Chillen en smullen in het zilte Chipiona

Chipiona, een plaatsje in Cádiz, is bekend om zijn prachtige lange kuststrook, waar je heerlijk kunt uitwaaien.

Maar ook om de bijzondere kathedraal die aan zee staat, aan het kasteel dat bijna met zijn fundatie in het water staat en om de corrales, de dijken aan de vloedlijn, die de romeinen maakten en nog steeds gebruikt worden voor de visvangst. En ook niet te vergeten om de afwisselende Via Verde te fietsen.

In deze streek kan de Atlantische kust worden de heerlijkste vissen en zeevruchten gevangen die je in verschillende restaurants van afwisselende sfeer en prijsklasse vers kunt bestellen. Ook staat Chipiona bekend om zijn kwekerijen waar groenten een hun specifieke smaak ontwikkelen door de Atlantische zeewind die over de landerijen blaast.

Een van de luxe voordelen die de restauranthouders in Chipiona hebben, is dat ze het hele jaar door met lokale en verse producten kunnen werken.

Zowel op de vismarkt in de haven als op de Rivera-markt voor groenten en fruit worden nog steeds traditionele veilingen gehouden. De kleuren zijn een lust voor het oog en de geuren maken je hongerig. Het is prachtig om de dozen met vers geplukte groenten en fruit in het veilinggebouw en de vers gevangen vis op de afslag in de haven te zien.

Tomaten, paprikas, druiven en aardappelen, en uit zee niet ver achter het land garnalen, inktvissen, snappers, urta’s, zeepaling, oesters en zeeanemoon …

In Chipiona vindt je een groot aantal locaties is waar je fantastisch kunt eten. Van zeer goed tot heel erg goed, voor verschillende budgetten en afhankelijk van wat je zoekt. Dit zijn mijn topaanbevelingen om uit eten te gaan in dit leuke plaatsje aan de kust van Cadiz:

Museo Moscatel

We beginnen met een glaasje muscat, de zoete wijn uit Chipiona die zijn smaak te danken heeft aan goede rijping in warm klimaat en de invloed van de Atlantische zeewind op de druiven. Je kunt het museum bekijken, de bodega bezoeken en wijn proeven of op het terras iets drinken en er een tapa bij bestellen.

In het museum is een interactief gedeelte dat je meeneemt door de tijd en laat zien hoe de romeinen zijn begonnen met het verbouwen van druiven in de streek.

Vermuteria Sin Buli

Sin Bulli betekent geen haast, en dat is precies hoe je op je gemak naar deze kleine bar moet komen. Het ligt vlak bij het kasteel in de Calle Padre Lerchundi, twee minuten lopen van de markt. Ze zeggen dat in het hoogseizoen de rij voor een drankje hier een blokje om is. Het verbaast me ook niet: er zijn zo zoveel lekkere dingen, zoals diverse soorten toasts zoals met avocado en ansjovis of met tonijn en gekarameliseerde ui of gesmolten gorgonzola, artisjokken met ham en de bekende chicharrón de Cádiz.

Het personeel is supervriendelijk. Het is het hele jaar open en het is altijd vol, ook buiten, dus je zult moeten gaan sin bulli, zonder haast.

Tot zover een aperitiefje, maar nu gaan we echt uit eten. Dit is mijn Top Vier!

Beach Club La Manuela

Op het strand van Tres Piedras ligt La Manuela. Een echte Beach Club met heerlijke sfeer. Ze bieden een kaart met veel Aziatische broodjes (sardine nigiris, top!) maar het is ook een goede plek voor een tonijntartaar (van Almadraba de Petaca Chico), garnalenomeletten en rijstgerechten.

Dit deel van de kust van Chipiona staat bekend als het Ibiza van Cádiz. Las Tres Piedras Beach is een wild zandgebied met een veelvoud aan strandbars waar je kunt genieten van livemuziek en ongelooflijke goede vibes in een ideale decoratie in Ibiza en Azie sfeer. Deze culturele mix vind je terug in de gerechten zonder dat de kok de lokale producten uit het oog te verliest.

Manu Martínez televisiepresentator én eigenaar van La Manuela, bracht ons verse rode tonijn uit Almadraba. We de Roquefort met zeekraal, eigenlijk een soort zee-asperge. Ze zijn zout en groeien in de de duinen van Chipiona. Ook proefde ik de garnalengyoza (of Japanse knoedel) en zijn beroemde Arroz Prohibido, verboden rijst met kwarteleitjes, een typisch Chinese zwarte rijst die in de oudheid werd gereserveerd aan de adel. Dus je begrijpt het, ik at als een vorstin!


Chirinquito Las Tres Piedras

Als je op een meer traditionele plek op het strand wilt lunchen, dan ga je naar Chiringuito Las Tres Piedras. Het is de typische strandbar maar met heerlijk vers eten.

Het ligt ook op het strand, maar dit keer aan de voet van de kustlijn. Tja, de naam is niet erg origineel, maar ze hebben typische verse chiringuito-gerechten zoals gebroken eieren met gebakken witvis en geroosterde paprika’s, gegrilde sardines, tonijn, paella en andere traditionele gerechten.

Sebastian Tirado, eigenaar van de zaak en schrijver is een echte zakenman. Sinds 2008 zwaait hij de scepter in zijn zaak aan zee en grilt zelf de verse sardientjes. Als je er oren voor hebt, trakteert hij je op het verhaal over Magellaan die met het schip Nao Victoria als eerste de wereld rond is gegaan. De namen van sommige gerechten zijn op deze reis gebaseerd en binnen hangt de zaak vol met krantenknipsel en modellen van schepen om de maritieme sfeer te benadrukken.

AWA Beach Club

Hoewel het er niet uitziet als een strandbar, voeg ik de AWA Beach Club op het strand van Regla aan het lijstje toe. Het is een van mijn recente favorieten en heeft spectaculaire tonijntartaar en zeebaars ceviche. Ook kun je er terecht voor specialiteiten als sushi, garnalen of kipwok en meer moderne gerechten. Daarnaast heeft het een aantal vegetarische topopties, zoals de burrata-salade met Quinoa, voor het geval je iets lichters wilt eten.

AWA Beach Club is een strandbar vlakbij de Chipiona vuurtoren, maar zoals al gezegd is het geen traditionele strandbar. De zaak is smaakvol ingericht met hout- en bloemdetails, hoewel het op het strand en op het zand ligt. Een zeer complete menukaart en uitstekende service.

Een goede plan is om te beginnen met een Spaans aperitief of een aperol buiten, lekker met je voeten in het zand en van de zonsondergang genieten, om later binnen aan tafel te schuiven.

Restaurant Los Corrales

Een traditioneel restaurant, met een overdekt terras met uitzicht op zee, versierd met netten, tuigage en roeren. Een duidelijke aanwijzingen voor hun specialiteit; zeevruchten. Eerst maak je een wandeling langs het strand van Las Canteras, waar de corrales van Chipiona zich bevinden. Genieten van de laatste zonnestralen en strijk daarna neer aan een tafel op het terras om te proosten. De zonsondergang is episch en het diner ook!

Roberto, de eigenaar, legde het menu uit dat hij voor ons had bereid, een proeverij van zijn meest originele gerechten. Ik begon met gegrilde Chipiona-pepers. Vervolgens een roerei met aardappelen en zeeanemoon. Zeeanemonen worden in Andalusië over het algemeen gefrituurd gegeten, maar vooral aan de kust van Cadiz. Het was het voedsel van veel gezinnen tijdens de naoorlogse periode. Een must op eens te proberen als je aan de kust van Cadiz vertoeft.

Even later kwam Roberto aan tafel met een klassieker; inktviskuit met kokkels gevolgd door gegrilde makreelkuit met olijfolie en gehakte ui. Vervolgens een in gevangen in Chipiona octopus en als afsluiter heerlijke gegrilde zeebaars.

Het is indrukwekkend om te zien met welke behendigheid de ober haar van de graat ontdoet. Als je ooit bij Los Corrales gaat eten, aarzel dan niet om een ​​van deze gerechten te bestellen, ze zijn allemaal even heerlijk.

Je ziet, Chipiona is een Eldorado voor smulpapen die houden van wat de zee ons biedt. Origineler en verser kun je het echt niet verzinnen!

De meeste restaurants zijn niet of moeilijk online te boeken, je zult moeten bellen (zeker in het hoogseizoen) en gewoon sin bulli ,met wat geduld, een drankje nemen voordat je aan tafel gaat.

Aracena, het witte dorp in Huelva dat diep van binnen oranje kleurt.

Als ik op mijn telefoon de foto’s van de Sierra de Aracena terugkijk, dan valt het me op dat behalve wit, er nog een kleur domineert. Natuurlijk, als je het dorp binnenkomt of hoog vanaf de weg bekijkt herken je de witte schittering van de muren van een authentiek Andalusisch wit dorp.

Maar als je verder kijkt ontdek je dat hier de tint oranje domineert. De oranje kleur op de daken als de zon ´s avonds achter de Sierra verdwijnt. Het donker oranje van de verse hammen en lomos van Bellota uit de streek. Of het oranje schijnsel op de kasteelmuren zodra de zon weer opkomt.

Maar ook de Riotinto, de rivier die de naam rood heeft gekregen maar waarvan het water donkeroranje is. Zelfs de gerechten waar regelmatig gerookte paprikapoeder in verwerkt wordt, hebben het intense karakter. En ook de grot van Aracena waar de verlichting de stalactieten en stalagmieten een sprookjesachtig effect geven.

Aracena bevindt zich in het noorden van de provincie Huelva, in de gelijknamige Sierra de Aracena, in de buurt van de Picos de Aroche. Het stadje wordt gekenmerkt door de typisch Andalusische architectuur. Met de bekende witgekalkte huizen en gebouwen die prachtig afsteken tegenover de groene landerijen en bergen die de stad omhullen.

De oorsprong van de naam Aracena verwijst mogelijk naar het Hispano-Arabisch centrum van Qtrsana of naar Aretiena, een rijke landeigenaar ten tijde van de Romeinse bezetting van deze streek.

HET KASTEEL VAN ARACENA

Allereerst klim ik door de smalle steegjes de heuvel op, naar het kasteel. De geschiedenis van de stad is nogal onduidelijk en vooral gebaseerd op de archeologische vondsten in de omgeving, die is gevuld met torens, kantelen en bogen van dit 13e-eeuwse kasteel, hoog op de berg, dat ooit waakte over deze streek.

Het kasteel werd gebouwd door de Caballeros del Hospital, een Portugese Ridderorde die een belangrijke bijdrage leverde aan de herovering van het gebied. Het kasteel is verdeeld in het Alcazaba, waar zich de Torre del Homenaje bevindt.

Vanaf het moment dat het kasteel werd verlaten tot aan 1917 werden de muren gebruikt voor de bouw van de nabijgelegen huizen Totdat deze praktijken uiteindelijk werden verboden om het culturele erfgoed te bewaren. In 1931 werd het kasteel uitgeroepen tot Nationaal Monument.

Vlakbij het kasteel bezoek ik de kerk van Nuestra Señora del Mayor Dolor, dat in Gotische-Mudejar stijl werd gebouwd tussen de 13de en 15de eeuw. Er bevindt zich de beeld van La Virgen del Mayor Dolor,de patroonheilige van Aracena.

GRUTA DE MARAVILLAS

´s Middags daal ik af naar de Gruta de las Maravillas, dat letterlijk Grot van de Wonderen betekent. Het ligt in het historische centrum van Aracena. De grot wordt omgeven door mysterie, ik heb het gevoel in een onderaards sprookjesbos te zijn terechtgekomen. Mijn gids vertelt dat de grot is ontdekt door een herder in 1886. Maar het duurde nog tot 1914 totdat de grot werd opengesteld voor publiek en het werd daarmee de eerste toeristische grot in Spanje.

De onderaardse formatie is een enorme kalkgrot die bestaat uit twaalf ondergrondse zalen en zes meren. De ronde zalen die ik tijdens mijn meer dan kilometer lange wandelroute kan bewonderen zijn:

  • Sala de las Conchas(schelpenzaal), het beginpunt van de route die wordt gekenmerkt door indrukwekkende stalagmieten.
  • Salón de los Brillantes (Diamantenzaal)
  • Salón del Gran Lago (Zaal met het grote meer)
  • Salón de la Esmeralda (Smaragdzaal)
  • Salón de la Cristalería de Dios (Gods kristalgrot), waar ik de meest prachtige formaties zie, die vanwege het hoge koper en ijzer gehalte in prachtige kleuren te bewonderen zijn.  
  • Salón de los Desnudos (Naaktenzaal), waar deze zaal zijn naam aan te danken heeft, moet je zelf eens gaan ontdekken…

NATUURPARK SIERRA DE ARACENA

Zoals eerder vermeld ligt Aracena in het zuiden van de Sierra de Aracena, die is gevuld met dehesas van kurk- en steeneiken en waar zwarte Iberische varkens rondlopen en hun dagelijkse maal van zoete eikeltjes bij elkaar scharrelen. Het zijn de beroemde zwarte Ibérico-varkens die, zodra ze het loodje hebben gelegd, de onvolprezen Jamón Ibérico leveren. Centrum van deze productie is de Pata Negra.

Het varken heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in de Spaanse keuken en cultuur. Het is het enige dier waarvan bijna alles wordt gebruikt en de Iberische ham is het meest belangrijkste product. En of een ham ook Iberische ham genoemd mag worden hangt niet alleen van het beest af maar ook van de hoeveelheid en samenstelling van het vet. Iberische ham moet aan strenge eisen voldoen en is altijd van een zeer goede kwaliteit. En zijn de varkens met eikels (bellotas) gevoed dan is de ham zelfs van uitstekende kwaliteit.


OP BEZOEK BIJ JAMONES EIRIZ IN CORTECONCEPCION

Domingo en Dolores van het familiebedrijf Eiriz, hebben me al vaak gevraagd om langs te komen, en dit keer komt het er eens van om een wandeling over hun landgoed te maken, de varkens van dichtbij te zien en de werkelijke uitleg te krijgen over verschillende hamsoorten uit de streek.

Jamon Eiriz ligt niet ver buiten Aracena en behoort tot de absolute top-leveranciers van Iberico Bellota hammen. Het bedrijf behoort tot de pioniers en bestaat al sinds 1818 waarin zij op een zeer respectvolle en traditionele manier Iberische ham en vleeswaren produceren.

We maken een wandeling door de dehesa waar de kleine zwarte varkentjes vrolijk lopen te huppelen en hun maaltje bij elkaar scharrelen. Ondertussen vertelt Domingo met passie over zijn dieren. Ibérico Bellota D.O.P is het paradepaardje onder de Spaanse hammen. De Spaanse varkentjes worden kort na hun geboorte gevoed met mais en graan voordat ze worden losgelaten in de vrije natuur.

Van september tot ongeveer maart kunnen de beestjes zich tegoed doen aan heerlijke zoete eikels in de eikenbossen. Door het vele bewegen en hun optimale voeding krijgen ze een bijzondere vetopslag in en rondom hun spiermassa’s. Tijdens hun laatste herfst mesten deze varkens zichzelf vet met de eikels van de eikenbomen waardoor hun vlees een bijzonder verfijnd aroma krijgt, met een uitzonderlijk hoog percentage meervoudig onverzadigde vetzuren.

Zo krijgt de Ibérico bellota ham een zachte textuur en is daardoor veel smaakvoller dan bijvoorbeeld de Ibérico Cebo of de Serranoham. De Eíriz hammen zijn allemaal gecertificeerd en voldoende aan de strikte regelgeving van de D.O.P (Denominacion de Origen Protegida)

Terwijl de varkentjes knorrend rondrennen, leer ik dat ham dat komt van de achterpoot een Jamon heet en een ham van de voorpoot een Paleta. De Aracena regio is waar de absoluut beste kwaliteit Iberico hammen vandaan komen, zeg maar de Grand cru voor Iberico.

De varkens bij Eiriz worden na 18 maanden geslacht. Er loopt gemiddeld maar één varken op één hectare dus dat zegt al heel veel. De hammen worden natuurlijk gedroogd, er wordt alleen gebruik gemaakt van zeezout en later de droging in de open lucht. De ham moet ruim drie jaar in de open lucht drogen en wordt dan officieel gecertificeerd. Wanneer een ham 100% Iberico is of niet kun je zien in onderstaande foto. 

Het immense domein van Eiriz in het dorpje Corteconcepción ligt 2 km van de rivier de Odiel en ligt op 572 meter boven de zeespiegel. Corteconcepción profiteert van een microklimaat waar de winden van de Atlantische Oceaan voor de fraaie ziltheid zorgen terwijl op hetzelfde moment er een Mediterranen klimaat heerst

Domingo benadrukt nog eens: ´ We gebruiken alleen zeezout en elk stuk ham droogt van nature in de frisse lucht en wordt zo gerijpt. We werken op de klassieke manier zoals men dat ook 200 jaar geleden deed. Het vlees is verder onbewerkt en dus puur natuur.´

Als we de hallen binnenkomen waar de hammen hangen te drogen, komt de zoete geur me al tegemoet. En als ik rondkijk, besef ik dat hier voor een vermogen hangt. Maar dat is ook niet vreemd als je weet wat een werk er aan vooraf gaat voordat je een plakje van deze goddelijke jamon in je mond kan stoppen.

Na de rondleiding komt het smakelijkste deel van het bezoek: een proeverij! Wijn proeven en olijfolie proeven heb ik onder de knie, maar er gaat een wereld voor me open wanneer ik leer hoe je ham moet proeven. Je houdt de plakjes bijvoorbeeld tegen het licht en warmt ze ietsje op op de bovenkant van je hand voordat je proeft. Ik kan je verzekeren dat het smullen is!

De proeverij wordt vergezeld met een droge witte wijn van het Condado de Huelva en een zoete Montilla Moriles. Natuurlijk ga ik niet met lege handen naar huis. Met een stevige lomo en een pakje jamon iberico in mijn tas neem ik afscheid en beloof in het najaar nog eens terug te komen.

UIT ETEN IN ARACENA

De gerechten in dit gebied worden bereid met streekproducten en uiteraard staat het vlees en de jamon en lomo de Bellota op de menukaart. Verder veel gerechten van hert en everzwijn, verschillende soorten paddenstoelen, waaronder de gurumelo en smakelijke groenten als artisjok, piquillopepers, tuinbonen en enorme tomaten.

Dit zijn mijn favoriete restaurants en gerechten in het stadje Aracena, die ik tijdens de trip gegeten heb:

Hotel Barcelo Aracena

Sopa de tomate y hierbabuena guarnecida con jamon, huevo y pan

Carrilleras a la cerveza serrana

Restaurante Montecruz

Pimiento del piquillo relleno de jabalí y gurumelos

Jamon de ciervo asado al horno con piña caramelizada

Restaurante Jesus Carillon

Carpaccio de presa bellota a la sal

Revuelto de alcachofas y boletus

HOE KOM JE IN ARACENA?

Om met de auto van Sevilla naar Aracena te rijden (90 km) begint je route op de A-66 waarna je afslag 782neemt en vervolgens je route vervolgt over de N-433.

Je kunt vanaf Sevilla’s Plaza de Armas ook de bus pakken naar Aracena. De busmaatschappij Damas verzorgt twee/drie dagelijkse diensten (één op zondag) tussen Sevilla en Aracena.

(Met dank aan Turismo Andaluz, Junta de Andalucia die deze reis mogelijk maakte)

Fietsen onder het schijnsel van de vuurtoren van Chipiona

Begin deze maand kreeg ik de kans om het kustplaatsje Chipiona in de provincie Cadiz te ontdekken. Langs en door Chipiona loopt ook de Via Verde Entre Rios die uitkomt bij de volgende kustplaats Rota.

De Via Verde is 16 kilometer lang en grotendeels plat terrein. Wel is het oppassen geblazen met fietsen omdat er hier en daar wat hobbels en kuilen op het pad van de oude spoorlijn zijn. Deze route, die voorheen werd gebruikt om Chipiona met de plaatsen Jerez de la Frontera, San Lucar de la Barrameda en Puerto de Santa Maria te verbinden, is ondanks zijn niet al te lange afstand enorm veelzijdig want landschap betreft.

Vroeger werden per trein de houten wijnvaten en andere materialen voor het maken van de moscatelwijn over deze spoorlijn vervoerd. En als de druiven geplukt waren en de wijn rijp, werden de flessen en kleinere vaatjes met dezelfde trein weer naar Jerez vervoert voor verder transport.

In de zomer is het een drukke badplaats, geliefd om zijn prachtige 12 kilometer gouden stranden die vooral worden bezocht door de inwoners van Sevilla. Internationale reizigers weet inmiddels ook de weg naar Chipiona te vinden.
Aan de zeeboulevard staat de Faro de Chipiona uit 1867, de hoogste vuurtoren van Spanje en twee na hoogste van de wereld. In 140 voor Christus werd er door de Romeinen op deze plek al een vuurtoren gebouwd om schepen te waarschuwen voor de grote rots, Piedra de Salmedina. Ondanks de aanwezigheid van de vuurtoren is deze rots in de loop der jaren verantwoordelijk geweest voor vele wrakken. Je kunt de 69 meter hoge vuurtoren bezichtigen en de 344 treden beklimmen die naar de top van de vuurtoren leiden.

Chipiona heeft een onherroepelijke verbinding met de zee. Iedere plek, ieder monument en ieder product is direct of indirect met de zee verweven. Fietsend over de Via Verde, ben ik meerdere keren afgestapt om de tradities en verhalen van dit kleurrijke plaatsje te ontdekken. Ik raad je op de volgende plekken aan even op de rem te trappen, de fiets op slot te zetten om het kleurrijke Chipiona te leren kennen.

DE IMPOSANTE KERK AAN ZEE

HET HEILIGDOM VAN LA DAMA DE REGLA.

Chipiona zou Chipiona niet zijn zonder haar vuurtoren én haar 14e eeuwse Monasterio de Nuestra Senora de la Regla, waar in de kapel een genadebeeld door de zeevaarders werd aanbeden. Wat tegenwoordig een belangrijk religieus centrum is, was ooit een fortkasteel dat eigendom was van de Ponce de Leóns, die het in 1399 aan de Augustijnen schonk.

Zij bewoonden het tot 1835, toen het in beslag werden genomen in verval raakte. Eenmaal hersteld, schonk de staat het heiligdom aan pater Lerchundi een Franciscaan, die zich hier vestigde en het gebouw herbouwde om er een missionarissencollege in te plaatsen dat honderden Franciscanen van hieruit naar Marokko en het Heilige Land zou sturen.

In 1904 werd de kerk in neogotische stijl herbouwd. De Franciscaner gemeenschap met zijn 15 broeders die in het klooster wonen, zorgen vandaag de dag nog steeds voor het heiligdom en kunnen tijdens een rondleiding het museum laten zien.

In de zomer kun je het museum elke vrijdagmiddag bezoeken, maar ook op afspraak door te bellen naar 956 370 189.

GENIET VAN DE GASTRONOMIE

PRODUCTEN  VANUIT DE ZEE REGELRECHT OP JE BORD

Eten in Chipiona is óók een interessante en zeer smakelijke bezigheid. Je weet al dat ik ga voor duurzaam toerisme, en een van de fundamentele elementen daarvan is het nuttigen van lokale producten. In Chipiona eet je zee!

Van plaatsen waar je tapas kunt eten, ontspannen met een biertje of een lekker glas witte wijn uit Cadiz en omringd door vrienden, tot aan luxe restaurants de alta cocina om de meest typische gerechten van de kust van Cadiz te proberen. In dit artikel ga ik er niet verder op in. Later zal ik een aparte post aan mijn favoriete restaurants en hun karakteristieke gerechten wijden.

PARKEER JE FIETS BIJ EL CASTILLITO VAN CHIPIONA

EN ONTDEK DE NIEUWE WERELD

Chipiona Castle is een klein mysterie. De oorsprong van het, voor een kasteel nogal klein monument met haar balkon direct aan zee, is onduidelijk. Men gelooft dat het oorspronkelijk een Almohaden-toren was, maar het is zo getransformeerd dat de oorsprong niet langer zichtbaar is. Maar laat je niet misleiden, het ´kasteel´ neemt een belangrijke plaats in in de geschiedenis.

Alfonso X heeft het versterkt tijdens de herovering van Cádiz en het is een belangrijk punt geweest om de kust te verdedigen tegen voortdurende plunderingen door Moorse, Berberse en Turkse piraten.

Het kasteel is de woning van de pastoor geweest, de kazerne van de burgerwacht, en ook een hotel. Momenteel huisvest er het VVV kantoor waar je bijvoorbeeld je bezoek aan de vuurtoren van Chipiona kunt boeken. Er werkt een enthousiast team dat je informatie en ideeën geeft over wat er in de omgeving te doen is. Ook bevindt zich hier het Centrum ´Cádiz en de Nieuwe Wereld´, een klein museum over ontdekkingen en reizen. Een aanrader voor iedereen met een reizende ziel die een overzicht wil bekijken van de geschiedenis van de regio, de ontdekking van de nieuwe wereld en handel met Indië.

FIETS OVER DE GROEN PADEN NAAR EL PINAR DE CHIPIONA

De route, die loopt tussen dennenbossen en gecultiveerde velden, brengt je naar El Pinar de Chipiona, in het gebied van Pinar de la Villa.

Op deze plek, met meer dan 300 jaar geschiedenis, werden de pijnbomen voorheen commercieel geëxploiteerd door de families van het gebied. Tegenwoordig is de exploitatie niet meer zo winstgevend en sinds de jacht in het gebied is verboden, is het een prachtige enclave waar je kunt te wandelen en vogels te observeren die in het dennenbos zelf leven, zoals de kleine uilen, hop, tortelduiven en de trekvogels die profiteren van de nabijheid van het Doñana-park en de meren van Costa Ballena om hier over te steken naar het Afrikaanse continent.

Er leven ook tal van zoogdieren, zoals de karato-slaapmuis, de spitsmuis, de egel en de ocellata lizard.

VAAR OVER ZEE LANGS HET WRAK VAN EL BARCO DE ARROZ

Een tochtje over zee is ook een manier om Chipiona te leren kennen en de kustlijn waar de vuurtoren en de kerk de skyline markeren te observeren. Ik maakte een tocht met een motorboot, maar ook kun je mee op excursie met een zeilschip of het stuur van je fiets verruilen voor die van een waterscooter.

We voeren lang de verroeste resten van een vrachtschip dat rijst vervoerde en in de jaren 80 op de klippen liep. Overigens een waar eldorado voor snorkelaars en duikers.

WANDELEN EN BADEN OP DE STRANDEN

Na of tijdens de fietstocht over de Via Verde is er niets verkwikkender dan een duik in zee. Het zeewater aan deze kust wordt ook als een natuurlijke spa beschouwd, vanwege de hoge concentratie aan jodium en mineralen.

Chipiona heeft 14.600 meter kustlijn, waarlangs de stranden van Niño de Oro, Micaela, Las Canteras, Regla, La Laguna en Tres Piedras zijn verdeeld. Ze zijn allemaal toegankelijk en de meesten hebben ook een blauwe vlag.

LEER OVER DE GETIJDEN EN DE OUDE VISTECHNIEK IN DE CORRALES

De negen corrales zijn een van de typische dingen waar Chipiona bekent om is omdat ze lang geleden alleen daar gemaakt zijn.  Al gebouwd door de romeinen en vandaag de dag in handen van negen families die ze onderhouden en mogen gebruiken voor de visvangst.

Als je nog nooit van corrales hebt gehoord, kan ik je vertellen dat het kunstmatige dammen zijn die zijn gemaakt met een reeks van waterinlaten waar water doorkomt als het tij opkomt, en de onwetende vissen gevangen houdt als het eb wordt. Op deze prachtige video kun je zien hoe het werkt.

We hadden geluk want we zagen hoe de visser een inktvis en een harige krab ving. Er wordt duurzaam en verantwoord gevist en er wordt alleen gevangen wat er gegeten gaat worden en dat van voldoende grootte is. Op deze manier weten de vissers dat ze hier in de toekomst kunnen blijven vissen.

De corrales kunnen worden bezocht met een rondleidingen georganiseerd door het VVV-kantoor, waarbij een visser laat zien hoe hij in de corral werkt en je vertelt hoe hij de verschillende gereedschappen gebruikt. Belangrijk is om waterschoenen of oude sandalen te dragen gezien het terrein gevaarlijk is en het heel gemakkelijk is om jezelf te snijden met de oesterrots.

Om ze te bezoeken is het verplicht om te reserveren, hetzij bij het VVV-kantoor (in het kasteel) of per telefoon 956 92 90 65.

GENIET VAN DE ROMANTISCHE ZONSONDERGANGEN

Kijken naar de zonsondergang met een glas in je hand en een verse vismaaltijd en je verbazen over de roze en oranje tinten die de lucht en het water kleuren, is een van de grote geneugten van de kust van Cadiz. Natuurlijk is geen een zonsondergang hetzelfde, dus je kunt iedere keer weer genieten. Bijvoorbeeld vanaf:

Beach Club AWA, met een Aperol Spritz in de ene hand en kleine hapjes met vis in de andere. Vanaf hier zie je de Atlantische Oceaan de hele skyline van Chipiona, met de vuurtoren die de kust verlicht.

• Vanaf het strand van Regla, langs de huizen van Tolosa Latour, vanaf de houten loopbruggen, met een spectaculair panoramisch uitzicht vanaf de andere kant van Chipiona

Restaurant Los Corrales, aan de voet van de vuurtoren. Je ziet alleen de zee, waardoor het ook een spectaculaire zonsondergang is.

PROEF CHIPIONA’S TRADITIONELE DRANK: DE MOSCATEL

Het proeven van een muskaatwijn is een must op je lijst. De moscatel is de plaatselijke drank is in Chipiona, daarom is het leuk om te ontdekken waarom het zijn karakteristieke smaak heeft en hoe het wordt geproduceerd. Het Moscatel Museum ligt midden in het centrum.

Het museum illustreert het begin van de wijnproductiemarkt in het midden van de 15e eeuw, en zelfs veel eerder, met een overzicht van de Romeinse, Fenicische en islamitische invloed op de gewassen in het gebied, tot de huidige productie met 150 merken en 60 wijngaarden.

KOOP EEN PLANT OM CHIPIONA BIJ KWEKER MERCADO RIVERA

Een van de dingen die je waarschijnlijk niet weet, is dat er in Chipiona grote velden zijn waar sierplanten worden verbouwd. Zozeer zelfs dat ze hun eigen groothandelsmarkt voor planten en fruit hebben: Mercado Rivera. Een leuk detail is dat de bloembollen voor sierplanten en bloemen iedere maandag door vrachtwagens uit Nederland worden aangeleverd.

De telers komen twee keer per week naar de veilinghallen en houden ze de bloemen- groenten- en fruitveiling. Goed, het is geen Aalsmeer, maar neemt zeker een belangrijke plaats in op het gebied van exporteren van snijbloemen. In de kwekerij Rivera Garden (een soort Intratuin) die je kunt bezoeken verkopen ze ook planten direct aan de bezoekers en zo kun je je eigen Chipiona plant als aandenken mee naar huis nemen en je je reis herinneren iedere keer als je de plant water geeft.

Ik ging naar Chipiona om haar charmes te ontdekken en ik kwam zo opgetogen terug dat ik besloot het wat tijd te geven, om te zien of de reisdrukte zou afnemen en wat ik voelde zou rusten.  Maar het speciale gevoel dat in Chipiona ontstond gaat maar niet voorbij. Het is een aantrekkingskracht die me heeft doen besluiten snel eens terug te gaan.

Voor velen is Chipiona een van die charmante kustplaatsen waar je de zomer kunnen doorbrengen. Ook is Chipiona de stad waar Rocío Jurado, de onbetwistbare bekende zangeres die hier werd geboren. Maar er is nog veel meer te zien en te doen in Chipiona!

Het was heerlijk om op de fiets te toeren door de witte straten en de langs stranden bezaaid met de corrales en duinen, te genieten van de eindeloze zonsondergangen en strandbars, wat aantoont dat Chipiona niet alleen een bestemming is voor zomer, zon en strand.

Wie weet word je na het lezen van dit artikel wel enthousiast om Chipiona te gaan bezoeken en word je straks ook verliefd op dit sprookjesachtige dorp en haar mensen.

Praktische tips

Ik sliep in Monterrey Hotel ***, uitstekend en eenvoudig hotel direct aan het strand.

Het fietsverhuurbedrijf dat mij de fiets leende heet Valdes. Het zijn stadsfietsen en worden verhuurd met bagagemandje voorop, een slot en een helm.

Het VVV kantoor van Chipiona geeft goede informatie en tips en is uiterst behulpzaam bij het reserveren van je bezoek aan vuurtoren, kerk, kasteel en corrales.

Dit artikel is ontstaan naar aanleiding van een uitnodiging van Teresa Lorenzo van El Faro de la Jument in samenwerking met de gemeente Chipiona, Patronato van Cadiz en Turismo Andaluz, om Chipiona samen met andere reisbloggers op de kaart te zetten en te promoten.


 [Usuario1]

Olvera, een wit dorpje, hoog op de berg, met historische architectuur

Afgelopen voorjaar waren via het digitale platform Escapada Rural tien Spaanse dorpen genomineerd die gekozen konden worden tot beste rurale toeristische bestemming. Het Andalusische bergdorp Olvera in de provincie Cadiz kwam dit jaar als winnaar uit de bus.

Er hadden zich 247 Spaanse dorpen aangemeld om op te stemmen. De voorwaarden zijn dat het voorgedragen dorp niet meer dan 10 duizend inwoners heeft, bereid is tot het creëren van hoogwaardige toeristische faciliteiten en niet eerder aan de wedstrijd heeft meegedaan.

De oorsprong van de huidige stad Olvera ligt rond het Moorse kasteel uit de Nasrid periode van de 12e eeuw. Van hieruit krijg je een mooi overzicht over de massa witte huizen en smalle straatjes, die deel uitmaken van de architectuur met islamitische wortels waar deze streek om bekend staat.

Het kasteel maakte deel uit van de verdedigingsgordel voor het Moorse koninkrijk Granada, zo´n 623m boven de zeespiegel. Het is een schitterend neoklassiek bouwwerk uit de late 18e eeuw dat gebouwd is in opdracht van de hertogen van Osuna op over de fundaties van een oude Arabische. De imposante kerk boven op de heuvel nodigt uit om van dichtbij te gaan bekijken, evenals de toren die duidelijk bij een kasteel behoorde. 

De naam van dit witte dorpje is waarschijnlijk afkomstig van het woord Ulva of van Olivera omdat er zoveel olijven in deze regio groeien. De Romeinen werden verjaagd door de Visigoten welke op hun beurt weer verjaagd werden door de Invasie van de Berbers uit het Noorden van Afrika. In die Moorse tijd werd het dorp Wubira genoemd.

Veel later viel het dorp onder het gezag van de bekende familie Guzman en later de hertogen van het nabij gelegen Osuna. Doordat er een verbinding bestond met de nieuwe wereld ging het goed in Olvera, dit doordat de veroveraar van het huidige Peru uit Olvera kwam. Toen dit wegviel ging het bergafwaarts met het plaatsje. Zeker toen ook nog eens de Fransen Spanje bezetten. Het dorp is absoluut een bezoekje waard, al we wel al direct waarschuwen….. het hele dorp is één grote klimpartij…!

Op twee kilometer van het centrum kun je ook het heiligdom Nuestra Señora de los Remedios bezoeken. Een sober 18e eeuws pand, gelegen tussen de olijfbomen en rotsen waar de patroonheilige van Olvera, de Virgen de los Remedios, wordt vereerd. Al sinds 1917 wordt er op iedere tweede maandag na Paaszondag  een populaire bedevaart gevierd.

En last but not least vind je in deze groene omgeving ook de Via Verde de la Sierra, een 36 kilometer lang wandel en fietspad. Deze groene route gaat over de oude spoorlijn die begin 20e eeuw is aangelegd tussen het welvarende Jerez de la Frontera en Almargen, tussen de provincies Cadiz en Sevilla. Het traject loopt van Olvera tot Puerto Serrano enpasseertde plaatsen Coripe, Montellano en Pruna. 

De Via Verde kan te voet, per fiets of te paard worden gevolgd. Bijzonder is dat deze spoorlijn nooit in gebruik is genomen. Na de start van de bouw begon de Spaanse burgeroorlog en daarna de economische crisis. De tunnels, viaducten, stations waren allemaal al aangelegd maar toen werd in één klap alles stopgezet.

Langs dit pad bevindt zich ook een van de hoogtepunten van de tocht: het Natuurpark Peñón de Zaframagón. Een spectaculaire rots met een kolonie van meer dan 200 vale gieren, één van de grootste kolonieën van Europa.

Wandel mee door de straten van Olvera

Fiets mee over de Via Verde

Meer informatie over de Via Verde de la Sierra in het Engels

El Altiplano de Granada; het Cappadocië van Spanje

Wist je dat er in Spanje net zo´n gebied als Cappadocië bestaat? Een soort maanlandschap met duizenden grotwoningen. Het gaat om de Altiplano van Granada, met een landschap dat me enorm heeft verrast. Het is een weinig bekend en ongelooflijk mooi gebied, speciaal op geologisch niveau.

Badlands, duinen en maanlandschap

De Altiplano is een dun bevolkt gebied in het noorden van de provincie Granada dat weinig bekend is. Het is een zeer uitgestrekt gebied, dat een vlakte vormt met woestijnlandschappen en badlands omgeven door de verschillende bergketens van Baza, Castril, Sagra en Orce. De omgeving is bezaaid met kleine steden met veel historisch erfgoed en charmante dorpjes. Het ligt op 900 meter hoogte en was heel vroeger een immens meer.

Als er iets heel merkwaardigs is aan de Altiplano van Granada, dan is het wel dat er overal grotten zijn! Het hele gebied is maar voor 1 % bevolkt, het regent er bijna nooit. Vroeger kwam hier de grootste productie van rieten matten vandaan, die nog steeds gemaakt worden van esparto, een soort helmgras waar een groot deel van het landschap door gekenmerkt wordt.

.Overnachten in een grot

Tegenwoordig zijn de grotwoningen nog steeds in gebruik als woning en veel ervan zijn omgebouwd tot toeristische accommodatie, wat betekent dat je in een grotwoning kunt slapen! Hoe rustiek het ook mag lijken, de waarheid is dat ze perfect geschikt zijn voor het moderne leven en zowel in de winter als in de zomer een ideale temperatuur behouden.

Opvallend is dat de woningen alleen één deur hebben. Er zijn geen ramen en de kamers worden halfronde openingen waar dikke gordijnen voor hangen. In het landschap worden de grotwoningen gekenmerkt door de schoorstenen die boven het land uit steken.

Ontdek de plaats Castril

Een van de mooiste steden in de Altiplano van Granada is Castril, aan de voet van de gelijknamige bergketen. De witte huizen zijn gebouwd met materialen van het land en de geplaveide straten leiden ons naar het kasteel.

Het dateert uit de 12e eeuw en is een Almohad-fort. Tegenwoordig is het een ruïne, maar je kunt het bezoeken vanuit het Castril Tourist Office. Je kunt over een deel van de toegangshelling naar het oorspronkelijke 14e-eeuwse kasteel. Het uitzicht vanaf de top van het kasteel is prachtig.

Ook is het leuk om het pad van de Cerrada de Castril te lopen. Het is een kleine route die via houten platforms over de rivier Castril loopt, de grootste van de provincie Granada. Het is een gemakkelijk pad, waar je kunt genieten van de landschappen die de rivier heeft gevormd, die zich een weg baant tussen de rotswanden van het gebied.

Bewonder het Secuoya-woud van La Losa

Van de ene bergketen naar de andere, La Sagra in dit geval. Daar vind je een van de meest merkwaardige uithoeken van heel Andalusië, en wist je dat er een sequoiabos is? Deze bomen komen oorspronkelijk uit Noord-Amerika, maar kwamen hier aan het einde van de 19e eeuw aan, toen landeigenaar en graaf Rafael de Bustos, verschillende zaden van deze exotische soort plantte.

Hij plantte ze op zijn boerderij, bekend als La Losa, en tegenwoordig zijn er verschillende bosjes met sequoia’s verspreid over het gebied. De meest indrukwekkende zijn meer dan 60 meter hoog en bevinden zich in de buurt van de boerderij, op eigen grond, en zijn omheind. Om ze te bezoeken, kun je bellen naar 687 44 70 09.

Verwonder je bij  de archeologische vindplaats Castellón Alto

Naast Galera, een andere stad op de Altiplano van Granada, ligt een van de belangrijkste archeologische vindplaatsen in het zuiden van het schiereiland. Het gaat over Castellón Alto, een stad van de Argarische cultuur die deze omgeving ongeveer 4000 jaar geleden, in de bronstijd, bewoonde. En daarmee een van de eerst bewoonde nederzettingen van Europa was.

De bewoners bouwden hun huizen op de rots van de berg, hoog in de lucht, met uitzicht op de vallei die gevormd was door de rivier de Galera. Binnen de stad was er een hiërarchie, de belangrijkste mensen woonden in het hoogste deel. Dankzij de opgravingen kunnen we vandaag weten hoe ze leefden, door steen, hout en esparto (helmgras) te gebruiken voor hun huizen en gebruiksvoorwerpen in het dagelijkse leven.

Opvallend is de manier waarop ze hun doden hebben begraven, omdat ze het in hun eigen huizen deden. De doden werden begraven in een foetushouding en met een uitzet. Bij een van de graven werd iets unieks gevonden: de gedeeltelijk gemummificeerde lichamen van een 28-jarige volwassene en een 4-jarig kind samen. Het is de oudste mummie van het Iberisch schiereiland en is te zien in het Galera Museum. Het bezoek aan de stad Castellón Alto kun je doen met een rondleiding en kun je reserveren bij het Galera-museum of door te bellen. Het kost 2 euro per persoon.

Een bezoek van de necropolis van Tututgi, aan de rand van Galera,  is ook een uitstekende manier om de Iberische cultuur (500 voor Christus) te ontdekken.

Ben je een liefhebber van archeologie? Wandel of fiets dan de Gran Senda de los primeros poblados. Een tocht van 143 kilometer door een bijzonder gebied waar de eerste bewoonde nederzettingen op jouw bezoek wachten en waar je archeologische juweeltjes kunt bewonderen, zoals La Dama de Baza en El Hombre de Orce.

Geniet van de gastronomie in Collados de La Sagra

Niet ver van de secuoyas van Finca La Losa ligt nog een spectaculaire plek; Collados de La Sagra, een familiebedrijfje met accommodatie en restaurant midden in de natuur, omgeven door bergen. Ik heb er twee avonden heerlijk geslapen en me laten verwennen in hun moderne restaurant.

Ze hebben ook een kaaswinkel, en het is mogelijk om eerst de kazen te proberen in het restaurant.

De kenmerkende keuken is rijk aan lokale en seizoensgebonden producten en de specialiteit van het huis is lamsvlees van Segureño. Het was erg lekker, evenals het voorgerecht Remojón de San Antón met een salmorejo-basis, de patrijzenpaté en het amandelbroodjes dessert van moeder-overste met witte chocolade.

Vanuit de ontbijtkamer kijk je op de hoogste berg van de Altiplano, El Pico del Sagra met 2300 meter.

Fiets of wandel door het karstgebergte

De Altiplano valt binnen het gebied dat in 2020 door Unesco is uitgeroepen tot Geoparque de Granada. Het is één van de beste en meest spectaculaire voorbeelden van karst-relief in heel Europa. Het enorme kalkstenen plateau is door water en wind al meer dan 200 miljoen jaar geleden geërodeerd en heeft surrealistische vormen aangenomen. De zeldzaamheid en pracht van zijn vreemde formaties biedt een indrukwekkend maanlandschap dat uniek in de wereld wordt beschouwd. Onderweg zie je duizend aan een gekoppelde heuvels en bergen van rond de 250 meter hoogte.

Er zijn uitstekende paden voor tochten te voet, op de fiets of met een 4×4. Ook een nachtwandeling schijnt prachtig te zijn omdat de miljoenen schitterende glasstukjes van het karst, die door het maanlicht worden beschenen, je het gevoel geven dat je je in een sprookjeslandsschap bevindt.

Kijk naar de sterren en doe een wens

Wat is een betere manier om een bezoek aan de Altiplano van Granada af te sluiten door naar de sterren te kijken? Dit gebied heeft een van de schoonste luchten van Europa, dus het is perfect om, zodra de avond valt, de sterrenhemel te observeren bij het Observatorio de la Sagra.

Ik kreeg de kans om een ​​sterrenworkshop te doen. Tijdens de workshop heb ik verschillende astronomische objecten kunnen observeren, zoals planeten, nevels of zelfs een melkwegstelsel.

Wist je ook dat er elk moment vallende sterren zijn? Normaal zien we ze niet, maar ze vallen constant, en dit is iets dat je pas beseft als je in totale duisternis naar de lucht kijkt. Overigens worden ze geen vallende sterren genoemd, maar meteoren. Hou er rekening mee dat het op deze hoogte ´s nachts erg koud kan zijn. Zelfs zomers!

Hoe kom je bij de Altiplano van Granada

De Altiplano, dat letterlijk hoogvlakte betekent ligt in het noorden van de provincie Granada.

Als je vanuit Spanje naar de Altiplano gaat, is mijn aanbeveling om eerst naar Granada te gaan en dan van daaruit het gebied te gaan bezoeken. Granada heeft een nationale luchthaven en een hogesnelheidstreinverbinding met Madrid. Kom je van buiten Spanje dan is de beste optie om naar Malaga te vliegen en vanuit daar naar Granada te reizen

De beste manier om door de Altiplano van Granada te reizen is met de auto. Op die manier heb je de vrijheid om van de ene plaats naar de andere te gaan en alle plekken die je wilt bezoeken gemakkelijk te bereiken. Als je niet met uw eigen auto reist, kun je een auto huren in de hoofdstad van Granada en van daaruit door het hele gebied reizen.

Wat denk je, word je al nieuwsgierig naar de Altiplano van Granada? Zoals ik hierboven al zei, dit gebied is immens en ik kan niet alles weten. Ik ga er zeker nog een naar terug want ik heb nog lang niet alles gezien. Het is een reis door het verleden, het heden en de toekomst. Toch hoop ik dat dit bericht je helpt bij het voorbereiden van je reis en ik kan alleen maar wensen dat je ervan geniet, want het is een spectaculaire regio.

Bekijk hier een video van El Altiplano de Granada

Met dank aan Turismo Andaluz

De populairste kleine steden en dorpen in Andalusië


Langzaamaan lijken de vooruitzichten op een reis naar Spanje dit jaar weer hoopvol. Maar ik kan me goed voorstellen dat je de drukte van de grote steden of bekende badplaatsen wil vermijden. Overal in het land zijn er tientallen dorpen die dankzij hun pittoreske pleintjes, traditionele architectuur en regionale keuken bijzonder authentieke bestemmingen zijn.

Andalusië is al tientallen jaren een geliefde vakantiebestemming voor Nederlanders, maar het afgelopen jaar hebben we er niet veel van kunnen genieten. Nu de situatie lijkt te verbeteren, kunnen we langzaamaan weer hopen op een mooie zomervakantie in dit land. Andalusië is zeer geliefd vanwegen het fijne klimaat, zijn cultuur, historie en zeker ook om de sfeervolle dorpjes in het binnenland.

Het digitale platform Musement is een service die is ontworpen om reizigers te helpen dingen te ontdekken en ervaringen te boeken – van museumbezoeken tot rondleidingen door de stad, eet- en wijnproeverijen, sportevenementen en wellnessactiviteiten – waar ze ook gaan. Hun doel is om jouw reiservaring te verrijken. UIt hun onderzoek bleken dit de mooiste en populairste dorpen en kleine steden in Andalusië:

Osuna (Sevilla): deze hertogelijke stad heeft een rijk artistiek erfgoed. Het klooster (Monasterio de la Encarnación), de kerk en de steengroeven zijn slechts een kleine greep uit de vele bezienswaardigheden.

Frigiliana (Málaga): dit dorp ligt in het natuurpark van de Sierras de Almijara, Tejeda en Alhama. En wanneer je door de smalle en steile straatjes van het historische centrum wandelt, is het alsof je terugreist in de tijd. Ga naar het uitkijkpunt Callejón del Peñón om te genieten van een panoramisch uitzicht over de hele stad.

Setenil de las Bodegas (Cádiz): deze stad in de Sierra de Cádiz maakt deel uit van de Route langs de Witte Dorpen. Een van de bijzonderheden is de ligging van de huizen, waarvan er vele “beschut” tegen de rotsen zijn gebouwd.

Guadix (Granada): de “Europese hoofdstad van de grotten” heeft meer dan 2000 bewoonde grotwoningen. Zoals Jean Sermet, een bekende Franse geograaf, zei: “Guadix is ​​een stad die niet beschreven mag worden; hij moet gezien worden.”

Rute (Córdoba): een van de belangrijkste attracties van Rute zijn de vele gastronomische musea. In veel van de musea worden producten als anijs, nougat of chocolade, nog steeds geproduceerd.

Mojácar (Almería): een paar kilometer van de kust van Almería, vinden we dit witte stadje vol bezienswaardigheden, zoals de Plaza del Parterre, de kerk van Santa María of de oorspronkelijke toegangspoort (Puerta de la Ciudad).

Cazorla (Jaén): Cazorla, gelegen tussen olijfboomgaarden en bergen, is perfect voor diegenen die natuur en cultuur willen combineren. Maak van de gelegenheid gebruik om het Castillo de la Yedra te bezoeken!

Aracena (Huelva): dit dorp ligt in natuurpark Sierra de Aracena y Picos de Aroche. Een trekpleister van deze plaats is de Gruta de las Maravillas, een waar paradijs van stalactieten en stalagmieten.

Voor deze resultaten kwamen alle gemeenten met minder dan 20.000 inwoners in Andalusië in aanmerking (bron: https://www.ine.es/ – officiële cijfers uit het gemeenteregister – gegevens van 2020). Om de meest gezochte woonplaats in elke provincie te bepalen, werd de Google term qué ver (wat te zien in gemeente) in Spanje geanalyseerd. Bij een gelijkspel werd de woonplaats gekozen waarvan de naam alleen het hoogste zoekvolume had. Het onderzoek is overigens gedaan in alle provincies in Spanje

Hoewel het nog te vroeg is om de koffers te pakken, is het toch ook heerlijk vast wat weg te dromen naar een vakantie naar Spanje voor wanneer de situatie het weer toelaat. Van noord naar zuid en van oost naar west zit heel Spanje vol met charmante stadjes en dorpen die de ideale omgeving kunnen zijn om te genieten van het ´nieuwe normaal´. Zo is dit zelfde onderzoek gewdaan door heel Spanje en is er een top 50 lijst onstaan. Lees meer informatie over de 50 steden en dorpen op: https://blog.musement.com/nl/50-pittoreske-steden-en-dorpen-in-spanje/

Met dank aan Musement. Dit is het digitale platform waarmee je reisactiviteiten kunt boeken in meer dan 1400 bestemmingen en 70 landen wereldwijd. De dienst is beschikbaar in 9 talen via verschillende digitale touchpoints, het gespecialiseerde platform voor reisbureaus.

Acht supertips voor een Covid Safe vakantie in Andalusië

“Spanje wacht op jullie!” Als een van de laatste Zuid- Europeese landen in de rij nodigde premier Sánchez zaterdag toeristen uit om vooral de zomer door te brengen in zijn land.  De hoop op een mooie zomervakantie wordt alleen maar groter, nu ook Spanje zijn grenzen voor buitenlanders gaat openstellen

We garanderen dat toeristen geen risico zullen lopen, zegt premier Sanchez. Deze stap komt niet als verrassing; eerder in de week kondigde de minister van Transport al aan dat het buitenlandse toerisme vanaf eind juni weer op gang gebracht wordt. Volgens de minister wordt daarbij dan wel gekeken naar de gezondheidssituatie in het land waar mensen vandaan komen en waar de toeristen in Spanje naartoe willen. Hij zei ook dat de Spanjaarden en residenten dan weer buiten hun eigen provincie mogen reizen.

Kom jij naar Spanje of woon je in Spanje en zou je tijdens je vakantie massatoerisme en drukte willen vermijden? En zou je bovendien plekken willen bezoeken met rust en ruimte of fysiek bezig willen zijn? Dan geef ik vast 8 supertips!

 

Tien verborgen plekjes aan de Costa Tropical. Meer dan zon en zee…

 

20190315_104733

De Costa Tropical is het bescheiden buurmeisje van de Costa del Sol en bestrijkt de 73 kilometer lange kustlijn van de provincie Granada. Er zijn tientallen stranden en kleine baaien met kristalhelder water, meer dan 300 dagen zon per jaar en een gemiddelde temperatuur van 20 graden.

Aan de tropische kustlijn liggen 19 dorpen. De bekendste zijn Almuñécar, La Herradura, Motril en Salobreña. Naast deze stranden zijn er kleine en rustige baaien gelegen in Albuñol, Castell de Ferro, en Polopos.

Naast de tropische kust biedt dit gebied talloze culturele, sportieve en gastronomische mogelijkheden. En natuurlijk de prachtige natuur. In dit artikel beschrijf ik 10 verborgen plekjes met activiteiten die je het hele jaar door kunt ondernemen.

 

Castellar de la Frontera, van Moren tot Hippies

 

Het dorp Castellar de la Frontera ligt in de provincie Cádiz. Het is onderdeel van het achterland van el Campo de Gibraltar en grenst aan de gemeenten San Roque, Jimena de la Frontera, Los Barrios en Alcala de los Gazules, in het natuurpark Los Alcornocales. De uitgestrekte gemeente is opgesplitst in drie centra; Castellar Viejo, Castellar Nuevo en Almoraima.

Dit historische vestingdorp staat bekend om zijn kasteel, het woord ‘Castellar’ betekent letterlijk ‘ plaats van het kasteel’. Castellar de la Frontera Vieja ligt hoog op een heuveltop en heeft een indrukwekkend zicht over de provincies Cadiz en Malaga. Ooit was het een waar kunstenaarsdorp met een bijzondere aantrekkingskracht. Als je wandelt door de smalle kronkelige straatjes, die uit de islamitische periode stammen,  voelt het net of je even door de geschiedenis wandelt.

Een aantrekkelijke en rustige omgeving omringt door de dorpen van het Campo de Gibraltar gebied en het natuurpark Los Alcornocales.

 

Ubeda, werelderfgoedstad in één dag

 

Úbeda is een bestemming die je, als je in Andalusie bent, zeker moet bezoeken. Op mijn route door de provincie Jaén kon ik er niet omheen, Ubeda is samen met Baeza, een werelderfgoedstad. Het zijn twee dorpsnamen die onvermijdelijk samenvallen en door Spanjaarden in een adem genoemd worden als topexcursie. Waarom? Omwille van de prachtige renaissance stijl waarin deze dorpen, beide UNESCO Werelderfgoed, rijkelijk baden. Een stijl die vrij uniek is in Spanje!

Ook de gastronomie is er een bron van genot. Dit is de poort van Andalusië, waar een zee van olijfbomen je welkom heet voor je het verleden in deze dorpjes binnen treedt. Welkom in de provincia Jaen, gastvrij en zonnig! Met bovendien het grootste natuurpark van Andalusië, La Cazorla.

 

Roadtrip en fietsen door de Sierra Subbetica

 

Het natuurpark Sierra Subbetica ligt in Andalusië, op slechts een uurtje rijden van Cordoba of Malaga stad. Het is de thuishaven van één van de grootste kolonies griffioengieren van Spanje en sinds 1988 een erkend natuurpark. Het natuurpark heeft een oppervlak van 31.568 hectare en beslaat de witte dorpen Cabra, Carcabuey, Doña Mencía, Iznájar, Luque, Priego de Córdoba, Rute y Zuheros. De meest bezochte dorpen zijn: Cabra met de hermitage, Iznajar met het stuwmeer en Zuheros.

In het natuurgebied zijn negen bewegwijzerde wandelpaden. Daarnaast is de “Via Verde de Subbetica” een aanrader. Een traject dat vroeger dienst deed als spoorlijn en dat je langs prachtige plekken en via diverse tunnels en viaducten voert. Hoe kun je deze mooie plekken combineren en plan je je je bezoek om de dorpen en de omgeving goed te leren kennen? Ik raad je aan om er drie dagen voor uit te trekken en twee overnachtingen te reserveren.

 

Walvissen en dolfijnen spotten vanuit Tarifa

 

Tijdens de warme zomerse dagen in Andalusië is het heerlijk vertoeven op het water. De Straat van Gibraltar, de zeestraat tussen Zuid-Spanje en Marokko, is een van de beste plekken in Europa om dolfijnen, orka’s en walvissen te spotten. Het voedselrijke water van de Straat van Gibraltar is het leefgebied van verschillende soorten walvissen en dolfijnen. Van april tot oktober vertrekken er vanuit Tarifa dagelijks whale watching tours, waarbij je de indrukwekkende zeezoogdieren van dichtbij kunt bekijken.

Er komen zeven soorten walvissen en dolfijnen voor in de Straat van Gibraltar. Vier daarvan verblijven er het hele jaar: de gewone dolfijn, de griend walvis, de tuimelaar en de gestreepte dolfijn. De Orka’s komen in juli en augustus naar de Straat van Gibraltar om de blauwvintonijnen op te wachten die dan terugkeren uit de Middellandse Zee. Potvissen zijn van maart tot juli te spotten. Zij jagen in die periode op diepte op de reuzeninktvis. En vinvissen passeren de zeestraat tussen mei en juli op doortocht van de Atlantische Oceaan naar de Middellandse Zee.

 

Zomerochtend in Cádiz.

 

El Lorenzo, zoals de zon in Spanje ook wel genoemd wordt, straalt aan de azuurblauwe hemel. Ik heb zojuist de honderddrieënzeventig traptreden van de Torre Tavira beklommen en sta op het vijfenveertig meter hoge dak dat uitkijkt over de oudste stad van Europa. Torre Tavira bestaat uit twee verdiepingen met daarop nog een torentje. Via een stalen deur kom ik de Camera Oscura binnen. Mijn ogen moeten even wennen aan de duistere ruimte, maar al snel zie ik de schim van gids Ramon die begint uit te leggen hoe de Camera Oscura werkt.

De oudste en meest liberale stad van Europa in die tijd, ontwikkelde zich tot de belangrijkste havenstad van Spanje. Mannen van de zee, een en al zout en horizon, brachten de schepen over de Atlantische Oceaan naar de goudgebieden van andere continenten.
In de haven heerst nog altijd de sfeer van weleer. In gedachten zie ik een excentrieke dame in een robijnrode jurk voet aan wal zetten en in een rijtuig stappen. Ze laat zich rijden naar het chique Balneario aan de Playa la Caleta waar ze het rijtuig verlaat en de koetsier, die haar hutkoffer aflaadt, wat munten in de hand stopt.

 

Alcala La Real en La Fortaleza de la Mota

 

Hoe vaak ben ik er niet voorbij gereden op een tocht van Granada naar Cordoba: ´La Fortaleza de la Mota´ in Alcala la Real, een majesteus fort dat hoog vanaf een berg over de olijfvelden uitkijkt. Het sprookjesachtige beeld intrigeert me al jaren. Hoog tijd voor een bezoek dus.

Alcala is het Moorse woord voor fort en het zijn dan ook de Moren die in 713 de berg veroveren en er als eerste een enorme moskee bouwen. De stad die rond de moskee ontstaat, heet in die tijd Qul´at en is het bezit van de Banu Said familie. De roemruchte burcht neemt een bijzondere plaats in als het gaat om de bescherming van het Alhambra in Granada en is vanaf dat moment een gewild strategisch punt waar flink om wordt gestredenEeuwenlang ligt Alcalá la Real in het grensgebied van het Arabische en Christelijke Spanje, het deel van Andalusië dat overheerst werd door de Arabieren en dat deel wat op hen heroverd was.

Overigens kun je in de binnenlanden van Andalusië ook een kastelentocht maken.

 

Sherry proef je in Jerez

 

Er is maar één manier om sherry echt te proeven: onder de strakblauwe hemel van Andalusië, met je voeten op de kalkhoudende aarde, met tapas en ritmische gitaarklanken erbij. Sherry, de drank die voor de Britten zo belangrijk werd, wordt gemaakt van Palominadruiven uit het bijzondere kalkwitte gebied in het puntje van Andalusië, Jerez.  De driehonderd dagen zonneschijn per jaar geven een gemiddelde temperatuur van bijna 20 graden. Je vraagt je af hoe er daar een druif kan groeien, maar dat komt onder andere door de invloed van de Atlantische Oceaan die er voor zorgt dat er tussen oktober en februari zo’n 600 millimeter aan water valt.

Hoofdstad van de sherry is Jerez de la Frontera, een levendige stad midden in Andalusië waar de wijngaarden zich rondom uitstrekken. Alle grote en bekende sherrybodega’s zoals Osborne, Sandeman, Gonzalez Byass zijn hier gevestigd. Het oude centrum is Spaanser dan Spaans met zijn tapasbarretjes, pleinen en patio’s, flamenco, smalle straatjes, kleurige bougainville, witte muren en Mariabeeldjes. De prachtige architectuur en een geschiedenis van drieduizend jaar wijnhandel maken Jerez tot een aantrekkelijke plek voor wijnliefhebbers.

Jerez is een uitstekende uitvalsbasis voor wijnroutes door Malaga en Cadiz. Bovendien kun je in de stad Jerez de Koninklijke paardrijschool bezoeken en de Andalusische danspaarden zien optreden.

 

Met deze tips kun je er zeker van zijn om in alle rust de mooiste plekjes van Andalusië te ontdekken. Wandelen, fietsen, wijn en olijven proeven, dolfijnen spotten, openluchtmusea en schitterende natuurparken. Er zit vast iets voor je bij.

Nu nog wachten tot we mogen…

En in de tussentijd…Andalusië wacht op je!

 

 

 

Via Verde Guadix – Almendricos ( Almeria)

Fietsen of wandelen in het Spoor van de Moor

Begin 1900 bestond er in Zuid Spanje een spoorlijn, die liep van Almendricos in de provincie Murcia naar Guadix in de provincie Granada. Deze route, om ijzer te vervoeren dat uit de mijnen kwam, liep dwars door de Almanzoravallei in Almeria. Het traject dat door de provincie Almeria loopt, is toegankelijk gemaakt als Via Verde. De 38,5 km lange Via Verde voert van het dorpje Fines via Olula del Rio, Purchena, Tijola, Seron naar het eindpunt Hijate. Vijf van deze oude Andalusische plaatsjes hebben een gerestaureerd station dat heden ten dagen dienst doet als bar of restaurant.

Deze schitterende route loopt door een vruchtbare vallei, een natuurgebied met amandelbomen, olijfbomen en indrukwekkende vergezichten. Het witte dorpje Seron is het middelpunt en een uitstekende plek om van de plaatselijke gastronomie te genieten. Onderweg word je vergezeld door talloze roofvogels en vlinders en tijdens de route kun je in authentieke dorpjes met vriendelijke Andalusiërs uitrusten of iets gebruiken op de oude stations waar de muren de sfeer van vroeger fluisteren.

Van track tot track

Track 1 Fines- Olula del Rio 4,5 km

Zodra je op de fiets zit raak je meteen onder de induk van het heuvelachtige landschap dat gekleurd wordt door amandel- en olijfbomen. Vanuit het historische treinstation van Fines volg je de oude spoorlijn waar in het verleden tonnen ijzer vanuit de mijnen met de trein werden vervoerd. Zodra je de smaak te pakken hebt, trap je lekker over de Via Verde en geniet je van de prachtige vergezichten . Eenmaal in Olula del Rio kun je de Iglesia van San Sebastian bezoek je en het indrukwekkende Ibañez museum met tientallen werken van de gelijknamige Andalusische schilder.

Track 2 Olula del Rio – Purchena 4 km

De oude spoorweg gaat door verschillende kleine spoortunnels en over historische viaducten tot aan het gezellige Andalusische dorpje Purchena waar ooit de Moren heersten. Aan de rand van het dorp bevinden zich de resten van de Moorse Alcazaba, het verdedigingsfort, en in het dorp zelf kun je een kijkje nemen in het Moors Archeologisch Museum. Onderweg zie je veel cortijos, de authentieke Andalusische boerderijen, die wit afsteken tegen de ruige omgeving. Ook vogelliefhebbers worden hier op hun wenken bediend.

Track 3 Purchena – Tijola 10 km

Je verlaat Purchena en gaat verder door een dennenbos. Waar je ook fietst of wandelt, de rust en stilte zal je overal vergezellen. De eindstop van deze track is het plaatsje Tijola waar zich de resten van twee kastelen bevinden, El Castillo de la Cerrá en El Castillo de Tijola La Vieja.

Tijola werd al bewoond door de Romeinen. Je vindt hier dan ook drie bewaard gebleven Romaanse nederzettingen. In het historisch centrum van het plaatsje zijn een paar prachtige kerkjes die je kunt bezoeken. Ook kun je een verfrissende duik nemen in een groot waterbassin aan de rand van het dorp. Op het station staat nog een oude locomotief van de Spoorwegmaatschappij Renfe die de bezoeker even terug in de tijd brengt.

Track 4 Tijola- Seron 8 km

Vanuit Tijola trappen we verder door een glooiend gebied. En dan komt het hoogtepunt van de tocht, de plaats Seron waar ooit de Nazari- dynastie regeerde, een van de laatste koningrijken van de Moren in het oude Al Andaluz. Bezoek hier het kasteel op de heuvel waar het dorp omheen is gebouwd, of fiets naar de ijzermijnen van Las Menas. Mocht je in Seron gaan overnachten, breng dan een bezoek aan het Observatorium om de heldere sterrennacht te bestuderen. Dit is ook dé plek om van de Almeriense gastronomie te genieten, de gedroogde hammen en ambachtelijke vleeswaren van Seron zijn er dé specaliteit.

Track 5 Seron – Hijate 12 km

Vanaf het pittoreske stationetje van Seron vervolgen we de tocht. Het leuke aan deze route is dat je over vele acuaducten en ijzeren spoorbruggen komt en dat je de spoorlijn van destijds nog werkelijk ziet liggen. De laatste route brengt ons door een omgeving van gewassen waar ook druiven voor wijn worden verbouwd. Moe en voldaan word door de fietsverhuur naar Seron teruggebracht. Bezoek in Seron ook het historisch centrum met een labyrint aan smalle kronkelige straatjes en kleurige patio´s waar de Moorse periode zijn stempel op heeft gedrukt.

Almanzora vallei.

De regio Valle del Almanzora ligt in het binnenland van Almería. De gemeenten die de regio vormen zijn gelegen aan beide zijden van de Almanzora-rivier, die door het hele gebied loopt en er de ruggengraat van is. Het museumdorp Olula del Rio, de plaats Macael met de marmergroeven en het stadje Seron aan de voet van een kasteelruine hoog op een berg zijn plekken die je minstens moet bezoeken.

De Almanzora-rivier wordt gemarkeerd door amandelbloesem, sinaasappelbomen en boomgaarden, en biedt qua landschap veel contrasten. De Almanzora-vallei is verbonden met de industriële exploitatie van zijn natuurlijke hulpbronnen, zoals mijnbouw, wijnproductie, olijfproductie, landbouw zoals amandelen of de vleesindustrie. Al dit erfgoed vertegenwoordigt elk op zijn eigen manier de geschiedenis en cultuur van de mensen die deel uitmaken van dit uitgestrekte gebied.

Zin gekregen in deze fietstocht?
Je kunt deze tocht zelf organiseren. Fietsen kun je vooraf huren in Seron.

Deze Via Verde kun je verlengen als je de route verder fietst door de provincie Murcia. Deze fietsroute heeft dezelfde naam; Via Verde Guadix – Almendricos, en voert 24 km verder, van Huercal naar Overa.

Wil je meer weten over deze tocht?

Kom dan op 29 februari naar de Fiets en Wandelbeurs in Utrecht.

Om 16.00 geven Marjan Gielen van Destinationmakers en Marion Hoogwegt van MaXperience Spain een boeiende lezing.

Kijk verder op : www.viasverdesfietsenwandel.com

Castellar de la Frontera, van Moren tot Hippies

Het dorp Castellar de la Frontera ligt in de provincie Cádiz. Het is onderdeel van het achterland van el Campo de Gibraltar en grenst aan de gemeenten San Roque, Jimena de la Frontera, Los Barrios en Alcala de los Gazules, in het natuurpark Los Alcornocales. De uitgestrekte gemeente is opgesplitst in drie centra; Castellar Viejo, Castellar Nuevo en Almoraima.


Dit historische vestingdorp staat bekend om zijn kasteel, het woord ‘Castellar’ betekent letterlijk ‘ plaats van het kasteel’. Castellar de la Frontera Vieja ligt hoog op een heuveltop en heeft een indrukwekkend zicht over de provincies Cadiz en Malaga. Ooit was het een waar kunstenaarsdorp met een bijzondere aantrekkingskracht. Als je wandelt door de smalle kronkelige straatjes, die uit de islamitische periode stammen,  voelt het net of je even door de geschiedenis wandelt.

De schoonheid van deze Andalusische straatjes, samen met het panoramische uitzicht op de omgeving, maken het kasteel zeer de moeite waard om te bezoeken. Landbouw is de belangrijkste economische activiteit van de gemeente, maar een groot deel van de bevolking houdt zich bezig met het landelijk en cultureel toerisme.

Castellar is al bewoond sinds de oudheid. Dit is bekend omdat er grotschilderingen uit het Paleolithicum en Neolithicum in grotten zijn gevonden. Door de strategische ligging was het de ideale locatie om de Christelijke invallen op het Moorse koninkrijk tegen te houden. Frontera betekent grens en deze grens situatie, een gevaarlijke plaats voor doorvoer, was een haard van onrustige en onzekere levensomstandigheden gedurende de Middeleeuwen. Het natuurgebied Los Alcornocales was lange tijd het grensgebied van het  Koninkrijk Granada, het laatste bolwerk van de Moren voordat ze het in 1492 definitief moesten afleggen tegen de Christelijke legers. Vanaf het kasteel heb je een geweldig uitzicht over de omringende bergen en dalen. In de Moors tijd was het een uitkijkpost van onschatbare waarde.

Wat het natuurpark Los Alcornocales zo bijzonder maakt, is de groene en natuurlijke uitstraling van het gebied. Dat heeft het te danken aan de invloed van de Atlantische Oceaan waarvan het zoute water op 60 km afstand op het strand klotst. Vochtige lucht aldaar stijgt op, vormt wolken, wordt het binnenland ingeblazen en loost zijn natte vracht bij de eerste bergen die het tegenkomt; die van het Parque Natural de los Alcornocales.
Zelfs in de zomer hangt in de ochtenden vaak misten. Maar de de temperaturen zijn aangenaam. Bomen die in deze omstandigheden fantastisch groeien zijn kurkeiken, in het Spaans; Alcornocales. Alcor betekent dan ook kurk en Alcornocal staat voor kurkbos; een betere naam hadden ze niet kunnen bedenken.

Castellar de la Frontera heeft een wat bijzondere geschiedenis. Allereerst was het oude dorp binnen de kasteelmuren bevolkt. Maar rond 1970 vertrekken de bewoners naar het nieuwe Castellar, buiten de kasteelmuren, waar betere voorzieningen zijn. Van de 1000 inwiners in het oude Castellar bleef er op een gegeven moment nog maar één gezin over. Nadat de inwoners van Castellar Viejo waren verhuisd naar Castellar Nuevo, onstond er in de oude stad een hippiekolonie. Aangetrokken door het unieke karakter van het middeleeuwse fort vonden Duitse, Nederlandse en Engelse alternatievelingen daar inspiratie voor kunstwerken. Castellar Viejo was een tijd lang een kunstenaarsdorp.

Tegenwoordig leven de bewoners nog steeds een beetje van het verkopen van kunst of ze verhuren hun woning. Je kunt hier dus logeren binnen de muren van het Middeleeuwse kasteel. Het kasteel zelf is in gebruik als kleinschalig hotel en heeft het historische karakter behouden. Nadat er veel werk is besteedt aan het herstel van de verlaten stad, is het nu toegankelijk voor bezoekers en bevinden er zich een paar winkeltjes, bars en restaurantjes. Het kasteel is zeker de moeite van een bezoek waard.

Naast het nieuwe en oude Castellar is er nog een derde gebied, het landgoed Almoraima. Op dit domein gaf in 1526 de graaf van Castellar opdracht om een kerkje te bouwen. Jaren later, in 1603, wordt er aan de kapel een nonnenklooster gebouwd.

Het landgoed is altijd in handen geweest van graven en hertogen, o.a van de bekende Spaanse familie Medinaceli. Vandaag de dag is de enorme finca met het klooster een hotel. Een schitterende plek waar je volledig tot rust kunt komen en waar je ook uitstekend kunt eten of wat kunt drinken op de patio of kunt wandelen. De mooie kapel is geopend en kun je bezoeken. Almoraima is een dan ook een geliefde lokatie voor bruiloften.

De bijzondere ligging van de drie gebieden binnen de gemeente Castellar de la Frontera, de verhalen, en de historische rijkdom en mengeling van culturen, zorgen ervoor dat je in Castellar gemakkelijk een hele dag kunt doorbrengen.

(Met dank aan: A Una Hora De Cadiz y Guadalinfo)

 

Estepa, een snoepje van een dorp

Op de weg tussen Malaga en Sevilla ligt het plaatsje Estepa. Je ziet het al van ver opdoemen, een wit Andalusisch dorp, gebouwd tegen de heuvels. Voor Andaluces is Estepa een begrip. Want vanaf oktober tot januari ruikt het dorp en de hele omgeving naar kaneel, amandelen, suiker en anijs. Het is The Place to Be om ambachtelijke Dulces de Navidad te kopen. In het weekend sta je rustig een uur in de rij bij een van de vele fabriekjes waar al het lekkers met de hand wordt gemaakt én verpakt en volgens grootmoeders recept wordt bereid. La Despensa del Palacio, La Estepeña en La Colchona zijn de bekendste namen. De eerst is zelfs hofleverancier. Het leuke is dat al die kleine fabriekjes ook kunnen worden bezocht. Je kunt eerst proeven en dan uitkiezen wat je mee naar huis wilt nemen voor de kerstdagen.

La Despensa del Palacio is mijn grote favoriet. Het summum is het traditionele blik dat gevuld is met allerlei kleine zoetigheden die ambachtelijk bereid worden. De zaak lijkt een decor uit een kerstfilm. Overal staan grote glazen schalen en bokalen met lekkers dat zorgvuldig in vloepapier is verpakt. La despensa del Palacio heeft ook een chocolademuseum dat je kunt bezoeken. En werkelijk, je gaat nooit met lege handen naar buiten.Ook La Colchona is bijzonder. Het is een gewoon woonhuis in de Calle Santa Ana. Je waant je even terug in de tijd in de grote zaal waar antieke printen en blikken aan de wanden hangen, het vuur van de houtoven gezellig knispert, vrouwen in witte schorten op rieten stoelen het snoepgoed dat uit de oven komt verpakken en je bestelling wordt gewogen op antieke weegschalen.

Het is sowieso leuk om een wandeling door de straten van Estepa te maken. Tientallen kerkjes en kapelletjes, gezellige barretjes en pleintjes en in het weekend spelende kinderen in nette Spaanse kleren. Het lijkt in Estepa wel of je in een filmdecor van Luis Buñuel terecht bent gekomen. Behalve dat het plaatsje bekend is om zijn zoetigheden, komt hier ook een van de beste olijfoliën van Sevilla vandaan: Oleoestepa. Deze fabriek is ook te bezoeken. Als je de fabrieken in de loop van de ochtend hebt bezocht, wordt het tijd voor een aperitiefje. Die bestel je bij Bodega Machuga. Een glaasje fino van de Montilla Morilles druif.

De verleiding is groot om in de bodega meerdere glaasjes te proeven, maar je hebt Estepa niet gezien als je niet eerst naar het hoogste punt gaat, El Cerro de San Cristobal. Vanaf dat punt dat ook wel het Balcon de Andalucia wordt genoemd, heb je een uniek uitzicht over de omgeving. Er zijn drie monumenten die je hier kunt bezoeken. Allereerst El Antiguo Alcazar uit de Moorse tijd.

 

Ook de imposante Iglesia de Santa Maria Mayor is de moeite van een bezoek waard. Maar wat je zeker niet mag missen is een bezoek aan het Monasterio de Santa Clara, waar de nonnen van de Clarisa orde persoonlijk voor je open doen en je rondleiden.

Alle drie de monumenten liggen naast elkaar en zijn gemakkelijk met de auto te bereiken. Natuurlijk maakt al dat wandelen hongerig, dus de hoogste tijd voor een lekkere maaltijd. Wil je echt iets bijzonders eten, ga dan naar Don Polvoron.

  

Van buiten is het restaurant van het gelijknamige hotel niet veel bijzonders. Maar zodra de patron je begint te vertellen over de huisgemaakte paté, gegrilde pulpo en de specialiteit van het huis: arroz caldoso de carabinero, loopt het water je in de mond en weet je dat je goed zit. Dat is in het weekend ook wel merkbaar. Dan moet je echt reserveren want de Estepeños, Sevillanos en Malagueños weten al lang waar het goed toeven is in Estepa.

 

Mocht je na de maaltijd nog zin hebben in een digestiefje, dan wandel je even binnen bij het Museo de Anis. Ook hier laat het personeel je gastvrij proeven en inderdaad, ook hier wordt het lastig zonder wat lekkers het pand te verlaten.

Estepa is een uistekende bestemming om in één dag te bezoeken. Maar kun je er een weekend van maken, dan zou ik dat zeker doen. In de omgeving liggen een paar dorpjes met leuke hidden places waar de gewone toerist geen weet van heeft. Ik zet mijn top 5 voor je op een rij:

  

Pedrera ligt niet ver van Estepa. Hier kun je El Templo de la Cerveza bezoeken. Pedro, een oude rocker, staat achter de bar terwijl zijn moeder in de keuken de heerlijkste hapjes maakt. De tempel is gelijk een museum. De wanden zijn volledig bedekt met bierflesjes uit de hele wereld. Zelfs de wastafel in het toilet is gemaakt van een biervat.

 

La Roda de Andalucia is een klein plaatsje met een grote naam. Hier heb ik Luis ontmoet. Een oude treinconducteur die zijn ziel en zaligheid heeft gelegd in het Spoorwegmuseum. Een onbekend juweeltje dat zeker een bezoekje waard is. Behalve het oude conducteurbewijs van Luis in de vitrine, vindt je er tal van gebruiksvoorwerpen uit vorige eeuwen op het gebied van spoorwegen en een enorme maquete met schitterende antieke treinen die door een Andalusisch landschap tuffen.

Casariche is zo onbekend dat het nauwelijks op de kaart is te vinden. Dat is jammer want in het Mozaiekmuseum vindt je verschillende enorme Romaanse mozaïeken die in de omgeving gevonden zijn en gedeeltelijk zijn gerestaureerd. Het mozaïek van het bekende El Juicio de Paris is compleet en onvoorstelbaar ongeschonden.

Iets buiten het dorp bevindt zich een Romaanse steengroeve. De gemeente van Casariche heeft er wandelpaden aangelegd zodat je duidelijk zicht hebt op het gebied. Hier wordt ieder jaar eind juli het Romanarum Festum Ventippo gevierd. Een eldorado voor liefhebbers van het oude Rome. Een driedaags festijn dat je volledig terugbrengt in de Romaanse tijd in Spanje.

 

Puebla de Cazalla is een dorp dat ligt tussen Estepa en Sevilla. Hier bezoek je het olijoliemuseum in Hacienda Nuestra Señora del Carmen. Deze enorme hacienda biedt behalve olijfoliemuseum ook een museum over flamencokunst. Je kunt er rustig de tijd voor uittrekken en als je een profesionele olijfolieproeverij wilt meemaken kun je dat bij bodega Soberbio bijtijds aanvragen.

Dankzij een initiatief met de naam A Una Hora De heb ik deze bijzondere verborgen plekjes in de provincie Sevilla kunnen ontdekken. A Una Hora De heeft als doel om op ongeveer een auto-uur afstand van de grote steden van Andalusië de bekendheid van bijzondere monumenten, musea, gastronomie en feesten te stimuleren.

( Gracias a A Una Hora De, Red Guadalinfo, Fialba, Vive Andalucia y todos los ayuntamientos de los pueblos visitados))