Drie Spaanse chef-koks aan het werk, een ode aan de essentiële smaak van eerlijke producten

De horeca in Spanje heeft het al anderhalf jaar zwaar te verduren. De steeds wisselende normen met betrekking tot openingstijden in verband met covidrestricties maakt dat het water bij velen tot aan de mond staat.

Ik sprak drie met vuur gepassioneerde chef-koks die hun best doen steeds weer oplossingen te vinden om minstens hun vaste lasten te kunnen dekken. Door aan traditionele Andalusische gerechten een moderne wending te geven, zonder de klassieke kleuren, smaken en ingrediënten te verloochenen, is er een volledig nieuwe keuken ontstaan die cocina de autor genoemd wordt. Gerechten die het temperament en de passie van Andalusië uitstralen.

De chef-koks gaan uit van de allerbeste ingrediënten en producten van het seizoen en geven een eigentijdse en persoonlijke touch aan hun gerechten. Frisse smaken, versheid en geurige aroma’s vormen de basis voor verrassende menu’s.

Verse producten en traditionele ingrediënten

Een fascinerende keuken in de regio waar de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan samenvloeien, is het resultaat van een mix van culturen gekruid met authentieke gewoonten, geuren en smaken.

Zoals Picasso met een paar streken van het penseel een schilderij neerzet, zet de Mediterrane kok heel kundig, met niet meer dan een paar kenmerkende ingrediënten, de meest typische Andalusische smaken op tafel waarbij traditie zich vermengt met de moderne tijd.

De koks hebben stilzwijgende stelregels waarbij ze je smaakpapillen een reis door de seizoenen laten maken. Gerechten die zijn geïnspireerd door een bepaalde streek aan zee, op het platteland of in de bergen. De moderne keuken is creatief maar blijft trouw aan de herkomst van haar ingrediënten. Ze laat je op basis van oude tradities, die steeds worden aangepast, de schoonheid van eenvoud ontdekken.

Carlos Javier Moma, chef-kok van Restaurant El Marmita in Macael (Almeria)

Precies dat gevoel is wat Carlos Javier Moma wil uitstralen; een mix van oude Andalusische culturen verwerkt in gerechten van superieure kwaliteit. Carlos Javier, geboren en getogen in het marmerplaatsje Macael, heeft samen met twee vrienden zijn droom verwezenlijkt. In het moderne restaurant worden de, met smaak bedachte creaties opgediend op schitterende borden en schalen van marmer uit de groeve waar het dorp bekend om staat.

Als Carlos Javier zelf het nagerecht met verse vruchten serveert, komt hij even bij me zitten. Hij vertelt over zijn eerste smaakervaringen als kleine jongen. Over de cortijo, waar de hele familie tijdens de weekeinden bij elkaar kwam en waar zijn grote inspiratiebronnen; zijn oom die banketbakker was, en zijn tantes altijd wel bezig waren met het bereiden van eten.

Carlos Javiers grote wens is om ooit een Andalusisch restaurant in Honduras te openen, het geboorteland van zijn vrouw, die samen met hem in de keuken werkt.

Javier Abascal, chef-kok van Restaurant Lalola in Sevilla stad.

Ook chef-kok Javier Abascal heeft zijn eigen idee over het runnen van een eigentijds restaurant. Met zijn ruime ervaring in de horeca en met het vinden van de perfecte locatie Lalola restaurant in Sevilla voor zijn innovatieve concept was zijn keuze snel gemaakt.

Ik mag de keuken in en kijk mee over de schouder van Javier die vol passie aan het werk is met branders en glazen schalen. Zijn inspiratiebron is de bekende kok Andoni Aduriz die hij bewonderd om zijn creativiteit en bescheidenheid. Overigens is Javier ook erg bescheiden. Als ik hem vraag of hij een toekomstdroom heeft, antwoord hij dat het belangrijkste voor hem is dat hij kan blijven koken en dat zijn gasten niet alleen hem waarderen, maar zijn hele team.

De kaart van Lalola bestaat uit verrassende shared dining gerechten. Je kunt ervoor kiezen losse gerechtjes te bestellen of een selectie die de chef voor je kiest. Javiers specialiteit is koken met orgaanvlees.

Voor mijn neus worden creaties met nieren, lever, hersenen, pens en varkenspootjes geserveerd. Het is even slikken, maar de gerechten zijn zo mooi opgemaakt en ruiken zo lekker, je kunt zien dat er met hart en nieren aan gewerkt is, dus besluit ik mijn tanden erin te zetten.

Yolanda Garcia, chef-kok van het restaurant in Posada el Candil in Seron (Almeria)

Een heel andere smaakervaring had ik iets buiten het plaatsje Seron in Almeria. Als ik aan kom lopen, zit ervaren chef-kok Yolanda Garcia op haar knieën in de moestuin van Posada El Candil. Een grote rieten mand met verse kruiden en bloemen staat naast haar.

Haar keuken staat bekend om creaties met oude vergeten groenten, verse kruiden en wilde bloemen. Yolanda´s passie is het platteland waar alle groenten, kruiden en bloemen die in haar keuken gebruikt worden, in de omgeving zijn gekweekt en daarmee wil ze de authenticiteit van de Andalusische keuken waarborgen.

Ze werkt met de term gastroconciencia (bewuste gastronomie) en zingt daarbij een ode aan de essentiële smaak van eerlijke producten en plaatselijke veeboeren, vissers en landbouwers.  Verse producten zijn erg belangrijk voor haar. Dit betekent dat de kaart iedere keer aangepast wordt aan het seizoen. Ook staan er diverse gerechten met tarwe op de kaart, zoals migas, van traditionele recepten die zijn doorgeven van moeder op dochter. Almeria is bovendien dé groentetuin van Spanje, dus hoe vers en zongerijpt wil je je gerechten hebben?

Als ik na het verwennen van mijn smaakpapillen op het punt sta te vertrekken, komt Yolanda nog even aan tafel en geeft mij een mandje met stukken zelfgemaakte esparto-chocola met zeezout tussen gedroogde zonnebloemen. Dankbaar neem ik het aan, want ik ben gek op chocola!

Innovatie

Wie bij een Spaans restaurant nog denkt aan dames in gestipte jurken en posters van stieren aan de muur, die heeft het mis. De Spaanse horeca is al lang gemoderniseerd en heeft inmiddels een heel ander imago. Kom je in een goed restaurant in Andalusië, dan voel je daar direct de eigentijdse, gastronomische atmosfeer.

Olvera, een wit dorpje, hoog op de berg, met historische architectuur

Afgelopen voorjaar waren via het digitale platform Escapada Rural tien Spaanse dorpen genomineerd die gekozen konden worden tot beste rurale toeristische bestemming. Het Andalusische bergdorp Olvera in de provincie Cadiz kwam dit jaar als winnaar uit de bus.

Er hadden zich 247 Spaanse dorpen aangemeld om op te stemmen. De voorwaarden zijn dat het voorgedragen dorp niet meer dan 10 duizend inwoners heeft, bereid is tot het creëren van hoogwaardige toeristische faciliteiten en niet eerder aan de wedstrijd heeft meegedaan.

De oorsprong van de huidige stad Olvera ligt rond het Moorse kasteel uit de Nasrid periode van de 12e eeuw. Van hieruit krijg je een mooi overzicht over de massa witte huizen en smalle straatjes, die deel uitmaken van de architectuur met islamitische wortels waar deze streek om bekend staat.

Het kasteel maakte deel uit van de verdedigingsgordel voor het Moorse koninkrijk Granada, zo´n 623m boven de zeespiegel. Het is een schitterend neoklassiek bouwwerk uit de late 18e eeuw dat gebouwd is in opdracht van de hertogen van Osuna op over de fundaties van een oude Arabische. De imposante kerk boven op de heuvel nodigt uit om van dichtbij te gaan bekijken, evenals de toren die duidelijk bij een kasteel behoorde. 

De naam van dit witte dorpje is waarschijnlijk afkomstig van het woord Ulva of van Olivera omdat er zoveel olijven in deze regio groeien. De Romeinen werden verjaagd door de Visigoten welke op hun beurt weer verjaagd werden door de Invasie van de Berbers uit het Noorden van Afrika. In die Moorse tijd werd het dorp Wubira genoemd.

Veel later viel het dorp onder het gezag van de bekende familie Guzman en later de hertogen van het nabij gelegen Osuna. Doordat er een verbinding bestond met de nieuwe wereld ging het goed in Olvera, dit doordat de veroveraar van het huidige Peru uit Olvera kwam. Toen dit wegviel ging het bergafwaarts met het plaatsje. Zeker toen ook nog eens de Fransen Spanje bezetten. Het dorp is absoluut een bezoekje waard, al we wel al direct waarschuwen….. het hele dorp is één grote klimpartij…!

Op twee kilometer van het centrum kun je ook het heiligdom Nuestra Señora de los Remedios bezoeken. Een sober 18e eeuws pand, gelegen tussen de olijfbomen en rotsen waar de patroonheilige van Olvera, de Virgen de los Remedios, wordt vereerd. Al sinds 1917 wordt er op iedere tweede maandag na Paaszondag  een populaire bedevaart gevierd.

En last but not least vind je in deze groene omgeving ook de Via Verde de la Sierra, een 36 kilometer lang wandel en fietspad. Deze groene route gaat over de oude spoorlijn die begin 20e eeuw is aangelegd tussen het welvarende Jerez de la Frontera en Almargen, tussen de provincies Cadiz en Sevilla. Het traject loopt van Olvera tot Puerto Serrano enpasseertde plaatsen Coripe, Montellano en Pruna. 

De Via Verde kan te voet, per fiets of te paard worden gevolgd. Bijzonder is dat deze spoorlijn nooit in gebruik is genomen. Na de start van de bouw begon de Spaanse burgeroorlog en daarna de economische crisis. De tunnels, viaducten, stations waren allemaal al aangelegd maar toen werd in één klap alles stopgezet.

Langs dit pad bevindt zich ook een van de hoogtepunten van de tocht: het Natuurpark Peñón de Zaframagón. Een spectaculaire rots met een kolonie van meer dan 200 vale gieren, één van de grootste kolonieën van Europa.

Wandel mee door de straten van Olvera

Fiets mee over de Via Verde

Meer informatie over de Via Verde de la Sierra in het Engels

Covid veilige vakantie op de Spaanse Vias Verdes

Sinds de uitbraak van het coronavirus was het advies van de overheid om zo veel mogelijk binnen te blijven. De nadruk wordt vooral gelegd op het vermijden van drukke plekken. Het is voorjaar en iedereen begint zo langzamerhand vakantiekriebels te krijgen. Dus wat dacht je van een fiets of wandelvakantie in Spanje? Heerlijk in de openlucht, duurzaam toerisme en bovendien super Covid-veilig.

Bewegen is gezond en de buitenlucht doet een mens goed. De fiets is voor veel Nederlanders een belangrijk vervoersmiddel, waardoor het bijna niet mogelijk is deze weg te denken uit ons beeld. Veel Nederlanders zullen gaan kiezen voor een actieve vakantie in de buitenlucht en willen wandelen of nemen de fiets mee, of zullen ter plekke fietsen huren.

Ik help je op weg om een zorgeloze fiets of wandelvakantie in Spanje te plannen.

1. Zorgeloos plannen

Op de webpage www.viasverdesfietsenwandel.nl vindt je alle informatie en routekaarten over de Vias Verdes in Spanje.  Hiermee kun je zorgeloos een fiets of wandelvakantie organiseren en plannen maken voor de zomer van 2021.

2. Veiligheid op de bestemming

Ik fiets deze routes regelmatig zelf en heb nauw contact met alle betrokken organisaties. Daardoor kan ik je alles vertellen over de veiligheid met betrekking tot Covid en de regels ter plaatse. Zo ga je onbezorgd en goed voorbereid je vakantie tegemoet. Alle Vias Verdes zijn open en onderweg hangen borden met duidelijke zaken, waar gevraagd wordt je aan te houden en wat wordt aangeraden.

3. Wat wordt er van je gevraagd?

– Voordat je je route start was je goed je handen.

– Het is verplicht een gezichtsmasker te dragen.

– Vermijdt direct contact met anderen en houdt afstand

– Vermijdt het aanraken van tastbare zaken onderweg zoals borden, planten, relingen etc.

– Gebruik de vuilnisbakken onderweg voor het wegwerpen van vuilnis, papier en gebruikte mondmaskers, lege flessen etc

– Neem voor de zekerheid een reservegezichtsmasker en een flesje desinfecterende gel mee.

4. Mag ik vliegen naar Spanje?

Over een paar maanden kunnen we weer met het vliegtuig naar Spanje. Vlieg je van de zomer naar Spanje? Houd je dan wel strikt aan de instructies en regels van de luchtvaartmaatschappij waarmee je vliegt. Deze kunnen verschillen per luchtvaartmaatschappij en luchthaven.

5. Wanneer weet ik zeker of ik kan gaan?

Na een maandenlange lockdown, stelde Spanje begin juli vorig jaar de grenzen weer open voor buitenlandse toeristen. Helaas werd door corona-uitbraken in de zomervakantie het reisadvies voor Spanje weer verscherpt van geel naar oranje. Inmiddels gaat het met de cijfers de goede kant op en zien we steeds meer Nederlandse reizigers naar Spanje komen. Hotels, restaurants, terrasjes en winkels zijn geopend.

Raadpleeg op de website van Nederland Wereldwijd het actuele reisadvies voor Spanje, want dit kan per dag veranderen. Maar je kunt natuurlijk wel vast plannen maken, want voorpret is ook een bijzonder onderdeel van je vakantie!

6.  Hoe zit het met de hotels en restaurants?

Raak zo weinig mogelijk aan

Ook in hotels zijn er strikte protocollen van kracht om de veiligheid van reizigers te garanderen. ‘Travel Safe’ adviseert om deze maatregelen na te kijken alvorens te boeken. Respecteer het maximaal aantal personen in de receptieruimte en raak daar zo weinig mogelijk objecten aan. Betaal bij voorkeur contactloos. In een aantal hotels kan je de kamerdeur met een gsm openen, om een sleutel of toegangskaart overbodig te maken. Door de coronacrisis bieden de meeste restaurants in hotels geen buffetformules aan, maar worden die vervangen door individuele porties. 

Beperk het gezelschap op restaurant

Naar Spanje op reis gaan betekent ook genieten van de lokale keuken. De restaurants nemen ook maatregelen om het risico op besmetting te minimaliseren. ‘Travel Safe’ raadt aan om het mondmasker enkel af te doen tijdens het eten. Op het terras of buiten eten vermindert de kans op infectie. Bekijk ook steeds het aantal toegelaten gasten per tafel. Op dit moment is het vier aan tafel binnen en met 6 aan tafel buiten, maar dit kan per regio veranderen. Met een kleinere groep uit eten gaan is sowieso veiliger.

Gebruik technologie

Op restaurant kan je dikwijls via een QR-code de menu raadplegen. Zo hoef je geen fysieke menukaart te gebruiken. Er zijn nog andere manieren waarop je technologie kan inzetten in het kader van veiligheid. Bijvoorbeeld: koop en download tickets online via je gsm. Zo vermijd je druktes in wachtrijen in de luchthaven, het station, musea. Via mobiele apps blijf je op de hoogte of je mogelijk met een besmet persoon in contact bent geweest. In Spanje heet deze applicatie ‘Radar Covid’.

7. Nagloeien van een mooie reis

De kans dat je op een Via Verde besmet raakt is bijzonder klein. Het is op de Vias Verdes zo rustig dat het makkelijk is om afstand te houden. Bovendien ben je de hele dag in de buitenlucht en werk je tegelijk aan je conditie.

Voor meer informatie: www.viasverdesfietsenwandel.com

De populairste kleine steden en dorpen in Andalusië


Langzaamaan lijken de vooruitzichten op een reis naar Spanje dit jaar weer hoopvol. Maar ik kan me goed voorstellen dat je de drukte van de grote steden of bekende badplaatsen wil vermijden. Overal in het land zijn er tientallen dorpen die dankzij hun pittoreske pleintjes, traditionele architectuur en regionale keuken bijzonder authentieke bestemmingen zijn.

Andalusië is al tientallen jaren een geliefde vakantiebestemming voor Nederlanders, maar het afgelopen jaar hebben we er niet veel van kunnen genieten. Nu de situatie lijkt te verbeteren, kunnen we langzaamaan weer hopen op een mooie zomervakantie in dit land. Andalusië is zeer geliefd vanwegen het fijne klimaat, zijn cultuur, historie en zeker ook om de sfeervolle dorpjes in het binnenland.

Het digitale platform Musement is een service die is ontworpen om reizigers te helpen dingen te ontdekken en ervaringen te boeken – van museumbezoeken tot rondleidingen door de stad, eet- en wijnproeverijen, sportevenementen en wellnessactiviteiten – waar ze ook gaan. Hun doel is om jouw reiservaring te verrijken. UIt hun onderzoek bleken dit de mooiste en populairste dorpen en kleine steden in Andalusië:

Osuna (Sevilla): deze hertogelijke stad heeft een rijk artistiek erfgoed. Het klooster (Monasterio de la Encarnación), de kerk en de steengroeven zijn slechts een kleine greep uit de vele bezienswaardigheden.

Frigiliana (Málaga): dit dorp ligt in het natuurpark van de Sierras de Almijara, Tejeda en Alhama. En wanneer je door de smalle en steile straatjes van het historische centrum wandelt, is het alsof je terugreist in de tijd. Ga naar het uitkijkpunt Callejón del Peñón om te genieten van een panoramisch uitzicht over de hele stad.

Setenil de las Bodegas (Cádiz): deze stad in de Sierra de Cádiz maakt deel uit van de Route langs de Witte Dorpen. Een van de bijzonderheden is de ligging van de huizen, waarvan er vele “beschut” tegen de rotsen zijn gebouwd.

Guadix (Granada): de “Europese hoofdstad van de grotten” heeft meer dan 2000 bewoonde grotwoningen. Zoals Jean Sermet, een bekende Franse geograaf, zei: “Guadix is ​​een stad die niet beschreven mag worden; hij moet gezien worden.”

Rute (Córdoba): een van de belangrijkste attracties van Rute zijn de vele gastronomische musea. In veel van de musea worden producten als anijs, nougat of chocolade, nog steeds geproduceerd.

Mojácar (Almería): een paar kilometer van de kust van Almería, vinden we dit witte stadje vol bezienswaardigheden, zoals de Plaza del Parterre, de kerk van Santa María of de oorspronkelijke toegangspoort (Puerta de la Ciudad).

Cazorla (Jaén): Cazorla, gelegen tussen olijfboomgaarden en bergen, is perfect voor diegenen die natuur en cultuur willen combineren. Maak van de gelegenheid gebruik om het Castillo de la Yedra te bezoeken!

Aracena (Huelva): dit dorp ligt in natuurpark Sierra de Aracena y Picos de Aroche. Een trekpleister van deze plaats is de Gruta de las Maravillas, een waar paradijs van stalactieten en stalagmieten.

Voor deze resultaten kwamen alle gemeenten met minder dan 20.000 inwoners in Andalusië in aanmerking (bron: https://www.ine.es/ – officiële cijfers uit het gemeenteregister – gegevens van 2020). Om de meest gezochte woonplaats in elke provincie te bepalen, werd de Google term qué ver (wat te zien in gemeente) in Spanje geanalyseerd. Bij een gelijkspel werd de woonplaats gekozen waarvan de naam alleen het hoogste zoekvolume had. Het onderzoek is overigens gedaan in alle provincies in Spanje

Hoewel het nog te vroeg is om de koffers te pakken, is het toch ook heerlijk vast wat weg te dromen naar een vakantie naar Spanje voor wanneer de situatie het weer toelaat. Van noord naar zuid en van oost naar west zit heel Spanje vol met charmante stadjes en dorpen die de ideale omgeving kunnen zijn om te genieten van het ´nieuwe normaal´. Zo is dit zelfde onderzoek gewdaan door heel Spanje en is er een top 50 lijst onstaan. Lees meer informatie over de 50 steden en dorpen op: https://blog.musement.com/nl/50-pittoreske-steden-en-dorpen-in-spanje/

Met dank aan Musement. Dit is het digitale platform waarmee je reisactiviteiten kunt boeken in meer dan 1400 bestemmingen en 70 landen wereldwijd. De dienst is beschikbaar in 9 talen via verschillende digitale touchpoints, het gespecialiseerde platform voor reisbureaus.

De eerste Romeinse stad in Spanje; Italica

Itálica, vroeger Colonia Aelia Augusta Italicensium was de eerste Romeinse stad van Spanje en is gelegen in de gemeente Santiponce, op ongeveer vijftien autominuten vanaf Sevilla (15 km.). Het amfitheater is goed bewaard gebleven en spectaculair om te zien. Ook zijn er tientallen Romeinse mozaïeken te vinden. Als je een bezoek brengt aan Sevilla, dan mag je Itálica eigenlijk niet missen.

De Romeinse stad werd door Generaal Publio Cornelio Escipión opgericht in het jaar 206 voor Christus. De naam Italica stamt af van Italië omdat zowel de stichter, Escipión alsmede de eerste inwoners daar vandaan kwamen.

De vesting moest tijdens de tweede Punische oorlog (218-201 v. Chr.) dienen als opvangplek voor gewonde soldaten afkomstig uit het nabije Ilipa Magna (het huidige Alcala del Rio). Italica is de oudste Romeinse nederzetting op het Iberisch schiereiland.

Gedurende de daaropvolgende decennia groeide Itálica uit tot de belangrijkste stad in de provincie Baetica. Itálica leverde zelfs twee Romeinse keizers: Trajanus en Hadrianus. Hadrianus liet ook het nieuwe gedeelte van de stad bouwen. Helaas kwam na de bloeiperiode ook verval, door onder andere plunderingen door de Vandalen en de Moren. In de zeventiende eeuw werd dan het dorpje Santiponce gesticht, dat zich bevindt op de oudste delen van Itálica, dat veel uitgestrekter was dan Santiponce nu is.

Romeinse keizers
Itálica groeide uit tot een hele belangrijke stad voor Sevilla, het was dé plek waar de Romeinse  keizers Trajanus en Hadrianus uitbundig genoten van het leven. Dat kun je nog zien aan de redelijk bewaard gebleven bouwwerken. Zo was er een Romeins theater, een amfitheater met plaats voor 24.000 toeschouwers, thermale baden en grote luxe huizen.

Op de opgravingssite kan je heel wat bekijken. Zo is er een heuse woonwijk te bekijken uit de tijd van Hadrianus. Het interessantste zijn hier de prachtige mozaïeken die gewoon nog ter plaatse zijn. Het amfitheater is allicht het indrukwekkendste bouwwerk. Je kan in het centrum van het amfitheater lopen en je kan in een deel van de catacomben wandelen. Er was vroeger plaats voor zo’n 25000 bezoekers.

Er is ook een klein museum aan de opgravingssite verbonden. De interessantste voorwerpen die gevonden zijn, zijn echter overgebracht naar het archeologisch museum in Sevilla zelf.

Opgravingen
Het gebied bestaat uit een oud- en nieuw gedeelte, het oude werd gesticht door Escipión en het nieuwe (toegankelijk voor publiek) door Hadrianus (geboren in het jaar 76 na Christus). Helaas is slechts een deel van de stad opgegraven, het oude gedeelte ligt onder het dorp Santiponce en ook andere gedeeltes zijn nog niet uitgegraven, je kan hier dus makkelijk een echte Romeinse fossiel of steen vinden want de graafmachines gaan niet altijd nauwkeurig te werk.

Itálica is dus heel bijzonder omdat het laat zien hoe belangrijk Sevilla was in de Romeinse tijd, zo´n 2000 jaar geleden. Bij de entree kun je een video over de gebouwen in Italica bekijken, echter is deze alleen in het Spaans.

Hoe kom je in Itálica? 


Met de bus:

Er is een rechtstreekse buslijn naar Italica vanaf busstation Plaza de Armas.
Deze bussen rijden elk half uur (in het weekend om het uur). Bussen naar Plaza de Armas zijn: C1, C2, C3, C4 en 43.

Met de auto 

 Neem de ringweg SE-30 richting Mérida, A-66 en houd links aan richting A-49 Huelva, A-66 Mérida.
Blijf de Ruta de la Plata volgen en neem daarna de afslag Santiponce, Itálica.
Eenmaal in Santiponce volg je de borden, maar let erop dat het Romeinse theater op een afstand van het amfitheater en de ingang van Itálica ligt. Deze kun je beter op een ander moment bezoeken.

Openingstijden

Zomer (van 1 april tot en met 30 september): van dinsdag tot en met zaterdag 08.30 tot 21.00 uur.
Zon- en feestdagen van 09.00 tot 15.00 uur.

Winter (van 1 oktober tot en met 31 maart): van dinsdag tot en met zaterdag 9.00 tot 18.30 uur.
Zon- en feestdagen van 10.00 tot 16.00 uur.

Adres: Avenida Extremadura 2, Santiponce

 

Flamenco, van puur, naar pop, naar jazz en fusión

Flamenco hoort bij het beeld dat we allemaal van Spanje hebben.

Deze zinderende samenvoeging van zang en dans is ontstaan halverwege de achttiende eeuw bij zigeunergezelschappen in Andalusië. Deze zigeunerstammen zijn vermoedelijk gevormd toen er eerdere zigeunerfamilies uit India, Egypte en Noord Afrika emigreerden. De huidige flamenco heeft zonder twijfel invloed van Noord Afrikaanse klanken.

De streek die het historische hart van de flamenco vormt, ligt in de driehoek Sevilla, Jerez en Cádiz. Van daaruit is het door heel Andalusië verspreidt. Ook Granada heeft een eigen flamenco tradities onder de zigeunerfamilies in Sacramonte. Als je naar Spanje gaat, moet je minstens één keer de sfeer van flamenco proeven. Het woord flamenco is niet alleen muziek of dans. Het verwijst naar een levensstijl of zelfs naar een persoon die ongebonden, emotioneel, onvoorspelbaar en anti-burgerlijk is. Een soort bohemien dus.

 

Stijlen

De basis van flamenco is een spontane uiting over de vreugde en het verdriet van alledag. Om een kenner van flamencomuziek te worden zou je je moeten verdiepen in de vele stijlen die zijn ontstaan. Zoals Martinetes die werden gezongen in de smederijen van de oude zigeunerwijk Triana in Sevilla. En bijvoorbeeld de bekende Bulleria of Alegria.

Op het gebied van zang zijn het de liederen, die vaak worden aangeduid als canto hondo, die het meeste aanzien genieten. Letterlijk betekent dit diep gezang en het is dan ook deze stijl waarin de meest diepe emoties naar boven komen. Het is het allerhoogste niveau wat een flamencozanger kan bereiken. Natuurlijk is het de bedoeling dat het publiek zo nu en dan Olé roept want Flamenco is een spontaan groepsgebeuren dat groeit naarmate de gevoelens sterker worden (en de drank rijkelijker vloeit…).

Menging met moderne muziek

In de pure flamenco zijn er twee artiesten die in de jaren zeventig de grondslag hebben gelegd voor een nieuwe, controverse flamingovorm. De briljante Paco de Lucia, bezat een onberispelijke techniek die hem in staat stelde de pure flamenco op eigen wijze te vernieuwen Hij vond inspiratie in een aantal Latijns-Amerikaanse ritmes, werkte samen met internationaal befaamde jazz musici en trad op over de hele wereld.

Voor de pure flamenco was de opkomst van, de uit Cádiz afkomstige jonge zigeuner en canto hondo zanger, Cameron echter nog belangrijker. Hij bouwde een reputatie op door zijn wilde levensstijl. In 1992 overleed de befaamde Cameron de la Isla (dat garnaal betekent omdat hij zo mager was) op 41-jarige leeftijd.

Bij menig internationaal liefhebber van Spaanse muziek en flamenco leven zowel de gitaarklanken van Paco de Lucia als de karakteristieke stem van Cameron voort op een playlist van Spotify of op de mobiele telefoon.

Veel tegenstrijdigheden.

Elke nieuwe uiting van flamenco, in combinatie met andere muziekstijlen, lokt iedere keer weer een storm van protesten uit bij de puristen. Flamencodanser Joaquin Cortes mag met zijn mengeling van flamenco en jazz en moderne dans dan veel publiek trekken in Spanje en ook in het buitenland, fanatieke flamencoliefhebbers omschrijven zijn optredens als onecht.

De laatste jaren zijn er steeds vaker experimenten met flamenco en rock gedaan die inmiddels ook een bloeiend bestaan leiden. Elke zomer worden overal in Zuid Spanje door de overheid gesubsidieerde flamencofestivals gehouden die een geestdriftig publiek trekken.

Ook zie je steeds vaker dat Andalusische zangers zich mengen met Marokkaanse groepen, zoals El Lebrijano met het orkest van Tanger. Jongere flamencoliefhebbers echter waarderen de tegenwoordige fusiongroepen die flamenco combineren met instrumenten als fluit, saxofoon en zelfs viool.

 

De mooiste flamenco uitvoeringen die bij mij persoonlijk een onuitwisbare indruk op hebben gemaakt zijn:

Het optreden van Paco de Lucia met Jan Akkerman in Nederland in de jaren zeventig

Een spontaan optreden van een flamencofamilie in een bar in Jerez de la Frontera, dat daar een dagelijks gebeuren is.

Een gepassioneerd optreden  in een grot van El Sacramonte in Granada, terwijl op de achtergrond het verlichte Alhambra schitterde.

En de kennismaking met de moderne flamenco fusion groep van Sergio de Lope uit Priego de Cordoba.

 

 

 

500 jaar geleden startte vanuit Sevilla een reis die de wereld veranderde

Het zijn dwazen, gekken, avonturiers, gelukszoekers. Nee, het zijn ontdekkingsreizigers en helden!

Het is zeer waarschijnlijk dat dit de woorden waren die de achttien zeelieden hoorden toen ze na een tocht van ruim drie jaar de haven van Sevilla binnen voeren. Ze hadden de eerste zeilreis om de wereld voltooid, die bewees dat de wereld echt rond was. Alleen deze achttien mannen slaagden erin om na talloze tegenslagen en schipbreuken naar dezelfde haven terug te keren waar ze destijds begonnen waren.

Precies 501 jaar geleden vertrok de Portugees Ferdinand Magellaan met een Spaanse vloot voor een ontdekkingsreis die de eerste globalisering van de wereldeconomie een boost zou geven. Op 10 augustus 1519 vertrok de zogenoemde Armada en voer via de Canarische eilanden richting het zuiden. Met vijf zwart geteerde schepen, de Trinidad, San Antonio, Concepcion, Santiago en Victoria zeilde de vloot om bij vuureiland een doorvaart te vinden naar de Stille Oceaan.

Aan boord 250 bemanningsleden met hun hart vol illusie, of misschien angst of zelfs hebzucht. Magellaan was een Portugese vlootkapitein die in Spaanse dienst werkte. Zijn ambitieuze reis rond de wereld werd grotendeels gefinancierd door de Spaanse koning.

Tijdens mijn bezoek aan Sevilla monster ik aan op het schip Nao Victoria, het enige vaartuig dat de tocht overleefd heeft en heb ik een ontmoeting met de reïncarnatie van de stoere ontdekkingsreiziger Magellaan. Al snel stelt hij mij als matroos aan en nodigt me uit hem te vergezellen op zijn wereldreis. Aan boord echter, is het hard werken en het is flink wennen om te leven onder zware Spartaanse omstandigheden.

                                        Straat van Magellaan

Magellaan is een edelman met een grote staat van dienst. De mythische specerijeneilanden zijn zijn grote ambitie. Eenmaal op de eilanden vinden we dan ook nootmuskaat, kruidnagel en peper. De specerijen zijn niet goedkoop. Zodoende bedenkt de bevelgever onderweg het woord “peperduur”. Eigenlijk wil hij proberen om dit gebied in handen te krijgen, dat al jaren wordt gecontroleerd door de Portugezen. Magellaan leeft namelijk al jaren in onmin met de Portugese kroon omdat die zijn reis niet wilden financieren.

Maar gelukkig heeft hij in Spanje wel de kans gekregen om zijn grote plannen te realiseren. Tijdens onze tocht wil hij via een westelijke route een doorgang vinden naar Azië, want de Afrikaanse route langs Kaap de Goede Hoop wordt ook door de Portugezen gecontroleerd. We zeilen maandenlang langs de hele oostkust van Zuid-Amerika naar het zuiden.

Met vijf schepen zeilen we via Kaapverdië naar Brazilië. Daar gaan we op zoek naar een doorvaart om de Stille Oceaan te bereiken. Op dat moment weten we al van het bestaan van deze oceaan. Via een tocht over het land ter hoogte van Panama was dat ooit al aangetoond. Tussen Patagonië en Vuurland stuitten we op een spectaculaire doorgang die veel later bekend wordt als de Straat van Magellaan.

We zeilen met zijn vier boten, want er is inmiddels één schip verloren gegaan, door de smalle zeestraat, die tegenwoordig bekend staat als de Straat Magellaan. We krijgen het zwaar te verduren, want in de zeestraat worden we geteisterd door stormachtige winden. Met drie schepen realiseren we uiteindelijk de doortocht door de moeilijk te bevaren doorgang. De vierde keert namelijk halverwege terug.

Als we met de drie schepen de Grote Oceaan bereiken, hebben we wekenlang geen wind en drijven we doodstil op het water. Zes maanden lang dobberen we over de Stille Oceaan. Dan opeens bereiken ons de passaatwinden en gaat het relatief snel. Na weken alleen zee gezien te hebben bevind ik me op een dag in het kraaiennest. En ja hoor, Land in zicht! roep ik naar mijn kapitein. Uiteindelijk meren we aan in Guam en daarna de in de Filipijnen. Dankzij ruilhandel kunnen we de door ziekte en scheurbuik uitgedunde bemanning weer een beetje op de been helpen. Helaas vindt Magellaan de dood bij een van deze ontmoetingen. Hij wordt op 27 april 1521 met een speer gedood op het eiland Mactan.

Verder onder leiding van een nieuwe held

Samen met de overlevenden en onder bevel van Juan Sebastian Elcano trekken we verder en bereiken we de Molukken. Het rantsoen is schaars en we leven inmiddels op water en scheepsbeschuit. Ratten en ander ongedierte, dat aan boord is gekomen, houden me ´s nachts uit mijn slaap.

Na ruim drie jaar komen we met de Nao Victoria, het enige schip dat de tocht heeft overleefd en met 18 man aan boord, uiteindelijk terug in Sevilla. We worden de rivier de Guadalquivir opgesleept en naar de aanlegplaats tegenover de Trianawijk gebracht om aan te meren. Het schip is vernoemd naar de kerk Santa María de la Victoria de Triana, waar Ferdinand Magellaan voor vertrek zijn trouw zwoer aan keizer Karel V. Juan Sebastian Elcano overhandigt me mijn zeemansgage; een buidel met gouden dukaten en een leren zak met kruiden.

De rest van de bemanning haast zich naar de Kathedraal van Sevilla om te bidden bij de Virgen de la Antigua om te danken dat zij heeft gezorgd dat ze levend hebben mogen terugkeren. Drie jaar eerder, hebben de mannen de kerk ook bezocht en om een goede vaart gebeden. Ze zijn dankbaar dat de Virgen hun wens heeft verhoord. Antonio Pigafetta is een van de overlevenden van de Victoria. Dankzij zijn dagboeken is bekend wat er allemaal gebeurd is tijdens de ontdekkingsreis.

Ik neem afscheid van Elcano met wie ik een bijzondere band heb opgebouwd en beloof hem in de toekomst op te zoeken. Wie weet om dromen van heel andere diepten te verwezenlijken…

Ondanks dat Magellaan de reis niet voltooid heeft, zal de wereldreis altijd met hem verbonden blijven. Daar hebben mijn collega´s kroniekschrijvers voor gezorgd, die zijn heldhaftigheid beschreven. Magellaan was natuurlijk ook van adellijke afkomst en dat kon niet gezegd worden van de overlevende bemanningsleden. Na deze reis werden vele landkaarten, navigatiemappen en geografische boeken herschreven.

Terug in de tijd via theater aan boord.

Om de eerste reis rond de wereld mee te beleven kun je aan boord stappen van de replica van de Nao Victoria in Sevilla en genieten van een vrolijke getheatraliseerde rondleiding. De acteurs bezorgen hun publiek een spannende sprong in de tijd en je ontvangt spelenderwijs enorme veel informatie. Halverwege je reis stap je over naar het bezoekerscentrum dat tegenover het schip gelegen is om je te verdiepen in de details van de eerste wereldreis in de geschiedenis.

Het schip ligt aangemeerd in de Guadalquivir ter hoogte van de stierenvechtersarena. Er is iedere dag een rondleiding om: 10.00, 11.00, 12.00, 13.00, 17.00, 18.00, 19.00, 20.00, 21.00 uur

Prijs: Kinderen tot 11 jaar 3 euro, ouder dan 11 jaar 6 euro. Tickets zijn ook te reserveren bij www.espacioprimeravueltaalmundo.org

klik op deze foto om de reis van Magelaan mee te varen

Voor meer informatie over de eerste reis om de wereld: www.vcentenario.es