Ken jij het Toerisme Museum?

Ruim anderhalf jaar geleden werd ik gevraagd om mijn bijdrage te leveren aan El Museo de Turismo, een groep professionals die allemaal één ding gemeen hebben: liefde voor toerisme.

De oorsprong van het museum is een idee  van collega Alberto Bosque Coello, die werkzaam is bij de afdeling toerisme van de Junta van Castilla y Leon. Daar ik regelmatig aanwezig ben bij persreizen en famtrips die door hem in Castilla y Leon georganiseerd worden, vroeg hij tijdens een van deze reizen of ik me bij het team van het museum zou willen aansluiten en de Facebookpagina van het museum in het Nederlands zou willen opzetten. Ik vond het nogal een eer en stemde enthousiast toe. Enkele weken later werd de Facebookpagina gelanceerd en plaatste ik mijn eerste posts.

Het idee achter het museum is om een eerbetoon te brengen aan alle personen die de fundamenten van het toerisme hebben gelegd, vanuit alle uithoeken van de wereld. Zo bewaart het de herinneringen en het verleden van deze belangrijke sector.

Toerisme is, naast een bron van rijkdom voor landen, een activiteit van culturele uitwisseling. Om deze reden streeft El Museo de Turismo een essentieel referentiepunt over de geschiedenis van reizigers van over de hele wereld te worden. Het is een internationaal en uniek museum, open voor iedereen, waarvan de 47 zalen inmiddels verspreid zijn over 8 landen en 3 continenten. Het museum is dus niet gevestigd in een specifieke plaats. Het opent zijn zalen in diverse hotels en bijvoorbeeld bij reisorganisaties. De zalen zijn vitrines die de bezoeker van het hotel kan bezichtigen maar ook kan iedereen ze op virtuele wijze bezoeken.

Degenen die verantwoordelijk zijn voor het museum proberen zoveel mogelijk materiaal dat bewaard moet blijven ten toon te stellen. We verwijzen naar voorwerpen zoals affiches, boeken, toeristische gidsen, gastronomische gidsen, foto’s, kaarten, koffers, posttelegrammen, verrekijkers, tijdschriften, oude museumkaartjes, entreebewijzen etc. Maar ook naar het herstel van verhalen van reizigers gerelateerd aan toerisme. Het doel van het museum is dat mensen uit verschillende landen deelnemen en dat al hun verhalen samenkomen in een non-profit internationaal museum over de geschiedenis van het toerisme.

Iedereen kan een bijdrage leveren.  Bijvoorbeeld door fotomateriaal op te sturen, blogs te schrijven die kunnen worden gedeeld op de social media van het museum, materiaal voor de zalen te geven of berichten te delen op social media. Het museum is een non-profit initiatief dat door enthousiaste vrijwilligers met een passie voor toerisme is opgezet en dagelijks wordt uitgebreid. Alle kleine beetjes helpen om aandacht en waardering te geven aan al diegenen die jarenlang hebben gewerkt aan het creëren van de geschiedenis van toerisme.

Op het moment dat ik dit schrijf, staan we op het punt de eerste zaal van het museum in de provincie Malaga te openen. En nog wel in mijn woonplaats Alhaurin de la Torre! Het thema van onze vitrine, dat zaal nummer 48 van het museum wordt, is het toerisme aan de Costa del Sol en Malaga. Daarvoor zijn we ook op zoek naar materiaal. Gezien de vitrine geopend gaat worden in een accommodatie van Nederlanders zijn we op zoek naar materiaal in het Spaans én Nederlands.

Mocht je ergens nog iets hebben liggen wat gerelateerd is aan een reis of vakantie aan de Costa of Malaga, en zouden we dat mogen gebruiken, dan kun je contact met me opnemen. Ik denk dan aan oude ansichtkaarten, een oude routekaart, een vliegticket of gedateerde souvenirs van je vakantie die misschien in een doos op zolder zijn beland. Op dit moment blijft de locatie van de nieuwe zaal van ons museum nog even geheim maar binnen een paar weken gaan we het nieuws bekend maken.

Het toerismemuseum kan virtueel worden bezocht op de website www.themuseumoftourism.org  en via de sociale media. Facebook is beschikbaar in 12 talen: Spaans, Engels, Frans, Italiaans, Portugees, Duits, Nederlands, Tsjechisch, Russisch, Japans, Hindi en Chinees, waar tentoonstellingen, afbeeldingen van de zalen en allerlei informatie over het toerisme van vroeger te vinden is. Je kunt via onze zalen virtueel op verschillende plekken van de wereld terecht komen. Van Spanje met zijn 23 zalen , naar Italië met o.a. een zaal in het Grand Hotel Mediterráneo in Florence, via Berlijn, Porto, Duitsland, India, Argentinië, Moskou naar Japan.

Soria en de legende van de zwarte lagune

De meest bezochte bezienswaardigheid van de provincie Soria in Castilia y Léon is de Laguna Negra. Dit prachtige meer ligt hoog in het Picos de Urbion gebergte in de buurt van het dorp Vinuesa. Het meer is bijzonder door de mooie steile wanden waardoor het geflankeerd wordt. En in regen- en smeltwaterseizoen wordt het nog mooier door een prachtige waterval die naast het meer begint.

Ik heb twee jaar geleden de Laguna Negra bezocht in de eerste week van mei, en ik werd aangenaam verrast omdat er nog sneeuw lag en de waterval half bevroren was. En dat terwijl het in het dal zo’n 18 graden was. Maar de lagune ligt wel op 1753 meter…

Hoe dichtbij je met de auto bij Laguna Negra kunt komen, is afhankelijk van de weersomstandigheden en het seizoen. Er is een parkeerplaats op 300 meter van het meer en één op 1800 meter. De parkeerplaats vlak bij het meer is kleiner en kan in het voorjaar en in de winter nog bedekt zijn met sneeuw. Vanaf die parkeerplaats bij het meer is het 300 meter omhoog naar de rand van het meer. Hier liggen houten vlonders die langs de oever van het meer voeren. Je kunt na deze houten vlonders kiezen een van de wandelpaden te nemen of via de Retorno het meer weer te verlaten. Vanaf de parkeerplaats op 1800 meter van het meer, loop je naar de dichtstbijzijnde parkeerplaats via de weg omhoog en daarna volg je het 300 meter lange pad omhoog naar de rand van het meer.

Je kunt vanaf het meer helemaal naar de Picos de Urbion wandelen. Daarnaast voert een korte wandeling naar de waterval. In de zomermaanden staat de waterval droog, maar in de winter en lente en een deel van de herfst is de kans groot dat deze wel stroomt.

De bekende Sevillaanse dichter die een groot deel van zijn leven in Soria heeft gewoond, schreef in 1912 een gedicht over deze Lagune. Het is een legende over een vader en zijn drie zonen; La leyenda de la tierra de Alvargonzález:

Er was eens een familie die in een dorp vlakbij de Zwarte Lagune leefde: een vader, een moeder en drie zonen. De oudste zoon, Juan, was niet erg knap. Hij had maar één wenkbrauw. Zijn vader dacht: laten we hem op het veld aan het werk zetten. De tweede zoon, Martín, was ook niet zo knap. Hij keek scheel. Zijn vader dacht: hij kan de schapen hoeden. De derde zoon, Miguel, was wel knap. ‘Hij moet priester worden,’ zei de vader. Hij stuurde de jongen naar een priesterschool. Daarbij gaf hij hem zijn deel van de erfenis mee, want het was zeer goed mogelijk dat ze elkaar nooit meer zouden terugzien.

Op een dag was de vader vlakbij de Zwarte Lagune. Hij was moe van het vele werk op het veld en besloot om even te gaan liggen. Al snel viel hij in een diepe slaap en had een vreemde droom. In die droom verschenen drie jonge kinderen voor hem. Boven twee van hen cirkelde een zwarte kraai. Het derde kind, het jongste, had geen kraai boven zijn hoofd, maar een soort van helder licht dat om hem scheen. De vader nam het jongste kind in zijn armen en zei: ‘Ook al ben je de jongste van mijn zonen, van jou houd ik het meest.’ Terwijl hij dat zei, keken de twee andere kinderen jaloers toe. Boven hun hoofden zag hij toen plots een ijzeren bijl verschijnen. Vervolgens zag hij hoe hij in zijn droom door deze twee kinderen werd gedood.

De vader werd wakker uit zijn droom. Hij opende de ogen, en wat zag hij? Zijn twee oudste zonen stonden voor hem. Voor hij goed en wel besefte wat hem overkwam, sloegen ze hem met een bijl het hoofd in. Ze waren jaloers op hun jongere broer en wilden ook hun deel van de erfenis krijgen. Daarom doodden ze hun vader. De twee zonen gooiden zijn lijk in de Zwarte Lagune. Die was zo diep dat niemand er ooit bij zou kunnen. Vervolgens beschuldigden ze een arme man uit het dorp ervan hun vader te hebben vermoord.

Hun moeder stierf enkele maanden later van verdriet. De twee zonen erfden het veld en de schapen. In het begin ging alles goed. Maar na een jaar was het land niet meer vruchtbaar. Niets groeide nog, de oogst mislukte en de schapen werden ziek. Alles ging fout. De twee zonen werden erg arm. Op een koude winternacht, verkleumd door de kou, stelden ze vast dat er bijna geen hout meer was om vuur te maken. De wind was zo hevig dat de deur ervan openvloog en tegen hen aan sloeg. Ze waren bang om dood te vriezen en raakten in paniek.

De tweede zoon zei: ‘We zijn heel erg fout geweest tegenover onze vader. Nu betalen we er vast de rekening voor.’ ‘Vergeet het,’ zei de oudste zoon. ‘Wat gebeurd is, is gebeurd.’

Het was nog steeds winter en zeer koud toen op een dag een reiziger in het dorp aankwam. Hij was groot en knap. Alles aan hem was zwart: hij had zwarte haren, zwarte ogen, en was helemaal in het zwart gekleed. Hij ging meteen naar het huis van de twee zonen. De man in het zwart bleek de jongste zoon te zijn. Hij vertelde over zijn leven aan zijn twee broers. Nadat hij was gestopt met zijn priesteropleiding, was hij naar Amerika getrokken. Hij had daar enkele jaren doorgebracht, en nu was hij naar huis teruggekeerd. Hij was geschokt omdat hij gehoord had dat zijn vader was vermoord en zijn moeder van verdriet was overleden.

Met het geld dat hij in Amerika had verdiend, kocht hij een stuk grond van zijn twee broers. Op een dag ging hij wandelen in het bos. Daar hoorde hij stemmen. Het was alsof er mensen aan het zingen waren. Het lied ging over iemand wiens graf niet onder de grond was, maar ergens anders. Het ging over een lichaam dat in de Zwarte Lagune was gegooid.

Enkele dagen later waren zijn twee broers op het land met hun schapen. In de verte zagen ze opeens een man met wit haar. Hij was het land aan het bewerken. ‘Het lijkt wel onze vader,’ zeiden ze. ‘Maar dat kan toch niet!’ Ze wilden zeker zijn van hun zaak. Daarom gingen naar de Zwarte Lagune. Ze keken gespannen naar de diepte beneden hen. ‘Vader, vader!’ riepen ze. ‘Ben jij daar?’

Om beter te kunnen zien, bogen ze zo ver over de rand dat ze hun evenwicht verloren en in het water vielen, hun vader achterna. Niemand weet hoe diep de Zwarte Lagune precies is. In elk geval is ze heel diep, want terwijl ze naar beneden vielen, echoden de woorden ‘Vader, vader!’ van de twee broers door de vallei en kon men de stemmen tot in Soria horen. Ze zijn allebei verdronken.

Ook vandaag de dag zijn de mensen uit de streek nog bang om in de buurt van de Zwarte Lagune te komen. Niemand komt er echt graag en je zult er nooit iemand zien zwemmen. Er zijn daar tenslotte drie mensen gestorven. En van zo’n plek kun je dus maar beter wegblijven.

Route en parkeren bij de Laguna Negra:

De gemakkelijkste ingang is via het dorp Vinuesa. Vanaf dit dorp voert een weg omhoog door de dennenbossen helemaal naar de parkeerplaatsen. De weg naar Laguna Negra wordt goed aangegeven. Er zijn twee parkeerplaatsen. Eén op 300 meter van het meer en één op 1,8 kilometer van het meer.

In het hoogseizoen en feestdagen mag je alleen parkeren (tegen betaling) op de parkeerplaats op 1,8 kilometer van het meer. Vanaf 1 juli tot begin september rijdt er een bus omhoog die je voor een klein bedrag naar het startpunt van de wandeling rijdt.

Wordt Altos del Guadalhorce het vijfde Geopark van Andalusië?

De autoriteiten van Malaga zetten momenteel alles op alles om te bereiken dit jaar een groot gebied van de Guadalhorcevallei tot Geoparque zal worden benoemd. Het zal de eerste in Malaga zijn en de vijfde in Andalusië.

Het gebied waar het over gaat bestaat uit Pizarra, Valle de Abdalajís, Carratraca, Álora, Casarabonela en Ardales, een zone met grote geologische diversiteit.

El Caminito del Rey, de oude nikkelchroommijn van Pozo de San Juan en de zwavelhoudende baden van Ardales en Carratraca zijn enkele van de waardevolle plekken die het Geopark met de naam Altos del Guadalhorce zal hebben.

Het voorstel, dat is gestart vanuit een privé-initiatief, heeft al de ondersteuning van het openbaar bestuur opgeleverd. Maar het is een lange weg tot de definitieve goedkeuring door Unesco, de internationale organisatie waarvan het afhankelijk is.

Malaga zal over ongeveer twee jaar officieel het vijfde Geopark in Andalusië en het zestiende in Spanje kunnen bieden. De gemeenten Ardales, Álora, Carratraca, Pizarra, Valle de Abdalajís en Casarabonela bestrijken drie verschillende regio’s ; Guadalteba, Valle del Guadalhorce en Sierra de las Nieves.

Het doel van Unesco is om dit geologisch gebied te beschermen want het is zowel historisch als botanisch en etnografisch erg belangrijk.

Met de 625 vierkante kilometer oppervlakte die het heeft, zal het een van de meest geconcentreerde geologische gebieden van Andalusië zijn, met een keur aan uitzichtspunten en meer dan dertig interessante plekken om te bezoeken.

Een aantal bedrijven en individuele intiatieven die de handen ineen hebben geslagen, zijn hard bezig de belangrijkheid van het gebied in kaart te brengen.

Vooral el Desfiladero de los Gaitanes en El Caminito del Rey worden benadrukt. Ook wijst geoloog Juan Carlos Romero, die het voorlopige startdocument voor dit initiatief heeft geschreven, op het zwavelhoudende water van de Ardales-baden. En zelfs op de fossiele resten van de Peña de Ardales, beschouwd als de oudste in de Betic Cordillera, met meer dan 440 miljoen jaar.

Volgens geoloog Romero, die technisch directeur is van de Malaga Geology Museum Classroom en coördinator van het Iberisch Netwerk van Geologische gebieden in Andalusië, voldoet het gebied aan alle eisen met betrekking tot van uniekheid en variëteit.

In het document worden drieëndertig geologische bezienswaardigheden vermeld, die de belangrijkste herkenningspunten van het park zullen zijn.

Echter zal men rekening moeten houden met de door Unesco gestelde deadlines voor het aanvragen van een Geopark.

Malaga, dat slechts een stap verwijderd is van de benoeming tot Nationaal Park van de Sierra de las Nieves, zou dan nog een nieuwe juweel toevoegen aan het aanbod van toerisme in het binnenland.

Als alles mee zit zal Altos del Guadalhorce dan aansluiten bij vier andere bestaande Andalusische Geoparken, zoals Cabo de Gata-Níjar (Almería), Sierra Norte de Sevilla ( Sevilla), Sierra Subbética (Córdoba) en het prachtige Altiplano met Guadix en Baza (Granada) dat in 2020 is toegevoegd.

Vier mousserende wijnen uit Malaga om op het nieuwe jaar te toosten

Hoewel deze bubbels onder geen enkele oorsprongsbenaming of wel Denominacion de Origen vallen, zoals de cavas uit Cataluña, zijn ze van zeer hoge kwaliteit.

In 1670 liet de benedictijner monnik Dom Pierre Pérignon de kurk van de eerste fles mousserende wijn knallen. Dat was in de Franse regio Champagne, direct bij de abdij van Hautvilliers.

Eigenlijk was het gewoon een wijn in een gesloten fles die samen met suiker en gisten, die een natuurlijke creatie van magische ´schuim´ veroorzaakte dat later in de mode raakte vanwege zijn elegantie en verfijning.

Dankzij deze mode en de innovatie van de laatste jaren van verschillende wijnhuizen in heel Spanje, zijn er ​​mousserende wijnen ontstaan, zowel droog als zoet, die dankzij hun kwaliteit en elegantie ideaal zijn om het hele jaar door te consumeren.

Ook Malaga heeft de laatste jaren mousserende wijnen ontwikkeld die er niet om liegen en een heel eigen accent hebben omdat ze gemaakt zijn van de moscateldruif die oorspronkelijk uit Alexandrië komt.

Ik zet mijn vier favorieten voor je op een rij:

Florestel Sparkling Dry, gebotteld in de Quitapenas bodega, op basis van druiven die geoogst worden in de Axarquía, 100%  variëteit Moscatel de Alexandría, in dit geval een droge mousserende die opvalt door zijn aangename kracht en geur van oranjebloesem bloemen en met een grote fruitige elegantie.

Prijs bij benadering: € 8,50

Droge mousserende Botani, een van de jongste bodega’s van Malaga, van Jorge Orontes-wijnmakerij uit de gemeente Almáchar in de Axarquía in Malaga. Deze wijn wordt gemaakt volgens de Charmat-methode en heeft een prachtige biznagabloem op het etiket. Het is een zoete mousserende wijn, die 100% wordt gemaakt door de magische Muscat van Alexandrië. Een suggestieve sprankeling door de neus, gevolgd op door zijn formidabele smaak in de mond.

Prijs bij benadering  € 12,50

Sweet Sparkling Apiane, uit de plaats Mollina door Tierras de Mollina bodega in het noorden van de provincie Malaga, 100% door de Moscatel Morisco-variëteit (met kleinere en strakkere trossen dan zijn zusje uit Alexandrië), onderscheidt zich als een zeer elegante wijn, met een aangename passage in de mond en een goede balans tussen zoet en zuur.

Prijs bij benadering  € 9,95

Botani Espumoso Dulce, de eerste zoete mousserende wijn uit de provincie Malaga, wordt ook 100% gemaakt op basis van de variëteit Moscatel de Alejandría volgens de Charmat-methode. Een authentieke en aangename ´explosie´ door de neus die je niet onverschillig laat door zijn verleidelijke bubbel en mondgevoel.

Prijs bij benadering € 11,50

Nog even voor de duidelijkheid; Champagne komt uit Frankrijk, Cava komt uit Cataluña uit de streek van Vilefranca de Penedés en de hierboven beschreven bubbels uit de provincie Malaga vind je in de winkel of op de kaart van een restaurant onder de naam Espumosos (mousserende wijnen).

Salud!

Olla Podrida, de stevige Spaanse stoofpot

De grote schaal die voor mij staat te dampen, schijnt de olla podrida te zijn en aangezien er in de olla podrida zoveel ingrediënten zitten, is het haast onmogelijk dat er niets van mijn gading bij zit. Dat zegt Don Quichote ook over dit stevige Castiliaanse eenpansgerecht bij uitstek dat ik krijg opgediend in een klein familierestaurant in Salamanca waar de open haard brandt en volk uit de hele omgeving van Castilla y Leon en Madrid reserveert om tijdens koude dagen smakelijk de maag te vullen.

In de pan zit werkelijk van alles, peulvruchten, groente, vlees, worst, ham en spek. En soms ook aardappelen of pastaschelpjes in. Ten tijde van Cervantes speelden kikkererwten al de hoofdrol in dit machtige gerecht, maar in veel streken, waaronder Burgos gebruiken ze liever rode bonen.

Olla betekent pan of ketel. Podrida betekent letterlijk bedorven, maar in de naam van deze schotel wordt het bedoeld als machtig en potent en komt het van het werkwoord poder. Het woord machtig geeft gelijk ook aan dat vroeger alleen welgestelde Spanjaarden zich dit overvloedige gerecht konden veroorloven.

De Castiliaanse olla podrida is zo ongeveer de oervorm van het Spaanse eenpansgerecht. Met de jaren is het gerecht over heel Spanje verbreid, en iedere streek van Spanje heeft er in de loop der jaren zijn eigen variant van gemaakt, afhankelijk wat de streek op dat moment te bieden had.

De Madrilenen voegden er bijvoorbeeld kool aan toe, in Galicië neemt men knolraapbladeren en de huisvrouwen aan de oostkust kozen voor het toevoegen van sperziebonen of pompoen. In Baskenland verzon men een variant met spinazie en hardgekookte eieren. Maar in ieder geval wordt het gerecht overal bekroond met plaatselijke worst en vleesspecialiteiten. Zo zie je in Burgos dat bloedworst nooit zal ontbreken.

Ondanks alle verscheidenheid is men het over één ding eens, alle ingrediënten horen apart gegeten te worden. En dat juist de grote uitdaging voor de kok of kokkin. Een olla podrido ofwel cocido, in welke variatie dan ook, dien je op te dienen in drie gangen. Eerst serveer je het kookvocht in een kom of diep bord. Daarna de peulvruchten en groenten. En als laatste de bekroning, serveer je het vlees.

Hoewel de cocido van oorsprong met kikkererwten en groenten met vlees wordt bereid, kent men inmiddels vervangers met andere peulvruchten als rode of witte bonen en zelfs linzen. Overigens allemaal peulvruchten die op het platte land van Castilla y león verbouwd worden. Wist je trouwens dat het Spaanse woord voor peulvruchten legumbes?

Met een stevig glas rode wijn van het Castiliaanse land, voel je na het eten van dit stevige wintergerecht, dat je de komende uren wel weer vooruit kan. Het lekkerst is natuurlijk als je de stoofpot flink wat uren laat pruttelen en volgens de Spanjaarden is het nog smakelijker als je het de volgende dag opnieuw opwarmt en dan pas eet.

Ook zin in dit stevige Spaanse stoofgerecht? Hieronder vindt je het origínele recept, dat je natuurlijk kunt variëren met wat je in huis hebt of wat er in jouw streek voor handen is.

Olla Podrida voor 6 personen

300 gram gedroogde kikkererwten (of andere peulvruchten)

250 gram rundvlees

500 gram krabbetjes

1 varkenspootje

1 varkensoor

100 gerookte spek, aan één stuk

100 gram ham, aan één stuk

1 ui

2 laurierblaadjes

2 wortels

2 aardappelen

2 chorizo worsten

2 tenen knoflook

Een flinke scheut olijfolie

Peper en zout

Bereiding

Week de kikkererwten een dag van tevoren.

Zet in een grote pan de erwten met het vlees op. Nog niet de chorizo. Zorg ervoor dat alle ingrediënten onder wáter staan. Voeg de olijfolie, ui, laurier en gekneusde knoflook toe en laat alles een uur koken. Voeg dan de wortels en aardappelen in stukken en de chorizo in zijn geheel toe. Laat het gerecht nog een uur sudderen.

Schep al het vlees, de ham en worst uit de pan en snij het in grove stukken en doe het daarna terug in de pan en warm het opnieuw op. Eventueel kun je de schotel nog op smaak brengen met peper en zout.

Dien eerst de bouillon op. Vervolgens de peulvruchten en de groenten. En als laatste het vlees. Hoewel het tegenwoordig ook gebruikelijk is na het kookvocht de groenten, peulvruchten en vlees tegelijk op een bord te serveren.

Eet smakelijk!

De filmsettings in Andalusië voor Netflix serie The Crown.

Hoewel andere series en films vertraging oplopen door het coronavirus, was de vierde reeks van de populaire Netflix-serie al grotendeels opgenomen voordat COVID-19 ontstond. De productie ging vlot door en was dagen eerder klaar dan gepland. Op 20 augustus kondigde Netflix aan dat The Crown seizoen in het najaar zou verschijnen. Op zondag 15 november zat ik er klaar voor!

Netflix zelf bestempelde The Crown in het verleden al meermaals als een peperdure productie en dat is helemaal niet gelogen. De eerste twee seizoenen vormden de duurste ooit voor het streamingskanaal. Per aflevering werd er voor deze series niets minder dan 13 miljoen dollar betaald. Dat is omgerekend zo’n 11 miljoen euro.

Het Britse koningshuis is razend populair en ook ik keek halsreikend uit naar het vierde seizoen, dat zich onder andere richt op de zoektocht naar een geschikte bruid voor prins Charles, het koninklijk huwelijk van Diana en Carlos en de oorlog met Argentinië over de Falklandeilanden.

Het optreden van het personage Diana of Wales, gespeeld door Emma Corrin, was een van de meest verwachte momenten van de serie. Wat minder bekend is, is dat The Crown vorig jaar opnieuw Andalusië koos om opnames te maken, die plaatsvonden in de provincies Malaga, Almeria en Cadiz.

De productie heeft al drie Golden Globes, waarvan twee dankzij de vertolking van de actrices die koningin Elizabeth II hebben gespeeld: Claire Foy in het 1e en 2e seizoen en de Oscar winnende Olivia Colman in het 3e seizoen.

Het is niet eenvoudig om de Andalusische locaties op het scherm te herkennen, maar als je goed kijkt, ontdek je de plaatsten die de Windsors in fictie hebben bezocht:

Malaga

De hoofdstad van de Costa del Sol verwelkomde het team van The Crown in 2019 en het resultaat van een zonnig schietweekend is al te zien in de trailer. Het duurt slechts een paar seconden, maar het is voldoende om de façade van het AC Marriot Málaga Palacio en de straat Molina Lario te herkennen.

Deze setting in het centrum van de hoofdstad is gebruikt om het welkom na te bootsen voor de prinsen van Wales, Charles en Diana, in de Australische stad Brisbane in april 1983. Een elegante Rolls Royce en tientallen extra’s met Britse vlaggen vergezellen op het podium het koninklijk paar.

Enige dagen later, filmt de productie bij het Gran Hotel Miramar, ook in Malaga. Grote vrachtwagens en geluids- en lichtapparatuur bezetten de straten, waar het personeel van het productiebedrijf hun handen vol hadden om de flitsen van fotografen en toeschouwers te vermijden.

Almeria

De plot van dit seizoen is gekenmerkt door de komst van Diana binnen de besloten familiekring en haar turbulente relatie met de Prins van Wales. Tijdens hun eerste officiële reis naar Australië bezocht het stel Ayer’s Rock, een imposante rotsformatie die is nagebouwd in de Tabernas-woestijn in Almeria. De dorre omgeving en een kledingkast die bijna identiek is aan die van de ´royals´ 37 jaar geleden, maken het verschil praktisch niet merkbaar.

Cadiz

In el Campo de Gibraltar, in de stad San Martín del Tesorillo, arriveerde The Crown bijna zonder aankondiging. De bewoners en de burgemeester zelf vernamen pas dat de opnames plaatsvonden in hun gemeente toen ze werden gewaarschuwd voor verkeersopstoppingen op de weg die deze stad met Guadiaro verbindt.

Het is niet de eerste keer dat de serie, geregisseerd door Peter Morgan, kiest voor Andalusië. Het Torremolinos Palacio de Ferias werd in het derde seizoen gebruikt om de luchthaven van Los Angeles in de jaren 60 na te bootsen, maar ze toerde ook door Sevilla, Jerez de la Frontera, Sotogrande en Puerto Real.

Een van de straten van San Juan de Aznalfarache veranderde in het Griekenland van de jaren vijftig, toen prinses Alicia de Battemberg, moeder van Filips van Edinburgh en schoonmoeder van de koningin, als vrijwilligster in een ziekenhuis werkte. De interieurs van deze reeks zijn opgenomen in het klooster van Jerez in Santo Domingo.

Ook in het derde seizoen dienden het majestueuze Hotel Alfonso XIII in Sevilla en de straten van Sotogrande als decor voor de tournee door de Verenigde Staten van prinses Margarita en haar echtgenoot Antony Armstrong-Jones.

Het is zeker niet de eerste productie die aan de Costa del Sol gedraaid wordt. Andalusië heeft als setting gediend voor de serie Game of Thrones , waar ik eerder over schreef en al decenia lang voor films zoals Lawrence of Arabia, Doctor Zhivago en diverse spaghetti westerns.

De kust van Cádiz, unieke stranden en wetlands met een lange geschiedenis

Cadiz is een van de parels van Andalusië, een van de oudste steden van Europa.  Maar behalve de stad biedt ook de provincie een rijkdom aan natuur en historie. Dit keer bezoek ik de kust, de streek tussen Cadiz en Tarifa, de oudst bewoonde kust van Spanje. Een gebied dat al ruim voor Christus bewoond werd door Feniciërs en later door de Romeinen.

De kust van Cadiz is synoniem voor zon, zee, wind en vis. Hier kun je je onderdompelen in het intense leven in de vlekkeloos witte vissersplaatsjes die zijn gelegen aan de Atlantische oceaan. Je kunt er wandelingen maken over de goudgele stranden, de verkoelende en tegelijk zwoele oceaanwind ontmoeten en je te goed doen aan vers gevangen schaal- en schelpdiergerechten.

De zone die ik als eerste bezoek is het natuurpark Bahía de Cádiz, een vlak landschap met een oppervlakte van ruim 10.000 hectare. Het is een groot waterrijk gebied dat bestaat uit stranden, moerassen, zoutpannen, zoetwatermeren en gebieden die vollopen als het vloed is.

Het binnenstromen van de zee in de monding van de rivieren Guadalete en San Pedro, samen met het milde mediterrane klimaat, bepalen de ecologische kenmerken van dit wetland en er is een grote afwisseling van landschap: stranden, duinen en lagunes, moerassen en oeverlandschap die onderlopen.  De ligging tussen Cadiz en de Straat van Gibraltar maakt het tot een geweldig gebied om vogels te observeren die overvliegen tussen Europa en Afrika. Het is de thuisbasis van kleine sterns, stelten, kluten, de elegante flamingo en de visarend.

Zoutpannen

Zoutwinning werd al in de Fenicische tijd in deze baai gedaan. Ook de Romeinen gebruikten het zout voor het conserveren van vis en het produceren van hun garumsaus, (gefermenteerde vissaus) terwijl in de 15e eeuw de bemanning van de zeilboten het zout gebruikten voor het bewaren van voedsel op hun reizen naar Amerika.


De zoutpannenindustrie in de zogenoemde Salinas van de baai kwam echter pas veel later. Tegen het einde van de 19e eeuw was meer dan 10.000 ha moerasland veranderd in ongeveer 150 zoutpannen.

Het leven van veel van de bewoners rond de Bahía draaide rond de salinas, het zorgde voor hun levensonderhoud. Het is leuk om een wandeling over de paden te maken, je ziet de invloed van de salinas op het landschap, er zijn ook Salineras-huizen te zien.


Momenteel heeft de winning van zout plaatsgemaakt voor andere activiteiten zoals het vangen van schelpdieren en vissen langs de kust. In de wijde omgeving worden de garnalen,  schelpdieren , oesters, zeebaars, tong en dorade, gewaardeerd om hun goede kwaliteit. In deze streek zijn de garnalen tortillas, tortilla de camarones, beroemd. Dit zijn kleine platte, gefrituurde koekjes, gemaakt met kikkererwtenmeel en camarones, kleine garnaaltjes.

Stoere tonijnvissers

De fantastische stranden en het natuurpark zijn niet het enige waar de kust bekend om staat. Wie bijvoorbeeld in Spanje Barbate zegt, zegt tonijn. En wat voor tonijn! De blauwvintonijn, atún rojo salvaje, zoals het in Andalusië wordt genoemd, is waar het hier allemaal om draait.

Deze tonijn wordt voor de kust van Barbate, Tarifa, Bolonia, Zahara de los Atunes en nog enkele kustplaatsen in de maanden april, mei en juni op een duurzame manier gevangen, volgens een eeuwenoude manier die la Almadraba´heet.

La Almadraba is een ingenieuze vorm van visvangst die 3000 jaar geleden door de Feniciërs is uitgevonden. Het is een hele kunst om de netten precies zo te plaatsen waar de tonijn vanuit de Atlantische Oceaan komt en op weg gaat naar het warmere water van de Middellandse Zee om te gaan paren. De tonijn wordt door een doolhof van netten geleid totdat ze gevangen zitten in een fuik van netten en omringd zijn door vissersboten.

Als voldoende vissen zich hebben vastgezwommen, wordt het grote net omhoog gehaald en springen de vissers met veel spektakel vanaf hun boten in het water om de gigantische tonijnen binnen te halen. Dit is niet helemaal ongevaarlijk want de tonijnen zijn soms wel drie meter lang en wegen soms meer dan vijfhonderd kilo!

De vangst wordt daarna gesorteerd door ervaren Almadrabavissers. Alleen de grote vissen worden gehouden voor consumptie, de kleinere vissen worden weer in het water teruggegooid. Op deze manier wordt de visstand op peil gehouden.

Langs de hele kust van Cadiz staat de delicatesse rode tonijn die ook Almandraba wordt genoemd op de kaart. Je kunt hem gebakken, even dichtgeschroeid (tataki) of rauw (als tartar) bestellen.

Ik sluit mijn tocht af met een strandwandeling langs de blauwe oceaan met zijn bruisende branding. Bij Tarifa tekenen de contouren van het Afrikaanse vasteland zo helder af, alsof ik ze met mijn handen aan kan raken. De kuststreek van Cadiz is een van oudsher bekende smokkelgebied. Dat er heden ten dage ook nog gesmokkeld zou worden, wordt door de Guardia Civil niet geheel ontkend…

Baelo Claudio

In de duinen van het strand van Bolonia ligt een archeologische verrassing op me te wachten; Baelo Claudio. Het is een van de best bewaard gebleven Romeinse nederzettingen van Europa. Tijdens mijn rondwandeling ontdek ik een theater, drie tempels en zelfs een oude visfabriek uit de tweede eeuw voor Christus. Baelo Claudio werd ongeveer 2000 jaar geleden gesticht en was onderdeel van de provincie Hispania Baetica.

Oorspronkelijk was het een vissersplaats waar de geliefde vissaus Garum werd gemaakt. Door een aantal vloedgolven en aardbevingen is de stad die onder keizer Claudius een welvarende gemeenschap was, in verval geraakt.

Ik neem plaats op het terras van het restaurant dat direct tegenover de resten van de oude stad liggen en bestel mijn lievelingsgerecht: tartar de atun rojo. Ook de typische ortiguillas del mar, gefrituurde zeeanemoon, laat ik me uitstekend smaken.

Onder het genot van een glaasje witte wijn uit Cadiz, zie ik hoe langzaam de zon aan de horizon ondergaat en de Andalusische lucht oranje en roze kleurt. Een prachtig spektakel van kleuren dat mijn dag aan de kust van Cadiz afsluit.

Observeer de heldere hemel vanaf sterrenwacht Calar Alto in Almeria

Afgelopen zomer bezocht ik in de provincie Almeria het astronomisch centrum Calar Alto. Je kunt er met de auto komen maar ik wandelde met een gids via een stijl bergpad aan de zuidelijke kant van het gebergte dat ons naar de 2168 hoge top bracht.

Het is in de vooravond en onderweg schieten berggeiten voor ons langs en zie ik hier en daar zwijnen tussen de struiken snuffelen.

Wandelgids Carlos vertelt ondermeer dat er in de Sierra de Filabres meer dan 2000 plantensoorten te vinden zijn. Onderweg geniet ik van het uitzicht over spectaculaire ravijnen en canyons en een schitterende zonsondergang.

Als het bijna donker is, arriveren we op het hoogste punt waar een astronoom op ons staat te wachten. We zijn niet de enigen, want het is de nacht van de Perseïden en menigeen is naar de sterrenwacht gekomen om ´vallende sterren´ te zien en een wens te doen.

De gepassioneerde astronoom heeft al de gehele dag naar het moment uitgekeken dat de zon eindelijk achter de horizon verdween en is uitermate enthousiast omdat het een avond met wolkeloze heldere hemel is. Hij heeft zijn eigen veldtelescoop meegenomen. Een speelgoeddingetje vergeleken bij de enorme reuzen die ons omringen.


De Spaans-Duitse Sterrenwacht Calar Alto, genesteld onder de bevoorrechte hemel, op een hoogvlakte van 2168 m boven de zeespiegel, is de belangrijkste sterrenwacht van het Europese continent. Het bestaat iets meer dan veertig jaar en heeft flink bijgedragen tot de ontwikkeling van de astronomie in Spanje.

Het wordt gezamenlijk gebruikt met het Max-Planck Instituut voor Astronomie in Heidelberg en het Instituut voor Astrofysica van Andalusië, in Granada en staat digital in verbinding met universiteiten over de hele wereld.

De sterrenwacht geniet van het voordeel wat het klimaat van Almeria biedt, droge en onbewolkte hemels, wat het mogelijk maakt om meer dan 200 nachten per jaar observaties uit te voeren. De plaats van de sterrenwacht is ideaal voor nachtelijke observaties door de volledige duisternis.

Het is niet voor niets dat amateurs en professionele astronomen graag naar Calar Alto komen. De lucht boven het gebergte is zuiver en de nachten zijn donker. Dit grootste astronomische complex van Europa ligt ver van alle lichtvervuiling, en biedt het perfecte uitzicht om de majestueuze nachtelijke hemel vast te leggen.

´In de astronomie kijken we weg naar het verleden. We kunnen leren hoe sterrenstelsels zich in de vroege stadia van de universumgeschiedenis bevonden,´ vertelt de astronoom enthousiast. De luchtvochtigheid is laag in dit deel van Almeria en de nachten in de zomer relatief lang en donker.

En last but not least: Andalusië ligt voor een astronoom om de hoek in vergelijking met andere goede bestemmingen om de sterren te bekijken zoals Chili en Hawaï.

Als ik met de telelens naar de hemel kijk, zie ik de nevels van het Melkwegstelsel. Dat is op veel plekken onmogelijk.  Even later laat de astronoom ons zien waar Saturnus en Jupiter zich bevinden en haalt hij de planeten dichtbij door ons door de lens te laten kijken.

Ondertussen tel ik zestien vallende sterren! Dit is mijn gaafste indruk van hoe mooi de hemel kan zijn. Diep onder de indruk bestudeer ik het heldere universum. Wat voel ik me nietig. Even na middernacht dalen we af naar het hotel dat op een klein uurtje afstand in de bergen ligt.

Maar het is nog niet klaar want de volgende morgen gaan we opnieuw naar het centrum en bezoeken we de enorme telescopen. Caltar Alto beschikt over drie telescopen met openingen van 1.2m, 2.2m en 3.5m, de laatste van wel 45 meter hoog.

Terwijl ik over de winderige vlakte loop, voelt het of ik in een futuristische film ben beland.

Je kunt een rondleiding reserveren bij de organisatie Azimuth. Zij hebben professionele gidsen die diverse talen spreken. Tijdens de begeleide tour wordt er duidelijke uitleg gegeven over astronomie en wordt het interieur van de reusachtige telescopen bezocht.

Het Observatorium van Calar Alto ligt in de gemeente Gérgal 04550, op een uur rijden van Almeria.

Bekijk hier de video

Met dank aan Iñigo Pedrueza van El Giroscopo Viajero voor een deel van de fotos.

En dank aan Turismo Andaluz die dit bezoek voor me mogelijk heeft gemaakt.

Verhuizen naar Spanje tijdens Corona

Verhuizen naar Spanje tijdens corona

Iedereen droomt er wel eens van om te verhuizen naar Spanje. Het klimaat, het eten, de cultuur, en natuurlijk de huizenprijzen. Genoeg redenen om te verhuizen dus. Misschien denk je:  “waarom zit ik hier eigenlijk nog? Vamos a España!”. Helaas gaat dat met Covid-19 ietsjes lastiger. Maar toch kan het. Sirelo zal je uitleggen hoe je alsnog naar Spanje kan verhuizen ondanks de coronacrisis!

Wat kost een verhuizing naar Spanje?

Naar Spanje verhuizen kost gemiddeld tussen de € 4000,- en € 7000,-. Een exacte prijs van je verhuizing kan je nooit van tevoren berekenen, omdat er verschillende factoren betrokken zijn. Het hangt er van af hoeveel inboedel je gaat verhuizen en de afstand naar je bestemming in Spanje vanaf je huidige woning. Wil je naar één van de Spaanse eilanden verhuizen? Dan moet je dieper in je buidel tasten, omdat zo’n verhuizing per container gebeurd en dus ook per containerschip.

TIP: Wil je precies weten hoeveel je verhuizing zal gaan kosten? Aarzel niet om bij verschillende verhuisbedrijven offerte aanvragen te doen om te kijken hoeveel je verhuizing zal gaan kosten.

Aanvragen van een NIE (Número de Identificación de Extranjeros)

Als je langer dan 3 maanden verblijft in Spanje, moet je inschrijven bij de Commissariaat van de Nationale Politie afhankelijk van de gemeente waar je woont of de kantoor gevestigd is. Ondanks corona in Spanje is het nog steeds mogelijk om een afspraak te maken op kantoor. Met dit NIE-nummer kun je praktisch alle belangrijke zaken regelen in Spanje zoals het kopen van een huis, een bankrekening openen of abonnementen. Je kan het vergelijken met een BSN in Nederland.

TIP: Het is ook mogelijk om ruim voor je vertrek naar Spanje in Nederland bij de Spaanse Ambassade of het Consulaat een NIE-nummer aan te vragen. Je kan hiervoor een afspraak maken.

Is het mogelijk om naar Spanje te verhuizen tijdens corona?

Ondanks de coronacrisis is het nog steeds mogelijk om te verhuizen naar Spanje. Let wel op dat het reisadvies continu kan veranderen. Het is aangeraden om de website van Nederland Wereldwijd in de gaten te houden. Daar geeft de overheid regelmatig updates over het reisadvies naar Spanje.

Geldt er code geel voor Spanje? Dan kan je verhuizen naar Spanje zonder enige problemen. Neem vooralsnog de maatregelen in acht en draag te allen tijde een mondkapje en neem afstand.

Geldt er code oranje voor Spanje? Dan mag je alleen om noodzakelijke redenen naar Spanje reizen. Een verhuizing is dus niet heel noodzakelijk. Ook mag je niet zomaar op straat komen zonder medische of noodzakelijke reden. De Spaanse overheid treedt hard op tegen mensen die de regels negeren.

Annuleren of verplaatsen van de verhuizing door corona

Het is begrijpelijk dat je door de omstandigheden je verhuizing wil annuleren of verplaatsen. Je wil immers geen risico nemen op een dichte grens of jouw gezondheid en die van je gezin of verhuizers in gevaar brengen. Het is aangeraden om op tijd contact op te nemen met het verhuisbedrijf. Hoe sneller zij er op de hoogte van zijn, hoe beter. Soms rekenen erkende verhuisbedrijven ook kosten voor het annuleren. Je betaalt dan een percentage van de verhuiskosten. Dit zijn de kosten:

Meer dan 30 dagen voor de verhuizing 15 %

14 tot 30 dagen voor de verhuizing 50%

7 tot 14 dagen voor de verhuizing 75 %

Minder dan 7 dagen voor de verhuizing 100%

Adiós Holanda!

Hopelijk ben je wijzer geworden en heb je een beter beeld over het verhuizen naar Spanje ondanks de coronacrisis. Helaas heeft niemand een glazen bol om te voorspellen wat de toekomst zal gaan brengen. Tot die tijd is het afwachten en alle maatregelen zo goed mogelijk in acht nemen. Mocht je de stap alsnog overwegen om te verhuizen, hou dan rekening met eventuele vertragingen en hou vooral rekening elkaar en breng niemands gezondheid in gevaar. Wie weet zwaai jij binnenkort Nederland uit.. Adiós Holanda..!

Dit gastblog is geschreven door Kalam Salim. Hij is werkzaam bij Sirelo verhuizingen.

Pilaar van mijn Leven

Mijn nieuwe roman Pilaar van mijn Leven is in oktober 2020 uitgekomen.

De presentatie vond plaats in het cultureel centrum Finca El Porton in samenwerking met de afdeling cultuur van de gemeente Alhaurin de la Torre in de provincie Malaga.

Het verhaal van de Spaanse Maria begint in de Dominicaanse Republiek waar ze samen met vrienden de as van haar overleden man Eduardo uitstrooit. Hier begint het rouwproces van de weduwe die niets liever wil dan alle mooie herinneringen koesteren, maar tegelijk haar eigen leven weer op de rit probeert te krijgen. Door ervaringen die ze met haar vrienden deelt, krijg je een levendig beeld van de tropische sfeer en de mooie tijd die ze hier met Eduardo heeft doorgebracht. Hoewel de reis oorspronkelijk bedoeld is als afsluiting van een intens verdrietige periode, blijkt het uiteindelijk het begin van een nieuwe levensfase.

Eenmaal weer terug in Sevilla pakt Maria zo goed ze kan de draad weer op. Ondanks haar verdriet is ze vastbesloten iets van de rest van haar leven te maken.

Dag na dag overwinnen is een uitdaging. Terwijl ze de eerste rouwfases probeert te verwerken en de relatie met Eduardo op gezette tijden idealiseert, komt ze doordat ze bewust het hele proces aan dat rouw met zich meebrengt aangaat, stap voor stap tot acceptatie.

Het verlangen om terug te keren naar Santo Domingo blijkt zo sterk, dat ze een half jaar later opnieuw haar koffers pakt. Dit keer biedt haar werk als journaliste een welkom excuus om weer terug te keren. De zoektocht naar de voetsporen van Columbus, waarover ze in opdracht gaat schrijven, is een boeiend verhaal op zichzelf. Het verblijf in Santo Domingo verloopt niet helemaal zoals Maria verwacht, maar met haar herwonnen zelfbewustzijn meestert ze ook de meest pijnlijke en teleurstellende situaties. Ze neemt het heft steeds weer in eigen handen en keert uiteindelijk vol zelfvertrouwen terug naar Sevilla.

De schrijfster is een meester in het maken van kleurrijke, sfeervolle plaatjes van natuur, cultuur en stad. De mensen op straat en de oude gebouwen, de stranden en gezellige cafés geven het verhaal een levendige achtergrond, die de lezer het gevoel geeft zelf op reis te zijn.

Deze vlot te lezen roman gaat niet alleen over rouwverwerking en zelfvinding, maar is het verhaal van een zelfstandige geëmancipeerde vrouw die vastbesloten is uit het leven te halen wat erin zit.

Marion beschrijft haar hartverscheurende ervaringen met een opmerkelijke eerlijkheid. Ze wil de lezer haar het kostbaarste bezit schenken dat zij heeft: haar herinneringen. Dit boek breekt je hart maar geeft ook hoop. Het vertelt het persoonlijke verhaal dat iedereen die veerkracht na een verlies zou willen leren ontwikkelen, zou moeten lezen.

Het boek Pilaar van mijn Leven is vanaf 15 oktober 2020 verkrijgbaar bij iedere boekwinkel in Nederland en België en Bol.com via

ISBN 978-94-6000-152-9.

Je kunt het boek ook direct bij mij bestellen.