk, zie ik de nevels van het Melkwegstelsel. Dat is op veel plekken onmogelijk.  Even later laat de astronoom ons zien waar Saturnus en Jupiter zich bevinden en haalt hij de planeten dichtbij door ons door de lens te laten kijken.

Ondertussen tel ik zestien vallende sterren! Dit is mijn gaafste indruk van hoe mooi de hemel kan zijn. Diep onder de indruk bestudeer ik het heldere universum. Wat voel ik me nietig. Even na middernacht dalen we af naar het hotel dat op een klein uurtje afstand in de bergen ligt.

Maar het is nog niet klaar want de volgende morgen gaan we opnieuw naar het centrum en bezoeken we de enorme telescopen. Caltar Alto beschikt over drie telescopen met openingen van 1.2m, 2.2m en 3.5m, de laatste van wel 45 meter hoog.

Terwijl ik over de winderige vlakte loop, voelt het of ik in een futuristische film ben beland.

Je kunt een rondleiding reserveren bij de organisatie Azimuth. Zij hebben professionele gidsen die diverse talen spreken. Tijdens de begeleide tour wordt er duidelijke uitleg gegeven over astronomie en wordt het interieur van de reusachtige telescopen bezocht.

Het Observatorium van Calar Alto ligt in de gemeente Gérgal 04550, op een uur rijden van Almeria.

Bekijk hier de video

Met dank aan Iñigo Pedrueza van El Giroscopo Viajero voor een deel van de fotos.

En dank aan Turismo Andaluz die dit bezoek voor me mogelijk heeft gemaakt.

De eerste Romeinse stad in Spanje; Italica

Itálica, vroeger Colonia Aelia Augusta Italicensium was de eerste Romeinse stad van Spanje en is gelegen in de gemeente Santiponce, op ongeveer vijftien autominuten vanaf Sevilla (15 km.). Het amfitheater is goed bewaard gebleven en spectaculair om te zien. Ook zijn er tientallen Romeinse mozaïeken te vinden. Als je een bezoek brengt aan Sevilla, dan mag je Itálica eigenlijk niet missen.

De Romeinse stad werd door Generaal Publio Cornelio Escipión opgericht in het jaar 206 voor Christus. De naam Italica stamt af van Italië omdat zowel de stichter, Escipión alsmede de eerste inwoners daar vandaan kwamen.

De vesting moest tijdens de tweede Punische oorlog (218-201 v. Chr.) dienen als opvangplek voor gewonde soldaten afkomstig uit het nabije Ilipa Magna (het huidige Alcala del Rio). Italica is de oudste Romeinse nederzetting op het Iberisch schiereiland.

Gedurende de daaropvolgende decennia groeide Itálica uit tot de belangrijkste stad in de provincie Baetica. Itálica leverde zelfs twee Romeinse keizers: Trajanus en Hadrianus. Hadrianus liet ook het nieuwe gedeelte van de stad bouwen. Helaas kwam na de bloeiperiode ook verval, door onder andere plunderingen door de Vandalen en de Moren. In de zeventiende eeuw werd dan het dorpje Santiponce gesticht, dat zich bevindt op de oudste delen van Itálica, dat veel uitgestrekter was dan Santiponce nu is.

Romeinse keizers
Itálica groeide uit tot een hele belangrijke stad voor Sevilla, het was dé plek waar de Romeinse  keizers Trajanus en Hadrianus uitbundig genoten van het leven. Dat kun je nog zien aan de redelijk bewaard gebleven bouwwerken. Zo was er een Romeins theater, een amfitheater met plaats voor 24.000 toeschouwers, thermale baden en grote luxe huizen.

Op de opgravingssite kan je heel wat bekijken. Zo is er een heuse woonwijk te bekijken uit de tijd van Hadrianus. Het interessantste zijn hier de prachtige mozaïeken die gewoon nog ter plaatse zijn. Het amfitheater is allicht het indrukwekkendste bouwwerk. Je kan in het centrum van het amfitheater lopen en je kan in een deel van de catacomben wandelen. Er was vroeger plaats voor zo’n 25000 bezoekers.

Er is ook een klein museum aan de opgravingssite verbonden. De interessantste voorwerpen die gevonden zijn, zijn echter overgebracht naar het archeologisch museum in Sevilla zelf.

Opgravingen
Het gebied bestaat uit een oud- en nieuw gedeelte, het oude werd gesticht door Escipión en het nieuwe (toegankelijk voor publiek) door Hadrianus (geboren in het jaar 76 na Christus). Helaas is slechts een deel van de stad opgegraven, het oude gedeelte ligt onder het dorp Santiponce en ook andere gedeeltes zijn nog niet uitgegraven, je kan hier dus makkelijk een echte Romeinse fossiel of steen vinden want de graafmachines gaan niet altijd nauwkeurig te werk.

Itálica is dus heel bijzonder omdat het laat zien hoe belangrijk Sevilla was in de Romeinse tijd, zo´n 2000 jaar geleden. Bij de entree kun je een video over de gebouwen in Italica bekijken, echter is deze alleen in het Spaans.

Hoe kom je in Itálica? 


Met de bus:

Er is een rechtstreekse buslijn naar Italica vanaf busstation Plaza de Armas.
Deze bussen rijden elk half uur (in het weekend om het uur). Bussen naar Plaza de Armas zijn: C1, C2, C3, C4 en 43.

Met de auto 

 Neem de ringweg SE-30 richting Mérida, A-66 en houd links aan richting A-49 Huelva, A-66 Mérida.
Blijf de Ruta de la Plata volgen en neem daarna de afslag Santiponce, Itálica.
Eenmaal in Santiponce volg je de borden, maar let erop dat het Romeinse theater op een afstand van het amfitheater en de ingang van Itálica ligt. Deze kun je beter op een ander moment bezoeken.

Openingstijden

Zomer (van 1 april tot en met 30 september): van dinsdag tot en met zaterdag 08.30 tot 21.00 uur.
Zon- en feestdagen van 09.00 tot 15.00 uur.

Winter (van 1 oktober tot en met 31 maart): van dinsdag tot en met zaterdag 9.00 tot 18.30 uur.
Zon- en feestdagen van 10.00 tot 16.00 uur.

Adres: Avenida Extremadura 2, Santiponce

 

500 jaar geleden startte vanuit Sevilla een reis die de wereld veranderde

Het zijn dwazen, gekken, avonturiers, gelukszoekers. Nee, het zijn ontdekkingsreizigers en helden!

Het is zeer waarschijnlijk dat dit de woorden waren die de achttien zeelieden hoorden toen ze na een tocht van ruim drie jaar de haven van Sevilla binnen voeren. Ze hadden de eerste zeilreis om de wereld voltooid, die bewees dat de wereld echt rond was. Alleen deze achttien mannen slaagden erin om na talloze tegenslagen en schipbreuken naar dezelfde haven terug te keren waar ze destijds begonnen waren.

Precies 501 jaar geleden vertrok de Portugees Ferdinand Magellaan met een Spaanse vloot voor een ontdekkingsreis die de eerste globalisering van de wereldeconomie een boost zou geven. Op 10 augustus 1519 vertrok de zogenoemde Armada en voer via de Canarische eilanden richting het zuiden. Met vijf zwart geteerde schepen, de Trinidad, San Antonio, Concepcion, Santiago en Victoria zeilde de vloot om bij vuureiland een doorvaart te vinden naar de Stille Oceaan.

Aan boord 250 bemanningsleden met hun hart vol illusie, of misschien angst of zelfs hebzucht. Magellaan was een Portugese vlootkapitein die in Spaanse dienst werkte. Zijn ambitieuze reis rond de wereld werd grotendeels gefinancierd door de Spaanse koning.

Tijdens mijn bezoek aan Sevilla monster ik aan op het schip Nao Victoria, het enige vaartuig dat de tocht overleefd heeft en heb ik een ontmoeting met de reïncarnatie van de stoere ontdekkingsreiziger Magellaan. Al snel stelt hij mij als matroos aan en nodigt me uit hem te vergezellen op zijn wereldreis. Aan boord echter, is het hard werken en het is flink wennen om te leven onder zware Spartaanse omstandigheden.

                                        Straat van Magellaan

Magellaan is een edelman met een grote staat van dienst. De mythische specerijeneilanden zijn zijn grote ambitie. Eenmaal op de eilanden vinden we dan ook nootmuskaat, kruidnagel en peper. De specerijen zijn niet goedkoop. Zodoende bedenkt de bevelgever onderweg het woord “peperduur”. Eigenlijk wil hij proberen om dit gebied in handen te krijgen, dat al jaren wordt gecontroleerd door de Portugezen. Magellaan leeft namelijk al jaren in onmin met de Portugese kroon omdat die zijn reis niet wilden financieren.

Maar gelukkig heeft hij in Spanje wel de kans gekregen om zijn grote plannen te realiseren. Tijdens onze tocht wil hij via een westelijke route een doorgang vinden naar Azië, want de Afrikaanse route langs Kaap de Goede Hoop wordt ook door de Portugezen gecontroleerd. We zeilen maandenlang langs de hele oostkust van Zuid-Amerika naar het zuiden.

Met vijf schepen zeilen we via Kaapverdië naar Brazilië. Daar gaan we op zoek naar een doorvaart om de Stille Oceaan te bereiken. Op dat moment weten we al van het bestaan van deze oceaan. Via een tocht over het land ter hoogte van Panama was dat ooit al aangetoond. Tussen Patagonië en Vuurland stuitten we op een spectaculaire doorgang die veel later bekend wordt als de Straat van Magellaan.

We zeilen met zijn vier boten, want er is inmiddels één schip verloren gegaan, door de smalle zeestraat, die tegenwoordig bekend staat als de Straat Magellaan. We krijgen het zwaar te verduren, want in de zeestraat worden we geteisterd door stormachtige winden. Met drie schepen realiseren we uiteindelijk de doortocht door de moeilijk te bevaren doorgang. De vierde keert namelijk halverwege terug.

Als we met de drie schepen de Grote Oceaan bereiken, hebben we wekenlang geen wind en drijven we doodstil op het water. Zes maanden lang dobberen we over de Stille Oceaan. Dan opeens bereiken ons de passaatwinden en gaat het relatief snel. Na weken alleen zee gezien te hebben bevind ik me op een dag in het kraaiennest. En ja hoor, Land in zicht! roep ik naar mijn kapitein. Uiteindelijk meren we aan in Guam en daarna de in de Filipijnen. Dankzij ruilhandel kunnen we de door ziekte en scheurbuik uitgedunde bemanning weer een beetje op de been helpen. Helaas vindt Magellaan de dood bij een van deze ontmoetingen. Hij wordt op 27 april 1521 met een speer gedood op het eiland Mactan.

Verder onder leiding van een nieuwe held

Samen met de overlevenden en onder bevel van Juan Sebastian Elcano trekken we verder en bereiken we de Molukken. Het rantsoen is schaars en we leven inmiddels op water en scheepsbeschuit. Ratten en ander ongedierte, dat aan boord is gekomen, houden me ´s nachts uit mijn slaap.

Na ruim drie jaar komen we met de Nao Victoria, het enige schip dat de tocht heeft overleefd en met 18 man aan boord, uiteindelijk terug in Sevilla. We worden de rivier de Guadalquivir opgesleept en naar de aanlegplaats tegenover de Trianawijk gebracht om aan te meren. Het schip is vernoemd naar de kerk Santa María de la Victoria de Triana, waar Ferdinand Magellaan voor vertrek zijn trouw zwoer aan keizer Karel V. Juan Sebastian Elcano overhandigt me mijn zeemansgage; een buidel met gouden dukaten en een leren zak met kruiden.

De rest van de bemanning haast zich naar de Kathedraal van Sevilla om te bidden bij de Virgen de la Antigua om te danken dat zij heeft gezorgd dat ze levend hebben mogen terugkeren. Drie jaar eerder, hebben de mannen de kerk ook bezocht en om een goede vaart gebeden. Ze zijn dankbaar dat de Virgen hun wens heeft verhoord. Antonio Pigafetta is een van de overlevenden van de Victoria. Dankzij zijn dagboeken is bekend wat er allemaal gebeurd is tijdens de ontdekkingsreis.

Ik neem afscheid van Elcano met wie ik een bijzondere band heb opgebouwd en beloof hem in de toekomst op te zoeken. Wie weet om dromen van heel andere diepten te verwezenlijken…

Ondanks dat Magellaan de reis niet voltooid heeft, zal de wereldreis altijd met hem verbonden blijven. Daar hebben mijn collega´s kroniekschrijvers voor gezorgd, die zijn heldhaftigheid beschreven. Magellaan was natuurlijk ook van adellijke afkomst en dat kon niet gezegd worden van de overlevende bemanningsleden. Na deze reis werden vele landkaarten, navigatiemappen en geografische boeken herschreven.

Terug in de tijd via theater aan boord.

Om de eerste reis rond de wereld mee te beleven kun je aan boord stappen van de replica van de Nao Victoria in Sevilla en genieten van een vrolijke getheatraliseerde rondleiding. De acteurs bezorgen hun publiek een spannende sprong in de tijd en je ontvangt spelenderwijs enorme veel informatie. Halverwege je reis stap je over naar het bezoekerscentrum dat tegenover het schip gelegen is om je te verdiepen in de details van de eerste wereldreis in de geschiedenis.

Het schip ligt aangemeerd in de Guadalquivir ter hoogte van de stierenvechtersarena. Er is iedere dag een rondleiding om: 10.00, 11.00, 12.00, 13.00, 17.00, 18.00, 19.00, 20.00, 21.00 uur

Prijs: Kinderen tot 11 jaar 3 euro, ouder dan 11 jaar 6 euro. Tickets zijn ook te reserveren bij www.espacioprimeravueltaalmundo.org

klik op deze foto om de reis van Magelaan mee te varen

Voor meer informatie over de eerste reis om de wereld: www.vcentenario.es  

 

Genieten van de Spaans eetcultuur langs de Vias Verdes

Heerlijke wijnen, olijfboomgaarden, uitgestrekte rijstvelden, flamingo’s, kraanvogels én uitmuntende paella. De delta van de Ebro in Catalonië ligt aan de kust. Rust, ruimte en vooral héél Spaans.

WavWSSKt

We zijn na 5 dagen fietsen over de Vía Verde Val de Záfan aangekomen in Sant Carles de la Ràpita, in het hart van de Ebro Delta. En wat hebben we genoten van alle heerlijke gerechten onderweg! Elke keer weer een beloning om naar uit te kijken na een dag vol beproevingen en ervaringen.

Champiñones al Ajillo

De avond voor de start doen we ons tegoed aan een tapasmaaltijd in een gezellig lokaal restaurantje in Puebla de Hijar. Een van onze favorieten zijn de Champiñones al Ajillo, oftewel champions in knoflook. Deze worden gemaakt met de klassieke, witte champions maar kan ook met kastanje champions, cantharellen of oesterzwammen. De overgebleven knoflookolie met peterselie in het bakje blijft heerlijk om je brood je in te  dippen. Mmmm…

unnamed

Zelf maken? Een makkelijk recept  hebben we alvast voor je opgezocht!

Wijnen uit BOT

Terra Alta, onderdeel van de provincie Tarragona, staat bekend om zijn goede wijnen, niet verwonderlijk want je fietst langs kilometers lange velden met wijnranken. Zo kom je langs het plaatsje met de grappige naam Bot, waar Agrícola Sant Josep sinds 1962 gevestigd is en witte en rode wijnen maakt van de druiven uit de omgeving. De kalkgronden en het milde klimaat zorgen voor een goede natuurlijke omgeving voor druivensoorten zoals de Grenache, een duurzame soort.

ebUz5-_p

Zin om zelf een wijntje te gaan proeven? Parkeer je fiets dan bij  Sant Josep;  de witte wijn is een heerlijk frisse afsluiter van de dag!

Meer informatie over de wijnen van Sant Josep

Biologisch eten op Estació de Benifallet

Na twee dagen licht klimmen is de etappe van Cretas naar Benifallet een feestje: alleen maar dalen, heerlijk! De omgeving wordt alsmaar spectaculairder, het grote bergmassief Santa Barbara doemt op en vale gieren zweven boven ons hoofd. Net op tijd arriveren we voor een late lunch bij Estació de Benifallet, een oud station dat is omgebouwd tot hotel met restaurant. In de zomeravonden vinden hier muzikale optredens plaats onder de sterrenhemel, een sprookje! Zo ook het eten, ’s avonds kiezen we voor een menu met biologische producten uit de streek, met de meest verfijnde smaken die je maar kan voorstellen. Opvallend is ook hoe ze op de menukaart aandacht besteden aan alle soorten allergiën, maar liefst 14 hebben we er geteld!

Estació de Benifallet is zeker een stop waard, voor lunch, diner en om er heerlijk te slapen.

Meer informatie over Estació de Benifallet

Jf6HXK6s

Lunchen op niveau in Parador de Tortosa

Op dag vier fietsen we aan het begin van de middag over de rode brug van Tortosa en zien al “ons kasteel” opdoemen, de Parador waar we vannacht mogen slapen. Allerhartelijkst worden we in onze bezwete tenues ontvangen. Na een snelle douche en gehuld in het laatste setje schone kleding gaan we aan tafel in een spectaculaire eetzaal, waar vroeger de ridders en edelvrouwen met elkaar dineerden. En nu wij! Voorname Spaanse families lunchen met kleine kindjes alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Wij doen gezellig mee en verwonderen ons over het prachtige geserveerde eten, opgediend onder zilveren cloches door obers in driedelig kostuum. Wat een bijzondere ervaring!

Meer informatie over Parador de Tortosa

WZDHSb1I

Eindigen met paella uit de Terres del Ebre

Na 5 dagen trappen komen we aan in Sant Carles de la Rápita, een typisch Spaans havenplaatsje aan zee waar vooral de Spanjaarden zelf op vakantie gaan. Er heerst een gezellige drukte en een goede sfeer.

Zeevruchten staan hier overal op het menu, niet verwonderlijk in deze omgeving. En natuurlijk de rijst uit de Ebro Delta zelf. Op het laatste deel van de Val de Záfan route (over de GR99) zou je haast niet in de gaten hebben dat je in Spanje fietst. Het landschap, met de uitgestrekte rijstvelden, de rivier en de palmbomen aan de kant van de weg, doen eerder denken aan Zuidoost-Azië. Hier moet je dus ook genieten van een heerlijke paella, met vis, konijn of kip, waar je van houdt. Of de zwarte versie, gemaakt met inkt van de inktvis.

W6NMMf3L

Een aanrader en een mooie afsluiting van een culinaire fietstocht!

Zelf paella maken? Kijk hier voor een makkelijk paella recept.

Bron: http://www.viasverdesfietsenwandel.com

Auteur: Marjan Gielen

Acht supertips voor een Covid Safe vakantie in Andalusië

“Spanje wacht op jullie!” Als een van de laatste Zuid- Europeese landen in de rij nodigde premier Sánchez zaterdag toeristen uit om vooral de zomer door te brengen in zijn land.  De hoop op een mooie zomervakantie wordt alleen maar groter, nu ook Spanje zijn grenzen voor buitenlanders gaat openstellen

We garanderen dat toeristen geen risico zullen lopen, zegt premier Sanchez. Deze stap komt niet als verrassing; eerder in de week kondigde de minister van Transport al aan dat het buitenlandse toerisme vanaf eind juni weer op gang gebracht wordt. Volgens de minister wordt daarbij dan wel gekeken naar de gezondheidssituatie in het land waar mensen vandaan komen en waar de toeristen in Spanje naartoe willen. Hij zei ook dat de Spanjaarden en residenten dan weer buiten hun eigen provincie mogen reizen.

Kom jij naar Spanje of woon je in Spanje en zou je tijdens je vakantie massatoerisme en drukte willen vermijden? En zou je bovendien plekken willen bezoeken met rust en ruimte of fysiek bezig willen zijn? Dan geef ik vast 8 supertips!

 

Tien verborgen plekjes aan de Costa Tropical. Meer dan zon en zee…

 

20190315_104733

De Costa Tropical is het bescheiden buurmeisje van de Costa del Sol en bestrijkt de 73 kilometer lange kustlijn van de provincie Granada. Er zijn tientallen stranden en kleine baaien met kristalhelder water, meer dan 300 dagen zon per jaar en een gemiddelde temperatuur van 20 graden.

Aan de tropische kustlijn liggen 19 dorpen. De bekendste zijn Almuñécar, La Herradura, Motril en Salobreña. Naast deze stranden zijn er kleine en rustige baaien gelegen in Albuñol, Castell de Ferro, en Polopos.

Naast de tropische kust biedt dit gebied talloze culturele, sportieve en gastronomische mogelijkheden. En natuurlijk de prachtige natuur. In dit artikel beschrijf ik 10 verborgen plekjes met activiteiten die je het hele jaar door kunt ondernemen.

 

Castellar de la Frontera, van Moren tot Hippies

 

Het dorp Castellar de la Frontera ligt in de provincie Cádiz. Het is onderdeel van het achterland van el Campo de Gibraltar en grenst aan de gemeenten San Roque, Jimena de la Frontera, Los Barrios en Alcala de los Gazules, in het natuurpark Los Alcornocales. De uitgestrekte gemeente is opgesplitst in drie centra; Castellar Viejo, Castellar Nuevo en Almoraima.

Dit historische vestingdorp staat bekend om zijn kasteel, het woord ‘Castellar’ betekent letterlijk ‘ plaats van het kasteel’. Castellar de la Frontera Vieja ligt hoog op een heuveltop en heeft een indrukwekkend zicht over de provincies Cadiz en Malaga. Ooit was het een waar kunstenaarsdorp met een bijzondere aantrekkingskracht. Als je wandelt door de smalle kronkelige straatjes, die uit de islamitische periode stammen,  voelt het net of je even door de geschiedenis wandelt.

Een aantrekkelijke en rustige omgeving omringt door de dorpen van het Campo de Gibraltar gebied en het natuurpark Los Alcornocales.

 

Ubeda, werelderfgoedstad in één dag

 

Úbeda is een bestemming die je, als je in Andalusie bent, zeker moet bezoeken. Op mijn route door de provincie Jaén kon ik er niet omheen, Ubeda is samen met Baeza, een werelderfgoedstad. Het zijn twee dorpsnamen die onvermijdelijk samenvallen en door Spanjaarden in een adem genoemd worden als topexcursie. Waarom? Omwille van de prachtige renaissance stijl waarin deze dorpen, beide UNESCO Werelderfgoed, rijkelijk baden. Een stijl die vrij uniek is in Spanje!

Ook de gastronomie is er een bron van genot. Dit is de poort van Andalusië, waar een zee van olijfbomen je welkom heet voor je het verleden in deze dorpjes binnen treedt. Welkom in de provincia Jaen, gastvrij en zonnig! Met bovendien het grootste natuurpark van Andalusië, La Cazorla.

 

Roadtrip en fietsen door de Sierra Subbetica

 

Het natuurpark Sierra Subbetica ligt in Andalusië, op slechts een uurtje rijden van Cordoba of Malaga stad. Het is de thuishaven van één van de grootste kolonies griffioengieren van Spanje en sinds 1988 een erkend natuurpark. Het natuurpark heeft een oppervlak van 31.568 hectare en beslaat de witte dorpen Cabra, Carcabuey, Doña Mencía, Iznájar, Luque, Priego de Córdoba, Rute y Zuheros. De meest bezochte dorpen zijn: Cabra met de hermitage, Iznajar met het stuwmeer en Zuheros.

In het natuurgebied zijn negen bewegwijzerde wandelpaden. Daarnaast is de “Via Verde de Subbetica” een aanrader. Een traject dat vroeger dienst deed als spoorlijn en dat je langs prachtige plekken en via diverse tunnels en viaducten voert. Hoe kun je deze mooie plekken combineren en plan je je je bezoek om de dorpen en de omgeving goed te leren kennen? Ik raad je aan om er drie dagen voor uit te trekken en twee overnachtingen te reserveren.

 

Walvissen en dolfijnen spotten vanuit Tarifa

 

Tijdens de warme zomerse dagen in Andalusië is het heerlijk vertoeven op het water. De Straat van Gibraltar, de zeestraat tussen Zuid-Spanje en Marokko, is een van de beste plekken in Europa om dolfijnen, orka’s en walvissen te spotten. Het voedselrijke water van de Straat van Gibraltar is het leefgebied van verschillende soorten walvissen en dolfijnen. Van april tot oktober vertrekken er vanuit Tarifa dagelijks whale watching tours, waarbij je de indrukwekkende zeezoogdieren van dichtbij kunt bekijken.

Er komen zeven soorten walvissen en dolfijnen voor in de Straat van Gibraltar. Vier daarvan verblijven er het hele jaar: de gewone dolfijn, de griend walvis, de tuimelaar en de gestreepte dolfijn. De Orka’s komen in juli en augustus naar de Straat van Gibraltar om de blauwvintonijnen op te wachten die dan terugkeren uit de Middellandse Zee. Potvissen zijn van maart tot juli te spotten. Zij jagen in die periode op diepte op de reuzeninktvis. En vinvissen passeren de zeestraat tussen mei en juli op doortocht van de Atlantische Oceaan naar de Middellandse Zee.

 

Zomerochtend in Cádiz.

 

El Lorenzo, zoals de zon in Spanje ook wel genoemd wordt, straalt aan de azuurblauwe hemel. Ik heb zojuist de honderddrieënzeventig traptreden van de Torre Tavira beklommen en sta op het vijfenveertig meter hoge dak dat uitkijkt over de oudste stad van Europa. Torre Tavira bestaat uit twee verdiepingen met daarop nog een torentje. Via een stalen deur kom ik de Camera Oscura binnen. Mijn ogen moeten even wennen aan de duistere ruimte, maar al snel zie ik de schim van gids Ramon die begint uit te leggen hoe de Camera Oscura werkt.

De oudste en meest liberale stad van Europa in die tijd, ontwikkelde zich tot de belangrijkste havenstad van Spanje. Mannen van de zee, een en al zout en horizon, brachten de schepen over de Atlantische Oceaan naar de goudgebieden van andere continenten.
In de haven heerst nog altijd de sfeer van weleer. In gedachten zie ik een excentrieke dame in een robijnrode jurk voet aan wal zetten en in een rijtuig stappen. Ze laat zich rijden naar het chique Balneario aan de Playa la Caleta waar ze het rijtuig verlaat en de koetsier, die haar hutkoffer aflaadt, wat munten in de hand stopt.

 

Alcala La Real en La Fortaleza de la Mota

 

Hoe vaak ben ik er niet voorbij gereden op een tocht van Granada naar Cordoba: ´La Fortaleza de la Mota´ in Alcala la Real, een majesteus fort dat hoog vanaf een berg over de olijfvelden uitkijkt. Het sprookjesachtige beeld intrigeert me al jaren. Hoog tijd voor een bezoek dus.

Alcala is het Moorse woord voor fort en het zijn dan ook de Moren die in 713 de berg veroveren en er als eerste een enorme moskee bouwen. De stad die rond de moskee ontstaat, heet in die tijd Qul´at en is het bezit van de Banu Said familie. De roemruchte burcht neemt een bijzondere plaats in als het gaat om de bescherming van het Alhambra in Granada en is vanaf dat moment een gewild strategisch punt waar flink om wordt gestredenEeuwenlang ligt Alcalá la Real in het grensgebied van het Arabische en Christelijke Spanje, het deel van Andalusië dat overheerst werd door de Arabieren en dat deel wat op hen heroverd was.

Overigens kun je in de binnenlanden van Andalusië ook een kastelentocht maken.

 

Sherry proef je in Jerez

 

Er is maar één manier om sherry echt te proeven: onder de strakblauwe hemel van Andalusië, met je voeten op de kalkhoudende aarde, met tapas en ritmische gitaarklanken erbij. Sherry, de drank die voor de Britten zo belangrijk werd, wordt gemaakt van Palominadruiven uit het bijzondere kalkwitte gebied in het puntje van Andalusië, Jerez.  De driehonderd dagen zonneschijn per jaar geven een gemiddelde temperatuur van bijna 20 graden. Je vraagt je af hoe er daar een druif kan groeien, maar dat komt onder andere door de invloed van de Atlantische Oceaan die er voor zorgt dat er tussen oktober en februari zo’n 600 millimeter aan water valt.

Hoofdstad van de sherry is Jerez de la Frontera, een levendige stad midden in Andalusië waar de wijngaarden zich rondom uitstrekken. Alle grote en bekende sherrybodega’s zoals Osborne, Sandeman, Gonzalez Byass zijn hier gevestigd. Het oude centrum is Spaanser dan Spaans met zijn tapasbarretjes, pleinen en patio’s, flamenco, smalle straatjes, kleurige bougainville, witte muren en Mariabeeldjes. De prachtige architectuur en een geschiedenis van drieduizend jaar wijnhandel maken Jerez tot een aantrekkelijke plek voor wijnliefhebbers.

Jerez is een uitstekende uitvalsbasis voor wijnroutes door Malaga en Cadiz. Bovendien kun je in de stad Jerez de Koninklijke paardrijschool bezoeken en de Andalusische danspaarden zien optreden.

 

Met deze tips kun je er zeker van zijn om in alle rust de mooiste plekjes van Andalusië te ontdekken. Wandelen, fietsen, wijn en olijven proeven, dolfijnen spotten, openluchtmusea en schitterende natuurparken. Er zit vast iets voor je bij.

Nu nog wachten tot we mogen…

En in de tussentijd…Andalusië wacht op je!

 

 

 

Spanje in quarantaine, dat is toch veertig dagen?

Uren, dagen en nachten hebben zich aaneengeregen. Op hoeveel dagen zitten we nu? Ik ben de tel kwijtgeraakt… Er zijn dagen dat ik ´s morgens wakker word en het me moeite kost te bedenken welke dag het is. Aan de andere kant is mijn hoofd (en ook mijn huis) nog nooit zo helder geweest. Volkomen uitgerust ben ik inmiddels bereid om een cursus te gaan volgen. Wat zal het worden? Online pottenbakken, mondkapjes haken of een workshop lifestyle voor na de Covid? Op Facebook staat: lees Dostojewski, het zal je leven veranderen. Alsof er nog niet genoeg veranderd is.

Ik heb geen hond en geen kind onder de twaalf jaar dus ik mag voorlopig niet gaan wandelen en hoor dus bij de groep: Blijf in uw kot, behalve als u eerste levensbehoeften nodig hebt en het is duidelijk dat een knuffel of aanraking niet onder eerste levensbehoefte valt. In Zweden raden ze ondertussen serieus aan bomen te gaan omarmen…

Eigenlijk zou ik deze week op perstrip zijn. Op uitnodiging van de Junta de Andalucia voor de promotie van natuurgebied La Doñana en de provincie Huelva. Ik hoef niet uit te leggen dat de reis is uitgesteld… De wereld popelt om uit zijn schoonheidsslaap te ontwaken en hunkerend naar optimistische berichten beginnen we voorzichtig naar het lichtpuntje aan het einde van de tunnel te lonken. De sector die het meest geraakt is en het hardste schreeuwt om zijn activiteit voort te zetten is het toerisme. Met een daling van 84% staan talloze bedrijven in de toeristensector in Spanje op de rand van de afgrond en kijkt men dol van wanhoop uit naar de verlossende woorden van de premier over wanneer ze weer open mogen.

Maar laten we realistisch zijn. Het gouden tijdperk van toerisme is voorbij. Natuurlijk was het schitterend dat we de hele wereld over konden vliegen, meerdere keren per jaar op vakantie konden gaan en ons mindvolle ontdekkingsreizigers waanden. Maar zoals het was zal het nooit niet meer worden.

De vraag is: Hoe wordt het dan? Zolang daar geen antwoord op is, wordt er in ieder geval niet stilgezeten. Junta´s, hotelverenigingen en reisorganisaties buigen zich over wederopbouw met een onzekere toekomst. Ondernemers slaan de handen ineen en komen met positieve initiatieven. Afgelopen weekend is bekend gemaakt dat de terugkeer naar de gewone gang van zaken trapsgewijs zal gebeuren. Trapsgewijs… De Canarische eilanden en Costa del Sol met de laagste percentages besmettingsgevallen roepen smekend: Wij eerst! Por favor!

Zal de regering rekening met ze houden? Zal de lockdown eerder opgeheven worden in gebieden waar minder coronarisico is? Gaan we tijdens zomer 2020 in Spanje in perspex hokjes op het strand liggen? Lopen we straks met een gezondheidsverklaring in onze strandtas? En wat houdt die verklaring in? Vanaf wanneer wordt er internationaal gevlogen? Allemaal vragen waar  nog steeds geen antwoord op is. Gelaten volgen we de cijfers en ondertussen staan we versteld van de dosis geduld die we aan de dag leggen.

Zolang er geen duidelijkheid is kun je twee dingen doen. Afwachten wat er gaat gebeuren. Of je voorbereiden. Ik zou zeggen, kies voor de laatste optie. Er zijn, als je een bedrijf in de toeristensector hebt, zoveel dingen die je wél al kunt doen. Laten we elkaar daarbij inspireren en stimuleren. Dit is hét moment op er gezamenlijk de schouders onder te zetten. Ik heb ondertussen al heel wat goeie acties voorbij zien komen.

  • Een restaurant in mijn dorp biedt maaltijden die aan huis bezorgd worden die vergezeld worden met een flesje wijn van het huis.
  • B&Bs laten hun website in het Spaans vertalen om straks voorbereidt te zijn op nationaal toerisme.
  • Accommodaties bieden bij de reservering van hun virusvrije accommodatie vast een hygiënekit met plastic handschoenen en gel.
  • Hotels zetten de reserveringskalender voor 2021 en 2022  open zodat er toch vast geboekt kan worden.
  • Restaurants spelen in op het verhogen van je weerstand en een gezonde leefstijl en delen op social media video´s met recepten boordevol vitaminen.

 

Heb jij een goed idee, en wil je het met je collega´s delen? Laat het me weten, dan kan ik er misschien een vervolgblog over schrijven. Zolang de gasten niet naar jou kunnen komen, breng dan een bezoek aan hen.

Ook kan ik iedereen aanraden de Facebookpagina van de Nederlandse Ambassade in Madrid te volgen. Onze Ambassadeur Jan Versteeg zorgt dagelijks voor kersverse updates.

Voor nu wens ik iedereen in de sector een stay safe en stay positive. Maar kom ook in actie en zorg dat je klaar bent voor het magische moment dat Spanje de balkons mag gaan verlaten.

#yaquedamenos

 

 

 

 

De adembenemende schoonheid van de Sierra de Gredos

Ver weg van de Spaanse Costa´s ligt een groen gebied waar de tijd stil lijkt te staan. Nagenoeg in het midden van Spanje vind je een oase van authentieke Spaanse natuur, vol wonderbaarlijke landschappen waar de paden en de bomen de sfeer van vroeger fluisteren.

Op ongeveer een uur rijden van Madrid ligt de prachtige bergketen van de Sierra de Gredos. Hier komen natuurliefhebbers om te wandelen en te genieten van rust en stilte. Het gebergte is een regionaal park met als hoogste punt de Pico Almanzor van 2.592 meter hoog. De streek staat met name bekend om de mooie, glasheldere bergmeren en ruige kloven.

Spaanse steenbokken en reeën worden hier regelmatig gespot en vogelaars kunnen op zoek naar de steenarend, Spaanse keizerarend, monniksgier en vale gier. Ik rij door het imposante bergebied en val van de ene verbazing in de andere. Wat een uitzichten, wat een ongekende schoonheid, en wat een rust! Ik krijg onmiddellijk zin om de wandelschoenen aan te trekken en parkeer de wagen bij een gemarkeerd landweggetje.

In dit droomgebied voor wandelaars zijn de paden, die verzorgd worden door de parkwachten, uitstekend begaanbaar. Ik hoef geen professionele klimmer of bergwandelaar te zijn om vlak bij de toppen te komen. Vanaf het Plataforma de Gredos zijn er goed begaanbare wandelroutes te ontdekken. Voor vandaag heb ik gekozen om te wandelen aan de zuidzijde van de bergen die uitkijken op de regio Extremadura.

De uitdagende bergpaden slingeren boven indrukwekkende valleien. Er liggen kleine dorpjes, die via smalle asfaltweggetjes met elkaar zijn verbonden. Kenmerkend voor de zuidelijke Gredos-hellingen is het zachte microklimaat. Daarentegen heb ik gehoord dat het op de noordhellingen soms wel tien graden kouder kan zijn en blijft de winterse sneeuw liggen tot in april of mei.

Zo hoog in de bergen is de lucht schitterend blauw. En bijna altijd komt de zon hier in volle glorie op. Niet altijd, maar zo rond 300 dagen per jaar is er licht. Puur zonlicht en zuivere lucht. Is dat niet geweldig? Het voorjaar is misschien wel de mooiste tijd om in de Sierra de Gredos te bezoeken.

Alles is dan groen, fris en fruitig en de temperatuur is zacht. Qua klimaat is het heerlijk, al koelen de nachten behoorlijk af. Deze tijd van het jaar is ideaal om op verkenning te gaan naar dorpjes en stadjes en naar de diversiteit binnen het gebied. Maar ook ´s winters kun je er terecht, dan wordt er veel getoerskied en gewandeld op sneeuwschoenen.

Het wonderlijke is dat ik me op het ene moment bevind in een lieflijke vallei met meren en het volgende moment in een granieten landschap met ruige pieken tot bijna 2600 m. Het ongerept natuurgebied van ongeveer honderd kilometer lang is uitgeroepen tot een beschermd natuurpark, waar veel wild leeft.

De Sierra kent een rijke geschiedenis en is bekleed met talrijke fraaie dorpjes met kleine huizen, waar je nog kan genieten van eenvoud, stilte en streekgerechten. Toeristen kom je hier vrijwel niet tegen.

Na mijn eerste wandeldag logeer ik in het Parador Hotel Gredos, de eerste Parador hotel dat in 1928 in Spanje is gebouwd.  Oorspronkelijk was deze Parador bedoeld als jachtpaviljoen voor koning Alfonso VII, vandaar de zeer rustieke inrichting in warme groene en rode tinten met talrijke jachtmotieven en jachttrofeeën.

In het restaurant geniet ik van een heerlijke maaltijd van streekgerechten, waaronder een flink stuk vlees van de zwarte Avileense koe. Voor gastronomie zit je in Castilla y Leon natuurlijk altijd goed.

Na de maaltijd ben ik uitgenodigd in het observatorium van het hotel om een Starlite experience mee te maken. Door de heldere nacht is het een ideale plek om sterren te kijken terwijl ik uitleg krijg van een astronoom en de deken die het hotel voor me heeft klaargelegd, om me heen sla.

De volgende dag rij ik naar het bezoekerscentrum aan de noordkant van de Gredos. In het Casa del Parque vertelt de gids me van alles uit over het ontstaan van de het gebergte en over de natuur. In het centrum biedt men de gelegenheid om gratis een E-bike te gebruiken, een initiatief van het door de Europese Unie gesubsidieerde Moveletur.

Wat mij betreft is het ideaal om de omgeving op een elektrische fiets te ontdekken want aan deze kant van de bergketen liggen uitdagend slingerende maar vooral steile bergpaden die boven indrukwekkende valleien slingeren. Zonder veel inspanning te verrichten glij ik langs het landschap met veel zwartharig rundvee dat vrij rondloopt en in de lager gelegen gebieden bezoek ik dorpjes die leven van de amandeloogst, bijenteelt en wijnbouw.

Na de fietstocht eet ik mijn picknick in de schaduw van de bomen en kan ik genieten van de veelzijdigheid aan vogels die in het gebied leven en gretig van mijn overgebleven stukje stokbrood pikken. Dan pak ik de auto en na een tijdje rijden, parkeer ik bij het uitzichtspunt Puerto del Pico.

Van hieruit loopt een oud romaans pad, La Calzada Romana, dat uitkomt bij het dorpje Cuevas del Valle. Als de stenen van dit vijf kilometer lange pad konden spreken, dan zouden ze me vertellen over de Romeinen die het pad hebben aangelegd.

Eenmaal in het dorp aangekomen, neem ik plaats op een terrasje langs de rivier en bestel ik een glaasje lokale wijn. De waard van het lokaal vraagt of ik Spaans spreek. Hij heeft niet veel te doen en komt even bij met zitten. Zo kom ik te weten dat de wijnbouw in de Gredos is al eeuwenoud is en gemaakt wordt van de Albillo Real, een inheemse druivensoort.

De wijn heeft de naam Cebreros gekregen en is daarmee vernoemd naar één van de wijndorpen in het gebied. Een dorp met een bijzondere geschiedenis, want Adolfo Suarez, de eerste democratisch gekozen president van Spanje na de dictatuur van Franco, komt er vandaan.

De oude coöperatief in Cebreros is in handen van een Spaanse wijnmaker die het potentieel van de wijnen in deze regio al vroeg zag. Hij brengt met zijn wijn Transicion een prachtig eerbetoon aan de geschiedenis van Cebreros door met deze naam te verwijzen naar de transitieperiode van dictatuur naar democratie, onder leiding van president Suarez.

Terwijl we in de zon wat zitten te babbelen, zet mijn gesprekspartner nog een glaasje wijn neer en trakteert hij me op een schaaltje gezouten amandelen van eigen oogst. Hij legt me uit dat via het oude romeinenpad ieder jaar in juni de Transhumancia wordt gehouden.

Dan wordt het vee dat in de winter in lager gelegen gebieden wordt ondergebracht naar de hoge bergen wordt geleid waar velden met fris sappig gras op hun komst wachten. Het schijnt een hele belevenis te zijn waar veel nationale toeristen op af komen.

De Transhumancia valt net niet samen met La Fiesta del Piorno, Het feest van de brem, eind mei/ begin juni. De Gredos schijnt in die periode te schitteren van goudgele bremstruiken. Ik kijk er van op als ik hoor dat op La Fiesta del Piorno tijdens het muziekfestival zelfs internationale artiesten hebben opgetreden zoals Sting, Bob Dylan en Rod Stewart.

De Sierra de Gredos is een ruig en onherbergzaam gebied met prachtige beekjes, grillige bergtoppen, kronkelende bergpaden en machtige rotsformaties. Een prachtig decor voor een heerlijke vakantie. In dit gebied in de provincie Avila (Castilla y Leon) kun je behalve genieten van de omgeving en van de gastronomie, je sportieve hart volledig ophalen.

Uiteraard heb ik ook meteen een bezoek gebracht aan Avila, de hoofdstad van de gelijknamige provincie. Het is op een hoogte van ruim 1100 meter de hoogste provinciehoofdstad van Spanje. Avila is beroemd vanwege zijn muur, niet voor niets Unesco Werelderfgoed, die de hele binnenstad omringt met de 2.5 km lange stadswal uit de Middeleeuwen, met 88 torens en 9 toegangspoorten.

Ik breng de laatste nacht door in het monumentale historische centrum van de stad, geheel in historische sfeer, in het Parador Raimundo de Borgoña, een paleis uit de zestiende eeuw. Zonder een moment te twijfelen kies ik ervoor om te dineren in het stijlvolle restaurant van het hotel dat uitkijkt op de paleistuin en de stadswallen.

Ik bestel de beroemde pucherete teresiano, een stoofpot van varkensvlees en groenten typisch voor Ávila en als dessert, de beroemde yemas de Santa Teresa, een gesuikerd gerechtje op basis van eigeel dat net als het hoofdgerecht genoemd is naar Santa Teresa de Jesus, de beschermheilige van de stad.

De Sierra de Gredos in Avila kun je per auto bereiken via Madrid, Salamanca of via de Zilverroute vanaf Extremadura.

(Met dank voor de trip aan het Spaans Verkeersbureau in Den Haag en Fundacion Siglo in Castilla y Leon)

 

 

 

 

 

Via Verde Guadix – Almendricos ( Almeria)

Fietsen of wandelen in het Spoor van de Moor

Begin 1900 bestond er in Zuid Spanje een spoorlijn, die liep van Almendricos in de provincie Murcia naar Guadix in de provincie Granada. Deze route, om ijzer te vervoeren dat uit de mijnen kwam, liep dwars door de Almanzoravallei in Almeria. Het traject dat door de provincie Almeria loopt, is toegankelijk gemaakt als Via Verde. De 38,5 km lange Via Verde voert van het dorpje Fines via Olula del Rio, Purchena, Tijola, Seron naar het eindpunt Hijate. Vijf van deze oude Andalusische plaatsjes hebben een gerestaureerd station dat heden ten dagen dienst doet als bar of restaurant.

Deze schitterende route loopt door een vruchtbare vallei, een natuurgebied met amandelbomen, olijfbomen en indrukwekkende vergezichten. Het witte dorpje Seron is het middelpunt en een uitstekende plek om van de plaatselijke gastronomie te genieten. Onderweg word je vergezeld door talloze roofvogels en vlinders en tijdens de route kun je in authentieke dorpjes met vriendelijke Andalusiërs uitrusten of iets gebruiken op de oude stations waar de muren de sfeer van vroeger fluisteren.

Van track tot track

Track 1 Fines- Olula del Rio 4,5 km

Zodra je op de fiets zit raak je meteen onder de induk van het heuvelachtige landschap dat gekleurd wordt door amandel- en olijfbomen. Vanuit het historische treinstation van Fines volg je de oude spoorlijn waar in het verleden tonnen ijzer vanuit de mijnen met de trein werden vervoerd. Zodra je de smaak te pakken hebt, trap je lekker over de Via Verde en geniet je van de prachtige vergezichten . Eenmaal in Olula del Rio kun je de Iglesia van San Sebastian bezoek je en het indrukwekkende Ibañez museum met tientallen werken van de gelijknamige Andalusische schilder.

Track 2 Olula del Rio – Purchena 4 km

De oude spoorweg gaat door verschillende kleine spoortunnels en over historische viaducten tot aan het gezellige Andalusische dorpje Purchena waar ooit de Moren heersten. Aan de rand van het dorp bevinden zich de resten van de Moorse Alcazaba, het verdedigingsfort, en in het dorp zelf kun je een kijkje nemen in het Moors Archeologisch Museum. Onderweg zie je veel cortijos, de authentieke Andalusische boerderijen, die wit afsteken tegen de ruige omgeving. Ook vogelliefhebbers worden hier op hun wenken bediend.

Track 3 Purchena – Tijola 10 km

Je verlaat Purchena en gaat verder door een dennenbos. Waar je ook fietst of wandelt, de rust en stilte zal je overal vergezellen. De eindstop van deze track is het plaatsje Tijola waar zich de resten van twee kastelen bevinden, El Castillo de la Cerrá en El Castillo de Tijola La Vieja.

Tijola werd al bewoond door de Romeinen. Je vindt hier dan ook drie bewaard gebleven Romaanse nederzettingen. In het historisch centrum van het plaatsje zijn een paar prachtige kerkjes die je kunt bezoeken. Ook kun je een verfrissende duik nemen in een groot waterbassin aan de rand van het dorp. Op het station staat nog een oude locomotief van de Spoorwegmaatschappij Renfe die de bezoeker even terug in de tijd brengt.

Track 4 Tijola- Seron 8 km

Vanuit Tijola trappen we verder door een glooiend gebied. En dan komt het hoogtepunt van de tocht, de plaats Seron waar ooit de Nazari- dynastie regeerde, een van de laatste koningrijken van de Moren in het oude Al Andaluz. Bezoek hier het kasteel op de heuvel waar het dorp omheen is gebouwd, of fiets naar de ijzermijnen van Las Menas. Mocht je in Seron gaan overnachten, breng dan een bezoek aan het Observatorium om de heldere sterrennacht te bestuderen. Dit is ook dé plek om van de Almeriense gastronomie te genieten, de gedroogde hammen en ambachtelijke vleeswaren van Seron zijn er dé specaliteit.

Track 5 Seron – Hijate 12 km

Vanaf het pittoreske stationetje van Seron vervolgen we de tocht. Het leuke aan deze route is dat je over vele acuaducten en ijzeren spoorbruggen komt en dat je de spoorlijn van destijds nog werkelijk ziet liggen. De laatste route brengt ons door een omgeving van gewassen waar ook druiven voor wijn worden verbouwd. Moe en voldaan word door de fietsverhuur naar Seron teruggebracht. Bezoek in Seron ook het historisch centrum met een labyrint aan smalle kronkelige straatjes en kleurige patio´s waar de Moorse periode zijn stempel op heeft gedrukt.

Almanzora vallei.

De regio Valle del Almanzora ligt in het binnenland van Almería. De gemeenten die de regio vormen zijn gelegen aan beide zijden van de Almanzora-rivier, die door het hele gebied loopt en er de ruggengraat van is. Het museumdorp Olula del Rio, de plaats Macael met de marmergroeven en het stadje Seron aan de voet van een kasteelruine hoog op een berg zijn plekken die je minstens moet bezoeken.

De Almanzora-rivier wordt gemarkeerd door amandelbloesem, sinaasappelbomen en boomgaarden, en biedt qua landschap veel contrasten. De Almanzora-vallei is verbonden met de industriële exploitatie van zijn natuurlijke hulpbronnen, zoals mijnbouw, wijnproductie, olijfproductie, landbouw zoals amandelen of de vleesindustrie. Al dit erfgoed vertegenwoordigt elk op zijn eigen manier de geschiedenis en cultuur van de mensen die deel uitmaken van dit uitgestrekte gebied.

Zin gekregen in deze fietstocht?
Je kunt deze tocht zelf organiseren. Fietsen kun je vooraf huren in Seron.

Deze Via Verde kun je verlengen als je de route verder fietst door de provincie Murcia. Deze fietsroute heeft dezelfde naam; Via Verde Guadix – Almendricos, en voert 24 km verder, van Huercal naar Overa.

Wil je meer weten over deze tocht?

Kom dan op 29 februari naar de Fiets en Wandelbeurs in Utrecht.

Om 16.00 geven Marjan Gielen van Destinationmakers en Marion Hoogwegt van MaXperience Spain een boeiende lezing.

Kijk verder op : www.viasverdesfietsenwandel.com

Castellar de la Frontera, van Moren tot Hippies

Het dorp Castellar de la Frontera ligt in de provincie Cádiz. Het is onderdeel van het achterland van el Campo de Gibraltar en grenst aan de gemeenten San Roque, Jimena de la Frontera, Los Barrios en Alcala de los Gazules, in het natuurpark Los Alcornocales. De uitgestrekte gemeente is opgesplitst in drie centra; Castellar Viejo, Castellar Nuevo en Almoraima.


Dit historische vestingdorp staat bekend om zijn kasteel, het woord ‘Castellar’ betekent letterlijk ‘ plaats van het kasteel’. Castellar de la Frontera Vieja ligt hoog op een heuveltop en heeft een indrukwekkend zicht over de provincies Cadiz en Malaga. Ooit was het een waar kunstenaarsdorp met een bijzondere aantrekkingskracht. Als je wandelt door de smalle kronkelige straatjes, die uit de islamitische periode stammen,  voelt het net of je even door de geschiedenis wandelt.

De schoonheid van deze Andalusische straatjes, samen met het panoramische uitzicht op de omgeving, maken het kasteel zeer de moeite waard om te bezoeken. Landbouw is de belangrijkste economische activiteit van de gemeente, maar een groot deel van de bevolking houdt zich bezig met het landelijk en cultureel toerisme.

Castellar is al bewoond sinds de oudheid. Dit is bekend omdat er grotschilderingen uit het Paleolithicum en Neolithicum in grotten zijn gevonden. Door de strategische ligging was het de ideale locatie om de Christelijke invallen op het Moorse koninkrijk tegen te houden. Frontera betekent grens en deze grens situatie, een gevaarlijke plaats voor doorvoer, was een haard van onrustige en onzekere levensomstandigheden gedurende de Middeleeuwen. Het natuurgebied Los Alcornocales was lange tijd het grensgebied van het  Koninkrijk Granada, het laatste bolwerk van de Moren voordat ze het in 1492 definitief moesten afleggen tegen de Christelijke legers. Vanaf het kasteel heb je een geweldig uitzicht over de omringende bergen en dalen. In de Moors tijd was het een uitkijkpost van onschatbare waarde.

Wat het natuurpark Los Alcornocales zo bijzonder maakt, is de groene en natuurlijke uitstraling van het gebied. Dat heeft het te danken aan de invloed van de Atlantische Oceaan waarvan het zoute water op 60 km afstand op het strand klotst. Vochtige lucht aldaar stijgt op, vormt wolken, wordt het binnenland ingeblazen en loost zijn natte vracht bij de eerste bergen die het tegenkomt; die van het Parque Natural de los Alcornocales.
Zelfs in de zomer hangt in de ochtenden vaak misten. Maar de de temperaturen zijn aangenaam. Bomen die in deze omstandigheden fantastisch groeien zijn kurkeiken, in het Spaans; Alcornocales. Alcor betekent dan ook kurk en Alcornocal staat voor kurkbos; een betere naam hadden ze niet kunnen bedenken.

Castellar de la Frontera heeft een wat bijzondere geschiedenis. Allereerst was het oude dorp binnen de kasteelmuren bevolkt. Maar rond 1970 vertrekken de bewoners naar het nieuwe Castellar, buiten de kasteelmuren, waar betere voorzieningen zijn. Van de 1000 inwiners in het oude Castellar bleef er op een gegeven moment nog maar één gezin over. Nadat de inwoners van Castellar Viejo waren verhuisd naar Castellar Nuevo, onstond er in de oude stad een hippiekolonie. Aangetrokken door het unieke karakter van het middeleeuwse fort vonden Duitse, Nederlandse en Engelse alternatievelingen daar inspiratie voor kunstwerken. Castellar Viejo was een tijd lang een kunstenaarsdorp.

Tegenwoordig leven de bewoners nog steeds een beetje van het verkopen van kunst of ze verhuren hun woning. Je kunt hier dus logeren binnen de muren van het Middeleeuwse kasteel. Het kasteel zelf is in gebruik als kleinschalig hotel en heeft het historische karakter behouden. Nadat er veel werk is besteedt aan het herstel van de verlaten stad, is het nu toegankelijk voor bezoekers en bevinden er zich een paar winkeltjes, bars en restaurantjes. Het kasteel is zeker de moeite van een bezoek waard.

Naast het nieuwe en oude Castellar is er nog een derde gebied, het landgoed Almoraima. Op dit domein gaf in 1526 de graaf van Castellar opdracht om een kerkje te bouwen. Jaren later, in 1603, wordt er aan de kapel een nonnenklooster gebouwd.

Het landgoed is altijd in handen geweest van graven en hertogen, o.a van de bekende Spaanse familie Medinaceli. Vandaag de dag is de enorme finca met het klooster een hotel. Een schitterende plek waar je volledig tot rust kunt komen en waar je ook uitstekend kunt eten of wat kunt drinken op de patio of kunt wandelen. De mooie kapel is geopend en kun je bezoeken. Almoraima is een dan ook een geliefde lokatie voor bruiloften.

De bijzondere ligging van de drie gebieden binnen de gemeente Castellar de la Frontera, de verhalen, en de historische rijkdom en mengeling van culturen, zorgen ervoor dat je in Castellar gemakkelijk een hele dag kunt doorbrengen.

(Met dank aan: A Una Hora De Cadiz y Guadalinfo)