Wat mag je niet missen in de regio Extremadura

De regio Extremadura kent twee provincies, die van Badajoz en Cáceres. Het is een gebied met vele duizenden jaren geschiedenis, met veel romaanse bouwwerken, hunebedden, grotschilderingen en afgoden die tot op de dag van vandaag bewaard zijn gebleven.

Het is een regio ten zuidwesten van Spanje, met een warm tot gematigd klimaat waar tomaten, paprika’s, tabak en druiven worden verbouwd, waarvan heerlijke wijnen worden gemaakt.

De Romeinen vestigden zich hier en legden wegen aan. Rijke steden met circussen, markten en openbare gebouwen. Merida werd bijvoorbeeld een levendige, cultureel rijke stad.

Veel Spaanse avonturiers die met schepen naar Amerika kwamen, waren afkomstig uit Extremadura. Bijvoorbeeld, Hernán Cortés, Francisco Pizarro en Pedro de Valdivia.

Extremadura heeft een eeuwenlange geschiedenis, een erfenis van honderden, zeg maar duizenden jaren. Vooral de romaanse stad Merida is erg bekend. De romaanse ruïnes bevinden zich op de Plaza Margarita Xirgu en geven een duidelijke kijk op de manier van leven in die tijd. De stad Merida is Werelderfgoed en één van de belangrijkste archeologische vindplaatsen in Spanje.

De Romeinse ruïnes bevinden zich binnen de muren van de stad: er is een theater, het huis van het amfitheater en het amfitheater, een circus en een basiliek. Je vindt er het Aquaduct of Miracles, de Pórtico del fro, de Boog van Trajanus, het Huis van Mitreo en de Tempel van Diana. Buiten de muren is er nog een aquaduct, dat van San Lázaro, een brug over de rivier de Guadiana en de warmwaterbronnen van Alange , 18 kilometer vanaf Mérida.

In de zomer worden er, tijdens het festival, in het amfitheater klassieke toneelstukken opgevoerd

We laten de Romeinse tijd achter ons en komen terecht in de Moorse periode met het Alcazaba, de residentie van de koningen in Badajoz. Het Alcazaba dateert uit de Almohaden-periode. 

Het Alcazaba is een fort dat ook de grens met Portugal controleerde, het is erg groot en indrukwekkend. Het heeft vier deuren en je kunt er via elk van deze naar binnen. Er zijn ook torens, waarvan de achthoekige Torre de Espantaperro opvallend is. Binnen in het paleis van de graven van Roca bevindt zich een patio die tegenwoordig dienst doet als het provinciaal archeologisch museum. Daarnaast kun je de toren van Santa María, de toren van het bisschoppelijk paleis en de tuinen bezoeken. Het panoramisch uitzicht vanaf muur van La Alcazaba is geweldig. De toegang is gratis. Het is gelegen aan de Cerro de la Muela.

Een van de highlight van Cáceres is het koninklijk klooster van Guadalupe. De kloosterkerk heeft drie versies gehad en de huidige is in gotische stijl. Het heeft mooie interieurs en de musea zijn ook de moeite waard: de ene met borduurwerk, de andere met schilderijen en beeldhouwen en nog een andere is met miniatuurboekjes. Het klooster is geopend van 9 tot 3 uur. Het tarief is 5 euro.

Een ander interessant klooster is de Koninklijk klooster van Yuste, een indrukwekkend kloostercomplex waarin Carlos V zijn laatste dagen doorbracht. Het klooster maakt deel uit van het Nationaal Erfgoed van Spanje. In de winter is het geopend van dinsdag tot en met zondag van 10 uur tot 6 uur en in de zomer van 10 uur tot 8 uur. De entree kost 7 euro.

Wat betreft natuurlijke landschappen, dan mag je het Nationaal park Monfragüe niet overslaan. Ideaal voor liefhebbers van flora en voor vogelaars. Het bevindt zich in de driehoek die wordt gevormd door Plasencia, Navalmoral de la Mata en Trujillo. De rivier de Taag loopt er doorheen en UNESCO heeft het park uitgeroepen Biosfeerreservaat.

Tussen de bergketens vindt je stuwmeren, beekjes, rotsen, bossen en struiken die de ideale habitat zijn voor een gevarieerde en rijke flora en fauna en allerlei soorten vogels zoals, zwarte ooievaars, gieren en adelaars.

In het park bevindt zich het kasteel van Monfragüe, destijds bewoond door de Arabische prinses Noeima. Volgens de legende werd ze verliefd op een christen en om die reden werd ze gestraft en omgebracht.

Met deze korte lijst van wat je kunt zien Extremadura schieten ik zeker tekort. En omdat Extremadura een hele grote regio is, is het onmogelijk om alles te zien, zeker als je maar een paar dagen de tijd hebt. In ieder geval mag je de steden Mérida, Badajoz en Cáceres niet missen. Hou er wel rekening mee dat het in de zomer heel heet kan zijn en in de winter extreem koud.

De route Via de la Plata loopt dwars door Extremadura. Vanaf Sevilla richting Salamanca kom je langs Merida en Caceres. Bekijk voor meer informatie ook dit artikel .

De kust van Cádiz, unieke stranden en wetlands met een lange geschiedenis

Cadiz is een van de parels van Andalusië, een van de oudste steden van Europa.  Maar behalve de stad biedt ook de provincie een rijkdom aan natuur en historie. Dit keer bezoek ik de kust, de streek tussen Cadiz en Tarifa, de oudst bewoonde kust van Spanje. Een gebied dat al ruim voor Christus bewoond werd door Feniciërs en later door de Romeinen.

De kust van Cadiz is synoniem voor zon, zee, wind en vis. Hier kun je je onderdompelen in het intense leven in de vlekkeloos witte vissersplaatsjes die zijn gelegen aan de Atlantische oceaan. Je kunt er wandelingen maken over de goudgele stranden, de verkoelende en tegelijk zwoele oceaanwind ontmoeten en je te goed doen aan vers gevangen schaal- en schelpdiergerechten.

De zone die ik als eerste bezoek is het natuurpark Bahía de Cádiz, een vlak landschap met een oppervlakte van ruim 10.000 hectare. Het is een groot waterrijk gebied dat bestaat uit stranden, moerassen, zoutpannen, zoetwatermeren en gebieden die vollopen als het vloed is.

Het binnenstromen van de zee in de monding van de rivieren Guadalete en San Pedro, samen met het milde mediterrane klimaat, bepalen de ecologische kenmerken van dit wetland en er is een grote afwisseling van landschap: stranden, duinen en lagunes, moerassen en oeverlandschap die onderlopen.  De ligging tussen Cadiz en de Straat van Gibraltar maakt het tot een geweldig gebied om vogels te observeren die overvliegen tussen Europa en Afrika. Het is de thuisbasis van kleine sterns, stelten, kluten, de elegante flamingo en de visarend.

Zoutpannen

Zoutwinning werd al in de Fenicische tijd in deze baai gedaan. Ook de Romeinen gebruikten het zout voor het conserveren van vis en het produceren van hun garumsaus, (gefermenteerde vissaus) terwijl in de 15e eeuw de bemanning van de zeilboten het zout gebruikten voor het bewaren van voedsel op hun reizen naar Amerika.


De zoutpannenindustrie in de zogenoemde Salinas van de baai kwam echter pas veel later. Tegen het einde van de 19e eeuw was meer dan 10.000 ha moerasland veranderd in ongeveer 150 zoutpannen.

Het leven van veel van de bewoners rond de Bahía draaide rond de salinas, het zorgde voor hun levensonderhoud. Het is leuk om een wandeling over de paden te maken, je ziet de invloed van de salinas op het landschap, er zijn ook Salineras-huizen te zien.


Momenteel heeft de winning van zout plaatsgemaakt voor andere activiteiten zoals het vangen van schelpdieren en vissen langs de kust. In de wijde omgeving worden de garnalen,  schelpdieren , oesters, zeebaars, tong en dorade, gewaardeerd om hun goede kwaliteit. In deze streek zijn de garnalen tortillas, tortilla de camarones, beroemd. Dit zijn kleine platte, gefrituurde koekjes, gemaakt met kikkererwtenmeel en camarones, kleine garnaaltjes.

Stoere tonijnvissers

De fantastische stranden en het natuurpark zijn niet het enige waar de kust bekend om staat. Wie bijvoorbeeld in Spanje Barbate zegt, zegt tonijn. En wat voor tonijn! De blauwvintonijn, atún rojo salvaje, zoals het in Andalusië wordt genoemd, is waar het hier allemaal om draait.

Deze tonijn wordt voor de kust van Barbate, Tarifa, Bolonia, Zahara de los Atunes en nog enkele kustplaatsen in de maanden april, mei en juni op een duurzame manier gevangen, volgens een eeuwenoude manier die la Almadraba´heet.

La Almadraba is een ingenieuze vorm van visvangst die 3000 jaar geleden door de Feniciërs is uitgevonden. Het is een hele kunst om de netten precies zo te plaatsen waar de tonijn vanuit de Atlantische Oceaan komt en op weg gaat naar het warmere water van de Middellandse Zee om te gaan paren. De tonijn wordt door een doolhof van netten geleid totdat ze gevangen zitten in een fuik van netten en omringd zijn door vissersboten.

Als voldoende vissen zich hebben vastgezwommen, wordt het grote net omhoog gehaald en springen de vissers met veel spektakel vanaf hun boten in het water om de gigantische tonijnen binnen te halen. Dit is niet helemaal ongevaarlijk want de tonijnen zijn soms wel drie meter lang en wegen soms meer dan vijfhonderd kilo!

De vangst wordt daarna gesorteerd door ervaren Almadrabavissers. Alleen de grote vissen worden gehouden voor consumptie, de kleinere vissen worden weer in het water teruggegooid. Op deze manier wordt de visstand op peil gehouden.

Langs de hele kust van Cadiz staat de delicatesse rode tonijn die ook Almandraba wordt genoemd op de kaart. Je kunt hem gebakken, even dichtgeschroeid (tataki) of rauw (als tartar) bestellen.

Ik sluit mijn tocht af met een strandwandeling langs de blauwe oceaan met zijn bruisende branding. Bij Tarifa tekenen de contouren van het Afrikaanse vasteland zo helder af, alsof ik ze met mijn handen aan kan raken. De kuststreek van Cadiz is een van oudsher bekende smokkelgebied. Dat er heden ten dage ook nog gesmokkeld zou worden, wordt door de Guardia Civil niet geheel ontkend…

Baelo Claudio

In de duinen van het strand van Bolonia ligt een archeologische verrassing op me te wachten; Baelo Claudio. Het is een van de best bewaard gebleven Romeinse nederzettingen van Europa. Tijdens mijn rondwandeling ontdek ik een theater, drie tempels en zelfs een oude visfabriek uit de tweede eeuw voor Christus. Baelo Claudio werd ongeveer 2000 jaar geleden gesticht en was onderdeel van de provincie Hispania Baetica.

Oorspronkelijk was het een vissersplaats waar de geliefde vissaus Garum werd gemaakt. Door een aantal vloedgolven en aardbevingen is de stad die onder keizer Claudius een welvarende gemeenschap was, in verval geraakt.

Ik neem plaats op het terras van het restaurant dat direct tegenover de resten van de oude stad liggen en bestel mijn lievelingsgerecht: tartar de atun rojo. Ook de typische ortiguillas del mar, gefrituurde zeeanemoon, laat ik me uitstekend smaken.

Onder het genot van een glaasje witte wijn uit Cadiz, zie ik hoe langzaam de zon aan de horizon ondergaat en de Andalusische lucht oranje en roze kleurt. Een prachtig spektakel van kleuren dat mijn dag aan de kust van Cadiz afsluit.