Verhuizen naar Spanje tijdens Corona

Verhuizen naar Spanje tijdens corona

Iedereen droomt er wel eens van om te verhuizen naar Spanje. Het klimaat, het eten, de cultuur, en natuurlijk de huizenprijzen. Genoeg redenen om te verhuizen dus. Misschien denk je:  “waarom zit ik hier eigenlijk nog? Vamos a España!”. Helaas gaat dat met Covid-19 ietsjes lastiger. Maar toch kan het. Sirelo zal je uitleggen hoe je alsnog naar Spanje kan verhuizen ondanks de coronacrisis!

Wat kost een verhuizing naar Spanje?

Naar Spanje verhuizen kost gemiddeld tussen de € 4000,- en € 7000,-. Een exacte prijs van je verhuizing kan je nooit van tevoren berekenen, omdat er verschillende factoren betrokken zijn. Het hangt er van af hoeveel inboedel je gaat verhuizen en de afstand naar je bestemming in Spanje vanaf je huidige woning. Wil je naar één van de Spaanse eilanden verhuizen? Dan moet je dieper in je buidel tasten, omdat zo’n verhuizing per container gebeurd en dus ook per containerschip.

TIP: Wil je precies weten hoeveel je verhuizing zal gaan kosten? Aarzel niet om bij verschillende verhuisbedrijven offerte aanvragen te doen om te kijken hoeveel je verhuizing zal gaan kosten.

Aanvragen van een NIE (Número de Identificación de Extranjeros)

Als je langer dan 3 maanden verblijft in Spanje, moet je inschrijven bij de Commissariaat van de Nationale Politie afhankelijk van de gemeente waar je woont of de kantoor gevestigd is. Ondanks corona in Spanje is het nog steeds mogelijk om een afspraak te maken op kantoor. Met dit NIE-nummer kun je praktisch alle belangrijke zaken regelen in Spanje zoals het kopen van een huis, een bankrekening openen of abonnementen. Je kan het vergelijken met een BSN in Nederland.

TIP: Het is ook mogelijk om ruim voor je vertrek naar Spanje in Nederland bij de Spaanse Ambassade of het Consulaat een NIE-nummer aan te vragen. Je kan hiervoor een afspraak maken.

Is het mogelijk om naar Spanje te verhuizen tijdens corona?

Ondanks de coronacrisis is het nog steeds mogelijk om te verhuizen naar Spanje. Let wel op dat het reisadvies continu kan veranderen. Het is aangeraden om de website van Nederland Wereldwijd in de gaten te houden. Daar geeft de overheid regelmatig updates over het reisadvies naar Spanje.

Geldt er code geel voor Spanje? Dan kan je verhuizen naar Spanje zonder enige problemen. Neem vooralsnog de maatregelen in acht en draag te allen tijde een mondkapje en neem afstand.

Geldt er code oranje voor Spanje? Dan mag je alleen om noodzakelijke redenen naar Spanje reizen. Een verhuizing is dus niet heel noodzakelijk. Ook mag je niet zomaar op straat komen zonder medische of noodzakelijke reden. De Spaanse overheid treedt hard op tegen mensen die de regels negeren.

Annuleren of verplaatsen van de verhuizing door corona

Het is begrijpelijk dat je door de omstandigheden je verhuizing wil annuleren of verplaatsen. Je wil immers geen risico nemen op een dichte grens of jouw gezondheid en die van je gezin of verhuizers in gevaar brengen. Het is aangeraden om op tijd contact op te nemen met het verhuisbedrijf. Hoe sneller zij er op de hoogte van zijn, hoe beter. Soms rekenen erkende verhuisbedrijven ook kosten voor het annuleren. Je betaalt dan een percentage van de verhuiskosten. Dit zijn de kosten:

Meer dan 30 dagen voor de verhuizing 15 %

14 tot 30 dagen voor de verhuizing 50%

7 tot 14 dagen voor de verhuizing 75 %

Minder dan 7 dagen voor de verhuizing 100%

Adiós Holanda!

Hopelijk ben je wijzer geworden en heb je een beter beeld over het verhuizen naar Spanje ondanks de coronacrisis. Helaas heeft niemand een glazen bol om te voorspellen wat de toekomst zal gaan brengen. Tot die tijd is het afwachten en alle maatregelen zo goed mogelijk in acht nemen. Mocht je de stap alsnog overwegen om te verhuizen, hou dan rekening met eventuele vertragingen en hou vooral rekening elkaar en breng niemands gezondheid in gevaar. Wie weet zwaai jij binnenkort Nederland uit.. Adiós Holanda..!

Dit gastblog is geschreven door Kalam Salim. Hij is werkzaam bij Sirelo verhuizingen.

Geplaatst in blog over spanje, leven in spanje, Spaans leren, Spaanse talencursus, spanje, Spanjeblog, wonen in spanje | Een reactie plaatsen

Pilaar van mijn Leven

Mijn nieuwe roman Pilaar van mijn Leven is in oktober 2020 uitgekomen.

De presentatie vond plaats in het cultureel centrum Finca El Porton in samenwerking met de afdeling cultuur van de gemeente Alhaurin de la Torre in de provincie Malaga.

Het verhaal van de Spaanse Maria begint in de Dominicaanse Republiek waar ze samen met vrienden de as van haar overleden man Eduardo uitstrooit. Hier begint het rouwproces van de weduwe die niets liever wil dan alle mooie herinneringen koesteren, maar tegelijk haar eigen leven weer op de rit probeert te krijgen. Door ervaringen die ze met haar vrienden deelt, krijg je een levendig beeld van de tropische sfeer en de mooie tijd die ze hier met Eduardo heeft doorgebracht. Hoewel de reis oorspronkelijk bedoeld is als afsluiting van een intens verdrietige periode, blijkt het uiteindelijk het begin van een nieuwe levensfase.

Eenmaal weer terug in Sevilla pakt Maria zo goed ze kan de draad weer op. Ondanks haar verdriet is ze vastbesloten iets van de rest van haar leven te maken.

Dag na dag overwinnen is een uitdaging. Terwijl ze de eerste rouwfases probeert te verwerken en de relatie met Eduardo op gezette tijden idealiseert, komt ze doordat ze bewust het hele proces aan dat rouw met zich meebrengt aangaat, stap voor stap tot acceptatie.

Het verlangen om terug te keren naar Santo Domingo blijkt zo sterk, dat ze een half jaar later opnieuw haar koffers pakt. Dit keer biedt haar werk als journaliste een welkom excuus om weer terug te keren. De zoektocht naar de voetsporen van Columbus, waarover ze in opdracht gaat schrijven, is een boeiend verhaal op zichzelf. Het verblijf in Santo Domingo verloopt niet helemaal zoals Maria verwacht, maar met haar herwonnen zelfbewustzijn meestert ze ook de meest pijnlijke en teleurstellende situaties. Ze neemt het heft steeds weer in eigen handen en keert uiteindelijk vol zelfvertrouwen terug naar Sevilla.

De schrijfster is een meester in het maken van kleurrijke, sfeervolle plaatjes van natuur, cultuur en stad. De mensen op straat en de oude gebouwen, de stranden en gezellige cafés geven het verhaal een levendige achtergrond, die de lezer het gevoel geeft zelf op reis te zijn.

Deze vlot te lezen roman gaat niet alleen over rouwverwerking en zelfvinding, maar is het verhaal van een zelfstandige geëmancipeerde vrouw die vastbesloten is uit het leven te halen wat erin zit.

Marion beschrijft haar hartverscheurende ervaringen met een opmerkelijke eerlijkheid. Ze wil de lezer haar het kostbaarste bezit schenken dat zij heeft: haar herinneringen. Dit boek breekt je hart maar geeft ook hoop. Het vertelt het persoonlijke verhaal dat iedereen die veerkracht na een verlies zou willen leren ontwikkelen, zou moeten lezen.

Het boek Pilaar van mijn Leven is vanaf 15 oktober 2020 verkrijgbaar bij iedere boekwinkel in Nederland en België en Bol.com via

ISBN 978-94-6000-152-9.

Je kunt het boek ook direct bij mij bestellen.

Geplaatst in blog over spanje, Eerste reis om de wereld, leven in spanje, spanje, Spanjeblog, wonen in spanje | Een reactie plaatsen

In de voetsporen van Santa Teresa de Avila

Ávila is wereldberoemd vanwege haar middeleeuwse stadsmuren die de gehele oude binnenstad omringen.  Sinds 1985 is het een Unesco-stad en worden haar muren en talloze nationale monumenten beschermt. Gelegen op 1131 meter hoogte is Ávila de hoogstgelegen provinciehoofdstad van Spanje.

DE BEROEMDE STADSMUREN VAN AVILA

Wie de stad nadert en de machtige ring van 88 torens en 9 poorten ziet oprijzen, begrijpt waarom Ávila zoveel bezoekers trekt. De 12e eeuwse muren van ruim 2,5 kilometer zijn een schitterend en volledig in tact. Voor de meeste bezoekers is Centro de Recepción de Visitantes het startpunt om het historisch centrum te bezoeken. Dat wil zeggen als je binnen de muren wilt lopen, want je kunt er ook voor kiezen om vanaf de buitenkant via een wandelpad langs de stadsmuren te lopen. Deze flinke wandeling van ruim drie kilometer voert naar verschillende stadspoorten die toegang verlenen tot de oude binnenstad.

Achter de middeleeuwse muren ligt het indrukwekkende historisch centrum met romaanse architectuur, gotische kerken, kloosters, musea, en renaissancistische paleisen. Neem zeker een kijkje in Palacio de los Veladas dat pal naast de kathedraal ligt. Het is een prachtig voorbeeld van een renaissancistische paleis dat nu dienst doet als viersterrenhotel. Het zal je niet verbazen dat de formidabele patio een geliefd lunch- en dinerstekje is. En als je daar toch bent, neem dan ook een kijkje in de gotische kathedraal waarvan het retabel en de kloostergalerij binnen speciale aandacht verdienen. Daarna is het tijd om jezelf te trakteren op yemas bij het nabijgelegen La Flor de Castillade aan de Plaza de José Tomé. 


De Muralla de Ávila omringt de oude stad van Ávila volledig. In totaal een oppervlakte van meer dan 2,5 kilometer. De muren zijn drie meter dik en twaalf meter hoog en omvatten negen torens en verscheidene toegangspoorten. Bekende poorten zijn de Puerta de San Vicente en de Puerta del Alcázar die geflankeerd worden door tweelingtorens. Met de bouw van de muren werd begonnen in 1090 en in de 12e eeuw werden ze herbouwd in romaanse stijl. Je kunt om de muren heen lopen of juist bovenop de muren gaan lopen

Kathedraal
Ook de kathedraal  maakt deel uit van de stadsmuren van Ávila. De bouw van de Catedral de Cristo Salvador startte in 1091 en is pas volbracht in de 16e eeuw. De bouwstijl is grotendeels gotisch. Tot de bezienswaardigheden behoren het Sepulcro de Alonso de Madrigal (een fraai beeld in plateresco van Vasco de la Zarza), de retabel en de kloostergalerij. Entree 3 euro.



Palacio de los Velada
Dit 16e eeuw renaissancistische paleis dat nu dienst doet als hotel en restaurant ligt op een steenworp afstand van de kathedraal. De schitterende patio is een geliefde plek om te lunchen of te dineren. Stap zeker even binnen om sfeer te proeven en de fraaie patio te bewonderen.  



Convento de Santa Teresa
Dit klooster werd gebouwd in 1636 op de plek waar Santa Teresa in 1515 werd geboren. Dit interessante museum biedt uitgebreide informatie over het leven van de beroemde Teresa verdeeld over drie secties: de kerk, een relikwie-ruimte en een museum. Tot de hoogtepunten behoren een kapel die gebouwd werd over de kamer waar Teresa werd geboren en een opmerkelijke relikwie in de vorm van een vinger met ring…



Palacio de los Serrano
Dit renaissancistische paleis (nu een cultureel centrum) werd gebouwd in 1557. Palacio de los Serrano behoorde toe aan de wethouder Pedro Álvarez Serrano. De patio is zeker een reden om hier even binnen te stappen. 
Basílica de San Vicente
Deze fraaie romaanse kerk (sinds 1882 een Nationaal Monument) werd gebouwd in de 12e eeuw op de plek waar San Vicente, Sabina en Cristeta in 306 de marteldood zijn gestorven. De kerk bevindt zich net buiten de stadsmuur. 



Iglesia de San Pedro
Deze romaanse kerk bevindt zich aan de Plaza de Santa Teresa, ook net buiten de stadsmuren gelegen. De bouw van deze mooie kerk begon in 1100 en werd vermoedelijk in 1130 voltooid. 

Los Cuatro Postes
Ten noordwesten van de stad in de richtig van Salamanca vinden we het momunent Los Cuatros Postes, zowel een heiligdom als uitzichtspunt. Vanaf Cuatro Postes heb je het mooiste uitzicht op Ávila. 


IN DE VOETSPOREN VAN DE HEILIGE TERESA

Ávila is bovenal de stad van Teresa de Ávila (in het Nederlands: Theresia van Ávila). De heilige Theresia geldt als Spanjes  meest invloedrijke vrouwen en hervormers van de katholieke kerk. Ruim 500 jaar geleden, in 1515, werd ze geboren in Ávila en precies op deze plek staat nu haar museum.

Je zult het al snel merken, Teresa is overal in Ávila aanwezig. Een van de 15 Teresaplekken in Ávila is Los Cuatro Postes, waaraan een beroemde annekdote is verbonden. Op zevenjarige leeftijd wilde Teresa het martelaarschap bereiken en daarom liep ze met haar broertje weg van huis. Maar een oplettende oom stak hier op het allerlaatste moment een stokje voor. Deze iconische plek bevindt zich op een heuvel en is derhalve een regelrechte aanrader vanwege het magistrale uitzicht op de ommuurde stad. Een andere prominente Teresaplek is haar geboortehuis, dat nu het Convento Santa Teresa is.


Op negentienjarige leeftijd werd Teresa non. Ze sterft op 4 oktober 1582 en haar naamdag wordt  jaarlijks op 15 oktober gevierd. Ze wordt in Spanje vooral geprezen vanwege het hervormen van de Orde der Karmelieten, het stichten van tientallen kloosters en het schrijven van belangrijke mystieke werken. In Nederland had Teresa grote invloed op de in 1985 zalig verklaarde karmeliet Titus Brandsma. 

Proef ook de Yemas de Santa Teresa. Dit zijn heerlijke lokale zoetigheden uit Ávila. Volgens de locals is Chuchi Pasteleria de beste traditionele banketbakkerij van Ávila. Hier hebben ze de lekkerste yemas, kleine typische gebakjes uit Ávila ter ere van Teresia van Ávila. Yemas de Santa Teresa ofwel Yemas de Ávila (dooiers van Ávila) zijn hét perfecte lokale souvenir uit deze streek. Ze zijn in heel Spanje verkrijgbaar, maar worden toch steevast verbonden met de stad Ávila. Ze zijn erg populair door hun opvallende vorm: het zijn kleine oranje bolletjes geserveerd in een wit snoeppapiertje.

Geplaatst in blog over spanje, Spanjeblog, vakantie naar castilla y leon | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

De eerste Romeinse stad in Spanje; Italica

Itálica, vroeger Colonia Aelia Augusta Italicensium was de eerste Romeinse stad van Spanje en is gelegen in de gemeente Santiponce, op ongeveer vijftien autominuten vanaf Sevilla (15 km.). Het amfitheater is goed bewaard gebleven en spectaculair om te zien. Ook zijn er tientallen Romeinse mozaïeken te vinden. Als je een bezoek brengt aan Sevilla, dan mag je Itálica eigenlijk niet missen.

De Romeinse stad werd door Generaal Publio Cornelio Escipión opgericht in het jaar 206 voor Christus. De naam Italica stamt af van Italië omdat zowel de stichter, Escipión alsmede de eerste inwoners daar vandaan kwamen.

De vesting moest tijdens de tweede Punische oorlog (218-201 v. Chr.) dienen als opvangplek voor gewonde soldaten afkomstig uit het nabije Ilipa Magna (het huidige Alcala del Rio). Italica is de oudste Romeinse nederzetting op het Iberisch schiereiland.

Gedurende de daaropvolgende decennia groeide Itálica uit tot de belangrijkste stad in de provincie Baetica. Itálica leverde zelfs twee Romeinse keizers: Trajanus en Hadrianus. Hadrianus liet ook het nieuwe gedeelte van de stad bouwen. Helaas kwam na de bloeiperiode ook verval, door onder andere plunderingen door de Vandalen en de Moren. In de zeventiende eeuw werd dan het dorpje Santiponce gesticht, dat zich bevindt op de oudste delen van Itálica, dat veel uitgestrekter was dan Santiponce nu is.

Romeinse keizers
Itálica groeide uit tot een hele belangrijke stad voor Sevilla, het was dé plek waar de Romeinse  keizers Trajanus en Hadrianus uitbundig genoten van het leven. Dat kun je nog zien aan de redelijk bewaard gebleven bouwwerken. Zo was er een Romeins theater, een amfitheater met plaats voor 24.000 toeschouwers, thermale baden en grote luxe huizen.

Op de opgravingssite kan je heel wat bekijken. Zo is er een heuse woonwijk te bekijken uit de tijd van Hadrianus. Het interessantste zijn hier de prachtige mozaïeken die gewoon nog ter plaatse zijn. Het amfitheater is allicht het indrukwekkendste bouwwerk. Je kan in het centrum van het amfitheater lopen en je kan in een deel van de catacomben wandelen. Er was vroeger plaats voor zo’n 25000 bezoekers.

Er is ook een klein museum aan de opgravingssite verbonden. De interessantste voorwerpen die gevonden zijn, zijn echter overgebracht naar het archeologisch museum in Sevilla zelf.

Opgravingen
Het gebied bestaat uit een oud- en nieuw gedeelte, het oude werd gesticht door Escipión en het nieuwe (toegankelijk voor publiek) door Hadrianus (geboren in het jaar 76 na Christus). Helaas is slechts een deel van de stad opgegraven, het oude gedeelte ligt onder het dorp Santiponce en ook andere gedeeltes zijn nog niet uitgegraven, je kan hier dus makkelijk een echte Romeinse fossiel of steen vinden want de graafmachines gaan niet altijd nauwkeurig te werk.

Itálica is dus heel bijzonder omdat het laat zien hoe belangrijk Sevilla was in de Romeinse tijd, zo´n 2000 jaar geleden. Bij de entree kun je een video over de gebouwen in Italica bekijken, echter is deze alleen in het Spaans.

Hoe kom je in Itálica? 


Met de bus:

Er is een rechtstreekse buslijn naar Italica vanaf busstation Plaza de Armas.
Deze bussen rijden elk half uur (in het weekend om het uur). Bussen naar Plaza de Armas zijn: C1, C2, C3, C4 en 43.

Met de auto 

 Neem de ringweg SE-30 richting Mérida, A-66 en houd links aan richting A-49 Huelva, A-66 Mérida.
Blijf de Ruta de la Plata volgen en neem daarna de afslag Santiponce, Itálica.
Eenmaal in Santiponce volg je de borden, maar let erop dat het Romeinse theater op een afstand van het amfitheater en de ingang van Itálica ligt. Deze kun je beter op een ander moment bezoeken.

Openingstijden

Zomer (van 1 april tot en met 30 september): van dinsdag tot en met zaterdag 08.30 tot 21.00 uur.
Zon- en feestdagen van 09.00 tot 15.00 uur.

Winter (van 1 oktober tot en met 31 maart): van dinsdag tot en met zaterdag 9.00 tot 18.30 uur.
Zon- en feestdagen van 10.00 tot 16.00 uur.

Adres: Avenida Extremadura 2, Santiponce

 

Geplaatst in blog over spanje, Doen in Sevilla, Italica bij Sevilla bezoeken, spanje, Spanjeblog, vakantie naar spanje | Tags: | Een reactie plaatsen

Flamenco, van puur, naar pop, naar jazz en fusión

Flamenco hoort bij het beeld dat we allemaal van Spanje hebben.

Deze zinderende samenvoeging van zang en dans is ontstaan halverwege de achttiende eeuw bij zigeunergezelschappen in Andalusië. Deze zigeunerstammen zijn vermoedelijk gevormd toen er eerdere zigeunerfamilies uit India, Egypte en Noord Afrika emigreerden. De huidige flamenco heeft zonder twijfel invloed van Noord Afrikaanse klanken.

De streek die het historische hart van de flamenco vormt, ligt in de driehoek Sevilla, Jerez en Cádiz. Van daaruit is het door heel Andalusië verspreidt. Ook Granada heeft een eigen flamenco tradities onder de zigeunerfamilies in Sacramonte. Als je naar Spanje gaat, moet je minstens één keer de sfeer van flamenco proeven. Het woord flamenco is niet alleen muziek of dans. Het verwijst naar een levensstijl of zelfs naar een persoon die ongebonden, emotioneel, onvoorspelbaar en anti-burgerlijk is. Een soort bohemien dus.

 

Stijlen

De basis van flamenco is een spontane uiting over de vreugde en het verdriet van alledag. Om een kenner van flamencomuziek te worden zou je je moeten verdiepen in de vele stijlen die zijn ontstaan. Zoals Martinetes die werden gezongen in de smederijen van de oude zigeunerwijk Triana in Sevilla. En bijvoorbeeld de bekende Bulleria of Alegria.

Op het gebied van zang zijn het de liederen, die vaak worden aangeduid als canto hondo, die het meeste aanzien genieten. Letterlijk betekent dit diep gezang en het is dan ook deze stijl waarin de meest diepe emoties naar boven komen. Het is het allerhoogste niveau wat een flamencozanger kan bereiken. Natuurlijk is het de bedoeling dat het publiek zo nu en dan Olé roept want Flamenco is een spontaan groepsgebeuren dat groeit naarmate de gevoelens sterker worden (en de drank rijkelijker vloeit…).

Menging met moderne muziek

In de pure flamenco zijn er twee artiesten die in de jaren zeventig de grondslag hebben gelegd voor een nieuwe, controverse flamingovorm. De briljante Paco de Lucia, bezat een onberispelijke techniek die hem in staat stelde de pure flamenco op eigen wijze te vernieuwen Hij vond inspiratie in een aantal Latijns-Amerikaanse ritmes, werkte samen met internationaal befaamde jazz musici en trad op over de hele wereld.

Voor de pure flamenco was de opkomst van, de uit Cádiz afkomstige jonge zigeuner en canto hondo zanger, Cameron echter nog belangrijker. Hij bouwde een reputatie op door zijn wilde levensstijl. In 1992 overleed de befaamde Cameron de la Isla (dat garnaal betekent omdat hij zo mager was) op 41-jarige leeftijd.

Bij menig internationaal liefhebber van Spaanse muziek en flamenco leven zowel de gitaarklanken van Paco de Lucia als de karakteristieke stem van Cameron voort op een playlist van Spotify of op de mobiele telefoon.

Veel tegenstrijdigheden.

Elke nieuwe uiting van flamenco, in combinatie met andere muziekstijlen, lokt iedere keer weer een storm van protesten uit bij de puristen. Flamencodanser Joaquin Cortes mag met zijn mengeling van flamenco en jazz en moderne dans dan veel publiek trekken in Spanje en ook in het buitenland, fanatieke flamencoliefhebbers omschrijven zijn optredens als onecht.

De laatste jaren zijn er steeds vaker experimenten met flamenco en rock gedaan die inmiddels ook een bloeiend bestaan leiden. Elke zomer worden overal in Zuid Spanje door de overheid gesubsidieerde flamencofestivals gehouden die een geestdriftig publiek trekken.

Ook zie je steeds vaker dat Andalusische zangers zich mengen met Marokkaanse groepen, zoals El Lebrijano met het orkest van Tanger. Jongere flamencoliefhebbers echter waarderen de tegenwoordige fusiongroepen die flamenco combineren met instrumenten als fluit, saxofoon en zelfs viool.

 

De mooiste flamenco uitvoeringen die bij mij persoonlijk een onuitwisbare indruk op hebben gemaakt zijn:

Het optreden van Paco de Lucia met Jan Akkerman in Nederland in de jaren zeventig

Een spontaan optreden van een flamencofamilie in een bar in Jerez de la Frontera, dat daar een dagelijks gebeuren is.

Een gepassioneerd optreden  in een grot van El Sacramonte in Granada, terwijl op de achtergrond het verlichte Alhambra schitterde.

En de kennismaking met de moderne flamenco fusion groep van Sergio de Lope uit Priego de Cordoba.

 

 

 

Geplaatst in blog over malaga, blog over spanje, doen in jerez de la frontera, Doen in Sevilla, Flamenco Andalusië, Flamenco dans, flamenco in Spanje, Flamenco muziek, GRotten in Spanje, jazz in malaga, Spanjeblog, vakantie in andalusie, Zanger Paco de Lucia | Tags: | 1 reactie

Schitterend sprookjesdecor in kristalgrot Geoda de Pulpí

Een grot bezoeken is altijd een avontuur. Zoeken naar iets fascinerends dat je diep onder de grond tegen kunt komen, lopen in het donker terwijl je de vochtige aardegeur opsnuift en vooral niet denken aan wat er zal gebeuren als toevallig op het moment dat jij onder de grond zit, er een aardbeving zal plaatsvinden.

We bezoeken de Geoda de Pulpí in het binnenland van de provincie Almeria. Er is me verteld dat dit de één na grootste Geoda op de wereld is. De allergrootste ligt namelijk in Mexico, maar die kun je niet bezoeken.

    

Gewapend met helm en goede loopschoenen én onder begeleiding van een gids beginnen we de wandeling door de lange schachten van de Mina Rica waar vroeger ijzererts gewonnen werd. Doordat de lange gangen vakkundig zijn gerestaureerd, kun je getuige zijn van hoe de mijnwerkers vroeger onder de grond hun werk deden. De gids vertelt hoe de omstandigheden in die tijd waren en laat ons gebruiksvoorwerpen zien die in de gangen gevonden zijn.

    

Tijdens de 45 minuten durende tocht vertelt ze over interessante elementen in de mineralogie. We ontdekken plooien, mylonieten en breukvlakken, en leren nieuwe termen zoals epsomieten en calcieten Ook worden we gewezen op nieuwe vorming van mineralen.

    

Na dit deel dalen we van het eerste niveau ongeveer vijfenveertig meter lager naar het vierde niveau, waar de gigantische Geode zich bevindt. Om toegang te krijgen tot dat laatste niveau gaan we via verschillende trappen en een ijzeren wenteltrap met 164 treden. Zodra alle treden zijn afgedaald, wachten we op een plateau op ons beurt om de Geode één voor één te kunnen bekijken.  Terwijl ik nog een paar treden afdaal, ontdek ik de eerste grote gypskristallen.

Maar dat is niet het hoogtepunt. In het midden is een klein gat waar ik mijn bovenlichaam doorheen kan wurmen en wat ik dan te zien krijg is een adembenemend sprookjesdecor. Het lijkt of ik in het centrum van een glazen bol bent beland. Alle wanden van de acht bij twee metende grote binnenkant zijn begroeid met transparante gipskristallen, waarvan sommige bijna twee meter lang zijn. Ze vormen één enorm natuurjuweel.

Om het fenomeen te kunnen bewonderen kan ik tot aan mijn middel door het gat naar binnen. Dat betekent dat ik er maar een paar minuten van kan genieten. Want de anderen staan popelend te wachten. Als ik me weer uit het gat hebt gewerkt, kan het niet anders dan dat ik een tijdje stil en onder de indruk ben. Wat een ervaring, wat een fenomeen! Een tijdje later beklimmen we zwijgend de trappen om via de lange schachten weer bij de ingang uit te komen.

In december 1999 ontdekten leden van de Madrid Mineralogist Group deze Geode. Maar ze is pas toegankelijk sinds augustus 2019. Gedurende de tussenliggende twintig jaar zijn er maatregelen getroffen om er voor te zorgen dat de grot niet geplunderd zou worden. Geodes ontstaan door een combinatie van water, mineralen, in dit geval karst, en héél veel tijd. Deze kristalgrot is ontstaan door water, zout en andere mineralen die van nature voorkomen in deze rotsachtige omgeving aan de Middellandse zeekust.

Op weinig plekken ter wereld is er echter zo’n enorme minerale afzetting van kristalvorming ontstaan. En dat de grot ook nog eens bezocht kan worden is natuurlijk een groot privilege!

De duur van het bezoek is ongeveer 90 minuten Het bezoek bestaat uit een rondleiding door de belangrijkste galerijen van de Mina Rica, waar de gids vertelt over geologie, mineralen en geschiedenis. Voor mensen met beperkte mobiliteit is er een lift parallel aan de wenteltrap die vijftien meter scheelt, maar dan er zijn nog steeds 80 treden op en af ​​te gaan. Het is belangrijk om goede wandelschoenen te dragen.

Entree voor kinderen van 8 tot 16 jaar is 10 Euro

Volwassenen 22 Euro

Om teleurstellingen te voorkomen is het raadzaam om van tevoren online te reserveren

In verband met het Covid19 protocol zijn de groepjes niet groter dan 10 personen. Dragen van een mondkapje is uiteraard verplicht.

Rondleidingen zijn alle dagen van de week te reserveren van 09.00 tot 20.30

Locatie: La Mina Ríca,  la Barriada de El Pilar de Jaravia, en la Sierra del Aguilón. Calle Sierra de los Filabres, Pulpí (Almería).

Voor meer informatie in het Engels of om te reserveren, kijk je bij De Geoda van Pulpí

(Gracias Victor Gomez y Iñigo Pedrueza por las fotos que me han eviado para uso de este blog.)

Geplaatst in Grootste Geoda ter wereld, Grot Geoda bezoeken, Grotten in Almeria, GRotten in Spanje, Kristalgrot Almeria, La Geoda de Pulpi, Spanjeblog, vakantie in andalusie, wandelen in andalusie | Tags: , , , | 1 reactie

Spaans smullen in de 7 leukste restaurants van Sevilla

Sevilla is een wereldstad en biedt een ruim assortiment aan goede restaurants. Natuurlijk is tapas hier een begrip, maar ook de internationale keuken hoef je in deze mooie en gezellige stad niet te missen. In dit blog vindt je tips over de 7  beste en origineelste restaurant in Sevilla die ik deze zomer heb mogen bezoeken.

Sevilla staat bekend om haar gevarieerde keuken, de grote hoeveelheid restaurants, barretjes en kroegjes. De Sevillianen nemen echt de tijd voor eten en houden van een aperitief of tapa vooraf.

Opvallend is dat de Sevillianen bijna allemaal tussen twee en vier uur uit eten gaan en ook vaak samen met het gezin, familie, vrienden of collega’s. De gewoonte is om na het middageten even siësta te slapen, want in de zomer is het erg warm en kan die siësta wel duren tot een uur of zeven. Eerder gaat men echt de straat niet op. Om Sevilla optimaal te beleven, ga je gewoon mee in het ritme van de Sevillanen. Tijdens de siësta zijn de winkels gesloten en is het, zeker in de zomer te warm om de straat op te gaan, dus neem je net als de locals de tijd om uitgebreid te lunchen.

Maar waar moet je in Sevilla zijn voor een smakelijke trip als het in de hele stad wemelt van de restaurants? Mijn tip is om in verschillende zones uit eten te gaan. Bijvoorbeeld bij het grote plein Alameda de Hércules en een andere dag in de Trianawijk. Ook is het leuk om eens te eten langs de oever van de brede rivier die Sevilla in tweeën splitst. El barrio de Santa Cruz is ook gezellig, daar kun je ook ´s avonds nog van een cocktail genieten op een van de rooftopbars.

Mijn favoriete restaurants in de Andalusische hoofdstad Sevilla, heb ik voor je op een rij gezet. Ze zijn alle zeven totaal verschillend en hebben toch één ding gemeen: De gezellige Sevillaanse sfeer en vriendelijke bediening.

 

  1. Seis Bar Restaurante

Ik logeerde enkele dagen in het Hotel Inglaterra. Sinds vorig jaar is het hotel een samenwerking aangegaan met het naast gelegen vrij nieuwe restaurant. Er hangt een gezellige sfeer, soms een beetje te zuinig verlicht, maar dat maakt, zeker ´s avonds een etentje weer intiem. Ze bieden een bijzondere kaart met op originele wijze opgediende gerechten. Zo heb ik genoten van de carpaccio van gerookt rundvlees dat met rook en al wordt geserveerd. En de pulpo die ieders aandacht trekt op een knalrode inktvis van keramiek. Seis Bar Restaurante is een plek waar je er de tijd voor moet nemen om optimaal te genieten. In het weekend is er livemuziek.

       

  

 

2. La Cantaora

Eigenlijk is La Cantaora in de eerste plaats een kleine zaal waar een authentieke flamencoshow wordt gehouden. Wil je flamenco in Sevilla beleven, dan is dit te plek ´to  be´. Je beleeft hier een onvergetelijke show waar een danseres en flamencodanser vol passie optreden en de show stelen. Ze worden begeleid door hun zanger en gitarist die zichtbaar emoties en gevoel in de muziek leggen. Er zijn twee opties; Je kunt reserveren om alleen de show te bekijken, of je bestelt het complete arrangement met diner, waar je zeker geen spijt van zult krijgen. Na afloop van de show, als de flamencodansers zich hebben omgekleed, drinken ze vaak nog even iets aan de bar en hebben een persoonlijk gesprek met de cliënten. Het ligt overigens op 10 minuten loopafstand vanaf Hotel Inglaterra.

 

  1. Casa Robles

Dit restaurant dat zijn deuren opende in 1954, is een begrip In Sevilla. Traditioneel, stijlvol en hoog in het vaandel staande Andalusische gastronomie. Tafellinnen, prachtig servies en glaswerk en professionele bediening. Een plek om eens sjiek uit eten te gaan en te genieten van een innovatieve Andalusische keuken op basis van traditionele gerechten. Toen ik het restaurant bezocht werden de borden, servies en glazen door de camarero behandeld met een UV lamp in verband met Covid protocol op hygiëne in de horeca. Een subtiel detail.

                                                               

 

  1. Alfareria 21

Aan de overkant van de rivier, in de Trianawijk bevinden zich nog oude tegelfabriekjes. Het is sowieso leuk om door die wijk heen te slenteren en voor een frisse rebujito bij Alfareria 21 binnen te stappen. Dit gerestaureerde fabriekje is omgebouwd tot restaurant. Sevillaans tegelwerk  geeft het restaurant de sfeer van weleer. Maar de keuken daarentegen is supermodern. Wat je zeker moet proberen zijn de kaasplank met o.a truffelkaas en de huispaté die schitterend wordt opgediend. Ook de brandade van bacalao met graatappelpitten is een aanrader en verassende combinatie. Een opvallend nagerecht is de pina colada. Nee, niet het drankje. Het zijn ananasblokjes die op speciale wijze vacuüm bereid worden met een mix van rum, suiker, kaneel en nog een paar ingrediënten die de kok ons helaas niet wilde verklappen

                                                                           

 

  1. Sal Gorda

Dit is een typisch Sevillaanse bar. Robuuste houten tafels met houten klapstoeltjes, een plek in het centrum, niet ver van de kathedraal waar je makkelijk even naar binnen loopt. Hier raad ik je aan om louter voorgerechten te bestellen. Een beetje het idee van tapas, maar dan wel grotere porties van uiteraard de typische jamon serrano of kazen, maar ook huisgemaakte creaties met croquetas, eendenfoie, pulpo, sardienen en sint jacobsschelpen. Klap op de vuurpijl is het dessert. geserveerd kreeg ik een enorme cacaoboon van verhard glazuur die ik voorzichtig met mijn vork stuk moest tikken om binnenin de smakelijke en romige inhoud met nootjes en chocola te ontdekken. Je kunt bij Sal Gorda beneden, boven of buiten op het terras zitten.

                                                                              

 

  1. Restaurante Cotidiano

Eens strak trendy restaurant met industrieel interieur met veel hout en prettige bruin leren stoeltjes. Veel zachtblauw tinten en wit met bijpassend keramiek servies. Een eerlijke en heerlijke keuken waar je voortreffelijke kwaliteit rundvleesgerechten kunt bestellen. Maar ook hier raad ik je aan om verschillende kleine gerechten te bestellen die je kunt delen. Om zo de fusionkeuken te ontdekken tussen Spaanse en Latijns-Amerikaanse smaken. Leuke en vlotte bediening en intieme hoekjes waar je alle rust van je maaltijd kunt genieten.

                                                                           

  1. Hotel Cortijo Torre de la Reina

Deze cortijo waar je via reservering ook kunt eten, ligt niet in de stad Sevilla, maar ietsje erbuiten. Toch wil ik het graag noemen. De Cortijo uit 1500 is meerdere malen gerestaureerd en doet nu dienst als boetiekhotel met tien kamers. Het wordt door een grote familie gerund en de maaltijden die je ook kunt nuttigen als je niet in het hotel logeert worden geserveerd op de stijlvolle patio van deze oude Sevillaanse boerderij. Voordat je gaat eten kun je een wandeling maken door schitterende tuinen met uitbundig kletterende fonteinen of de kunstgalerie binnen bewonderen. Deze plek is een oase van rust die je de tijd volkomen laat vergeten. Ik at als voorgerecht een smakelijke koude salmorejo en als hoofdgerecht rape (zeeduivel). Het nagerecht wordt bereid naar grootmoeders recept, een leche frita die geflambeerd wordt opgediend en helemaal in de oud Spaanse sfeer op de intieme patio past.

De beste tip die ik je kan geven als je ´s avonds uit eten wilt gaan, is om niet te vroeg in de avond een restaurant te gaan bezoeken. Ook door de week gaan de Spanjaarden zelf niet voor 21.30 uur aan tafel. Dat is eigenlijk het tijdstip waarop je in Sevilla buiten de deur kunt gaan eten.

Buen Provecho!

 

Geplaatst in Beste restaurants in Sevilla, blog over spanje, Gastrobar in Sevilla, leven in spanje, Sevila gastronomie, Spanjeblog, Uit eten in Sevila, wijn uit spanje, wijnreizen spanje | Een reactie plaatsen

De spoorweg die je terugbrengt naar het verleden, de Via Verde in Almeria

Via Verde Guadix – Almendricos (Almeria)

Begin 1900 bestond er in Zuid Spanje een spoorlijn, die liep van Almendricos in de provincie Murcia naar Guadix in de provincie Granada. Deze route, om ijzererts te vervoeren dat uit de mijnen kwam, liep dwars door de Almanzoravallei in Almeria. Het traject dat door de provincie Almeria loopt, is toegankelijk gemaakt als Via Verde. De 38,5 km lange Via Verde voert van het dorpje Fines via Olula del Rio, Purchena, Tijola, Seron naar het eindpunt Hijate. Vijf van deze oude Andalusische plaatsjes hebben een gerestaureerd station dat heden ten dagen dienst doet als bar of restaurant.

 

Deze schitterende route loopt door een vruchtbare vallei, een natuurgebied met amandelbomen, olijfbomen en indrukwekkende vergezichten. Het witte dorpje Seron is het middelpunt en een uitstekende plek om van de plaatselijke gastronomie te genieten. Onderweg word je vergezeld door talloze roofvogels en vlinders en tijdens de route kun je in authentieke dorpjes met vriendelijke Andalusiërs uitrusten of iets gebruiken op de oude stations waar de muren de sfeer van vroeger fluisteren.

 

Van track tot track

Track 1 Fines- Olula del Rio 4,5 km

Zodra je op de fiets zit raak je meteen onder de induk van het heuvelachtige landschap dat gekleurd wordt door amandel- en olijfbomen. Vanuit het historische treinstation van Fines volg je de oude spoorlijn waar in het verleden tonnen ijzererts vanuit de mijnen met de trein werden vervoerd. Zodra je de smaak te pakken hebt, trap je lekker over de Via Verde en geniet je van de prachtige vergezichten . Eenmaal in Olula del Rio kun je de Iglesia van San Sebastian bezoeken en het indrukwekkende Ibañez museum met tientallen werken van de gelijknamige Andalusische schilder.

  

Track 2 Olula del Rio – Purchena 4 km

De oude spoorweg gaat door verschillende kleine spoortunnels en over historische viaducten tot aan het gezellige Andalusische dorpje Purchena waar ooit de Moren heersten. Aan de rand van het dorp bevinden zich de resten van de Moorse Alcazaba, het verdedigingsfort, en in het dorp zelf kun je een kijkje nemen in het Moors Archeologisch Museum. Onderweg zie je veel cortijos, de authentieke Andalusische boerderijen, die wit afsteken tegen de ruige omgeving. Ook vogelliefhebbers worden hier op hun wenken bediend.

     

Track 3 Purchena – Tijola 10 km

Je verlaat Purchena en gaat verder door een dennenbos. Waar je ook fietst of wandelt, de rust en stilte zal je overal vergezellen. De eindstop van deze track is het plaatsje Tijola waar zich de resten van twee kastelen bevinden, El Castillo de la Cerrá en El Castillo de Tijola La Vieja.

  

Tijola werd al bewoond door de Romeinen. Je vindt hier dan ook drie bewaard gebleven Romaanse nederzettingen. In het historisch centrum van het plaatsje zijn een paar prachtige kerkjes die je kunt bezoeken. Ook kun je een verfrissende duik nemen in een groot waterbassin aan de rand van het dorp. Op het station staat nog een oude locomotief van de Spoorwegmaatschappij Renfe die de bezoeker even terug in de tijd brengt.

  

Track 4 Tijola- Seron 8 km

Vanuit Tijola trappen we verder door een glooiend gebied. Halverwege kun je een verfrissende duik nemen in een Aljibe, een waterplaats die de Moren al gebruikten voor irrigatie.

En dan komt het hoogtepunt van de tocht, de plaats Seron waar ooit de Nazari- dynastie regeerde, een van de laatste koningrijken van de Moren in het oude Al Andaluz. Bezoek hier het kasteel op de heuvel waar het dorp omheen is gebouwd, of fiets naar de ijzermijnen van Las Menas. Mocht je in Seron gaan overnachten, breng dan een bezoek aan het Observatorium om de heldere sterrennacht te bestuderen. Dit is ook dé plek om van de Almeriense gastronomie te genieten, de gedroogde hammen en ambachtelijke vleeswaren van Seron zijn er dé specaliteit.

  

Track 5 Seron – Hijate 12 km

Vanaf het pittoreske stationetje van Seron vervolgen we de tocht. Het leuke aan deze route is dat je over vele acuaducten en ijzeren spoorbruggen komt en dat je de spoorlijn van destijds nog werkelijk ziet liggen. De laatste route brengt ons door een omgeving van gewassen waar ook druiven voor wijn worden verbouwd. Moe en voldaan word door de fietsverhuur naar Seron teruggebracht. Bezoek in Seron ook het historisch centrum met een labyrint aan smalle kronkelige straatjes en kleurige patio´s waar de Moorse periode zijn stempel op heeft gedrukt.

Almanzora vallei.

De regio Valle del Almanzora ligt in het binnenland van Almería. De gemeenten die de regio vormen zijn gelegen aan beide zijden van de Almanzora-rivier, die door het hele gebied loopt en er de ruggengraat van is. Het museumdorp Olula del Rio, de plaats Macael met de marmergroeven en het stadje Seron aan de voet van een kasteelruine hoog op een berg zijn plekken die je minstens moet bezoeken.

 

De Almanzora-rivier wordt gemarkeerd door amandelbloesem, sinaasappelbomen en boomgaarden, en biedt qua landschap veel contrasten. De Almanzora-vallei is verbonden met de industriële exploitatie van zijn natuurlijke hulpbronnen, zoals mijnbouw, wijnproductie, olijfproductie, landbouw zoals amandelen of de vleesindustrie. Al dit erfgoed vertegenwoordigt elk op zijn eigen manier de geschiedenis en cultuur van de mensen die deel uitmaken van dit uitgestrekte gebied.

 

Zin gekregen in deze fietstocht?
Je kunt deze tocht zelf organiseren. Fietsen kun je vooraf huren in Seron. Met gids of individueel. Bij DXT Serious  

Deze Via Verde kun je verlengen als je de route verder fietst door de provincie Murcia. Deze fietsroute heeft dezelfde naam; Via Verde Guadix – Almendricos, en voert 24 km verder, van Huercal naar Overa.

Wil je meer weten over Vias Verdes in Spanje? www.viasverdesfietsenwandel.com 

Geplaatst in Almeria informatie, blog over spanje, Fietsen in Andalusië, fietsen in spanje, Spanjeblog, vakantie in andalusie | Tags: , , , | 1 reactie

500 jaar geleden startte vanuit Sevilla een reis die de wereld veranderde

Het zijn dwazen, gekken, avonturiers, gelukszoekers. Nee, het zijn ontdekkingsreizigers en helden!

Het is zeer waarschijnlijk dat dit de woorden waren die de achttien zeelieden hoorden toen ze na een tocht van ruim drie jaar de haven van Sevilla binnen voeren. Ze hadden de eerste zeilreis om de wereld voltooid, die bewees dat de wereld echt rond was. Alleen deze achttien mannen slaagden erin om na talloze tegenslagen en schipbreuken naar dezelfde haven terug te keren waar ze destijds begonnen waren.

Precies 501 jaar geleden vertrok de Portugees Ferdinand Magellaan met een Spaanse vloot voor een ontdekkingsreis die de eerste globalisering van de wereldeconomie een boost zou geven. Op 10 augustus 1519 vertrok de zogenoemde Armada en voer via de Canarische eilanden richting het zuiden. Met vijf zwart geteerde schepen, de Trinidad, San Antonio, Concepcion, Santiago en Victoria zeilde de vloot om bij vuureiland een doorvaart te vinden naar de Stille Oceaan.

Aan boord 250 bemanningsleden met hun hart vol illusie, of misschien angst of zelfs hebzucht. Magellaan was een Portugese vlootkapitein die in Spaanse dienst werkte. Zijn ambitieuze reis rond de wereld werd grotendeels gefinancierd door de Spaanse koning.

Tijdens mijn bezoek aan Sevilla monster ik aan op het schip Nao Victoria, het enige vaartuig dat de tocht overleefd heeft en heb ik een ontmoeting met de reïncarnatie van de stoere ontdekkingsreiziger Magellaan. Al snel stelt hij mij als matroos aan en nodigt me uit hem te vergezellen op zijn wereldreis. Aan boord echter, is het hard werken en het is flink wennen om te leven onder zware Spartaanse omstandigheden.

                                        Straat van Magellaan

Magellaan is een edelman met een grote staat van dienst. De mythische specerijeneilanden zijn zijn grote ambitie. Eenmaal op de eilanden vinden we dan ook nootmuskaat, kruidnagel en peper. De specerijen zijn niet goedkoop. Zodoende bedenkt de bevelgever onderweg het woord “peperduur”. Eigenlijk wil hij proberen om dit gebied in handen te krijgen, dat al jaren wordt gecontroleerd door de Portugezen. Magellaan leeft namelijk al jaren in onmin met de Portugese kroon omdat die zijn reis niet wilden financieren.

Maar gelukkig heeft hij in Spanje wel de kans gekregen om zijn grote plannen te realiseren. Tijdens onze tocht wil hij via een westelijke route een doorgang vinden naar Azië, want de Afrikaanse route langs Kaap de Goede Hoop wordt ook door de Portugezen gecontroleerd. We zeilen maandenlang langs de hele oostkust van Zuid-Amerika naar het zuiden.

Met vijf schepen zeilen we via Kaapverdië naar Brazilië. Daar gaan we op zoek naar een doorvaart om de Stille Oceaan te bereiken. Op dat moment weten we al van het bestaan van deze oceaan. Via een tocht over het land ter hoogte van Panama was dat ooit al aangetoond. Tussen Patagonië en Vuurland stuitten we op een spectaculaire doorgang die veel later bekend wordt als de Straat van Magellaan.

We zeilen met zijn vier boten, want er is inmiddels één schip verloren gegaan, door de smalle zeestraat, die tegenwoordig bekend staat als de Straat Magellaan. We krijgen het zwaar te verduren, want in de zeestraat worden we geteisterd door stormachtige winden. Met drie schepen realiseren we uiteindelijk de doortocht door de moeilijk te bevaren doorgang. De vierde keert namelijk halverwege terug.

Als we met de drie schepen de Grote Oceaan bereiken, hebben we wekenlang geen wind en drijven we doodstil op het water. Zes maanden lang dobberen we over de Stille Oceaan. Dan opeens bereiken ons de passaatwinden en gaat het relatief snel. Na weken alleen zee gezien te hebben bevind ik me op een dag in het kraaiennest. En ja hoor, Land in zicht! roep ik naar mijn kapitein. Uiteindelijk meren we aan in Guam en daarna de in de Filipijnen. Dankzij ruilhandel kunnen we de door ziekte en scheurbuik uitgedunde bemanning weer een beetje op de been helpen. Helaas vindt Magellaan de dood bij een van deze ontmoetingen. Hij wordt op 27 april 1521 met een speer gedood op het eiland Mactan.

Verder onder leiding van een nieuwe held

Samen met de overlevenden en onder bevel van Juan Sebastian Elcano trekken we verder en bereiken we de Molukken. Het rantsoen is schaars en we leven inmiddels op water en scheepsbeschuit. Ratten en ander ongedierte, dat aan boord is gekomen, houden me ´s nachts uit mijn slaap.

Na ruim drie jaar komen we met de Nao Victoria, het enige schip dat de tocht heeft overleefd en met 18 man aan boord, uiteindelijk terug in Sevilla. We worden de rivier de Guadalquivir opgesleept en naar de aanlegplaats tegenover de Trianawijk gebracht om aan te meren. Het schip is vernoemd naar de kerk Santa María de la Victoria de Triana, waar Ferdinand Magellaan voor vertrek zijn trouw zwoer aan keizer Karel V. Juan Sebastian Elcano overhandigt me mijn zeemansgage; een buidel met gouden dukaten en een leren zak met kruiden.

De rest van de bemanning haast zich naar de Kathedraal van Sevilla om te bidden bij de Virgen de la Antigua om te danken dat zij heeft gezorgd dat ze levend hebben mogen terugkeren. Drie jaar eerder, hebben de mannen de kerk ook bezocht en om een goede vaart gebeden. Ze zijn dankbaar dat de Virgen hun wens heeft verhoord. Antonio Pigafetta is een van de overlevenden van de Victoria. Dankzij zijn dagboeken is bekend wat er allemaal gebeurd is tijdens de ontdekkingsreis.

Ik neem afscheid van Elcano met wie ik een bijzondere band heb opgebouwd en beloof hem in de toekomst op te zoeken. Wie weet om dromen van heel andere diepten te verwezenlijken…

Ondanks dat Magellaan de reis niet voltooid heeft, zal de wereldreis altijd met hem verbonden blijven. Daar hebben mijn collega´s kroniekschrijvers voor gezorgd, die zijn heldhaftigheid beschreven. Magellaan was natuurlijk ook van adellijke afkomst en dat kon niet gezegd worden van de overlevende bemanningsleden. Na deze reis werden vele landkaarten, navigatiemappen en geografische boeken herschreven.

Terug in de tijd via theater aan boord.

Om de eerste reis rond de wereld mee te beleven kun je aan boord stappen van de replica van de Nao Victoria in Sevilla en genieten van een vrolijke getheatraliseerde rondleiding. De acteurs bezorgen hun publiek een spannende sprong in de tijd en je ontvangt spelenderwijs enorme veel informatie. Halverwege je reis stap je over naar het bezoekerscentrum dat tegenover het schip gelegen is om je te verdiepen in de details van de eerste wereldreis in de geschiedenis.

Het schip ligt aangemeerd in de Guadalquivir ter hoogte van de stierenvechtersarena. Er is iedere dag een rondleiding om: 10.00, 11.00, 12.00, 13.00, 17.00, 18.00, 19.00, 20.00, 21.00 uur

Prijs: Kinderen tot 11 jaar 3 euro, ouder dan 11 jaar 6 euro. Tickets zijn ook te reserveren bij www.espacioprimeravueltaalmundo.org

klik op deze foto om de reis van Magelaan mee te varen

Voor meer informatie over de eerste reis om de wereld: www.vcentenario.es  

 

Geplaatst in blog over spanje, Doen in Sevilla, Eerste reis om de wereld, Nao Victoria in Sevilla, Reis van Magellaan vanuit Sevilla, Spanjeblog, vakantie in andalusie, vakantie naar spanje, Wereldreis van Magallaan | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Genieten van de Spaans eetcultuur langs de Vias Verdes

Heerlijke wijnen, olijfboomgaarden, uitgestrekte rijstvelden, flamingo’s, kraanvogels én uitmuntende paella. De delta van de Ebro in Catalonië ligt aan de kust. Rust, ruimte en vooral héél Spaans.

WavWSSKt

We zijn na 5 dagen fietsen over de Vía Verde Val de Záfan aangekomen in Sant Carles de la Ràpita, in het hart van de Ebro Delta. En wat hebben we genoten van alle heerlijke gerechten onderweg! Elke keer weer een beloning om naar uit te kijken na een dag vol beproevingen en ervaringen.

Champiñones al Ajillo

De avond voor de start doen we ons tegoed aan een tapasmaaltijd in een gezellig lokaal restaurantje in Puebla de Hijar. Een van onze favorieten zijn de Champiñones al Ajillo, oftewel champions in knoflook. Deze worden gemaakt met de klassieke, witte champions maar kan ook met kastanje champions, cantharellen of oesterzwammen. De overgebleven knoflookolie met peterselie in het bakje blijft heerlijk om je brood je in te  dippen. Mmmm…

unnamed

Zelf maken? Een makkelijk recept  hebben we alvast voor je opgezocht!

Wijnen uit BOT

Terra Alta, onderdeel van de provincie Tarragona, staat bekend om zijn goede wijnen, niet verwonderlijk want je fietst langs kilometers lange velden met wijnranken. Zo kom je langs het plaatsje met de grappige naam Bot, waar Agrícola Sant Josep sinds 1962 gevestigd is en witte en rode wijnen maakt van de druiven uit de omgeving. De kalkgronden en het milde klimaat zorgen voor een goede natuurlijke omgeving voor druivensoorten zoals de Grenache, een duurzame soort.

ebUz5-_p

Zin om zelf een wijntje te gaan proeven? Parkeer je fiets dan bij  Sant Josep;  de witte wijn is een heerlijk frisse afsluiter van de dag!

Meer informatie over de wijnen van Sant Josep

Biologisch eten op Estació de Benifallet

Na twee dagen licht klimmen is de etappe van Cretas naar Benifallet een feestje: alleen maar dalen, heerlijk! De omgeving wordt alsmaar spectaculairder, het grote bergmassief Santa Barbara doemt op en vale gieren zweven boven ons hoofd. Net op tijd arriveren we voor een late lunch bij Estació de Benifallet, een oud station dat is omgebouwd tot hotel met restaurant. In de zomeravonden vinden hier muzikale optredens plaats onder de sterrenhemel, een sprookje! Zo ook het eten, ’s avonds kiezen we voor een menu met biologische producten uit de streek, met de meest verfijnde smaken die je maar kan voorstellen. Opvallend is ook hoe ze op de menukaart aandacht besteden aan alle soorten allergiën, maar liefst 14 hebben we er geteld!

Estació de Benifallet is zeker een stop waard, voor lunch, diner en om er heerlijk te slapen.

Meer informatie over Estació de Benifallet

Jf6HXK6s

Lunchen op niveau in Parador de Tortosa

Op dag vier fietsen we aan het begin van de middag over de rode brug van Tortosa en zien al “ons kasteel” opdoemen, de Parador waar we vannacht mogen slapen. Allerhartelijkst worden we in onze bezwete tenues ontvangen. Na een snelle douche en gehuld in het laatste setje schone kleding gaan we aan tafel in een spectaculaire eetzaal, waar vroeger de ridders en edelvrouwen met elkaar dineerden. En nu wij! Voorname Spaanse families lunchen met kleine kindjes alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Wij doen gezellig mee en verwonderen ons over het prachtige geserveerde eten, opgediend onder zilveren cloches door obers in driedelig kostuum. Wat een bijzondere ervaring!

Meer informatie over Parador de Tortosa

WZDHSb1I

Eindigen met paella uit de Terres del Ebre

Na 5 dagen trappen komen we aan in Sant Carles de la Rápita, een typisch Spaans havenplaatsje aan zee waar vooral de Spanjaarden zelf op vakantie gaan. Er heerst een gezellige drukte en een goede sfeer.

Zeevruchten staan hier overal op het menu, niet verwonderlijk in deze omgeving. En natuurlijk de rijst uit de Ebro Delta zelf. Op het laatste deel van de Val de Záfan route (over de GR99) zou je haast niet in de gaten hebben dat je in Spanje fietst. Het landschap, met de uitgestrekte rijstvelden, de rivier en de palmbomen aan de kant van de weg, doen eerder denken aan Zuidoost-Azië. Hier moet je dus ook genieten van een heerlijke paella, met vis, konijn of kip, waar je van houdt. Of de zwarte versie, gemaakt met inkt van de inktvis.

W6NMMf3L

Een aanrader en een mooie afsluiting van een culinaire fietstocht!

Zelf paella maken? Kijk hier voor een makkelijk paella recept.

Bron: http://www.viasverdesfietsenwandel.com

Auteur: Marjan Gielen

Geplaatst in blog over spanje, fietsen in spanje, spanje, Spanjeblog, vakantie naar spanje | Tags: , | Een reactie plaatsen