De filmsettings in Andalusië voor Netflix serie The Crown.

Hoewel andere series en films vertraging oplopen door het coronavirus, was de vierde reeks van de populaire Netflix-serie al grotendeels opgenomen voordat COVID-19 ontstond. De productie ging vlot door en was dagen eerder klaar dan gepland. Op 20 augustus kondigde Netflix aan dat The Crown seizoen in het najaar zou verschijnen. Op zondag 15 november zat ik er klaar voor!

Netflix zelf bestempelde The Crown in het verleden al meermaals als een peperdure productie en dat is helemaal niet gelogen. De eerste twee seizoenen vormden de duurste ooit voor het streamingskanaal. Per aflevering werd er voor deze series niets minder dan 13 miljoen dollar betaald. Dat is omgerekend zo’n 11 miljoen euro.

Het Britse koningshuis is razend populair en ook ik keek halsreikend uit naar het vierde seizoen, dat zich onder andere richt op de zoektocht naar een geschikte bruid voor prins Charles, het koninklijk huwelijk van Diana en Carlos en de oorlog met Argentinië over de Falklandeilanden.

Het optreden van het personage Diana of Wales, gespeeld door Emma Corrin, was een van de meest verwachte momenten van de serie. Wat minder bekend is, is dat The Crown vorig jaar opnieuw Andalusië koos om opnames te maken, die plaatsvonden in de provincies Malaga, Almeria en Cadiz.

De productie heeft al drie Golden Globes, waarvan twee dankzij de vertolking van de actrices die koningin Elizabeth II hebben gespeeld: Claire Foy in het 1e en 2e seizoen en de Oscar winnende Olivia Colman in het 3e seizoen.

Het is niet eenvoudig om de Andalusische locaties op het scherm te herkennen, maar als je goed kijkt, ontdek je de plaatsten die de Windsors in fictie hebben bezocht:

Malaga

De hoofdstad van de Costa del Sol verwelkomde het team van The Crown in 2019 en het resultaat van een zonnig schietweekend is al te zien in de trailer. Het duurt slechts een paar seconden, maar het is voldoende om de façade van het AC Marriot Málaga Palacio en de straat Molina Lario te herkennen.

Deze setting in het centrum van de hoofdstad is gebruikt om het welkom na te bootsen voor de prinsen van Wales, Charles en Diana, in de Australische stad Brisbane in april 1983. Een elegante Rolls Royce en tientallen extra’s met Britse vlaggen vergezellen op het podium het koninklijk paar.

Enige dagen later, filmt de productie bij het Gran Hotel Miramar, ook in Malaga. Grote vrachtwagens en geluids- en lichtapparatuur bezetten de straten, waar het personeel van het productiebedrijf hun handen vol hadden om de flitsen van fotografen en toeschouwers te vermijden.

Almeria

De plot van dit seizoen is gekenmerkt door de komst van Diana binnen de besloten familiekring en haar turbulente relatie met de Prins van Wales. Tijdens hun eerste officiële reis naar Australië bezocht het stel Ayer’s Rock, een imposante rotsformatie die is nagebouwd in de Tabernas-woestijn in Almeria. De dorre omgeving en een kledingkast die bijna identiek is aan die van de ´royals´ 37 jaar geleden, maken het verschil praktisch niet merkbaar.

Cadiz

In el Campo de Gibraltar, in de stad San Martín del Tesorillo, arriveerde The Crown bijna zonder aankondiging. De bewoners en de burgemeester zelf vernamen pas dat de opnames plaatsvonden in hun gemeente toen ze werden gewaarschuwd voor verkeersopstoppingen op de weg die deze stad met Guadiaro verbindt.

Het is niet de eerste keer dat de serie, geregisseerd door Peter Morgan, kiest voor Andalusië. Het Torremolinos Palacio de Ferias werd in het derde seizoen gebruikt om de luchthaven van Los Angeles in de jaren 60 na te bootsen, maar ze toerde ook door Sevilla, Jerez de la Frontera, Sotogrande en Puerto Real.

Een van de straten van San Juan de Aznalfarache veranderde in het Griekenland van de jaren vijftig, toen prinses Alicia de Battemberg, moeder van Filips van Edinburgh en schoonmoeder van de koningin, als vrijwilligster in een ziekenhuis werkte. De interieurs van deze reeks zijn opgenomen in het klooster van Jerez in Santo Domingo.

Ook in het derde seizoen dienden het majestueuze Hotel Alfonso XIII in Sevilla en de straten van Sotogrande als decor voor de tournee door de Verenigde Staten van prinses Margarita en haar echtgenoot Antony Armstrong-Jones.

Het is zeker niet de eerste productie die aan de Costa del Sol gedraaid wordt. Andalusië heeft als setting gediend voor de serie Game of Thrones , waar ik eerder over schreef en al decenia lang voor films zoals Lawrence of Arabia, Doctor Zhivago en diverse spaghetti westerns.

Geplaatst in Almeria informatie, blog over malaga, blog over spanje, Filmsettings voor de serie The Crown in Andalusië, in Almeria, Netflix opnames The Crown in Andalusië, Opnames in Malaga The Crown, Spanjeblog | Een reactie plaatsen

De kust van Cádiz, unieke stranden en wetlands met een lange geschiedenis

Cadiz is een van de parels van Andalusië, een van de oudste steden van Europa.  Maar behalve de stad biedt ook de provincie een rijkdom aan natuur en historie. Dit keer bezoek ik de kust, de streek tussen Cadiz en Tarifa, de oudst bewoonde kust van Spanje. Een gebied dat al ruim voor Christus bewoond werd door Feniciërs en later door de Romeinen.

De kust van Cadiz is synoniem voor zon, zee, wind en vis. Hier kun je je onderdompelen in het intense leven in de vlekkeloos witte vissersplaatsjes die zijn gelegen aan de Atlantische oceaan. Je kunt er wandelingen maken over de goudgele stranden, de verkoelende en tegelijk zwoele oceaanwind ontmoeten en je te goed doen aan vers gevangen schaal- en schelpdiergerechten.

De zone die ik als eerste bezoek is het natuurpark Bahía de Cádiz, een vlak landschap met een oppervlakte van ruim 10.000 hectare. Het is een groot waterrijk gebied dat bestaat uit stranden, moerassen, zoutpannen, zoetwatermeren en gebieden die vollopen als het vloed is.

Het binnenstromen van de zee in de monding van de rivieren Guadalete en San Pedro, samen met het milde mediterrane klimaat, bepalen de ecologische kenmerken van dit wetland en er is een grote afwisseling van landschap: stranden, duinen en lagunes, moerassen en oeverlandschap die onderlopen.  De ligging tussen Cadiz en de Straat van Gibraltar maakt het tot een geweldig gebied om vogels te observeren die overvliegen tussen Europa en Afrika. Het is de thuisbasis van kleine sterns, stelten, kluten, de elegante flamingo en de visarend.

Zoutpannen

Zoutwinning werd al in de Fenicische tijd in deze baai gedaan. Ook de Romeinen gebruikten het zout voor het conserveren van vis en het produceren van hun garumsaus, (gefermenteerde vissaus) terwijl in de 15e eeuw de bemanning van de zeilboten het zout gebruikten voor het bewaren van voedsel op hun reizen naar Amerika.


De zoutpannenindustrie in de zogenoemde Salinas van de baai kwam echter pas veel later. Tegen het einde van de 19e eeuw was meer dan 10.000 ha moerasland veranderd in ongeveer 150 zoutpannen.

Het leven van veel van de bewoners rond de Bahía draaide rond de salinas, het zorgde voor hun levensonderhoud. Het is leuk om een wandeling over de paden te maken, je ziet de invloed van de salinas op het landschap, er zijn ook Salineras-huizen te zien.


Momenteel heeft de winning van zout plaatsgemaakt voor andere activiteiten zoals het vangen van schelpdieren en vissen langs de kust. In de wijde omgeving worden de garnalen,  schelpdieren , oesters, zeebaars, tong en dorade, gewaardeerd om hun goede kwaliteit. In deze streek zijn de garnalen tortillas, tortilla de camarones, beroemd. Dit zijn kleine platte, gefrituurde koekjes, gemaakt met kikkererwtenmeel en camarones, kleine garnaaltjes.

Stoere tonijnvissers

De fantastische stranden en het natuurpark zijn niet het enige waar de kust bekend om staat. Wie bijvoorbeeld in Spanje Barbate zegt, zegt tonijn. En wat voor tonijn! De blauwvintonijn, atún rojo salvaje, zoals het in Andalusië wordt genoemd, is waar het hier allemaal om draait.

Deze tonijn wordt voor de kust van Barbate, Tarifa, Bolonia, Zahara de los Atunes en nog enkele kustplaatsen in de maanden april, mei en juni op een duurzame manier gevangen, volgens een eeuwenoude manier die la Almadraba´heet.

La Almadraba is een ingenieuze vorm van visvangst die 3000 jaar geleden door de Feniciërs is uitgevonden. Het is een hele kunst om de netten precies zo te plaatsen waar de tonijn vanuit de Atlantische Oceaan komt en op weg gaat naar het warmere water van de Middellandse Zee om te gaan paren. De tonijn wordt door een doolhof van netten geleid totdat ze gevangen zitten in een fuik van netten en omringd zijn door vissersboten.

Als voldoende vissen zich hebben vastgezwommen, wordt het grote net omhoog gehaald en springen de vissers met veel spektakel vanaf hun boten in het water om de gigantische tonijnen binnen te halen. Dit is niet helemaal ongevaarlijk want de tonijnen zijn soms wel drie meter lang en wegen soms meer dan vijfhonderd kilo!

De vangst wordt daarna gesorteerd door ervaren Almadrabavissers. Alleen de grote vissen worden gehouden voor consumptie, de kleinere vissen worden weer in het water teruggegooid. Op deze manier wordt de visstand op peil gehouden.

Langs de hele kust van Cadiz staat de delicatesse rode tonijn die ook Almandraba wordt genoemd op de kaart. Je kunt hem gebakken, even dichtgeschroeid (tataki) of rauw (als tartar) bestellen.

Ik sluit mijn tocht af met een strandwandeling langs de blauwe oceaan met zijn bruisende branding. Bij Tarifa tekenen de contouren van het Afrikaanse vasteland zo helder af, alsof ik ze met mijn handen aan kan raken. De kuststreek van Cadiz is een van oudsher bekende smokkelgebied. Dat er heden ten dage ook nog gesmokkeld zou worden, wordt door de Guardia Civil niet geheel ontkend…

Baelo Claudio

In de duinen van het strand van Bolonia ligt een archeologische verrassing op me te wachten; Baelo Claudio. Het is een van de best bewaard gebleven Romeinse nederzettingen van Europa. Tijdens mijn rondwandeling ontdek ik een theater, drie tempels en zelfs een oude visfabriek uit de tweede eeuw voor Christus. Baelo Claudio werd ongeveer 2000 jaar geleden gesticht en was onderdeel van de provincie Hispania Baetica.

Oorspronkelijk was het een vissersplaats waar de geliefde vissaus Garum werd gemaakt. Door een aantal vloedgolven en aardbevingen is de stad die onder keizer Claudius een welvarende gemeenschap was, in verval geraakt.

Ik neem plaats op het terras van het restaurant dat direct tegenover de resten van de oude stad liggen en bestel mijn lievelingsgerecht: tartar de atun rojo. Ook de typische ortiguillas del mar, gefrituurde zeeanemoon, laat ik me uitstekend smaken.

Onder het genot van een glaasje witte wijn uit Cadiz, zie ik hoe langzaam de zon aan de horizon ondergaat en de Andalusische lucht oranje en roze kleurt. Een prachtig spektakel van kleuren dat mijn dag aan de kust van Cadiz afsluit.

Geplaatst in Baelo Claudio romeinse nederzetting in andalusië, dolfijnen en walvissen spotten in andalusie, spanje, Spanjeblog, Tonijnvangst Kust van Cadiz, vakantie in andalusie, whalewatching andalucia, zoutwinning andalusië | 2 reacties

Observeer de heldere hemel vanaf sterrenwacht Calar Alto in Almeria

Afgelopen zomer bezocht ik in de provincie Almeria het astronomisch centrum Calar Alto. Je kunt er met de auto komen maar ik wandelde met een gids via een stijl bergpad aan de zuidelijke kant van het gebergte dat ons naar de 2168 hoge top bracht.

Het is in de vooravond en onderweg schieten berggeiten voor ons langs en zie ik hier en daar zwijnen tussen de struiken snuffelen.

Wandelgids Carlos vertelt ondermeer dat er in de Sierra de Filabres meer dan 2000 plantensoorten te vinden zijn. Onderweg geniet ik van het uitzicht over spectaculaire ravijnen en canyons en een schitterende zonsondergang.

Als het bijna donker is, arriveren we op het hoogste punt waar een astronoom op ons staat te wachten. We zijn niet de enigen, want het is de nacht van de Perseïden en menigeen is naar de sterrenwacht gekomen om ´vallende sterren´ te zien en een wens te doen.

De gepassioneerde astronoom heeft al de gehele dag naar het moment uitgekeken dat de zon eindelijk achter de horizon verdween en is uitermate enthousiast omdat het een avond met wolkeloze heldere hemel is. Hij heeft zijn eigen veldtelescoop meegenomen. Een speelgoeddingetje vergeleken bij de enorme reuzen die ons omringen.


De Spaans-Duitse Sterrenwacht Calar Alto, genesteld onder de bevoorrechte hemel, op een hoogvlakte van 2168 m boven de zeespiegel, is de belangrijkste sterrenwacht van het Europese continent. Het bestaat iets meer dan veertig jaar en heeft flink bijgedragen tot de ontwikkeling van de astronomie in Spanje.

Het wordt gezamenlijk gebruikt met het Max-Planck Instituut voor Astronomie in Heidelberg en het Instituut voor Astrofysica van Andalusië, in Granada en staat digital in verbinding met universiteiten over de hele wereld.

De sterrenwacht geniet van het voordeel wat het klimaat van Almeria biedt, droge en onbewolkte hemels, wat het mogelijk maakt om meer dan 200 nachten per jaar observaties uit te voeren. De plaats van de sterrenwacht is ideaal voor nachtelijke observaties door de volledige duisternis.

Het is niet voor niets dat amateurs en professionele astronomen graag naar Calar Alto komen. De lucht boven het gebergte is zuiver en de nachten zijn donker. Dit grootste astronomische complex van Europa ligt ver van alle lichtvervuiling, en biedt het perfecte uitzicht om de majestueuze nachtelijke hemel vast te leggen.

´In de astronomie kijken we weg naar het verleden. We kunnen leren hoe sterrenstelsels zich in de vroege stadia van de universumgeschiedenis bevonden,´ vertelt de astronoom enthousiast. De luchtvochtigheid is laag in dit deel van Almeria en de nachten in de zomer relatief lang en donker.

En last but not least: Andalusië ligt voor een astronoom om de hoek in vergelijking met andere goede bestemmingen om de sterren te bekijken zoals Chili en Hawaï.

Als ik met de telelens naar de hemel kijk, zie ik de nevels van het Melkwegstelsel. Dat is op veel plekken onmogelijk.  Even later laat de astronoom ons zien waar Saturnus en Jupiter zich bevinden en haalt hij de planeten dichtbij door ons door de lens te laten kijken.

Ondertussen tel ik zestien vallende sterren! Dit is mijn gaafste indruk van hoe mooi de hemel kan zijn. Diep onder de indruk bestudeer ik het heldere universum. Wat voel ik me nietig. Even na middernacht dalen we af naar het hotel dat op een klein uurtje afstand in de bergen ligt.

Maar het is nog niet klaar want de volgende morgen gaan we opnieuw naar het centrum en bezoeken we de enorme telescopen. Caltar Alto beschikt over drie telescopen met openingen van 1.2m, 2.2m en 3.5m, de laatste van wel 45 meter hoog.

Terwijl ik over de winderige vlakte loop, voelt het of ik in een futuristische film ben beland.

Je kunt een rondleiding reserveren bij de organisatie Azimuth. Zij hebben professionele gidsen die diverse talen spreken. Tijdens de begeleide tour wordt er duidelijke uitleg gegeven over astronomie en wordt het interieur van de reusachtige telescopen bezocht.

Het Observatorium van Calar Alto ligt in de gemeente Gérgal 04550, op een uur rijden van Almeria.

Bekijk hier de video

Met dank aan Iñigo Pedrueza van El Giroscopo Viajero voor een deel van de fotos.

En dank aan Turismo Andaluz die dit bezoek voor me mogelijk heeft gemaakt.

Geplaatst in Almeria informatie, blog over spanje, in Almeria, leven in spanje, Observatorium in Andalusië, spanje, Spanjeblog, Sterren kijken in Almeria, Sterrenwacht Calar Alto, vakantie in andalusie, vakantie naar spanje | Tags: | 1 reactie

Verhuizen naar Spanje tijdens Corona

Verhuizen naar Spanje tijdens corona

Iedereen droomt er wel eens van om te verhuizen naar Spanje. Het klimaat, het eten, de cultuur, en natuurlijk de huizenprijzen. Genoeg redenen om te verhuizen dus. Misschien denk je:  “waarom zit ik hier eigenlijk nog? Vamos a España!”. Helaas gaat dat met Covid-19 ietsjes lastiger. Maar toch kan het. Sirelo zal je uitleggen hoe je alsnog naar Spanje kan verhuizen ondanks de coronacrisis!

Wat kost een verhuizing naar Spanje?

Naar Spanje verhuizen kost gemiddeld tussen de € 4000,- en € 7000,-. Een exacte prijs van je verhuizing kan je nooit van tevoren berekenen, omdat er verschillende factoren betrokken zijn. Het hangt er van af hoeveel inboedel je gaat verhuizen en de afstand naar je bestemming in Spanje vanaf je huidige woning. Wil je naar één van de Spaanse eilanden verhuizen? Dan moet je dieper in je buidel tasten, omdat zo’n verhuizing per container gebeurd en dus ook per containerschip.

TIP: Wil je precies weten hoeveel je verhuizing zal gaan kosten? Aarzel niet om bij verschillende verhuisbedrijven offerte aanvragen te doen om te kijken hoeveel je verhuizing zal gaan kosten.

Aanvragen van een NIE (Número de Identificación de Extranjeros)

Als je langer dan 3 maanden verblijft in Spanje, moet je inschrijven bij de Commissariaat van de Nationale Politie afhankelijk van de gemeente waar je woont of de kantoor gevestigd is. Ondanks corona in Spanje is het nog steeds mogelijk om een afspraak te maken op kantoor. Met dit NIE-nummer kun je praktisch alle belangrijke zaken regelen in Spanje zoals het kopen van een huis, een bankrekening openen of abonnementen. Je kan het vergelijken met een BSN in Nederland.

TIP: Het is ook mogelijk om ruim voor je vertrek naar Spanje in Nederland bij de Spaanse Ambassade of het Consulaat een NIE-nummer aan te vragen. Je kan hiervoor een afspraak maken.

Is het mogelijk om naar Spanje te verhuizen tijdens corona?

Ondanks de coronacrisis is het nog steeds mogelijk om te verhuizen naar Spanje. Let wel op dat het reisadvies continu kan veranderen. Het is aangeraden om de website van Nederland Wereldwijd in de gaten te houden. Daar geeft de overheid regelmatig updates over het reisadvies naar Spanje.

Geldt er code geel voor Spanje? Dan kan je verhuizen naar Spanje zonder enige problemen. Neem vooralsnog de maatregelen in acht en draag te allen tijde een mondkapje en neem afstand.

Geldt er code oranje voor Spanje? Dan mag je alleen om noodzakelijke redenen naar Spanje reizen. Een verhuizing is dus niet heel noodzakelijk. Ook mag je niet zomaar op straat komen zonder medische of noodzakelijke reden. De Spaanse overheid treedt hard op tegen mensen die de regels negeren.

Annuleren of verplaatsen van de verhuizing door corona

Het is begrijpelijk dat je door de omstandigheden je verhuizing wil annuleren of verplaatsen. Je wil immers geen risico nemen op een dichte grens of jouw gezondheid en die van je gezin of verhuizers in gevaar brengen. Het is aangeraden om op tijd contact op te nemen met het verhuisbedrijf. Hoe sneller zij er op de hoogte van zijn, hoe beter. Soms rekenen erkende verhuisbedrijven ook kosten voor het annuleren. Je betaalt dan een percentage van de verhuiskosten. Dit zijn de kosten:

Meer dan 30 dagen voor de verhuizing 15 %

14 tot 30 dagen voor de verhuizing 50%

7 tot 14 dagen voor de verhuizing 75 %

Minder dan 7 dagen voor de verhuizing 100%

Adiós Holanda!

Hopelijk ben je wijzer geworden en heb je een beter beeld over het verhuizen naar Spanje ondanks de coronacrisis. Helaas heeft niemand een glazen bol om te voorspellen wat de toekomst zal gaan brengen. Tot die tijd is het afwachten en alle maatregelen zo goed mogelijk in acht nemen. Mocht je de stap alsnog overwegen om te verhuizen, hou dan rekening met eventuele vertragingen en hou vooral rekening elkaar en breng niemands gezondheid in gevaar. Wie weet zwaai jij binnenkort Nederland uit.. Adiós Holanda..!

Dit gastblog is geschreven door Kalam Salim. Hij is werkzaam bij Sirelo verhuizingen.

Geplaatst in blog over spanje, leven in spanje, Spaans leren, Spaanse talencursus, spanje, Spanjeblog, wonen in spanje | Een reactie plaatsen

Pilaar van mijn Leven

Mijn nieuwe roman Pilaar van mijn Leven is in oktober 2020 uitgekomen.

De presentatie vond plaats in het cultureel centrum Finca El Porton in samenwerking met de afdeling cultuur van de gemeente Alhaurin de la Torre in de provincie Malaga.

Het verhaal van de Spaanse Maria begint in de Dominicaanse Republiek waar ze samen met vrienden de as van haar overleden man Eduardo uitstrooit. Hier begint het rouwproces van de weduwe die niets liever wil dan alle mooie herinneringen koesteren, maar tegelijk haar eigen leven weer op de rit probeert te krijgen. Door ervaringen die ze met haar vrienden deelt, krijg je een levendig beeld van de tropische sfeer en de mooie tijd die ze hier met Eduardo heeft doorgebracht. Hoewel de reis oorspronkelijk bedoeld is als afsluiting van een intens verdrietige periode, blijkt het uiteindelijk het begin van een nieuwe levensfase.

Eenmaal weer terug in Sevilla pakt Maria zo goed ze kan de draad weer op. Ondanks haar verdriet is ze vastbesloten iets van de rest van haar leven te maken.

Dag na dag overwinnen is een uitdaging. Terwijl ze de eerste rouwfases probeert te verwerken en de relatie met Eduardo op gezette tijden idealiseert, komt ze doordat ze bewust het hele proces aan dat rouw met zich meebrengt aangaat, stap voor stap tot acceptatie.

Het verlangen om terug te keren naar Santo Domingo blijkt zo sterk, dat ze een half jaar later opnieuw haar koffers pakt. Dit keer biedt haar werk als journaliste een welkom excuus om weer terug te keren. De zoektocht naar de voetsporen van Columbus, waarover ze in opdracht gaat schrijven, is een boeiend verhaal op zichzelf. Het verblijf in Santo Domingo verloopt niet helemaal zoals Maria verwacht, maar met haar herwonnen zelfbewustzijn meestert ze ook de meest pijnlijke en teleurstellende situaties. Ze neemt het heft steeds weer in eigen handen en keert uiteindelijk vol zelfvertrouwen terug naar Sevilla.

De schrijfster is een meester in het maken van kleurrijke, sfeervolle plaatjes van natuur, cultuur en stad. De mensen op straat en de oude gebouwen, de stranden en gezellige cafés geven het verhaal een levendige achtergrond, die de lezer het gevoel geeft zelf op reis te zijn.

Deze vlot te lezen roman gaat niet alleen over rouwverwerking en zelfvinding, maar is het verhaal van een zelfstandige geëmancipeerde vrouw die vastbesloten is uit het leven te halen wat erin zit.

Marion beschrijft haar hartverscheurende ervaringen met een opmerkelijke eerlijkheid. Ze wil de lezer haar het kostbaarste bezit schenken dat zij heeft: haar herinneringen. Dit boek breekt je hart maar geeft ook hoop. Het vertelt het persoonlijke verhaal dat iedereen die veerkracht na een verlies zou willen leren ontwikkelen, zou moeten lezen.

Het boek Pilaar van mijn Leven is vanaf 15 oktober 2020 verkrijgbaar bij iedere boekwinkel in Nederland en België en Bol.com via

ISBN 978-94-6000-152-9.

Je kunt het boek ook direct bij mij bestellen.

Geplaatst in blog over spanje, Eerste reis om de wereld, leven in spanje, spanje, Spanjeblog, wonen in spanje | Een reactie plaatsen

In de voetsporen van Santa Teresa de Avila

Ávila is wereldberoemd vanwege haar middeleeuwse stadsmuren die de gehele oude binnenstad omringen.  Sinds 1985 is het een Unesco-stad en worden haar muren en talloze nationale monumenten beschermt. Gelegen op 1131 meter hoogte is Ávila de hoogstgelegen provinciehoofdstad van Spanje.

DE BEROEMDE STADSMUREN VAN AVILA

Wie de stad nadert en de machtige ring van 88 torens en 9 poorten ziet oprijzen, begrijpt waarom Ávila zoveel bezoekers trekt. De 12e eeuwse muren van ruim 2,5 kilometer zijn een schitterend en volledig in tact. Voor de meeste bezoekers is Centro de Recepción de Visitantes het startpunt om het historisch centrum te bezoeken. Dat wil zeggen als je binnen de muren wilt lopen, want je kunt er ook voor kiezen om vanaf de buitenkant via een wandelpad langs de stadsmuren te lopen. Deze flinke wandeling van ruim drie kilometer voert naar verschillende stadspoorten die toegang verlenen tot de oude binnenstad.

Achter de middeleeuwse muren ligt het indrukwekkende historisch centrum met romaanse architectuur, gotische kerken, kloosters, musea, en renaissancistische paleisen. Neem zeker een kijkje in Palacio de los Veladas dat pal naast de kathedraal ligt. Het is een prachtig voorbeeld van een renaissancistische paleis dat nu dienst doet als viersterrenhotel. Het zal je niet verbazen dat de formidabele patio een geliefd lunch- en dinerstekje is. En als je daar toch bent, neem dan ook een kijkje in de gotische kathedraal waarvan het retabel en de kloostergalerij binnen speciale aandacht verdienen. Daarna is het tijd om jezelf te trakteren op yemas bij het nabijgelegen La Flor de Castillade aan de Plaza de José Tomé. 


De Muralla de Ávila omringt de oude stad van Ávila volledig. In totaal een oppervlakte van meer dan 2,5 kilometer. De muren zijn drie meter dik en twaalf meter hoog en omvatten negen torens en verscheidene toegangspoorten. Bekende poorten zijn de Puerta de San Vicente en de Puerta del Alcázar die geflankeerd worden door tweelingtorens. Met de bouw van de muren werd begonnen in 1090 en in de 12e eeuw werden ze herbouwd in romaanse stijl. Je kunt om de muren heen lopen of juist bovenop de muren gaan lopen

Kathedraal
Ook de kathedraal  maakt deel uit van de stadsmuren van Ávila. De bouw van de Catedral de Cristo Salvador startte in 1091 en is pas volbracht in de 16e eeuw. De bouwstijl is grotendeels gotisch. Tot de bezienswaardigheden behoren het Sepulcro de Alonso de Madrigal (een fraai beeld in plateresco van Vasco de la Zarza), de retabel en de kloostergalerij. Entree 3 euro.



Palacio de los Velada
Dit 16e eeuw renaissancistische paleis dat nu dienst doet als hotel en restaurant ligt op een steenworp afstand van de kathedraal. De schitterende patio is een geliefde plek om te lunchen of te dineren. Stap zeker even binnen om sfeer te proeven en de fraaie patio te bewonderen.  



Convento de Santa Teresa
Dit klooster werd gebouwd in 1636 op de plek waar Santa Teresa in 1515 werd geboren. Dit interessante museum biedt uitgebreide informatie over het leven van de beroemde Teresa verdeeld over drie secties: de kerk, een relikwie-ruimte en een museum. Tot de hoogtepunten behoren een kapel die gebouwd werd over de kamer waar Teresa werd geboren en een opmerkelijke relikwie in de vorm van een vinger met ring…



Palacio de los Serrano
Dit renaissancistische paleis (nu een cultureel centrum) werd gebouwd in 1557. Palacio de los Serrano behoorde toe aan de wethouder Pedro Álvarez Serrano. De patio is zeker een reden om hier even binnen te stappen. 
Basílica de San Vicente
Deze fraaie romaanse kerk (sinds 1882 een Nationaal Monument) werd gebouwd in de 12e eeuw op de plek waar San Vicente, Sabina en Cristeta in 306 de marteldood zijn gestorven. De kerk bevindt zich net buiten de stadsmuur. 



Iglesia de San Pedro
Deze romaanse kerk bevindt zich aan de Plaza de Santa Teresa, ook net buiten de stadsmuren gelegen. De bouw van deze mooie kerk begon in 1100 en werd vermoedelijk in 1130 voltooid. 

Los Cuatro Postes
Ten noordwesten van de stad in de richtig van Salamanca vinden we het momunent Los Cuatros Postes, zowel een heiligdom als uitzichtspunt. Vanaf Cuatro Postes heb je het mooiste uitzicht op Ávila. 


IN DE VOETSPOREN VAN DE HEILIGE TERESA

Ávila is bovenal de stad van Teresa de Ávila (in het Nederlands: Theresia van Ávila). De heilige Theresia geldt als Spanjes  meest invloedrijke vrouwen en hervormers van de katholieke kerk. Ruim 500 jaar geleden, in 1515, werd ze geboren in Ávila en precies op deze plek staat nu haar museum.

Je zult het al snel merken, Teresa is overal in Ávila aanwezig. Een van de 15 Teresaplekken in Ávila is Los Cuatro Postes, waaraan een beroemde annekdote is verbonden. Op zevenjarige leeftijd wilde Teresa het martelaarschap bereiken en daarom liep ze met haar broertje weg van huis. Maar een oplettende oom stak hier op het allerlaatste moment een stokje voor. Deze iconische plek bevindt zich op een heuvel en is derhalve een regelrechte aanrader vanwege het magistrale uitzicht op de ommuurde stad. Een andere prominente Teresaplek is haar geboortehuis, dat nu het Convento Santa Teresa is.


Op negentienjarige leeftijd werd Teresa non. Ze sterft op 4 oktober 1582 en haar naamdag wordt  jaarlijks op 15 oktober gevierd. Ze wordt in Spanje vooral geprezen vanwege het hervormen van de Orde der Karmelieten, het stichten van tientallen kloosters en het schrijven van belangrijke mystieke werken. In Nederland had Teresa grote invloed op de in 1985 zalig verklaarde karmeliet Titus Brandsma. 

Proef ook de Yemas de Santa Teresa. Dit zijn heerlijke lokale zoetigheden uit Ávila. Volgens de locals is Chuchi Pasteleria de beste traditionele banketbakkerij van Ávila. Hier hebben ze de lekkerste yemas, kleine typische gebakjes uit Ávila ter ere van Teresia van Ávila. Yemas de Santa Teresa ofwel Yemas de Ávila (dooiers van Ávila) zijn hét perfecte lokale souvenir uit deze streek. Ze zijn in heel Spanje verkrijgbaar, maar worden toch steevast verbonden met de stad Ávila. Ze zijn erg populair door hun opvallende vorm: het zijn kleine oranje bolletjes geserveerd in een wit snoeppapiertje.

Geplaatst in blog over spanje, Spanjeblog, vakantie naar castilla y leon | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

De eerste Romeinse stad in Spanje; Italica

Itálica, vroeger Colonia Aelia Augusta Italicensium was de eerste Romeinse stad van Spanje en is gelegen in de gemeente Santiponce, op ongeveer vijftien autominuten vanaf Sevilla (15 km.). Het amfitheater is goed bewaard gebleven en spectaculair om te zien. Ook zijn er tientallen Romeinse mozaïeken te vinden. Als je een bezoek brengt aan Sevilla, dan mag je Itálica eigenlijk niet missen.

De Romeinse stad werd door Generaal Publio Cornelio Escipión opgericht in het jaar 206 voor Christus. De naam Italica stamt af van Italië omdat zowel de stichter, Escipión alsmede de eerste inwoners daar vandaan kwamen.

De vesting moest tijdens de tweede Punische oorlog (218-201 v. Chr.) dienen als opvangplek voor gewonde soldaten afkomstig uit het nabije Ilipa Magna (het huidige Alcala del Rio). Italica is de oudste Romeinse nederzetting op het Iberisch schiereiland.

Gedurende de daaropvolgende decennia groeide Itálica uit tot de belangrijkste stad in de provincie Baetica. Itálica leverde zelfs twee Romeinse keizers: Trajanus en Hadrianus. Hadrianus liet ook het nieuwe gedeelte van de stad bouwen. Helaas kwam na de bloeiperiode ook verval, door onder andere plunderingen door de Vandalen en de Moren. In de zeventiende eeuw werd dan het dorpje Santiponce gesticht, dat zich bevindt op de oudste delen van Itálica, dat veel uitgestrekter was dan Santiponce nu is.

Romeinse keizers
Itálica groeide uit tot een hele belangrijke stad voor Sevilla, het was dé plek waar de Romeinse  keizers Trajanus en Hadrianus uitbundig genoten van het leven. Dat kun je nog zien aan de redelijk bewaard gebleven bouwwerken. Zo was er een Romeins theater, een amfitheater met plaats voor 24.000 toeschouwers, thermale baden en grote luxe huizen.

Op de opgravingssite kan je heel wat bekijken. Zo is er een heuse woonwijk te bekijken uit de tijd van Hadrianus. Het interessantste zijn hier de prachtige mozaïeken die gewoon nog ter plaatse zijn. Het amfitheater is allicht het indrukwekkendste bouwwerk. Je kan in het centrum van het amfitheater lopen en je kan in een deel van de catacomben wandelen. Er was vroeger plaats voor zo’n 25000 bezoekers.

Er is ook een klein museum aan de opgravingssite verbonden. De interessantste voorwerpen die gevonden zijn, zijn echter overgebracht naar het archeologisch museum in Sevilla zelf.

Opgravingen
Het gebied bestaat uit een oud- en nieuw gedeelte, het oude werd gesticht door Escipión en het nieuwe (toegankelijk voor publiek) door Hadrianus (geboren in het jaar 76 na Christus). Helaas is slechts een deel van de stad opgegraven, het oude gedeelte ligt onder het dorp Santiponce en ook andere gedeeltes zijn nog niet uitgegraven, je kan hier dus makkelijk een echte Romeinse fossiel of steen vinden want de graafmachines gaan niet altijd nauwkeurig te werk.

Itálica is dus heel bijzonder omdat het laat zien hoe belangrijk Sevilla was in de Romeinse tijd, zo´n 2000 jaar geleden. Bij de entree kun je een video over de gebouwen in Italica bekijken, echter is deze alleen in het Spaans.

Hoe kom je in Itálica? 


Met de bus:

Er is een rechtstreekse buslijn naar Italica vanaf busstation Plaza de Armas.
Deze bussen rijden elk half uur (in het weekend om het uur). Bussen naar Plaza de Armas zijn: C1, C2, C3, C4 en 43.

Met de auto 

 Neem de ringweg SE-30 richting Mérida, A-66 en houd links aan richting A-49 Huelva, A-66 Mérida.
Blijf de Ruta de la Plata volgen en neem daarna de afslag Santiponce, Itálica.
Eenmaal in Santiponce volg je de borden, maar let erop dat het Romeinse theater op een afstand van het amfitheater en de ingang van Itálica ligt. Deze kun je beter op een ander moment bezoeken.

Openingstijden

Zomer (van 1 april tot en met 30 september): van dinsdag tot en met zaterdag 08.30 tot 21.00 uur.
Zon- en feestdagen van 09.00 tot 15.00 uur.

Winter (van 1 oktober tot en met 31 maart): van dinsdag tot en met zaterdag 9.00 tot 18.30 uur.
Zon- en feestdagen van 10.00 tot 16.00 uur.

Adres: Avenida Extremadura 2, Santiponce

 

Geplaatst in blog over spanje, Doen in Sevilla, Italica bij Sevilla bezoeken, spanje, Spanjeblog, vakantie naar spanje | Tags: | Een reactie plaatsen

Flamenco, van puur, naar pop, naar jazz en fusión

Flamenco hoort bij het beeld dat we allemaal van Spanje hebben.

Deze zinderende samenvoeging van zang en dans is ontstaan halverwege de achttiende eeuw bij zigeunergezelschappen in Andalusië. Deze zigeunerstammen zijn vermoedelijk gevormd toen er eerdere zigeunerfamilies uit India, Egypte en Noord Afrika emigreerden. De huidige flamenco heeft zonder twijfel invloed van Noord Afrikaanse klanken.

De streek die het historische hart van de flamenco vormt, ligt in de driehoek Sevilla, Jerez en Cádiz. Van daaruit is het door heel Andalusië verspreidt. Ook Granada heeft een eigen flamenco tradities onder de zigeunerfamilies in Sacramonte. Als je naar Spanje gaat, moet je minstens één keer de sfeer van flamenco proeven. Het woord flamenco is niet alleen muziek of dans. Het verwijst naar een levensstijl of zelfs naar een persoon die ongebonden, emotioneel, onvoorspelbaar en anti-burgerlijk is. Een soort bohemien dus.

 

Stijlen

De basis van flamenco is een spontane uiting over de vreugde en het verdriet van alledag. Om een kenner van flamencomuziek te worden zou je je moeten verdiepen in de vele stijlen die zijn ontstaan. Zoals Martinetes die werden gezongen in de smederijen van de oude zigeunerwijk Triana in Sevilla. En bijvoorbeeld de bekende Bulleria of Alegria.

Op het gebied van zang zijn het de liederen, die vaak worden aangeduid als canto hondo, die het meeste aanzien genieten. Letterlijk betekent dit diep gezang en het is dan ook deze stijl waarin de meest diepe emoties naar boven komen. Het is het allerhoogste niveau wat een flamencozanger kan bereiken. Natuurlijk is het de bedoeling dat het publiek zo nu en dan Olé roept want Flamenco is een spontaan groepsgebeuren dat groeit naarmate de gevoelens sterker worden (en de drank rijkelijker vloeit…).

Menging met moderne muziek

In de pure flamenco zijn er twee artiesten die in de jaren zeventig de grondslag hebben gelegd voor een nieuwe, controverse flamingovorm. De briljante Paco de Lucia, bezat een onberispelijke techniek die hem in staat stelde de pure flamenco op eigen wijze te vernieuwen Hij vond inspiratie in een aantal Latijns-Amerikaanse ritmes, werkte samen met internationaal befaamde jazz musici en trad op over de hele wereld.

Voor de pure flamenco was de opkomst van, de uit Cádiz afkomstige jonge zigeuner en canto hondo zanger, Cameron echter nog belangrijker. Hij bouwde een reputatie op door zijn wilde levensstijl. In 1992 overleed de befaamde Cameron de la Isla (dat garnaal betekent omdat hij zo mager was) op 41-jarige leeftijd.

Bij menig internationaal liefhebber van Spaanse muziek en flamenco leven zowel de gitaarklanken van Paco de Lucia als de karakteristieke stem van Cameron voort op een playlist van Spotify of op de mobiele telefoon.

Veel tegenstrijdigheden.

Elke nieuwe uiting van flamenco, in combinatie met andere muziekstijlen, lokt iedere keer weer een storm van protesten uit bij de puristen. Flamencodanser Joaquin Cortes mag met zijn mengeling van flamenco en jazz en moderne dans dan veel publiek trekken in Spanje en ook in het buitenland, fanatieke flamencoliefhebbers omschrijven zijn optredens als onecht.

De laatste jaren zijn er steeds vaker experimenten met flamenco en rock gedaan die inmiddels ook een bloeiend bestaan leiden. Elke zomer worden overal in Zuid Spanje door de overheid gesubsidieerde flamencofestivals gehouden die een geestdriftig publiek trekken.

Ook zie je steeds vaker dat Andalusische zangers zich mengen met Marokkaanse groepen, zoals El Lebrijano met het orkest van Tanger. Jongere flamencoliefhebbers echter waarderen de tegenwoordige fusiongroepen die flamenco combineren met instrumenten als fluit, saxofoon en zelfs viool.

 

De mooiste flamenco uitvoeringen die bij mij persoonlijk een onuitwisbare indruk op hebben gemaakt zijn:

Het optreden van Paco de Lucia met Jan Akkerman in Nederland in de jaren zeventig

Een spontaan optreden van een flamencofamilie in een bar in Jerez de la Frontera, dat daar een dagelijks gebeuren is.

Een gepassioneerd optreden  in een grot van El Sacramonte in Granada, terwijl op de achtergrond het verlichte Alhambra schitterde.

En de kennismaking met de moderne flamenco fusion groep van Sergio de Lope uit Priego de Cordoba.

 

 

 

Geplaatst in blog over malaga, blog over spanje, doen in jerez de la frontera, Doen in Sevilla, Flamenco Andalusië, Flamenco dans, flamenco in Spanje, Flamenco muziek, GRotten in Spanje, jazz in malaga, Spanjeblog, vakantie in andalusie, Zanger Paco de Lucia | Tags: | 1 reactie

Schitterend sprookjesdecor in kristalgrot Geoda de Pulpí

Een grot bezoeken is altijd een avontuur. Zoeken naar iets fascinerends dat je diep onder de grond tegen kunt komen, lopen in het donker terwijl je de vochtige aardegeur opsnuift en vooral niet denken aan wat er zal gebeuren als toevallig op het moment dat jij onder de grond zit, er een aardbeving zal plaatsvinden.

We bezoeken de Geoda de Pulpí in het binnenland van de provincie Almeria. Er is me verteld dat dit de één na grootste Geoda op de wereld is. De allergrootste ligt namelijk in Mexico, maar die kun je niet bezoeken.

    

Gewapend met helm en goede loopschoenen én onder begeleiding van een gids beginnen we de wandeling door de lange schachten van de Mina Rica waar vroeger ijzererts gewonnen werd. Doordat de lange gangen vakkundig zijn gerestaureerd, kun je getuige zijn van hoe de mijnwerkers vroeger onder de grond hun werk deden. De gids vertelt hoe de omstandigheden in die tijd waren en laat ons gebruiksvoorwerpen zien die in de gangen gevonden zijn.

    

Tijdens de 45 minuten durende tocht vertelt ze over interessante elementen in de mineralogie. We ontdekken plooien, mylonieten en breukvlakken, en leren nieuwe termen zoals epsomieten en calcieten Ook worden we gewezen op nieuwe vorming van mineralen.

    

Na dit deel dalen we van het eerste niveau ongeveer vijfenveertig meter lager naar het vierde niveau, waar de gigantische Geode zich bevindt. Om toegang te krijgen tot dat laatste niveau gaan we via verschillende trappen en een ijzeren wenteltrap met 164 treden. Zodra alle treden zijn afgedaald, wachten we op een plateau op ons beurt om de Geode één voor één te kunnen bekijken.  Terwijl ik nog een paar treden afdaal, ontdek ik de eerste grote gypskristallen.

Maar dat is niet het hoogtepunt. In het midden is een klein gat waar ik mijn bovenlichaam doorheen kan wurmen en wat ik dan te zien krijg is een adembenemend sprookjesdecor. Het lijkt of ik in het centrum van een glazen bol bent beland. Alle wanden van de acht bij twee metende grote binnenkant zijn begroeid met transparante gipskristallen, waarvan sommige bijna twee meter lang zijn. Ze vormen één enorm natuurjuweel.

Om het fenomeen te kunnen bewonderen kan ik tot aan mijn middel door het gat naar binnen. Dat betekent dat ik er maar een paar minuten van kan genieten. Want de anderen staan popelend te wachten. Als ik me weer uit het gat hebt gewerkt, kan het niet anders dan dat ik een tijdje stil en onder de indruk ben. Wat een ervaring, wat een fenomeen! Een tijdje later beklimmen we zwijgend de trappen om via de lange schachten weer bij de ingang uit te komen.

In december 1999 ontdekten leden van de Madrid Mineralogist Group deze Geode. Maar ze is pas toegankelijk sinds augustus 2019. Gedurende de tussenliggende twintig jaar zijn er maatregelen getroffen om er voor te zorgen dat de grot niet geplunderd zou worden. Geodes ontstaan door een combinatie van water, mineralen, in dit geval karst, en héél veel tijd. Deze kristalgrot is ontstaan door water, zout en andere mineralen die van nature voorkomen in deze rotsachtige omgeving aan de Middellandse zeekust.

Op weinig plekken ter wereld is er echter zo’n enorme minerale afzetting van kristalvorming ontstaan. En dat de grot ook nog eens bezocht kan worden is natuurlijk een groot privilege!

De duur van het bezoek is ongeveer 90 minuten Het bezoek bestaat uit een rondleiding door de belangrijkste galerijen van de Mina Rica, waar de gids vertelt over geologie, mineralen en geschiedenis. Voor mensen met beperkte mobiliteit is er een lift parallel aan de wenteltrap die vijftien meter scheelt, maar dan er zijn nog steeds 80 treden op en af ​​te gaan. Het is belangrijk om goede wandelschoenen te dragen.

Entree voor kinderen van 8 tot 16 jaar is 10 Euro

Volwassenen 22 Euro

Om teleurstellingen te voorkomen is het raadzaam om van tevoren online te reserveren

In verband met het Covid19 protocol zijn de groepjes niet groter dan 10 personen. Dragen van een mondkapje is uiteraard verplicht.

Rondleidingen zijn alle dagen van de week te reserveren van 09.00 tot 20.30

Locatie: La Mina Ríca,  la Barriada de El Pilar de Jaravia, en la Sierra del Aguilón. Calle Sierra de los Filabres, Pulpí (Almería).

Voor meer informatie in het Engels of om te reserveren, kijk je bij De Geoda van Pulpí

(Gracias Victor Gomez y Iñigo Pedrueza por las fotos que me han eviado para uso de este blog.)

Geplaatst in Grootste Geoda ter wereld, Grot Geoda bezoeken, Grotten in Almeria, GRotten in Spanje, Kristalgrot Almeria, La Geoda de Pulpi, Spanjeblog, vakantie in andalusie, wandelen in andalusie | Tags: , , , | 1 reactie

Spaans smullen in de 7 leukste restaurants van Sevilla

Sevilla is een wereldstad en biedt een ruim assortiment aan goede restaurants. Natuurlijk is tapas hier een begrip, maar ook de internationale keuken hoef je in deze mooie en gezellige stad niet te missen. In dit blog vindt je tips over de 7  beste en origineelste restaurant in Sevilla die ik deze zomer heb mogen bezoeken.

Sevilla staat bekend om haar gevarieerde keuken, de grote hoeveelheid restaurants, barretjes en kroegjes. De Sevillianen nemen echt de tijd voor eten en houden van een aperitief of tapa vooraf.

Opvallend is dat de Sevillianen bijna allemaal tussen twee en vier uur uit eten gaan en ook vaak samen met het gezin, familie, vrienden of collega’s. De gewoonte is om na het middageten even siësta te slapen, want in de zomer is het erg warm en kan die siësta wel duren tot een uur of zeven. Eerder gaat men echt de straat niet op. Om Sevilla optimaal te beleven, ga je gewoon mee in het ritme van de Sevillanen. Tijdens de siësta zijn de winkels gesloten en is het, zeker in de zomer te warm om de straat op te gaan, dus neem je net als de locals de tijd om uitgebreid te lunchen.

Maar waar moet je in Sevilla zijn voor een smakelijke trip als het in de hele stad wemelt van de restaurants? Mijn tip is om in verschillende zones uit eten te gaan. Bijvoorbeeld bij het grote plein Alameda de Hércules en een andere dag in de Trianawijk. Ook is het leuk om eens te eten langs de oever van de brede rivier die Sevilla in tweeën splitst. El barrio de Santa Cruz is ook gezellig, daar kun je ook ´s avonds nog van een cocktail genieten op een van de rooftopbars.

Mijn favoriete restaurants in de Andalusische hoofdstad Sevilla, heb ik voor je op een rij gezet. Ze zijn alle zeven totaal verschillend en hebben toch één ding gemeen: De gezellige Sevillaanse sfeer en vriendelijke bediening.

 

  1. Seis Bar Restaurante

Ik logeerde enkele dagen in het Hotel Inglaterra. Sinds vorig jaar is het hotel een samenwerking aangegaan met het naast gelegen vrij nieuwe restaurant. Er hangt een gezellige sfeer, soms een beetje te zuinig verlicht, maar dat maakt, zeker ´s avonds een etentje weer intiem. Ze bieden een bijzondere kaart met op originele wijze opgediende gerechten. Zo heb ik genoten van de carpaccio van gerookt rundvlees dat met rook en al wordt geserveerd. En de pulpo die ieders aandacht trekt op een knalrode inktvis van keramiek. Seis Bar Restaurante is een plek waar je er de tijd voor moet nemen om optimaal te genieten. In het weekend is er livemuziek.

       

  

 

2. La Cantaora

Eigenlijk is La Cantaora in de eerste plaats een kleine zaal waar een authentieke flamencoshow wordt gehouden. Wil je flamenco in Sevilla beleven, dan is dit te plek ´to  be´. Je beleeft hier een onvergetelijke show waar een danseres en flamencodanser vol passie optreden en de show stelen. Ze worden begeleid door hun zanger en gitarist die zichtbaar emoties en gevoel in de muziek leggen. Er zijn twee opties; Je kunt reserveren om alleen de show te bekijken, of je bestelt het complete arrangement met diner, waar je zeker geen spijt van zult krijgen. Na afloop van de show, als de flamencodansers zich hebben omgekleed, drinken ze vaak nog even iets aan de bar en hebben een persoonlijk gesprek met de cliënten. Het ligt overigens op 10 minuten loopafstand vanaf Hotel Inglaterra.

 

  1. Casa Robles

Dit restaurant dat zijn deuren opende in 1954, is een begrip In Sevilla. Traditioneel, stijlvol en hoog in het vaandel staande Andalusische gastronomie. Tafellinnen, prachtig servies en glaswerk en professionele bediening. Een plek om eens sjiek uit eten te gaan en te genieten van een innovatieve Andalusische keuken op basis van traditionele gerechten. Toen ik het restaurant bezocht werden de borden, servies en glazen door de camarero behandeld met een UV lamp in verband met Covid protocol op hygiëne in de horeca. Een subtiel detail.

                                                               

 

  1. Alfareria 21

Aan de overkant van de rivier, in de Trianawijk bevinden zich nog oude tegelfabriekjes. Het is sowieso leuk om door die wijk heen te slenteren en voor een frisse rebujito bij Alfareria 21 binnen te stappen. Dit gerestaureerde fabriekje is omgebouwd tot restaurant. Sevillaans tegelwerk  geeft het restaurant de sfeer van weleer. Maar de keuken daarentegen is supermodern. Wat je zeker moet proberen zijn de kaasplank met o.a truffelkaas en de huispaté die schitterend wordt opgediend. Ook de brandade van bacalao met graatappelpitten is een aanrader en verassende combinatie. Een opvallend nagerecht is de pina colada. Nee, niet het drankje. Het zijn ananasblokjes die op speciale wijze vacuüm bereid worden met een mix van rum, suiker, kaneel en nog een paar ingrediënten die de kok ons helaas niet wilde verklappen

                                                                           

 

  1. Sal Gorda

Dit is een typisch Sevillaanse bar. Robuuste houten tafels met houten klapstoeltjes, een plek in het centrum, niet ver van de kathedraal waar je makkelijk even naar binnen loopt. Hier raad ik je aan om louter voorgerechten te bestellen. Een beetje het idee van tapas, maar dan wel grotere porties van uiteraard de typische jamon serrano of kazen, maar ook huisgemaakte creaties met croquetas, eendenfoie, pulpo, sardienen en sint jacobsschelpen. Klap op de vuurpijl is het dessert. geserveerd kreeg ik een enorme cacaoboon van verhard glazuur die ik voorzichtig met mijn vork stuk moest tikken om binnenin de smakelijke en romige inhoud met nootjes en chocola te ontdekken. Je kunt bij Sal Gorda beneden, boven of buiten op het terras zitten.

                                                                              

 

  1. Restaurante Cotidiano

Eens strak trendy restaurant met industrieel interieur met veel hout en prettige bruin leren stoeltjes. Veel zachtblauw tinten en wit met bijpassend keramiek servies. Een eerlijke en heerlijke keuken waar je voortreffelijke kwaliteit rundvleesgerechten kunt bestellen. Maar ook hier raad ik je aan om verschillende kleine gerechten te bestellen die je kunt delen. Om zo de fusionkeuken te ontdekken tussen Spaanse en Latijns-Amerikaanse smaken. Leuke en vlotte bediening en intieme hoekjes waar je alle rust van je maaltijd kunt genieten.

                                                                           

  1. Hotel Cortijo Torre de la Reina

Deze cortijo waar je via reservering ook kunt eten, ligt niet in de stad Sevilla, maar ietsje erbuiten. Toch wil ik het graag noemen. De Cortijo uit 1500 is meerdere malen gerestaureerd en doet nu dienst als boetiekhotel met tien kamers. Het wordt door een grote familie gerund en de maaltijden die je ook kunt nuttigen als je niet in het hotel logeert worden geserveerd op de stijlvolle patio van deze oude Sevillaanse boerderij. Voordat je gaat eten kun je een wandeling maken door schitterende tuinen met uitbundig kletterende fonteinen of de kunstgalerie binnen bewonderen. Deze plek is een oase van rust die je de tijd volkomen laat vergeten. Ik at als voorgerecht een smakelijke koude salmorejo en als hoofdgerecht rape (zeeduivel). Het nagerecht wordt bereid naar grootmoeders recept, een leche frita die geflambeerd wordt opgediend en helemaal in de oud Spaanse sfeer op de intieme patio past.

De beste tip die ik je kan geven als je ´s avonds uit eten wilt gaan, is om niet te vroeg in de avond een restaurant te gaan bezoeken. Ook door de week gaan de Spanjaarden zelf niet voor 21.30 uur aan tafel. Dat is eigenlijk het tijdstip waarop je in Sevilla buiten de deur kunt gaan eten.

Buen Provecho!

 

Geplaatst in Beste restaurants in Sevilla, blog over spanje, Gastrobar in Sevilla, leven in spanje, Sevila gastronomie, Spanjeblog, Uit eten in Sevila, wijn uit spanje, wijnreizen spanje | Een reactie plaatsen