Wordt Altos del Guadalhorce het vijfde Geopark van Andalusië?

De autoriteiten van Malaga zetten momenteel alles op alles om te bereiken dit jaar een groot gebied van de Guadalhorcevallei tot Geoparque zal worden benoemd. Het zal de eerste in Malaga zijn en de vijfde in Andalusië.

Het gebied waar het over gaat bestaat uit Pizarra, Valle de Abdalajís, Carratraca, Álora, Casarabonela en Ardales, een zone met grote geologische diversiteit.

El Caminito del Rey, de oude nikkelchroommijn van Pozo de San Juan en de zwavelhoudende baden van Ardales en Carratraca zijn enkele van de waardevolle plekken die het Geopark met de naam Altos del Guadalhorce zal hebben.

Het voorstel, dat is gestart vanuit een privé-initiatief, heeft al de ondersteuning van het openbaar bestuur opgeleverd. Maar het is een lange weg tot de definitieve goedkeuring door Unesco, de internationale organisatie waarvan het afhankelijk is.

Malaga zal over ongeveer twee jaar officieel het vijfde Geopark in Andalusië en het zestiende in Spanje kunnen bieden. De gemeenten Ardales, Álora, Carratraca, Pizarra, Valle de Abdalajís en Casarabonela bestrijken drie verschillende regio’s ; Guadalteba, Valle del Guadalhorce en Sierra de las Nieves.

Het doel van Unesco is om dit geologisch gebied te beschermen want het is zowel historisch als botanisch en etnografisch erg belangrijk.

Met de 625 vierkante kilometer oppervlakte die het heeft, zal het een van de meest geconcentreerde geologische gebieden van Andalusië zijn, met een keur aan uitzichtspunten en meer dan dertig interessante plekken om te bezoeken.

Een aantal bedrijven en individuele intiatieven die de handen ineen hebben geslagen, zijn hard bezig de belangrijkheid van het gebied in kaart te brengen.

Vooral el Desfiladero de los Gaitanes en El Caminito del Rey worden benadrukt. Ook wijst geoloog Juan Carlos Romero, die het voorlopige startdocument voor dit initiatief heeft geschreven, op het zwavelhoudende water van de Ardales-baden. En zelfs op de fossiele resten van de Peña de Ardales, beschouwd als de oudste in de Betic Cordillera, met meer dan 440 miljoen jaar.

Volgens geoloog Romero, die technisch directeur is van de Malaga Geology Museum Classroom en coördinator van het Iberisch Netwerk van Geologische gebieden in Andalusië, voldoet het gebied aan alle eisen met betrekking tot van uniekheid en variëteit.

In het document worden drieëndertig geologische bezienswaardigheden vermeld, die de belangrijkste herkenningspunten van het park zullen zijn.

Echter zal men rekening moeten houden met de door Unesco gestelde deadlines voor het aanvragen van een Geopark.

Malaga, dat slechts een stap verwijderd is van de benoeming tot Nationaal Park van de Sierra de las Nieves, zou dan nog een nieuwe juweel toevoegen aan het aanbod van toerisme in het binnenland.

Als alles mee zit zal Altos del Guadalhorce dan aansluiten bij vier andere bestaande Andalusische Geoparken, zoals Cabo de Gata-Níjar (Almería), Sierra Norte de Sevilla ( Sevilla), Sierra Subbética (Córdoba) en het prachtige Altiplano met Guadix en Baza (Granada) dat in 2020 is toegevoegd.

De kust van Cádiz, unieke stranden en wetlands met een lange geschiedenis

Cadiz is een van de parels van Andalusië, een van de oudste steden van Europa.  Maar behalve de stad biedt ook de provincie een rijkdom aan natuur en historie. Dit keer bezoek ik de kust, de streek tussen Cadiz en Tarifa, de oudst bewoonde kust van Spanje. Een gebied dat al ruim voor Christus bewoond werd door Feniciërs en later door de Romeinen.

De kust van Cadiz is synoniem voor zon, zee, wind en vis. Hier kun je je onderdompelen in het intense leven in de vlekkeloos witte vissersplaatsjes die zijn gelegen aan de Atlantische oceaan. Je kunt er wandelingen maken over de goudgele stranden, de verkoelende en tegelijk zwoele oceaanwind ontmoeten en je te goed doen aan vers gevangen schaal- en schelpdiergerechten.

De zone die ik als eerste bezoek is het natuurpark Bahía de Cádiz, een vlak landschap met een oppervlakte van ruim 10.000 hectare. Het is een groot waterrijk gebied dat bestaat uit stranden, moerassen, zoutpannen, zoetwatermeren en gebieden die vollopen als het vloed is.

Het binnenstromen van de zee in de monding van de rivieren Guadalete en San Pedro, samen met het milde mediterrane klimaat, bepalen de ecologische kenmerken van dit wetland en er is een grote afwisseling van landschap: stranden, duinen en lagunes, moerassen en oeverlandschap die onderlopen.  De ligging tussen Cadiz en de Straat van Gibraltar maakt het tot een geweldig gebied om vogels te observeren die overvliegen tussen Europa en Afrika. Het is de thuisbasis van kleine sterns, stelten, kluten, de elegante flamingo en de visarend.

Zoutpannen

Zoutwinning werd al in de Fenicische tijd in deze baai gedaan. Ook de Romeinen gebruikten het zout voor het conserveren van vis en het produceren van hun garumsaus, (gefermenteerde vissaus) terwijl in de 15e eeuw de bemanning van de zeilboten het zout gebruikten voor het bewaren van voedsel op hun reizen naar Amerika.


De zoutpannenindustrie in de zogenoemde Salinas van de baai kwam echter pas veel later. Tegen het einde van de 19e eeuw was meer dan 10.000 ha moerasland veranderd in ongeveer 150 zoutpannen.

Het leven van veel van de bewoners rond de Bahía draaide rond de salinas, het zorgde voor hun levensonderhoud. Het is leuk om een wandeling over de paden te maken, je ziet de invloed van de salinas op het landschap, er zijn ook Salineras-huizen te zien.


Momenteel heeft de winning van zout plaatsgemaakt voor andere activiteiten zoals het vangen van schelpdieren en vissen langs de kust. In de wijde omgeving worden de garnalen,  schelpdieren , oesters, zeebaars, tong en dorade, gewaardeerd om hun goede kwaliteit. In deze streek zijn de garnalen tortillas, tortilla de camarones, beroemd. Dit zijn kleine platte, gefrituurde koekjes, gemaakt met kikkererwtenmeel en camarones, kleine garnaaltjes.

Stoere tonijnvissers

De fantastische stranden en het natuurpark zijn niet het enige waar de kust bekend om staat. Wie bijvoorbeeld in Spanje Barbate zegt, zegt tonijn. En wat voor tonijn! De blauwvintonijn, atún rojo salvaje, zoals het in Andalusië wordt genoemd, is waar het hier allemaal om draait.

Deze tonijn wordt voor de kust van Barbate, Tarifa, Bolonia, Zahara de los Atunes en nog enkele kustplaatsen in de maanden april, mei en juni op een duurzame manier gevangen, volgens een eeuwenoude manier die la Almadraba´heet.

La Almadraba is een ingenieuze vorm van visvangst die 3000 jaar geleden door de Feniciërs is uitgevonden. Het is een hele kunst om de netten precies zo te plaatsen waar de tonijn vanuit de Atlantische Oceaan komt en op weg gaat naar het warmere water van de Middellandse Zee om te gaan paren. De tonijn wordt door een doolhof van netten geleid totdat ze gevangen zitten in een fuik van netten en omringd zijn door vissersboten.

Als voldoende vissen zich hebben vastgezwommen, wordt het grote net omhoog gehaald en springen de vissers met veel spektakel vanaf hun boten in het water om de gigantische tonijnen binnen te halen. Dit is niet helemaal ongevaarlijk want de tonijnen zijn soms wel drie meter lang en wegen soms meer dan vijfhonderd kilo!

De vangst wordt daarna gesorteerd door ervaren Almadrabavissers. Alleen de grote vissen worden gehouden voor consumptie, de kleinere vissen worden weer in het water teruggegooid. Op deze manier wordt de visstand op peil gehouden.

Langs de hele kust van Cadiz staat de delicatesse rode tonijn die ook Almandraba wordt genoemd op de kaart. Je kunt hem gebakken, even dichtgeschroeid (tataki) of rauw (als tartar) bestellen.

Ik sluit mijn tocht af met een strandwandeling langs de blauwe oceaan met zijn bruisende branding. Bij Tarifa tekenen de contouren van het Afrikaanse vasteland zo helder af, alsof ik ze met mijn handen aan kan raken. De kuststreek van Cadiz is een van oudsher bekende smokkelgebied. Dat er heden ten dage ook nog gesmokkeld zou worden, wordt door de Guardia Civil niet geheel ontkend…

Baelo Claudio

In de duinen van het strand van Bolonia ligt een archeologische verrassing op me te wachten; Baelo Claudio. Het is een van de best bewaard gebleven Romeinse nederzettingen van Europa. Tijdens mijn rondwandeling ontdek ik een theater, drie tempels en zelfs een oude visfabriek uit de tweede eeuw voor Christus. Baelo Claudio werd ongeveer 2000 jaar geleden gesticht en was onderdeel van de provincie Hispania Baetica.

Oorspronkelijk was het een vissersplaats waar de geliefde vissaus Garum werd gemaakt. Door een aantal vloedgolven en aardbevingen is de stad die onder keizer Claudius een welvarende gemeenschap was, in verval geraakt.

Ik neem plaats op het terras van het restaurant dat direct tegenover de resten van de oude stad liggen en bestel mijn lievelingsgerecht: tartar de atun rojo. Ook de typische ortiguillas del mar, gefrituurde zeeanemoon, laat ik me uitstekend smaken.

Onder het genot van een glaasje witte wijn uit Cadiz, zie ik hoe langzaam de zon aan de horizon ondergaat en de Andalusische lucht oranje en roze kleurt. Een prachtig spektakel van kleuren dat mijn dag aan de kust van Cadiz afsluit.

Observeer de heldere hemel vanaf sterrenwacht Calar Alto in Almeria

Afgelopen zomer bezocht ik in de provincie Almeria het astronomisch centrum Calar Alto. Je kunt er met de auto komen maar ik wandelde met een gids via een stijl bergpad aan de zuidelijke kant van het gebergte dat ons naar de 2168 hoge top bracht.

Het is in de vooravond en onderweg schieten berggeiten voor ons langs en zie ik hier en daar zwijnen tussen de struiken snuffelen.

Wandelgids Carlos vertelt ondermeer dat er in de Sierra de Filabres meer dan 2000 plantensoorten te vinden zijn. Onderweg geniet ik van het uitzicht over spectaculaire ravijnen en canyons en een schitterende zonsondergang.

Als het bijna donker is, arriveren we op het hoogste punt waar een astronoom op ons staat te wachten. We zijn niet de enigen, want het is de nacht van de Perseïden en menigeen is naar de sterrenwacht gekomen om ´vallende sterren´ te zien en een wens te doen.

De gepassioneerde astronoom heeft al de gehele dag naar het moment uitgekeken dat de zon eindelijk achter de horizon verdween en is uitermate enthousiast omdat het een avond met wolkeloze heldere hemel is. Hij heeft zijn eigen veldtelescoop meegenomen. Een speelgoeddingetje vergeleken bij de enorme reuzen die ons omringen.


De Spaans-Duitse Sterrenwacht Calar Alto, genesteld onder de bevoorrechte hemel, op een hoogvlakte van 2168 m boven de zeespiegel, is de belangrijkste sterrenwacht van het Europese continent. Het bestaat iets meer dan veertig jaar en heeft flink bijgedragen tot de ontwikkeling van de astronomie in Spanje.

Het wordt gezamenlijk gebruikt met het Max-Planck Instituut voor Astronomie in Heidelberg en het Instituut voor Astrofysica van Andalusië, in Granada en staat digital in verbinding met universiteiten over de hele wereld.

De sterrenwacht geniet van het voordeel wat het klimaat van Almeria biedt, droge en onbewolkte hemels, wat het mogelijk maakt om meer dan 200 nachten per jaar observaties uit te voeren. De plaats van de sterrenwacht is ideaal voor nachtelijke observaties door de volledige duisternis.

Het is niet voor niets dat amateurs en professionele astronomen graag naar Calar Alto komen. De lucht boven het gebergte is zuiver en de nachten zijn donker. Dit grootste astronomische complex van Europa ligt ver van alle lichtvervuiling, en biedt het perfecte uitzicht om de majestueuze nachtelijke hemel vast te leggen.

´In de astronomie kijken we weg naar het verleden. We kunnen leren hoe sterrenstelsels zich in de vroege stadia van de universumgeschiedenis bevonden,´ vertelt de astronoom enthousiast. De luchtvochtigheid is laag in dit deel van Almeria en de nachten in de zomer relatief lang en donker.

En last but not least: Andalusië ligt voor een astronoom om de hoek in vergelijking met andere goede bestemmingen om de sterren te bekijken zoals Chili en Hawaï.

Als ik met de telelens naar de hemel kijk, zie ik de nevels van het Melkwegstelsel. Dat is op veel plekken onmogelijk.  Even later laat de astronoom ons zien waar Saturnus en Jupiter zich bevinden en haalt hij de planeten dichtbij door ons door de lens te laten kijken.

Ondertussen tel ik zestien vallende sterren! Dit is mijn gaafste indruk van hoe mooi de hemel kan zijn. Diep onder de indruk bestudeer ik het heldere universum. Wat voel ik me nietig. Even na middernacht dalen we af naar het hotel dat op een klein uurtje afstand in de bergen ligt.

Maar het is nog niet klaar want de volgende morgen gaan we opnieuw naar het centrum en bezoeken we de enorme telescopen. Caltar Alto beschikt over drie telescopen met openingen van 1.2m, 2.2m en 3.5m, de laatste van wel 45 meter hoog.

Terwijl ik over de winderige vlakte loop, voelt het of ik in een futuristische film ben beland.

Je kunt een rondleiding reserveren bij de organisatie Azimuth. Zij hebben professionele gidsen die diverse talen spreken. Tijdens de begeleide tour wordt er duidelijke uitleg gegeven over astronomie en wordt het interieur van de reusachtige telescopen bezocht.

Het Observatorium van Calar Alto ligt in de gemeente Gérgal 04550, op een uur rijden van Almeria.

Bekijk hier de video

Met dank aan Iñigo Pedrueza van El Giroscopo Viajero voor een deel van de fotos.

En dank aan Turismo Andaluz die dit bezoek voor me mogelijk heeft gemaakt.

Flamenco, van puur, naar pop, naar jazz en fusión

Flamenco hoort bij het beeld dat we allemaal van Spanje hebben.

Deze zinderende samenvoeging van zang en dans is ontstaan halverwege de achttiende eeuw bij zigeunergezelschappen in Andalusië. Deze zigeunerstammen zijn vermoedelijk gevormd toen er eerdere zigeunerfamilies uit India, Egypte en Noord Afrika emigreerden. De huidige flamenco heeft zonder twijfel invloed van Noord Afrikaanse klanken.

De streek die het historische hart van de flamenco vormt, ligt in de driehoek Sevilla, Jerez en Cádiz. Van daaruit is het door heel Andalusië verspreidt. Ook Granada heeft een eigen flamenco tradities onder de zigeunerfamilies in Sacramonte. Als je naar Spanje gaat, moet je minstens één keer de sfeer van flamenco proeven. Het woord flamenco is niet alleen muziek of dans. Het verwijst naar een levensstijl of zelfs naar een persoon die ongebonden, emotioneel, onvoorspelbaar en anti-burgerlijk is. Een soort bohemien dus.

 

Stijlen

De basis van flamenco is een spontane uiting over de vreugde en het verdriet van alledag. Om een kenner van flamencomuziek te worden zou je je moeten verdiepen in de vele stijlen die zijn ontstaan. Zoals Martinetes die werden gezongen in de smederijen van de oude zigeunerwijk Triana in Sevilla. En bijvoorbeeld de bekende Bulleria of Alegria.

Op het gebied van zang zijn het de liederen, die vaak worden aangeduid als canto hondo, die het meeste aanzien genieten. Letterlijk betekent dit diep gezang en het is dan ook deze stijl waarin de meest diepe emoties naar boven komen. Het is het allerhoogste niveau wat een flamencozanger kan bereiken. Natuurlijk is het de bedoeling dat het publiek zo nu en dan Olé roept want Flamenco is een spontaan groepsgebeuren dat groeit naarmate de gevoelens sterker worden (en de drank rijkelijker vloeit…).

Menging met moderne muziek

In de pure flamenco zijn er twee artiesten die in de jaren zeventig de grondslag hebben gelegd voor een nieuwe, controverse flamingovorm. De briljante Paco de Lucia, bezat een onberispelijke techniek die hem in staat stelde de pure flamenco op eigen wijze te vernieuwen Hij vond inspiratie in een aantal Latijns-Amerikaanse ritmes, werkte samen met internationaal befaamde jazz musici en trad op over de hele wereld.

Voor de pure flamenco was de opkomst van, de uit Cádiz afkomstige jonge zigeuner en canto hondo zanger, Cameron echter nog belangrijker. Hij bouwde een reputatie op door zijn wilde levensstijl. In 1992 overleed de befaamde Cameron de la Isla (dat garnaal betekent omdat hij zo mager was) op 41-jarige leeftijd.

Bij menig internationaal liefhebber van Spaanse muziek en flamenco leven zowel de gitaarklanken van Paco de Lucia als de karakteristieke stem van Cameron voort op een playlist van Spotify of op de mobiele telefoon.

Veel tegenstrijdigheden.

Elke nieuwe uiting van flamenco, in combinatie met andere muziekstijlen, lokt iedere keer weer een storm van protesten uit bij de puristen. Flamencodanser Joaquin Cortes mag met zijn mengeling van flamenco en jazz en moderne dans dan veel publiek trekken in Spanje en ook in het buitenland, fanatieke flamencoliefhebbers omschrijven zijn optredens als onecht.

De laatste jaren zijn er steeds vaker experimenten met flamenco en rock gedaan die inmiddels ook een bloeiend bestaan leiden. Elke zomer worden overal in Zuid Spanje door de overheid gesubsidieerde flamencofestivals gehouden die een geestdriftig publiek trekken.

Ook zie je steeds vaker dat Andalusische zangers zich mengen met Marokkaanse groepen, zoals El Lebrijano met het orkest van Tanger. Jongere flamencoliefhebbers echter waarderen de tegenwoordige fusiongroepen die flamenco combineren met instrumenten als fluit, saxofoon en zelfs viool.

 

De mooiste flamenco uitvoeringen die bij mij persoonlijk een onuitwisbare indruk op hebben gemaakt zijn:

Het optreden van Paco de Lucia met Jan Akkerman in Nederland in de jaren zeventig

Een spontaan optreden van een flamencofamilie in een bar in Jerez de la Frontera, dat daar een dagelijks gebeuren is.

Een gepassioneerd optreden  in een grot van El Sacramonte in Granada, terwijl op de achtergrond het verlichte Alhambra schitterde.

En de kennismaking met de moderne flamenco fusion groep van Sergio de Lope uit Priego de Cordoba.

 

 

 

Schitterend sprookjesdecor in kristalgrot Geoda de Pulpí

Een grot bezoeken is altijd een avontuur. Zoeken naar iets fascinerends dat je diep onder de grond tegen kunt komen, lopen in het donker terwijl je de vochtige aardegeur opsnuift en vooral niet denken aan wat er zal gebeuren als toevallig op het moment dat jij onder de grond zit, er een aardbeving zal plaatsvinden.

We bezoeken de Geoda de Pulpí in het binnenland van de provincie Almeria. Er is me verteld dat dit de één na grootste Geoda op de wereld is. De allergrootste ligt namelijk in Mexico, maar die kun je niet bezoeken.

    

Gewapend met helm en goede loopschoenen én onder begeleiding van een gids beginnen we de wandeling door de lange schachten van de Mina Rica waar vroeger ijzererts gewonnen werd. Doordat de lange gangen vakkundig zijn gerestaureerd, kun je getuige zijn van hoe de mijnwerkers vroeger onder de grond hun werk deden. De gids vertelt hoe de omstandigheden in die tijd waren en laat ons gebruiksvoorwerpen zien die in de gangen gevonden zijn.

    

Tijdens de 45 minuten durende tocht vertelt ze over interessante elementen in de mineralogie. We ontdekken plooien, mylonieten en breukvlakken, en leren nieuwe termen zoals epsomieten en calcieten Ook worden we gewezen op nieuwe vorming van mineralen.

    

Na dit deel dalen we van het eerste niveau ongeveer vijfenveertig meter lager naar het vierde niveau, waar de gigantische Geode zich bevindt. Om toegang te krijgen tot dat laatste niveau gaan we via verschillende trappen en een ijzeren wenteltrap met 164 treden. Zodra alle treden zijn afgedaald, wachten we op een plateau op ons beurt om de Geode één voor één te kunnen bekijken.  Terwijl ik nog een paar treden afdaal, ontdek ik de eerste grote gypskristallen.

Maar dat is niet het hoogtepunt. In het midden is een klein gat waar ik mijn bovenlichaam doorheen kan wurmen en wat ik dan te zien krijg is een adembenemend sprookjesdecor. Het lijkt of ik in het centrum van een glazen bol bent beland. Alle wanden van de acht bij twee metende grote binnenkant zijn begroeid met transparante gipskristallen, waarvan sommige bijna twee meter lang zijn. Ze vormen één enorm natuurjuweel.

Om het fenomeen te kunnen bewonderen kan ik tot aan mijn middel door het gat naar binnen. Dat betekent dat ik er maar een paar minuten van kan genieten. Want de anderen staan popelend te wachten. Als ik me weer uit het gat hebt gewerkt, kan het niet anders dan dat ik een tijdje stil en onder de indruk ben. Wat een ervaring, wat een fenomeen! Een tijdje later beklimmen we zwijgend de trappen om via de lange schachten weer bij de ingang uit te komen.

In december 1999 ontdekten leden van de Madrid Mineralogist Group deze Geode. Maar ze is pas toegankelijk sinds augustus 2019. Gedurende de tussenliggende twintig jaar zijn er maatregelen getroffen om er voor te zorgen dat de grot niet geplunderd zou worden. Geodes ontstaan door een combinatie van water, mineralen, in dit geval karst, en héél veel tijd. Deze kristalgrot is ontstaan door water, zout en andere mineralen die van nature voorkomen in deze rotsachtige omgeving aan de Middellandse zeekust.

Op weinig plekken ter wereld is er echter zo’n enorme minerale afzetting van kristalvorming ontstaan. En dat de grot ook nog eens bezocht kan worden is natuurlijk een groot privilege!

De duur van het bezoek is ongeveer 90 minuten Het bezoek bestaat uit een rondleiding door de belangrijkste galerijen van de Mina Rica, waar de gids vertelt over geologie, mineralen en geschiedenis. Voor mensen met beperkte mobiliteit is er een lift parallel aan de wenteltrap die vijftien meter scheelt, maar dan er zijn nog steeds 80 treden op en af ​​te gaan. Het is belangrijk om goede wandelschoenen te dragen.

Entree voor kinderen van 8 tot 16 jaar is 10 Euro

Volwassenen 22 Euro

Om teleurstellingen te voorkomen is het raadzaam om van tevoren online te reserveren

In verband met het Covid19 protocol zijn de groepjes niet groter dan 10 personen. Dragen van een mondkapje is uiteraard verplicht.

Rondleidingen zijn alle dagen van de week te reserveren van 09.00 tot 20.30

Locatie: La Mina Ríca,  la Barriada de El Pilar de Jaravia, en la Sierra del Aguilón. Calle Sierra de los Filabres, Pulpí (Almería).

Voor meer informatie in het Engels of om te reserveren, kijk je bij De Geoda van Pulpí

(Gracias Victor Gomez y Iñigo Pedrueza por las fotos que me han eviado para uso de este blog.)

De spoorweg die je terugbrengt naar het verleden, de Via Verde in Almeria

Via Verde Guadix – Almendricos (Almeria)

Begin 1900 bestond er in Zuid Spanje een spoorlijn, die liep van Almendricos in de provincie Murcia naar Guadix in de provincie Granada. Deze route, om ijzererts te vervoeren dat uit de mijnen kwam, liep dwars door de Almanzoravallei in Almeria. Het traject dat door de provincie Almeria loopt, is toegankelijk gemaakt als Via Verde. De 38,5 km lange Via Verde voert van het dorpje Fines via Olula del Rio, Purchena, Tijola, Seron naar het eindpunt Hijate. Vijf van deze oude Andalusische plaatsjes hebben een gerestaureerd station dat heden ten dagen dienst doet als bar of restaurant.

 

Deze schitterende route loopt door een vruchtbare vallei, een natuurgebied met amandelbomen, olijfbomen en indrukwekkende vergezichten. Het witte dorpje Seron is het middelpunt en een uitstekende plek om van de plaatselijke gastronomie te genieten. Onderweg word je vergezeld door talloze roofvogels en vlinders en tijdens de route kun je in authentieke dorpjes met vriendelijke Andalusiërs uitrusten of iets gebruiken op de oude stations waar de muren de sfeer van vroeger fluisteren.

 

Van track tot track

Track 1 Fines- Olula del Rio 4,5 km

Zodra je op de fiets zit raak je meteen onder de induk van het heuvelachtige landschap dat gekleurd wordt door amandel- en olijfbomen. Vanuit het historische treinstation van Fines volg je de oude spoorlijn waar in het verleden tonnen ijzererts vanuit de mijnen met de trein werden vervoerd. Zodra je de smaak te pakken hebt, trap je lekker over de Via Verde en geniet je van de prachtige vergezichten . Eenmaal in Olula del Rio kun je de Iglesia van San Sebastian bezoeken en het indrukwekkende Ibañez museum met tientallen werken van de gelijknamige Andalusische schilder.

  

Track 2 Olula del Rio – Purchena 4 km

De oude spoorweg gaat door verschillende kleine spoortunnels en over historische viaducten tot aan het gezellige Andalusische dorpje Purchena waar ooit de Moren heersten. Aan de rand van het dorp bevinden zich de resten van de Moorse Alcazaba, het verdedigingsfort, en in het dorp zelf kun je een kijkje nemen in het Moors Archeologisch Museum. Onderweg zie je veel cortijos, de authentieke Andalusische boerderijen, die wit afsteken tegen de ruige omgeving. Ook vogelliefhebbers worden hier op hun wenken bediend.

     

Track 3 Purchena – Tijola 10 km

Je verlaat Purchena en gaat verder door een dennenbos. Waar je ook fietst of wandelt, de rust en stilte zal je overal vergezellen. De eindstop van deze track is het plaatsje Tijola waar zich de resten van twee kastelen bevinden, El Castillo de la Cerrá en El Castillo de Tijola La Vieja.

  

Tijola werd al bewoond door de Romeinen. Je vindt hier dan ook drie bewaard gebleven Romaanse nederzettingen. In het historisch centrum van het plaatsje zijn een paar prachtige kerkjes die je kunt bezoeken. Ook kun je een verfrissende duik nemen in een groot waterbassin aan de rand van het dorp. Op het station staat nog een oude locomotief van de Spoorwegmaatschappij Renfe die de bezoeker even terug in de tijd brengt.

  

Track 4 Tijola- Seron 8 km

Vanuit Tijola trappen we verder door een glooiend gebied. Halverwege kun je een verfrissende duik nemen in een Aljibe, een waterplaats die de Moren al gebruikten voor irrigatie.

En dan komt het hoogtepunt van de tocht, de plaats Seron waar ooit de Nazari- dynastie regeerde, een van de laatste koningrijken van de Moren in het oude Al Andaluz. Bezoek hier het kasteel op de heuvel waar het dorp omheen is gebouwd, of fiets naar de ijzermijnen van Las Menas. Mocht je in Seron gaan overnachten, breng dan een bezoek aan het Observatorium om de heldere sterrennacht te bestuderen. Dit is ook dé plek om van de Almeriense gastronomie te genieten, de gedroogde hammen en ambachtelijke vleeswaren van Seron zijn er dé specaliteit.

  

Track 5 Seron – Hijate 12 km

Vanaf het pittoreske stationetje van Seron vervolgen we de tocht. Het leuke aan deze route is dat je over vele acuaducten en ijzeren spoorbruggen komt en dat je de spoorlijn van destijds nog werkelijk ziet liggen. De laatste route brengt ons door een omgeving van gewassen waar ook druiven voor wijn worden verbouwd. Moe en voldaan word door de fietsverhuur naar Seron teruggebracht. Bezoek in Seron ook het historisch centrum met een labyrint aan smalle kronkelige straatjes en kleurige patio´s waar de Moorse periode zijn stempel op heeft gedrukt.

Almanzora vallei.

De regio Valle del Almanzora ligt in het binnenland van Almería. De gemeenten die de regio vormen zijn gelegen aan beide zijden van de Almanzora-rivier, die door het hele gebied loopt en er de ruggengraat van is. Het museumdorp Olula del Rio, de plaats Macael met de marmergroeven en het stadje Seron aan de voet van een kasteelruine hoog op een berg zijn plekken die je minstens moet bezoeken.

 

De Almanzora-rivier wordt gemarkeerd door amandelbloesem, sinaasappelbomen en boomgaarden, en biedt qua landschap veel contrasten. De Almanzora-vallei is verbonden met de industriële exploitatie van zijn natuurlijke hulpbronnen, zoals mijnbouw, wijnproductie, olijfproductie, landbouw zoals amandelen of de vleesindustrie. Al dit erfgoed vertegenwoordigt elk op zijn eigen manier de geschiedenis en cultuur van de mensen die deel uitmaken van dit uitgestrekte gebied.

 

Zin gekregen in deze fietstocht?
Je kunt deze tocht zelf organiseren. Fietsen kun je vooraf huren in Seron. Met gids of individueel. Bij DXT Serious  

Deze Via Verde kun je verlengen als je de route verder fietst door de provincie Murcia. Deze fietsroute heeft dezelfde naam; Via Verde Guadix – Almendricos, en voert 24 km verder, van Huercal naar Overa.

Wil je meer weten over Vias Verdes in Spanje? www.viasverdesfietsenwandel.com 

500 jaar geleden startte vanuit Sevilla een reis die de wereld veranderde

Het zijn dwazen, gekken, avonturiers, gelukszoekers. Nee, het zijn ontdekkingsreizigers en helden!

Het is zeer waarschijnlijk dat dit de woorden waren die de achttien zeelieden hoorden toen ze na een tocht van ruim drie jaar de haven van Sevilla binnen voeren. Ze hadden de eerste zeilreis om de wereld voltooid, die bewees dat de wereld echt rond was. Alleen deze achttien mannen slaagden erin om na talloze tegenslagen en schipbreuken naar dezelfde haven terug te keren waar ze destijds begonnen waren.

Precies 501 jaar geleden vertrok de Portugees Ferdinand Magellaan met een Spaanse vloot voor een ontdekkingsreis die de eerste globalisering van de wereldeconomie een boost zou geven. Op 10 augustus 1519 vertrok de zogenoemde Armada en voer via de Canarische eilanden richting het zuiden. Met vijf zwart geteerde schepen, de Trinidad, San Antonio, Concepcion, Santiago en Victoria zeilde de vloot om bij vuureiland een doorvaart te vinden naar de Stille Oceaan.

Aan boord 250 bemanningsleden met hun hart vol illusie, of misschien angst of zelfs hebzucht. Magellaan was een Portugese vlootkapitein die in Spaanse dienst werkte. Zijn ambitieuze reis rond de wereld werd grotendeels gefinancierd door de Spaanse koning.

Tijdens mijn bezoek aan Sevilla monster ik aan op het schip Nao Victoria, het enige vaartuig dat de tocht overleefd heeft en heb ik een ontmoeting met de reïncarnatie van de stoere ontdekkingsreiziger Magellaan. Al snel stelt hij mij als matroos aan en nodigt me uit hem te vergezellen op zijn wereldreis. Aan boord echter, is het hard werken en het is flink wennen om te leven onder zware Spartaanse omstandigheden.

                                        Straat van Magellaan

Magellaan is een edelman met een grote staat van dienst. De mythische specerijeneilanden zijn zijn grote ambitie. Eenmaal op de eilanden vinden we dan ook nootmuskaat, kruidnagel en peper. De specerijen zijn niet goedkoop. Zodoende bedenkt de bevelgever onderweg het woord “peperduur”. Eigenlijk wil hij proberen om dit gebied in handen te krijgen, dat al jaren wordt gecontroleerd door de Portugezen. Magellaan leeft namelijk al jaren in onmin met de Portugese kroon omdat die zijn reis niet wilden financieren.

Maar gelukkig heeft hij in Spanje wel de kans gekregen om zijn grote plannen te realiseren. Tijdens onze tocht wil hij via een westelijke route een doorgang vinden naar Azië, want de Afrikaanse route langs Kaap de Goede Hoop wordt ook door de Portugezen gecontroleerd. We zeilen maandenlang langs de hele oostkust van Zuid-Amerika naar het zuiden.

Met vijf schepen zeilen we via Kaapverdië naar Brazilië. Daar gaan we op zoek naar een doorvaart om de Stille Oceaan te bereiken. Op dat moment weten we al van het bestaan van deze oceaan. Via een tocht over het land ter hoogte van Panama was dat ooit al aangetoond. Tussen Patagonië en Vuurland stuitten we op een spectaculaire doorgang die veel later bekend wordt als de Straat van Magellaan.

We zeilen met zijn vier boten, want er is inmiddels één schip verloren gegaan, door de smalle zeestraat, die tegenwoordig bekend staat als de Straat Magellaan. We krijgen het zwaar te verduren, want in de zeestraat worden we geteisterd door stormachtige winden. Met drie schepen realiseren we uiteindelijk de doortocht door de moeilijk te bevaren doorgang. De vierde keert namelijk halverwege terug.

Als we met de drie schepen de Grote Oceaan bereiken, hebben we wekenlang geen wind en drijven we doodstil op het water. Zes maanden lang dobberen we over de Stille Oceaan. Dan opeens bereiken ons de passaatwinden en gaat het relatief snel. Na weken alleen zee gezien te hebben bevind ik me op een dag in het kraaiennest. En ja hoor, Land in zicht! roep ik naar mijn kapitein. Uiteindelijk meren we aan in Guam en daarna de in de Filipijnen. Dankzij ruilhandel kunnen we de door ziekte en scheurbuik uitgedunde bemanning weer een beetje op de been helpen. Helaas vindt Magellaan de dood bij een van deze ontmoetingen. Hij wordt op 27 april 1521 met een speer gedood op het eiland Mactan.

Verder onder leiding van een nieuwe held

Samen met de overlevenden en onder bevel van Juan Sebastian Elcano trekken we verder en bereiken we de Molukken. Het rantsoen is schaars en we leven inmiddels op water en scheepsbeschuit. Ratten en ander ongedierte, dat aan boord is gekomen, houden me ´s nachts uit mijn slaap.

Na ruim drie jaar komen we met de Nao Victoria, het enige schip dat de tocht heeft overleefd en met 18 man aan boord, uiteindelijk terug in Sevilla. We worden de rivier de Guadalquivir opgesleept en naar de aanlegplaats tegenover de Trianawijk gebracht om aan te meren. Het schip is vernoemd naar de kerk Santa María de la Victoria de Triana, waar Ferdinand Magellaan voor vertrek zijn trouw zwoer aan keizer Karel V. Juan Sebastian Elcano overhandigt me mijn zeemansgage; een buidel met gouden dukaten en een leren zak met kruiden.

De rest van de bemanning haast zich naar de Kathedraal van Sevilla om te bidden bij de Virgen de la Antigua om te danken dat zij heeft gezorgd dat ze levend hebben mogen terugkeren. Drie jaar eerder, hebben de mannen de kerk ook bezocht en om een goede vaart gebeden. Ze zijn dankbaar dat de Virgen hun wens heeft verhoord. Antonio Pigafetta is een van de overlevenden van de Victoria. Dankzij zijn dagboeken is bekend wat er allemaal gebeurd is tijdens de ontdekkingsreis.

Ik neem afscheid van Elcano met wie ik een bijzondere band heb opgebouwd en beloof hem in de toekomst op te zoeken. Wie weet om dromen van heel andere diepten te verwezenlijken…

Ondanks dat Magellaan de reis niet voltooid heeft, zal de wereldreis altijd met hem verbonden blijven. Daar hebben mijn collega´s kroniekschrijvers voor gezorgd, die zijn heldhaftigheid beschreven. Magellaan was natuurlijk ook van adellijke afkomst en dat kon niet gezegd worden van de overlevende bemanningsleden. Na deze reis werden vele landkaarten, navigatiemappen en geografische boeken herschreven.

Terug in de tijd via theater aan boord.

Om de eerste reis rond de wereld mee te beleven kun je aan boord stappen van de replica van de Nao Victoria in Sevilla en genieten van een vrolijke getheatraliseerde rondleiding. De acteurs bezorgen hun publiek een spannende sprong in de tijd en je ontvangt spelenderwijs enorme veel informatie. Halverwege je reis stap je over naar het bezoekerscentrum dat tegenover het schip gelegen is om je te verdiepen in de details van de eerste wereldreis in de geschiedenis.

Het schip ligt aangemeerd in de Guadalquivir ter hoogte van de stierenvechtersarena. Er is iedere dag een rondleiding om: 10.00, 11.00, 12.00, 13.00, 17.00, 18.00, 19.00, 20.00, 21.00 uur

Prijs: Kinderen tot 11 jaar 3 euro, ouder dan 11 jaar 6 euro. Tickets zijn ook te reserveren bij www.espacioprimeravueltaalmundo.org

klik op deze foto om de reis van Magelaan mee te varen

Voor meer informatie over de eerste reis om de wereld: www.vcentenario.es  

 

Caminito del Rey weer open sinds 12 juni én kandidaat voor Unesco Werelderfgoed

Wat zou jij doen als je gevraagd werd om de ooit één van de gevaarlijkste wandelroute ter wereld te lopen? Je hoeft vast niet lang te twijfelen, want de Caminito del Rey wandeling staat bij de meeste wandeliefhebbers op het lijstje. Het is één van de highlights in Andalusië voor iedereen die van wandelen houdt.

Wat na een paar kilometer lopen meteen opvalt, zijn de blauwe meren, de hoge bergen en kliffen en vele roofvogels. Het landschap is werkelijk te mooi voor woorden! Na iedere hoek denk je: Het uitzicht kan toch niet nóg mooier worden?

    

Sinds 2015 is de Caminito del Rey een veilig wandelpad dat 100 meter boven de Rio Guadalhorce door het ravijn van de Desfiladero de los Gaitanes, in de volksmond de kloof van El Chorro loopt. Het pad zelf is van hout; sommige delen van de route zijn een gewoon wandelpad en onderweg bevindt zich een platvorm van glas waardoor het zicht naar beneden nog spectaculairder is. El Chorro in Andalusië in de provincie Malaga is een van de prachtigste plekken van Andalusië om te bezoeken.

El Caminito del Rey heeft de reputatie je zenuwen te beproeven. Voor mensen met hoogtevrees cis de wandeling af te raden. Het is een smal wandelpad dat zich vastklampt aan de rotswand hoog boven de rivier, juist bij het punt waar de kloof uitmondt in de El Chorrodam. Om het wandelen nog spannender te maken, hebben ingenieurs op één plek van het pad een glazen vloer gegeven. Zo kun je even naar beneden kijken om te zien hoe hoog je precies ben. En alsof dat nog niet genoeg is, is er aan het einde van het pad een hangbrug die je op een duizelingwekkende hoogte over de kloof heen voert.

Maar El Caminito del Rey is niet alleen de moeite waard vanwege alle spanning. Het grootste gedeelte van het 7,7 kilometer lange pad voert over land. Het leidt je door de Andalusische natuur in al haar schoonheid, waar je onder meer dennenbossen, gieren en veel wilde bloemen tegenkomt. En als het prachtige uitzicht op de bergen en dalen niet genoeg is voor je, is er ook nog veel geschiedenis te ontdekken.

Langs de route kun je af en toe verlaten stukken industriële machines en andere materialen zien liggen, die doen denken aan het industriële erfgoed van de regio. Op een ander deel van de route hebben archeologen een 25 centimeter grote ammonietfossiel in de rotswand onthuld. Kortom, El Caminito del Rey biedt dus nog veel, veel meer dan alleen de duizelingwekkende hangbrug.

Na de verplichte sluiting ten gevolge van COVID 19 heeft El Caminito op 12 juni haar hekken opnieuw geopend. Gedurende juni en de eerste week van juli is het pad alleen van vrijdag tot en met zondag open. Voorlopig zijn er met een capaciteit van 50% voor maximaal 550 wandelaars toegangskaarten beschikbaar. Als alles volgens plan verloopt, zal het Caminito vanaf 7 juli weer van dinsdag tot en met zondag toegankelijk zijn.

Belangrijk om te weten is dat in verband met het COVID protocol je momenteel ALLEEN het mondkapje op hoeft te doen bij het ingang waar je met diverse bezoekers tegelijk naar binnen gaat en op plekken waar je de 2 meter afstand niet kan handhaven, of waar je wandelaars op de smalle delen voorbij wilt gaan. Er wordt zelfs aangeraden om 5 meter afstand te houden, maar dat blijkt in de praktijk nogal lastig heb ik gemerkt.

 

Op verschillende punten hangen gel-alcohol dispensers en uiteraard worden de verplichte helmen continue gedesinfecteerd.

Het volledige COVID protocol kun je nakijken op de webpagina van El Caminito del Rey.

Maar er valt nog een bijzonderheid te melden! El Caminto del Rey en zijn omgeving zijn genomineerd als kandidaat voor Erfgoed van de Mensheid van Unesco.

Onder dit hele gebied vallen: Desfiladero de los Gaitanes, El Chorro met het Guadalhorce waterbassin en de Gaitano dam, de volledige wandeling, het waterkracht energiecomplex bij El Chorro, het treinstation en de spannende hangbrug. Maar ook de Palaeolitische grot én de Bobastro Mozarabic grot/kapel van Ardales.

Wil je ook dat El Caminito del Rey een Unesco bescherming en onderscheiding krijgt?               Via deze link kun je stemmen.

Toegangsbewijzen zijn inmiddels al uitverkocht tot augustus. Je kunt de beschikbaarheid vinden op de pagina van El Caminito del Rey.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Via Verde Guadix – Almendricos ( Almeria)

Fietsen of wandelen in het Spoor van de Moor

Begin 1900 bestond er in Zuid Spanje een spoorlijn, die liep van Almendricos in de provincie Murcia naar Guadix in de provincie Granada. Deze route, om ijzer te vervoeren dat uit de mijnen kwam, liep dwars door de Almanzoravallei in Almeria. Het traject dat door de provincie Almeria loopt, is toegankelijk gemaakt als Via Verde. De 38,5 km lange Via Verde voert van het dorpje Fines via Olula del Rio, Purchena, Tijola, Seron naar het eindpunt Hijate. Vijf van deze oude Andalusische plaatsjes hebben een gerestaureerd station dat heden ten dagen dienst doet als bar of restaurant.

Deze schitterende route loopt door een vruchtbare vallei, een natuurgebied met amandelbomen, olijfbomen en indrukwekkende vergezichten. Het witte dorpje Seron is het middelpunt en een uitstekende plek om van de plaatselijke gastronomie te genieten. Onderweg word je vergezeld door talloze roofvogels en vlinders en tijdens de route kun je in authentieke dorpjes met vriendelijke Andalusiërs uitrusten of iets gebruiken op de oude stations waar de muren de sfeer van vroeger fluisteren.

Van track tot track

Track 1 Fines- Olula del Rio 4,5 km

Zodra je op de fiets zit raak je meteen onder de induk van het heuvelachtige landschap dat gekleurd wordt door amandel- en olijfbomen. Vanuit het historische treinstation van Fines volg je de oude spoorlijn waar in het verleden tonnen ijzer vanuit de mijnen met de trein werden vervoerd. Zodra je de smaak te pakken hebt, trap je lekker over de Via Verde en geniet je van de prachtige vergezichten . Eenmaal in Olula del Rio kun je de Iglesia van San Sebastian bezoek je en het indrukwekkende Ibañez museum met tientallen werken van de gelijknamige Andalusische schilder.

Track 2 Olula del Rio – Purchena 4 km

De oude spoorweg gaat door verschillende kleine spoortunnels en over historische viaducten tot aan het gezellige Andalusische dorpje Purchena waar ooit de Moren heersten. Aan de rand van het dorp bevinden zich de resten van de Moorse Alcazaba, het verdedigingsfort, en in het dorp zelf kun je een kijkje nemen in het Moors Archeologisch Museum. Onderweg zie je veel cortijos, de authentieke Andalusische boerderijen, die wit afsteken tegen de ruige omgeving. Ook vogelliefhebbers worden hier op hun wenken bediend.

Track 3 Purchena – Tijola 10 km

Je verlaat Purchena en gaat verder door een dennenbos. Waar je ook fietst of wandelt, de rust en stilte zal je overal vergezellen. De eindstop van deze track is het plaatsje Tijola waar zich de resten van twee kastelen bevinden, El Castillo de la Cerrá en El Castillo de Tijola La Vieja.

Tijola werd al bewoond door de Romeinen. Je vindt hier dan ook drie bewaard gebleven Romaanse nederzettingen. In het historisch centrum van het plaatsje zijn een paar prachtige kerkjes die je kunt bezoeken. Ook kun je een verfrissende duik nemen in een groot waterbassin aan de rand van het dorp. Op het station staat nog een oude locomotief van de Spoorwegmaatschappij Renfe die de bezoeker even terug in de tijd brengt.

Track 4 Tijola- Seron 8 km

Vanuit Tijola trappen we verder door een glooiend gebied. En dan komt het hoogtepunt van de tocht, de plaats Seron waar ooit de Nazari- dynastie regeerde, een van de laatste koningrijken van de Moren in het oude Al Andaluz. Bezoek hier het kasteel op de heuvel waar het dorp omheen is gebouwd, of fiets naar de ijzermijnen van Las Menas. Mocht je in Seron gaan overnachten, breng dan een bezoek aan het Observatorium om de heldere sterrennacht te bestuderen. Dit is ook dé plek om van de Almeriense gastronomie te genieten, de gedroogde hammen en ambachtelijke vleeswaren van Seron zijn er dé specaliteit.

Track 5 Seron – Hijate 12 km

Vanaf het pittoreske stationetje van Seron vervolgen we de tocht. Het leuke aan deze route is dat je over vele acuaducten en ijzeren spoorbruggen komt en dat je de spoorlijn van destijds nog werkelijk ziet liggen. De laatste route brengt ons door een omgeving van gewassen waar ook druiven voor wijn worden verbouwd. Moe en voldaan word door de fietsverhuur naar Seron teruggebracht. Bezoek in Seron ook het historisch centrum met een labyrint aan smalle kronkelige straatjes en kleurige patio´s waar de Moorse periode zijn stempel op heeft gedrukt.

Almanzora vallei.

De regio Valle del Almanzora ligt in het binnenland van Almería. De gemeenten die de regio vormen zijn gelegen aan beide zijden van de Almanzora-rivier, die door het hele gebied loopt en er de ruggengraat van is. Het museumdorp Olula del Rio, de plaats Macael met de marmergroeven en het stadje Seron aan de voet van een kasteelruine hoog op een berg zijn plekken die je minstens moet bezoeken.

De Almanzora-rivier wordt gemarkeerd door amandelbloesem, sinaasappelbomen en boomgaarden, en biedt qua landschap veel contrasten. De Almanzora-vallei is verbonden met de industriële exploitatie van zijn natuurlijke hulpbronnen, zoals mijnbouw, wijnproductie, olijfproductie, landbouw zoals amandelen of de vleesindustrie. Al dit erfgoed vertegenwoordigt elk op zijn eigen manier de geschiedenis en cultuur van de mensen die deel uitmaken van dit uitgestrekte gebied.

Zin gekregen in deze fietstocht?
Je kunt deze tocht zelf organiseren. Fietsen kun je vooraf huren in Seron.

Deze Via Verde kun je verlengen als je de route verder fietst door de provincie Murcia. Deze fietsroute heeft dezelfde naam; Via Verde Guadix – Almendricos, en voert 24 km verder, van Huercal naar Overa.

Wil je meer weten over deze tocht?

Kom dan op 29 februari naar de Fiets en Wandelbeurs in Utrecht.

Om 16.00 geven Marjan Gielen van Destinationmakers en Marion Hoogwegt van MaXperience Spain een boeiende lezing.

Kijk verder op : www.viasverdesfietsenwandel.com

Estepa, een snoepje van een dorp

Op de weg tussen Malaga en Sevilla ligt het plaatsje Estepa. Je ziet het al van ver opdoemen, een wit Andalusisch dorp, gebouwd tegen de heuvels. Voor Andaluces is Estepa een begrip. Want vanaf oktober tot januari ruikt het dorp en de hele omgeving naar kaneel, amandelen, suiker en anijs. Het is The Place to Be om ambachtelijke Dulces de Navidad te kopen. In het weekend sta je rustig een uur in de rij bij een van de vele fabriekjes waar al het lekkers met de hand wordt gemaakt én verpakt en volgens grootmoeders recept wordt bereid. La Despensa del Palacio, La Estepeña en La Colchona zijn de bekendste namen. De eerst is zelfs hofleverancier. Het leuke is dat al die kleine fabriekjes ook kunnen worden bezocht. Je kunt eerst proeven en dan uitkiezen wat je mee naar huis wilt nemen voor de kerstdagen.

La Despensa del Palacio is mijn grote favoriet. Het summum is het traditionele blik dat gevuld is met allerlei kleine zoetigheden die ambachtelijk bereid worden. De zaak lijkt een decor uit een kerstfilm. Overal staan grote glazen schalen en bokalen met lekkers dat zorgvuldig in vloepapier is verpakt. La despensa del Palacio heeft ook een chocolademuseum dat je kunt bezoeken. En werkelijk, je gaat nooit met lege handen naar buiten.Ook La Colchona is bijzonder. Het is een gewoon woonhuis in de Calle Santa Ana. Je waant je even terug in de tijd in de grote zaal waar antieke printen en blikken aan de wanden hangen, het vuur van de houtoven gezellig knispert, vrouwen in witte schorten op rieten stoelen het snoepgoed dat uit de oven komt verpakken en je bestelling wordt gewogen op antieke weegschalen.

Het is sowieso leuk om een wandeling door de straten van Estepa te maken. Tientallen kerkjes en kapelletjes, gezellige barretjes en pleintjes en in het weekend spelende kinderen in nette Spaanse kleren. Het lijkt in Estepa wel of je in een filmdecor van Luis Buñuel terecht bent gekomen. Behalve dat het plaatsje bekend is om zijn zoetigheden, komt hier ook een van de beste olijfoliën van Sevilla vandaan: Oleoestepa. Deze fabriek is ook te bezoeken. Als je de fabrieken in de loop van de ochtend hebt bezocht, wordt het tijd voor een aperitiefje. Die bestel je bij Bodega Machuga. Een glaasje fino van de Montilla Morilles druif.

De verleiding is groot om in de bodega meerdere glaasjes te proeven, maar je hebt Estepa niet gezien als je niet eerst naar het hoogste punt gaat, El Cerro de San Cristobal. Vanaf dat punt dat ook wel het Balcon de Andalucia wordt genoemd, heb je een uniek uitzicht over de omgeving. Er zijn drie monumenten die je hier kunt bezoeken. Allereerst El Antiguo Alcazar uit de Moorse tijd.

 

Ook de imposante Iglesia de Santa Maria Mayor is de moeite van een bezoek waard. Maar wat je zeker niet mag missen is een bezoek aan het Monasterio de Santa Clara, waar de nonnen van de Clarisa orde persoonlijk voor je open doen en je rondleiden.

Alle drie de monumenten liggen naast elkaar en zijn gemakkelijk met de auto te bereiken. Natuurlijk maakt al dat wandelen hongerig, dus de hoogste tijd voor een lekkere maaltijd. Wil je echt iets bijzonders eten, ga dan naar Don Polvoron.

  

Van buiten is het restaurant van het gelijknamige hotel niet veel bijzonders. Maar zodra de patron je begint te vertellen over de huisgemaakte paté, gegrilde pulpo en de specialiteit van het huis: arroz caldoso de carabinero, loopt het water je in de mond en weet je dat je goed zit. Dat is in het weekend ook wel merkbaar. Dan moet je echt reserveren want de Estepeños, Sevillanos en Malagueños weten al lang waar het goed toeven is in Estepa.

 

Mocht je na de maaltijd nog zin hebben in een digestiefje, dan wandel je even binnen bij het Museo de Anis. Ook hier laat het personeel je gastvrij proeven en inderdaad, ook hier wordt het lastig zonder wat lekkers het pand te verlaten.

Estepa is een uistekende bestemming om in één dag te bezoeken. Maar kun je er een weekend van maken, dan zou ik dat zeker doen. In de omgeving liggen een paar dorpjes met leuke hidden places waar de gewone toerist geen weet van heeft. Ik zet mijn top 5 voor je op een rij:

  

Pedrera ligt niet ver van Estepa. Hier kun je El Templo de la Cerveza bezoeken. Pedro, een oude rocker, staat achter de bar terwijl zijn moeder in de keuken de heerlijkste hapjes maakt. De tempel is gelijk een museum. De wanden zijn volledig bedekt met bierflesjes uit de hele wereld. Zelfs de wastafel in het toilet is gemaakt van een biervat.

 

La Roda de Andalucia is een klein plaatsje met een grote naam. Hier heb ik Luis ontmoet. Een oude treinconducteur die zijn ziel en zaligheid heeft gelegd in het Spoorwegmuseum. Een onbekend juweeltje dat zeker een bezoekje waard is. Behalve het oude conducteurbewijs van Luis in de vitrine, vindt je er tal van gebruiksvoorwerpen uit vorige eeuwen op het gebied van spoorwegen en een enorme maquete met schitterende antieke treinen die door een Andalusisch landschap tuffen.

Casariche is zo onbekend dat het nauwelijks op de kaart is te vinden. Dat is jammer want in het Mozaiekmuseum vindt je verschillende enorme Romaanse mozaïeken die in de omgeving gevonden zijn en gedeeltelijk zijn gerestaureerd. Het mozaïek van het bekende El Juicio de Paris is compleet en onvoorstelbaar ongeschonden.

Iets buiten het dorp bevindt zich een Romaanse steengroeve. De gemeente van Casariche heeft er wandelpaden aangelegd zodat je duidelijk zicht hebt op het gebied. Hier wordt ieder jaar eind juli het Romanarum Festum Ventippo gevierd. Een eldorado voor liefhebbers van het oude Rome. Een driedaags festijn dat je volledig terugbrengt in de Romaanse tijd in Spanje.

 

Puebla de Cazalla is een dorp dat ligt tussen Estepa en Sevilla. Hier bezoek je het olijoliemuseum in Hacienda Nuestra Señora del Carmen. Deze enorme hacienda biedt behalve olijfoliemuseum ook een museum over flamencokunst. Je kunt er rustig de tijd voor uittrekken en als je een profesionele olijfolieproeverij wilt meemaken kun je dat bij bodega Soberbio bijtijds aanvragen.

Dankzij een initiatief met de naam A Una Hora De heb ik deze bijzondere verborgen plekjes in de provincie Sevilla kunnen ontdekken. A Una Hora De heeft als doel om op ongeveer een auto-uur afstand van de grote steden van Andalusië de bekendheid van bijzondere monumenten, musea, gastronomie en feesten te stimuleren.

( Gracias a A Una Hora De, Red Guadalinfo, Fialba, Vive Andalucia y todos los ayuntamientos de los pueblos visitados))